De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

19 september: Bent jullie Vrieswijken?

Toen ik afgelopen zomer met tante Trijn op het terrasje in Nieuw Weerdinge zat (zie Regenbuien en een veelzijdige bakker >>>) overkwam ons iets bijzonders. Een vrouw van mijn leeftijd die al een tijdje onderzoekend naar ons keek kwam naar ons toe en vroeg “Bent jullie Vrieswijken? “

Enigszins overrompeld beantwoordden wij bevestigend haar vraag, maar vertelden daar wel bij dat we nu anders heetten namelijk Hollander en Waninge. Zij bleek een nichtje te zijn van mijn tante Dinie die getrouwd was met ome Andries, een broer van mijn vader. Zij herkende de trekken in onze gezichten; ze zag ons vroeger wel eens bij familiebijeenkomsten.

Herkenbare Vrieswijken. Is het niet te zien aan het uiterlijk, dan merk je het wel aan hun hang naar orde en structuur. Gisteren ontmoette ik bij tante Trijn nicht Anja. Ook een Vrieswijk die al meer dan dertig jaar anders heet. Op zo’n dag hoeven we nooit te zoeken naar gespreksstof en gisteren kwam die karaktertrek weer even voorbij: we hadden het over onze opruimtic. Ik vertelde dat Gerard soms de stroop op het aanrecht zet om een broodje te smeren en dat ik de stroop vervolgens al weer in het kastje heb gezet voor het broodje gesmeerd is.
Organieke plaats.
Anja: “Vraag mij waar iets ligt en ik weet de kamer, het kastje en de plank waar het ligt. ” Het zou mijn tekst kunnen zijn.

We hadden een heerlijk dag met z’n drieën. Na de koffie wandelden we naar tante Trijns schoondochter Jolanda. Zij en haar man Paul kregen vorige week hun tweede dochtertje. Een kindje van één week oud; wanneer zien wij dat nog? Anja en ik verbaasden ons allebei over hoe klein ze was. Zelf hebben we allebei drie dochters gebaard, maar je bent gewoon vergeten hoe klein zo n baby’tje in het begin is. En hoe onwennig en onhandig stond ik er mee in mijn armen! Maar wat een schatje…..

Dat lief en leed dicht bij elkaar liggen liet tante Trijn zien door haar tranen; blijdschap om dit nieuwe kleine meisje, haar derde kleinkind, maar verdriet over het overlijden van oom Wim in juni. Ook daar was aandacht voor op deze jaarlijkse tante&nichten-dag. (Voor eerdere edities klik hier >>>) Ook nu bleek weer dat deze drie Vrieswijken niet alleen heel veel op elkaar lijken maar ook alle drie goed van het woord af kunnen komen; lees elkaar de oren van het hoofd kwekken.

Bint jullie Vrieswijken? Nou en of. Eén dag even samen aan de koffie in Klazienaveen. Met een appelmeisje.
En een glaasje bessen.
Want gezellig samen lekker eten en drinken: dat hoort ook bij Vrieswijken .
In het blog ‘de dag van het schaapje‘ lees je over de ’tante & nichten-dag’ in 2021. 

Een bloemetje voor tante Trijn, ’s morgens vers uit eigen tuin geplukt.

Reageren

18 september: De moord op Harriët Krohn.

Toen ik vorig jaar in het ziekenhuis lag las ik voor het eerst een boek van de Noorse schrijfster Karin Fossum; het boek heette ‘Veenbrand’. Daarover schreef ik destijds het blog ‘Net als vroeger stiekem lezen>>>

Uit de bibliotheek haalde ik een andere misdaadroman van haar: de moord op Harriët Krohn.
Inspecteur Sejer, om wie de verhalenreeks van deze schrijfster draait, ontmoeten we pas na twee-derde van het boek.
Je weet namelijk al vanaf het begin wie de moord op Harriët Krohn gepleegd heeft.
We volgen de moordenaar al voordat hij de vrouw doodt en we gaan met hem mee naar huis. Je leest ook wat hij denkt en hoe het verder met hem gaat.

