De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

24 november: Iets ‘mit Zwiebeln’. (1)

In oktober kreeg ik voor mijn verjaardag van Gerard ‘een Duitse Weihnachtsmarkt’ cadeau.
Hij had ontdekt dat in Oberhausen een hele grote kerstmarkt is (nummer 3 in de top 10 van heel Duitsland), dat wilden we wel eens zien.
We boekten een kamer in het Elaya hotel in het centrum van Oberhausen voor 22 op 23 november.
“Waar zitten jullie dan? Dan boeken wij ook een kamer” en zodoende waren we dit weekend met twee dochters en twee schone zonen in Duitsland.

Die grote Weihnachtsmarkt was langs de Promenade bij het Centro, een enorm winkelcentrum buiten de stad.
“Hoe gaan we daar heen? Is het te lopen?” Google weet antwoord op alle vragen: het was ongeveer een uur lopen.
“Nee, dan gaan we met de bus, we zitten hier vlak bij het hoofdstation”.
Meestal zoek ik dat soort dingen altijd op, maar onze twee dochters liepen al tetterend richting de dichtstbijzijnde bushalte en een half uur later liepen we langs de kraampjes.
En natuurlijk deden we wat we anders ook doen op zo’n markt, alleen nu verdeelden we het over twee dagen!
Op zaterdag genoten we met z’n zessen om een statafel  van zo’n lelijke beker glühwein en vergaapten we ons aan de grootte van het geheel overdekte winkelcentrum én de prachtige, overdadige kerstverlichting.
Eenmaal buiten ontdekten we dat het stroomde van de regen en vluchtten we eerst naar de bushalte en daarna naar ons hotel, waar we bedachten wat we gingen eten.
“Dit lijkt met het type restaurant waar we naar op zoek zijn” appte één van de dochters.
‘Zum Uerige Treff’ heette het.
Niet duur en typisch Duits; ik had Zwiebeln-Schnitzel mit Bratkartoffeln.
Geen sterrenrestaurant, maar man, wat lekker.
“Hoe kom je nou aan dit adres?” vroeg ik na het eten.
“O, gewoon op Google ‘Halbes Hähnchen Oberhausen’ intypen…..
Tuurlijk.

“En wat heerlijk dat we nu niet nog naar huis hoeven te rijden!”
Er strekte zich nog een avond voor ons uit.
We gingen nog kijken op de markt in het oude stadshart van Oberhausen, want daar zou ook een kerstmarkt zijn.
Op weg daarnaar toe kwamen we langs de Herz Jesu-kerk die nog open was, daar moesten we natuurlijk wel even naar binnen.
Daar stuitten we op de tentoonstelling Heilig. Heilig? Heilig!; we namen de tijd om die even te bekijken. Onder het motto ‘Mens, jij bent heilig!’ moedigt de tentoonstelling bezoekers aan na te denken over de vraag wat heiligheid in hun eigen leven betekent – ​​en of ieder van ons niet op zijn eigen manier ‘heilig’ is.  Het was een oproep aan iedere bezoeker om zichzelf als waardevol en uniek te zien. De tentoonstelling biedt ruimte om na te denken over wat er werkelijk toe doet in het leven en wat wij als ‘heilig’ ervaren.
Een fijn, meditatief moment op zo’n kerstmarkt, waarin alles verder alleen maar draait om zoveel mogelijk verkopen in kerstsfeer.

Wat nam ik mee als kerstaandenken aan Oberhausen?
Daarover meer in deel 2 van dit blog dat a.s. dinsdag wordt gepubliceerd.

Reageren

23 november: Over geluk (5) – Open geest

Begin januari schreef ik over onze nieuwe scheurkalender voor 2024.
Daarover schreef ik al een viertal blogs* , waarbij steeds één ‘pijler van geluk’ wordt uitgelicht; vandaag gaat het over ‘een open geest’.
De kernwoorden die bij dit onderwerp horen zijn ‘nieuwe ervaringen opzoeken en bijleren’.

Wanneer je met een open geest in de wereld staat, sta je open voor nieuwe ideeën, ervaringen, theorieën, mensen en levenswijzen. Met een open geest kun je de wereld optimaal ontdekken. Je kunt eenvoudig contacten leggen, nieuwe dingen ontdekken en zo gaandeweg je leven verrijken.
Er kunnen heel wat dingen in de weg staan als je met een open geest de wereld in wilt kijken.
Wat heb je van huis uit aan ideeën meegekregen en hoe ben je gevormd?
Welke overtuigingen en vooroordelen heb je in de loop van je leven ontwikkeld?
Hoe bepalend is voor jou de mening van andere mensen in jouw omgeving?