Net als hij ben je dan benieuwd wanneer de moord ontdekt wordt en wat er over in de media verschijnt. Staat het al in de krant? Is het al op de radio?
Als het dan bekend is komen de volgende vragen.
Wat weten ze al?
Weten ze om welke auto het gaat?
Staat die auto hier niet wat vaak in de straat?
Wordt ik nu al in de gaten gehouden? Of niet?

Het boek had me zo te pakken dat ik ’s nachts droomde dat ik zelf iets op mijn geweten had, waardoor men naar mij op zoek was. Zoals dat gaat in dromen: ik wist niet wat ik had gedaan, maar ik werd er paranoia van; achterdochtig bij alles en constant achterom kijken of er niet iemand iets van me wilde.
Wat een onbeschrijfelijke opluchting toen ik ’s morgens wakker werd.

Het idiote is dat je tijdens het lezen van het boek sympathie krijgt voor de dader.
Dat je hoopt dat het die inspecteur deze keer niet gaat lukken om de misdaad op te lossen.
Of Sejer de moordenaar opspoort ga ik op dit blog natuurlijk niet vertellen: daarvoor moet je het boek zelf gaan lezen.

Zelf ga ik een heel ander boek lezen dat ik te leen kreeg van mijn boekenvriendin: De zeven zussen, deel 1. De verhalen die ik er over hoor zijn enthousiast en volgens de kenners is het smullen. ‘Een boek dat je meeneemt naar de WC’ is voor mij een goed criterium.

Reageren

17 september: Eet een appel. Of niet.

Gisteren was ik op bezoek bij een echtpaar dat ik ken van de kerk en de Catharinacantorij.
Het was een aangenaam bezoek. We wisselden wat wetenswaardigheden uit over elkaars gezondheidstoestand en dronken ondertussen thee.
Gezelllig.

We kregen het over hun kleinkinderen en kinderen die zo leuk met oma konden appen.
“Oma appt altijd hetzelfde” grapte opa.
“Altijd dezelfde regels.
“Hoe is het bij jullie?”
“O wat fijn!”
“O wat mooi!”

Of opa zelf de kunst van het appen vaardig is vertelt het verhaal niet.
Opa vertelde nog wel een mop: drie schoonzonen zitten bij hun schoonmoeder thuis, er moet iets overlegd worden over onderhoud aan het huis, schoonmoeder zou voor na het overleg een warme maaltijd bereiden. Moeder stommelt de kelder in om aardappels op te halen, struikelt op de trap en valt onder in de kelder. Overleden.
Toen iemand aan de schoonzonen vroeg “maar hoe is het nu met jullie dan” zeiden de heren: “O, wel goed hoor. We hebben macaroni gegeten.”

Meestal noem ik geen namen op dit blog vanwege de privacy, maar mensen uit Roden die bij onze PKN-gemeente horen weten vast wel waar ik geweest ben.

Eén van hun kinderen had een leuk filmpje gestuurd.
Ik wil het mijn lezers niet onthouden.

Reageren

16 september: Johannes de Heer. Bij ons?!?

Gistermorgen vierden we in Op de Helte de start van het winterseizoen in onze PKN-gemeente. Startzondag dus; het thema van dit seizoen is ‘Een goed verhaal!’
Je kon je van te voren opgeven voor wandelen, fietsen of zingen.
Het zal je niet verbazen dat ik bij de groep ‘zingen’ stond gistermorgen.
Dat had een verplichtend karakter, want als lid van de Cantorij Roden, die het zing-gedeelte ondersteunde, moest ik er gewoon bij zijn.

Mensen: ik had het niet willen missen.
Pastor Astrid Mekes leidde dit deel van de dag en Thysia Betting, onze cantrix, begeleidde de samenzang.
Van te voren hadden gemeenteleden die mee wilden zingen een lievelingslied op kunnen geven. Die liederen zouden we samen, éénstemmig zingen en één lied zouden we met dit gelegenheidskoor vierstemmig instuderen.

Toen wij op de cantorij de te zingen liederen uitgereikt kregen, ging menig wenkbrauw omhoog. Bij sommigen tot voorbij de haargrens.
“Gaan we dat zingen?”
‘We’ zijn dat soort liederen helemaal niet meer gewend om te zingen.
Dan moet je denken aan liederen als ‘Daar ruist langs de wolken’ en ‘Ik zie een poort wijd open staan’.
‘We’ vinden daar kennelijk wat van.

Naar mijn bescheiden mening hebben we daar helemaal niks van te vinden.
Het is gedateerd.
Ja.
En een deel van ons kan er qua inhoud van de liederen ook niet meer helemaal achter staan.
Ja, allemaal waar.
Maar deze liederen hebben voor de mensen die ze hebben aangevraagd een grote, emotionele waarde. Alt naast mij fluisterde mij toe dat ze ‘Ik zie een poort wijd open staan’ met de hele familie hadden gezongen bij de kist van haar vader.
En het lied ‘de paarlen poort’ was aangevraagd door iemand omdat dit het lievelingslied was van zijn overleden vrouw. Het was bij haar begrafenis gezongen.
Zelf zat ik met een brok in de keel bij het Ambrosiaans lofgezang (Heer, God U loven wij) dat het lievelingslied van mijn vader was.

Het eerste couplet van ‘de paarlen poort’ werd gezongen door Thysia.
Prachtig.
We waren er allemaal stil van en ik zag menigeen een traan wegpinken. Me too.
Astrid Mekes zei het mooi in haar gebed: “Wat fijn dat we zo samen ‘God’ mogen zingen. Liederen met woorden die ons bemoedigen op onze levensweg.”

Wat is dat toch met ons christenen dat wij altijd iets moeten vinden van teksten en liederen die afwijken van wat wij zelf mooi en waardevol vinden.
Zing gewoon eens mee met een evangelisch lied.
Of met een zwaar liturgisch gezang.
Of met een ‘gouwe ouwe’ van Johannes de Heer.
Want wat jij niks vindt kan voor een ander erg waardevol zijn en hem/haar bemoedigen op hun levensweg.

Zo samen zingend begonnen we op deze startzondag het winterseizoen écht samen.
Wat een goed verhaal, hè?

Reageren

15 september: Zingen? Of geschiedenis?

Open Monumentendag was het gisteren. Dat betekent dat het monument waar ik vrijwilliger ben, de Catharinakerk op de Brink, geopend was voor bezichtiging.
Van 12 tot 2 had ik ‘dienst’. Tussen de middag is het nooit heel erg druk op dit soort dagen, maar we hadden toch regelmatig aanspraak.

Zoals beloofd aan de lezers van De Krant had ik pepermuntjes mee. Niet iedereen wilde er één. Eén echtpaar had wel een heel bijzondere reden: ze woonden naast de Fortuin-fabriek in Dokkum die die pepermuntjes maakt. Ik denk dat ze aan de geur alleen al genoeg hebben…..
Zoals altijd had ik ook een haakwerkje mee voor momenten dat er even geen bezoekers zijn.
Op deze monumentendag was er om 1, 2 en 3 uur een optreden van ‘de Mensingesingers’
(klik hier >>> voor een link naar hun website)

Dat had tot gevolg dat het rond 13.00 uur ineens heel druk werd in de kerk, maar die bezoekers hadden niet zoveel interesse in het oude gebouw, maar die kwamen voor het optreden van het koor. Omdat hun vrouw er in zong. Of opa en oma.
Iedereen kreeg een pepermuntje en zocht een plaatsje en wie wel geïnteresseerd was in het gebouw kon op de beamerschermen onze presentatie bekijken.