De zinnen die op onze gelukskalender stonden bij deze pijler waren heel divers.
Eén van de mooisten vond ik die van de Amerikaanse kunstschilder Georgia O’Keeffe: ‘Wat telt is echte interesse. Geluk is tijdelijk. Interesse is blijvend.’

Verder was er een quote van Paul Simon:
‘Als ik denk aan al de onzin die op school moest leren, is het een wonder dat ik nog gewoon kan denken’.
Die kennen we natuurlijk allemaal in de Engelse versie van het lied Kodachrome.
‘When I think back on all the crap I learned in highschool, it ’s a wonder I can think at all’.

Deze uitspraak komt van de Duitse filosoof T. Adorno:
– Voor geluk geldt hetzelfde als voor waarheid. Je hebt het niet, je zit er middenin.

De Britse mode-ontwerper P. Smith zei:
– De grootste uitdaging in het leven is om het kind in jezelf te bewaren en een vrije geest te behouden.

Deze heeft een poosje bij ons het prikbord gehangen:
– Studeer alsof je eeuwig leeft.
Leef alsof je morgen sterft.
Het werd gezegd door de Amerikaanse wetenschapster M. Mitchell die leefde in de 19e eeuw.

De Sloveense dichter A. Grün schreef deze zin op:
– Bloemen zijn langs elke weg te vinden, maar niet iedereen weet er een krans van te vlechten.

Een Amerikaanse futuroloog wijst ons op de noodzaak om te blijven leren:
– De analfabeet van de 21e eeuw is niet wie niet kan lezen of schrijven, maar wie niet kan leren en bijleren.

Deze van de Amerikaanse componiste N. Sleeth vond ik veelzeggend:
– De deuren van het geluk gaan naar buiten open.

Dit is er ook wel eentje om over na te denken; hij komt van de Duitse filosoof Nietzsche:
– Een man die het heel druk heeft, verandert zelden van mening.

Dit blog sluit ik af met een waarheid als een koe van de Britse schrijver S. Johnson.
Dit zei hij al in de 18e eeuw:
– Als je alles wilt veranderen behalve je eigen positie, zul je nooit geluk vinden.

* Hierbij een link naar het eerste blog in deze serie, vandaar uit kun je linken naar de eerdere delen die al gepubliceerd zijn.

Reageren

22 november: Boekwinkel voor gebroken harten

Op vakantie in Italië las ik het boek van Robert Hillman: ‘De boekwinkel voor gebroken harten.’

Op de zijkant van dit bibliotheekboek stond het pictogram dat bij ‘Geschiedenis’ hoort, maar er hadden wel 2 tekentjes bij op kunnen staan : een hartje voor een roman een tank voor een oorlogsboek.

Het speelt zich af in de jaren 60 Australië waar Tom Hope woont: een sterke,  grote,  vriendelijke boer van begin 30 die per ongeluk met de wispelturige  Trudy is getrouwd.  Trudy verlaat hem, maar komt toch weer terug als ze zwanger is van iemand anders. Het jongetje, Peter, wordt geboren en Tom is als een vader voor het kind. Maar Trudy verlaat hem weer en ze neemt haar zoontje met zich mee.
Tom is een gebroken man. Niet om het vertrek van zijn vrouw, maar om het gemis van de jongen.

En dan arriveert Hannah Babel in het dorp: een kleurrijke vrouw die als een wervelwind het leven van Tom binnenstormt omdat ze een boekwinkel wil beginnen.  Tom helpt haar met zagen en timmeren en al snel zijn die twee als een blok voor elkaar gevallen. Het dorp vindt er wel wat van, want Hannah is minstens 10 jaar ouder dan Tom en Jodin, maar eigenlijk zijn ze ook wel blij dat ze ‘hun’ Tom weer zo gelukkig zien.

Maar ook Hannah’s hart is gebroken. Haar eerste man Leon is overleden in Auschwitz en de tweede, Stephan, kwam om bij de Hongaarse opstand in 1956. Maar het grootste verdriet in haar leven is het overlijden van haar zoontje dat Auschwitz ook niet overleefd heeft. In flashback lees je over hoe het leven van de Hongaarse Hannah tot dan toe is verlopen: de treinreis naar het concentratiekamp, de gruwelijke omstandigheden daar, de vreselijke toestanden na de oorlog, het overleven van de bittere armoede en tenslotte het vluchten uit Hongarije na de opstand.
“Nooit meer kinderen in mijn leven” Dat is wat ze tegen Tom zegt als ze trouwen en Tom accepteert dat.