Het koor zong liederen als”Ik geloof in jou’ van Boudewijn de Groot en ‘Terug naar de kust’ van Maggie McNeal. Tijdens het eerste optreden trok ik me terug in het voorportaal en zat heerlijk met mijn haakwerkje te genieten van de muziek. Sommige nummers kon ik zelfs meezingen.
Maar de tweede helft van het optreden heb ik niet gehoord, want er was een zeer geïnteresseerde meneer die nog van alles wilde weten over de heilige Catharina, de fundamenten van de kerk en de Mensinge.
In hem vond ik een gelijkgestemde ziel en buiten voor de voordeur zetten we het gesprek voort dat uiteindelijk uitkwam op Adriaan Pauw uit Amsterdam die Hoogersmilde heeft gesticht. Dat zijn voor mij de pareltjes in mijn vrijwilligers-leven: een zeer aangenaam gesprek over onderwerpen die me na aan het hart liggen.

Toen het kwart over twee was wilde ik naar huis; toen ik bij mijn fiets stond kwamen er mensen naar buiten die niet in het achterste gedeelte van de kerk hadden kunnen kijken, omdat het koor midden in de kerk stond te zingen en ze konden er niet langs.
Ze kwamen uit Gouda.
Hoe leuk ik het koor ook vond: dit kan toch niet echt de bedoeling zijn van Open Monumentendag. Koorzang én de oude Catharinakerk zijn twee dingen waar ik altijd erg van geniet, maar die twee op deze manier samen brengen is in mijn ogen niet een goede combinatie.

We krijgen het er vast nog wel over tijdens de evaluatie van dit seizoen.
Een seizoen waar ik niet veel van mee heb gekregen, omdat ik door de ziekenhuisopname van Gerard maar weinig aanwezig heb kunnen zijn.
Volgend jaar hopenlijk wat vaker!

Reageren

14 september : Nerd met de nerds.

“Nou, ik vind jou eigenlijk ook wel een nerd.”
Deze voor mij verrassende uitspraak kwam uit de mond van één van onze dochters.
Ik?
Tsss.

Wat is een nerd eigenlijk?
Ik zocht het op.
Nerd is een term die wordt gebruikt voor mensen wier interesses wat betreft wetenschap, boeken, spellen, stripverhalen, films, verzamelartikelen, muziek e.d. afwijken van de mainstream. De term kan pejoratief zijn, of kan worden gebruikt als een geuzennaam of als blijk van waardering. De afwijkende factor van de interesses ligt erin dat deze door de mainstream als niche worden gezien, en dat de mensen die als nerds worden beschouwd hier bovengemiddeld veel tijd aan besteden.
Meer lezen? Klik hier >>> voor het hele artikel op Wikpedia.

Afgelopen week werd mij door twee voorvallen duidelijk wat mijn dochters bedoelen.
In Atelier 6a, het handwerkwinkeltje in Leek, sprak ik met de eigenaresse over wolletjes, bolletjes, steken, haken, breien; het ene woord haalde het andere uit en we raakten niet uitgepraat. Gerard zou nog even over de markt, maar die zat al weer geruime tijd op een bankje buiten op mij te wachten. “Zo heerlijk als ik even met iemand onbekommerd over handwerken kan praten! Zij heeft aan één woord genoeg en snapt precies wat ik bedoel”.

Het tweede voorval was een gesprek met mijn broer, Hij was een paar dagen opgenomen in het ziekenhuis en ik ging bij hem op bezoek; ik nam voor hem een Quest Historia mee.
Hij had al eens het boek ‘de Levens van Jan Six’ van Geert Mak van mij te leen gekregen. Van te voren had ik al tegen hem gezegd dat ik het had gelezen met de tablet er naast, omdat ik regelmatig wat op wilde zoeken. (Over dit boek schreef ik al eens een blog, zie ‘Met Geert op de bank’ >>>)

Dat leek hem op voorhand wat overdreven, maar hij had inmiddels ook al regelmatig wat opgezocht. Toen ontspon zich een gesprek over geschiedenis; wij delen dezelfde opvoeding, waarbij mijn vader zijn interesse voor het verleden op ons heeft weten over te brengen. Later zei ik hierover tegen Gerard: “Ik kan met Henk oeverloos over zulke dingen praten, hij heeft aan één woord genoeg en begrijpt precies wat ik bedoel.”