De boekwinkel wordt geopend: Hannah Boekhandel.
Dat die nog een tweede naam heeft weet verder niemand; in het Hebreeuws staat op de deur ‘de boekwinkel voor gebroken harten’.

En dan komt Peter terug in Toms leven.
En als gevolg daarvan gaat Hannah weg.
Wat een verdriet.
Hannah is kwaad op God en vecht in haar eentje de innerlijke strijd uit.
Tom is zielsgelukkig dat Peter er weer is, maar ook diepongelukkig omdat Hannah hem heeft verlaten.

Auteur Robert Hillman beschrijft het allemaal op een Maeve Binchy-achtige manier: meeslepend met af en toe een traan, maar ook zeker een lach!
Ik was danig onder de indruk van dit boek.
Wat een impact heeft wat wij ‘geschiedenis’ noemen gehad op de levens van mensen.
En ik realiseer me daarbij terdege dat mijn generatie de eerste is die is opgegroeid in een tijdperk van relatieve rust in de Europese geschiedenis.
Daar zouden we wel wat meer bij stil mogen staan.

Reageren

21 november: Geschiedenis om de hoek

Twee weken geleden reed ik ’s morgens rond acht uur naar mijn werk.
Toen ik Roden uit reed zag ik links van me groot materieel bezig op het weiland bij Maatlanden-De Zulthe.
“O, daar gaan ze natuurlijk bouwen’ wist ik van de krantenberichten uit de regionale pers; er worden daar 100 woningen gebouwd.
Toen vroeg ik me ook gelijk af: zouden ze daar ook archeologisch onderzoek doen?
Wat ik weet van oude kaarten is dat daar kleine gehuchtjes lagen met namen als ‘Vogelzang’ en ‘De Zulthe’: een paar boerderijen omgeven door akkertjes en essen.
Er staan daar nu nog twee grote herenboerderijen met die namen er op.

Vorige week verscheen het volgende bericht op RTV-Drenthe:
Archeologen hebben drie middeleeuwse waterputten gevonden in Roden.
Het gaat om twee houten en één van steen.
Tijdens opgravingen zijn verschillende sporen ontdekt die wijzen op een oude boerderij.
De eerste waterput ontdekten archeologen tijdens verkennende opgravingen bij Maatlanden-De Zulthe.
Daar staat de bouw van honderd woningen op de planning en daarvoor werd eerst onderzoek gedaan.
Het hout van de waterput is bewaard gebleven, omdat het onder het grondwater staat.
Wil je het hele bericht lezen?
Hierbij een link.
Je vindt op die pagina ook een video van anderhalve minuut met beelden van wat ze daar hebben gevonden en op het laatst een mooi beeld van drie blootgelegde stukken grond, gemaakt met een drone.
De laatste zin is:
Hoe oud de vondsten exact zijn, is nog niet bekend. Om meer te weten over de leeftijd en het gebruik van de waterputten, worden ze verder onderzocht. Dit heeft geen invloed op de bouwplannen.

Mooi man; ik geniet van zulke berichten.
We wonen in een deel van Nederland waar 3000 jaar voor Christus al mensen woonden.
Stiekem hoop ik op een kleine tentoonstelling van wat er is gevonden als alles onderzocht en gedateerd is.
Gewoon in de Mensinge.
Of in de zomer bij ons in de Catharinakerk!
Waar of bij wie zou ik hierover een balletje op kunnen gooien?

Reageren

20 november: Klaas.

Hij kwam wel eens voorbij in een blog over onze cantorij als het ging over de achterste rij; Klaas was de bas rechts naast mij .
De laatste keer dat ik naast hem zat vertelde hij over een vervelend plekje aan zijn neus, waar hij aan geholpen moest worden.
Maar daar is het nooit van gekomen, want de artsen hadden bij de onderzoeken naar dat plekje ontdekt dat hij leed aan agressieve vorm van nierkanker.
Drie weken geleden was dat.
Het ging heel hard; vorige week is hij overleden.