Daarom vinden mijn dochters mij een nerd dus.
Maar als ik een nerd ben zijn er in mijn omgeving veel meer nerds.
Ik kan ze soms met de neus wel aanwijzen; als ze tenminste in Roden zijn…….

Reageren

13 september: Vrijdag de 13e.

Iedere vrijdag de dertiende gaat het er weer over: ongeluksdag.
Mijn vader had daar een duidelijke mening over.
Quatsch.
Statistisch gezien blijken er zelfs minder ongelukken te gebeuren op vrijdag de dertiende.

Vanmorgen zaten wij in de wachtkamer in het UMCG: de eerste afspraak na Gerard’s ontslag vorige week vrijdag.
Geen gezellige boel meestal; niemand zit daar voor zijn zweetvoeten.
Bijna alles is gedigitaliseerd: je houdt je uitnodigingsbrief tegen een scanner, zo weet het systeem dat je binnen bent. Je krijgt een nummer/code en in de wachtkamer zie je op beamerschermen je nummer vanzelf voorbij komen. Dan weet je ook in welke spreekkamer je moet zijn.

In de wachtkamer zit ik altiijd met een brei- of haakwerk andere mensen gade te slaan.
Een echtpaar ging naast ons zitten en keek verbaasd naar de nummers op de schermen.
Vrouw: “Wat hest doe den veur nummer?”
De man keek op zijn uitnodigingsbrief.
Man: “Ik heb gain nummer kregen.”
Hij verdween om op onderzoek uit te gaan.
Toen hij terugkwam mét bon (“as wie dizze letters en nummers op dei schaarms zain den mowwe d’r hèn”) kregen ze koffie van een vrijwilliger; de vrouw haalde een plastic puutje met stroopwafels uit haar tas. “Wost ok aine?”

Hij was kennelijk slechthorend, want hij riep onophoudelijk ‘hè?!’ en dan zei zij nog een keer hetzelfde.
Hij reageerde dan met ‘O ja.’ of ‘O’ of ‘Nou ja’.
Op een gegeven moment draaide ze zich om naar mij en begon in het Nederlands met een zwaar accent over mijn breiwerk. Dat dat nog ouderwets was.
In het Drents stond ik haar te woord, maar zij stapte niet over op het Gronings.
“Ik heb main klaaindochter ook braaien geleerd’.

Wij spraken vanmorgen de arts.
De bloeduitslagen zijn over de hele linie bijzonder goed.
Het goede gevoel dat we hadden over Gerards eetlust en snel vooruitgaande conditie klopt met wat de cijfers laten zien.
Over één maand terugkomen en tot die tijd lekker rustig aan doen en nog verder herstellen.

Na het UMCG kochten we nog een kastje bij de IKEA; dat gaat Gerard morgen in elkaar zetten.
Er ging namelijk al heel veel goed op vrijdag de dertiende.
Je moet het lot niet tarten.

Reageren

12 september: Das schönste im Leben…..

Tegenwoordig is mijn werkplek niet meer in Groningen, maar in Zuidlaren.
Dat heeft nadelen; zo mis ik bijvoorbeeld mijn collega’s en de soep van Cor tussen de middag. Verder ga ik niet meer op de fiets naar mijn werk, want dat is me te ver.
Maar het heeft ook voordelen: ik hoef niet meer in het drukke verkeer naar de stad én….ik kan naar de radio luisteren. Mijn bureau staat nu op een kamer met drie werkplekken, die lang niet altijd bezet zijn, dus nu kan ik luisteren naar de Radio 5.