Vanmorgen werkten we als cantorij mee aan de afscheidsdienst van Klaas.
Zonder die mooie, diepe bas naast me op de achterste rij.
Centraal in de dienst stond de tekst uit 1 Korintiërs 13: ‘Zo blijven dan geloof, hoop en liefde. De grote drie, maar de meeste van die is de liefde’.
Zijn zoon Harmen vertelde over de laatste dagen die ze zo intens beleefd hadden met hun vader.
Toen Klaas (in het kader van een test) werd gevraagd naar de datum, was hij er van overtuigd dat het de 16e november was, maar het was de 6e.
Maar de 16e was voor hem DE datum, want dan was het herfstconcert van Woudklank, het andere koor waar hij in zong en hij vond het ontzettend jammer dat hij daar niet meer aan mee kon doen.
Verder hoorden we over zijn diepe liefde voor zijn vrouw Ria, die in 2015 is overleden.
De orde van dienst van vanmorgen vertoonde grote overlap met de teksten en liederen die opgenomen waren in afscheidsdienst van Ria destijds.
Met name het lied 416 ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’, dat toen ook was gezongen, betekende veel voor Klaas.
En zingen was een grote steun voor hem, maar bij dat lied schoot hij altijd vol.
“Ik heb daar een trucje voor” had hij tegen zijn schoondochter gezegd “de eerste zinnen sla ik altijd over, daarna gaat het vaak wel weer.”

Het was hartverwarmend om te horen hoe aan hem werd teruggedacht.
“Positief, behulpzaam en bescheiden” zei Harmen daarover. “En vergeet niet het advies dat hij ons altijd gaf: blijf in beweging!”
Schoondochter Marieke benadrukte zijn zachte karakter. “Hij verstond de kunst van het liefhebben. Geven en ontvangen, het was voor hem heel normaal. Daar zouden mensen een voorbeeld aan kunnen nemen.”

Wij gaan deze zachtaardige Drent op de achterste rij ontzettend missen.
Zijn mooie, donkere stem, maar ook zijn innemende persoonlijkheid.
Het laatste lied was vanmorgen bovengenoemd lied ‘Ga met God en hij zal met je zijn’, waarmee we hem als cantorij vierstemmig uitgeleide deden.
Vorige week dinsdag kwam ‘mijn’ Gerard als nieuw koorlid als bas ons koor versterken.
Hij stond vanmorgen op de plaats van Klaas naast mij op de achterste rij.
Al meer dan veertig jaar zing ik naar tevredenheid samen met hem, maar vanmorgen had ik liever gehad dat Klaas daar nog gewoon stond.

Reageren

19 november: Baat bij muziek.

Op 31 oktober j.l. schreef ik over de avond ‘Baat bij muziek‘ die Gerard en ik hadden georganiseerd voor onze PKN-gemeente.
Aan het eind van het blog over die avond schreef ik:

Over de inhoud van de avond zal ik op dit blog nog niet veel vertellen: zondagavond 17 november om 19.00 uur is de Vesper waarin sommige liederen en verhalen worden voorgelezen en gezongen. Je bent die avond van harte welkom om in die viering met ons mee te doen/luisteren.

Na de 30e oktober stuurde ik een mail naar alle namen in mijn ‘Af&Toe-koor’-kaartenbak en aan alle Carol-zangers:  “We gaan een vesper organiseren met het thema ‘Baat bij muziek’. Wie van jullie wil er met ons meezingen?
Na 4 dagen had ik 14 zangers.
De donderdagavonden 7 en 14 november zouden we een uurtje repeteren.
Zouden.
Maar dinsdag de 5e raakte Henri vermist en woensdag de 6e zagen Gerard en ik het niet meer zitten om de kar te trekken voor het ‘Af&Toe-koor’ en lichtten iedereen in: wij moeten ons terugtrekken.
De 14 zangers besloten daarna dat ze als koor tóch zouden meewerken aan de vesper; voor ons een hartverwarmend hart onder de riem.

Zondagavond zaten Gerard en ik in de vesper ‘Baat bij muziek’.
Het ‘Af&Toe-koor’ zou ook het lied van Daniël Lohues bij het thema zingen. In de wandelgangen hoorde ik dat  dat waarschijnlijk niet doorging.
Drents. Moeilijke akkoorden. Hoe dan.
Tot onze stomme verbazing zongen ze het toch: met onze nieuwe Koreaanse organist Chang Jong Lee op piano.
Verder zongen we o.a. een lied van Elly & Rikkert, we hoorden ‘Witter dan sneeuw‘ van The Psalm Project, liederen van Huub Oosterhuis, ‘O, for the wings of a dove’ van Mendelssohn, ‘Spiet is veur altied’ van Daniël Lohues. Daarbij hoorden we de verhalen van mensen die ons vertelden waarom dit lied hen in hun ziel raakt.
Een grote diversiteit aan liederen en verhalen; het was een mooie ingetogen vesper.

Wat wij met de avond op 30 oktober en deze vesper naar voren wilden laten komen, is dat je baat kunt hebben bij muziek.
Dat muziek je troost.
Of dat je er van opknapt.
Dat het je even weer dichter bij iemand brengt die je zo mist.
De vesper voelde voor ons als balsem voor de ziel; daar hebben wij echt baat bij gehad.

Na afloop heb ik het dappere koor en Chang Jong bedankt voor hun medewerking aan deze voor ons zo belangrijke avond.
Fijn dat het toch door kon gaan!
De iene hef baat bij een borrel of twee, de ander hef baat bij mooi weer…..maor w’hebben allemaol baat bij muziek!

Je kunt deze viering terugluisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk: zondag 17 november om 19.00 uur.

Reageren

18 november: Een Sinterklaasliedje.

Gistermorgen bezochten we de kerkdienst in Roderwolde.
In het kleine dorpskerkje hoorden we bijbelgedeeltes over Job en over een gesprek van Jezus met de sadduceeën.
Wat neem je mee uit een kerkdienst? Deze keer was het het laatste deel van de preek.
Dominee Sybrand van Dijk vroeg aan het eind van zijn overdenking: “Sinterklaas is weer in het land! Hebben jullie gisteren de beelden van de intocht gezien? Wat een blijdschap straalde die feestelijke optocht uit; het spatte van het scherm!”
Zeg dat wel.
Wij keken zaterdagavond laat nog even het 8-uur journaal terug en tussen alle moeilijke en nare berichten in was daar ineens een kinderfeest met vrolijke gezichtjes en gelach. Pieten op een fiets en een burgemeester op een motor. En het verblijdende bericht: “Jullie mogen vanavond allemaal je schoen zetten!”

Het ontroerde me, dit kleine, haast lichtgevende journaal-item in de problemenzee van onze grote-mensen-wereld en dat werd op zondagmorgen door de predikant onder woorden gebracht. Hij vertelde daarbij een legende over Sinterklaas. Het ging over een verarmde edelman die drie dochters had. Die dochters zouden verkocht moeten worden (zo ging dat in die derde eeuw na Christus). Bisschop Nicolaas zorgde voor een andere uitweg: hij gooide gouden munten door het raam om de meisjes van hun armoede te verlossen. Uit dit verhaal is waarschijnlijk de traditie van het strooien met pepernoten en suikergoed ontstaan.
Daarna zongen we een lied dat ik nog nooit had gezongen en waarvan ik niet wist dat het in ons liedboek stond.
“Het is het enige Sinterklaaslied dat we in de kerk zingen” zei Sybrand daarover.
Boven dit lied 745 staat: ‘Nicolaos, pleit voor ons.’
Het wordt gezongen op de oude, Engelse melodie Blaenwern.

Uit de schemer van de tijden doemt een oergestalte op,
met legenden, staf en mijter, beeld van het erbarmen Gods.
Nicolaos, zegevieren zal het recht voor heel het volk,
sta ons bij nu wij hier bidden, wees van onze woorden tolk.

Op de website van de Ontmoetingskerk in Lelystad vond ik een brief die aan gemeenteleden uit 2023 die was gestuurd door een ouderenpastor, die dit ‘Sinterklaaslied’ beschrijft en daarbij uitleg geeft.
Voor wie meer wil weten over die lied: hierbij een link naar het PDF dat ik heb gedownload  : 2024.11.17 sint-nicolaas

Sinterklaas, door Toon Hermans aangeduid als ‘schijn-heilige’ gaf met zijn feestelijke intocht een beetje kleur aan het weekend en gaf met een legende én een lied over hem inhoud aan de viering in Roderwolde.
Je hoeft je niet neer te leggen bij ‘zo zijn de regels nu eenmaal’, maar je kunt op je eigen manier toch proberen andere oplossingen te vinden.
De katholieke heiligen Nicolaas en Maarten (die we afgelopen maandag herdachten) gaven eeuwen geleden al het goede voorbeeld; je kunt altijd zelf iets doen op jouw stukje wereld.

Reageren

17 november: Een man een man….

Afbeelding: Theater Tamboer Hoogeveen

Als je de woorden in de titel leest zul je daar als Nederlander gelijk “…. een woord, een woord” achteraan denken. *
En woorden waren er veel in de theatervoorstelling ‘Een man een man’, die we afgelopen vrijdagavond in Hoogeveen bezochten.
Gerard las aan het eind van de zomer de aankondiging voor dit stuk en hij legde onze vriendengroep voor om er met z’n achten heen te gaan; zodoende stonden wij vrijdagavond even voor acht uur met z’n achten in de foyer van ‘de Tamboer’ een kop koffie te drinken.

De hoofdrollen zijn weggelegd voor Peter Heerschop (Burghart)  en Peter Blok (Van Wees) die twee oude vrienden spelen die een avond met z’n tweeën uit eten gaan.
Het stuk begint als  Burghart terugkomt van een wc-bezoek en niet meer weet waar het gesprek daarvoor over ging.
Je komt er al snel achter dat Van Wees in het bedrijf waar ze allebei werken promotie heeft gemaakt. Oude vrienden dus, die hilarische herinneringen ophalen aan gezamenlijke vakanties, maar ook collega’s en in die rol niet meer gelijkwaardig.
Van Wees is een hoogst irritante betweter waar je met kromme tenen naar zit te kijken en luisteren.
Hij schoffeert de serveerster (Jennifer Welts), zit semi-interessant te doen over de wijn en straalt uit ‘de-man-van-de-wereld’ te zijn.
Burghart kan duidelijk niet tegen hem op; hij laat zich piepelen en afzeiken.
Soms zit Van Wees ontzettend uit zijn nek te kletsen, maar Burghart kan daar niet tegenin gaan omdat hij zijn werk niet wil kwijtraken.
Zijn wat sullige houding en zijn mimiek deden mij een beetje denken aan Stan Laurel.
De mannen hebben het er steeds maar over dat ze oude vrienden zijn en dat ze aan een half woord genoeg hebben, maar ze staan steeds lijnrecht tegenover elkaar en begrijpen elkaar juist helemaal niet.

Hoe langer de voorstelling duurt, hoe ongemakkelijker het wordt.
Burghart begrijpt Van Wees constant verkeerd en zegt dan ‘’Oooh, dus dat bedoel je…’’
De frustratie over de miscommunicatie stroomde echt van het toneel af en kwamen goed binnen: we zaten vrij vooraan op rij 2.

Na afloop konden we met onze vriendengroep nog even napraten over wat we gezien hadden.
En hoe irritant die Van Wees was! En dat die Burghart het allemaal maar liet gebeuren!
Maar de voorstelling liet ons ook nadenken over hoe wij zelf met anderen praten.
Wat zeggen we en wat menen we?
En luisteren we echt naar een ander, of is een gesprek wachten op het moment waarop je zelf weer iets mag zeggen?
Hou jij zelf rekening met ongelijkwaardigheid als het gaat om collega’s of andere gespreksgenoten?
Een gesprek is niet alleen zenden en ontvangen, maar ook begrijpen en verbinden.
Vrijdagavond zagen we hoe het niet moest; maar we hebben er wel heel hard om gelachen!

* Dit gezegde, een man een man, een woord een woord, betekent dat als je iets hebt beloofd, je je daar ook aan moet houden.
Als onze woorden soms of  vaak onbetrouwbaar zijn gebleken, kan het zijn dat mensen ons niet meer op ons woord geloven.

Reageren

16 november: Groter dan ons hart.

Gistermiddag namen we afscheid van Gerards broer Henri.
In de dankdienst voor zijn leven lazen we over Petrus, de discipel van Jezus die heel dicht bij hem stond, maar toen hij gevangen was genomen drie keer glashard beweerde hem niet te kennen.
De dominee las voor uit Johannes, het gedeelte waarin Jezus tot drie keer toe aan Petrus vraagt: “Hebt gij mij waarlijk lief?”

Er was groot verdriet, groot gemis en heel veel vragen.
Het werd allemaal benoemd, evenals de afschuw, de teleurstelling en het onbegrip.
We zongen bekende geloofsliederen die Henri graag zong en er werden herinneringen opgehaald aan zijn leven.
Hij kwam er uit naar voren zoals we hem allemaal kenden: sterk, kalm, bedachtzaam en vastberaden.

Zijn gezin blijft verdrietig en verslagen achter, omdat hun rots in de branding geen andere uitweg meer zag.
Daar zijn geen woorden voor.
Het