Gistermorgen was Jeroen van Inkel  niet aanwezig bij ‘Je dag is goed’; hij werd vervangen door Rutger Radstake. Die doet eigenlijk hetzelfde als Van Inkel, maar hij voegt een eigen item toe dat mij zeer aan staat: van 09.15 – 09.30 uur draait hij drie Duitse plaatjes.
Een kwartiertje ‘Henkie’s‘ zeg maar.
Hij draaide een liedje van Roy Black en gelijk had ik mijn hoofd vol ‘Pa’.
Het liedje heet ‘Das schönste im Leben ist die Freiheit’.
Het mooiste aan de hele dag zijn de pauzes, ‘dass ist schon immer in die Schule so’
Het mooiste van het hele jaar zijn de vakanties. ‘dann ist sogar auch unser Lehrer froh’.

Mijn vader leefde van vakantie naar vakantie. Als de vakantie voorbij was, was hij alweer bezig met het voorbereiden van de volgende reis.
Als dit liedje voorbijkwam (en dat kwam regelmatig voorbij, het stond diverse keren op de banden van de onvolprezen bandrecorder) zong pa die zin over de Feriën luidkeels mee.
‘Das schönste im ganzen Jahr, das sind die Feriën…!

Eerlijk gezegd ergerde ik me vroeger groen en geel aan dit lied en dan vooral aan dat eng blije kind. De beelden uit ‘Musikladen’ staan nog op mijn netvlies.
‘Denn dan sagen wir: “hoeraaahh!”
Brrr.
Ook even terug in de tijd? Klik hier >>> voor een link naar Roy en Anita.

Woensdagmorgen zat ik even met een brok in mijn keel.
Dat had ik als puber toch niet gedacht.

Reageren

11 september: Nergens beter dan thuis!

Gerard is al weer 5 dagen thuis. Mensen vragen mij regelmatig ‘Hoe is het nu met hem?’ Om antwoord op die vraag te geven vandaag een gastblog van Gerard:            

Op de 14e augustus nam ik afscheid van mijn werk om me voor te bereiden op de stamcelbehandeling die die week zou beginnen. Enkele collega`s namen nog vakantie op en ik schetste dat ik weer thuis hoopte te zijn als zij weer terug zouden keren op hun werkplek. Ik kon mijn werk goed overdragen en met een gerust hart achter laten, omdat ik voor tijdelijk mijn eigen vervanger had geregeld.

En dan is het donderdag 15 augustus en word je verwacht in het UMCG. Al had ik mij er op ingesteld, het was wel even een omschakeling. Zeker toen de 2e dag bleek dat mijn verkoudheid een rhino-virus bleek te zijn en ik op een kamer alleen moest; daar mocht ik vervolgens de komende drie weken ook niet weer vanaf.
Verpleegkundig personeel kwam als smurfen verkleed binnen en was onherkenbaar door hun mondkapjes. Zo run je nog een bouwmanagement bureau en zo ben een besmettingsgevaarlijke patiënt in het UMCG. Wel te begrijpen, maar ook wel een rare gewaarwording.
Het scheelt dan wel dat ik met mijn ervaring vanuit 2015 ook wel de voordelen zag van een kamer voor mij alleen. Met bezoek, verpleging en artsen kon ik vrijuit praten en wij als spelletjes-fanaten waren niemand tot overlast; werd het bezoekuur een half uur langer dan was dat ook geen probleem. Maar toch: na drie weken boek en krantlezen, lieve kaarten ontvangen, TV kijken, met bezoek en in-jezelf pratend ben je het zat!

Zondagmiddag de 1e september gaf de verpleegkundige aan dat ik dinsdag naar huis mocht, maar dat was iets te voorbarig. Maandagmiddag kregen we te horen dat ik nog vier dagen langer moest blijven, omdat ik een bacterie in mijn bloed had opgelopen via de infuuslijn. Die kon alleen met antibiotica worden aangepakt via een nieuwe infuuslijn. Die laatste week ging ik per dag qua herstel met sprongen vooruit en vooral het eten ging weer als vanouds.
Wat je dan mist is je vrijheid om te gaan waar je wilt.
Toen Ada woensdagmiddag vroeg: “Waar kijk je het meest naar uit als je vrijdag naar huis mag? ” hoefde ik niet lang na te denken. “Dat ik mijn eigen gang weer kan gaan, zonder infuus en zonder vrijheidsbeperkingen.”

De kaarten: ‘behang’ in het ziekenhuis, nu een ‘slinger’ in de woonkeuken!

En dan natuurlijk thuis want het is nergens beter dan thuis. Je bed slaapt beter, het eten smaakt weer als van ouds en even door de tuin lopen is mijn lust en mijn leven.

Vrijdag ga ik weer voor controle naar het UMCG.
Natuurlijk moet ik nog flink aansterken, maar ik voel mij goed en ik hoop dat de bloedwaarden dat vrijdag ook bevestigen.
Ik ben benieuwd!.

Reageren

10 september: LEES VOOR!

Deze week is het de week van de alfabetisering.
De Stichting Lezen en schrijven zet zich van 9 tm 15 september in voor een samenleving met ruimte voor een leven lang leren en ontwikkelen.
Overal in het land worden initiatieven genomen; ook bij ons in Roden?
Op de website stond een kaartje waarop je kon zien wat er bij jou in de buurt gedaan werd en ik vond dit:

In Roden is er op donderdag 12 september een voorlees-marathon van 08.00 – 23.00 uur in de bibliotheek in Roden.

In de gemeente Noordenveld is er op donderdag 12 september een Voorlees-estafette in de bibliotheek in Roden met bekende Noordenvelders, artiesten en mediakenners. Wat te denken van Jacques d’Ancona, Femke Wolthuis, René Karst, Anne Doornbos en vele anderen. Om acht uur in de ochtend zal wethouder Alex Wekema de aftrap van de Voorlees-estafette geven. Daarna zal elk uur een andere lezer het stokje overnemen. In de regel wordt er 20 minuten voorgelezen op het hele uur. Burgemeester Klaas Smid zal om 22.00 uur het afsluitende verhaal voorlezen. Wie wil komen luisteren is van harte welkom!

Voorlezen stimuleert de taal- en spraakontwikkeling en verhoogt de concentratie, daar heb je een leven lang plezier van. 
Als ik terugkijk op mijn leven als moeder, dan constateer ik dat ik de zwemlessen één van de vervelendste onderdelen vond, maar één van de mooiste dingen aan opvoeden vond ik het voorlezen.

Ik heb me er echt op gestort. Wat helpt is natuurlijk dat ik zelf erg van lezen houd.
In deze week van de alfabetisering schrijf ik dit blog met het dringende advies: LEES VOOR! Je kinderen, je kleinkinderen, je buurkinderen, neefjes, nichtjes: pak een boekje, ga naast ze zitten op de bank en lees voor. Je kunt een kind niet te veel voorlezen. Het is zo belangrijk voor de ontwikkeling van een kind om voorgelezen te worden. Daar komt bij dat voorlezen ook één op één aandacht betekent. Twee vliegen in één klap dus. Onze dochters hebben we bij het naar bed gaan voorgelezen tot ze naar de middelbare school gingen. Best lang dus. En nog vonden ze het jammer dat we er mee stopten. Frea en Harriët schurkten nog innig tevreden tegen ons aan als ik Carlijn voorlas uit het oude, rode sprookjesboek…….

Doe dit nooit, dit is verkeerd!

Eén van de boeken die alle drie de dochters zich nog herinneren is het boek van de Berenstain’s.
Een klein beertje leert fietsen van zijn vader, maar de vader doet alles verkeerd.
Hilarisch om voor te lezen.
Uit dat boek is een quote blijven hangen in ons gezin: “Doe dit nooit, dit is verkeerd, ik hoop dat je hiervan iets hebt geleerd!”
Onder dit blog vind je een afbeelding waar de dames altijd onbedaarlijk om moesten lachen.
“Kijk die koe!”
Dat bedoel ik.
Hilarisch.

Reageren

Pagina 234 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén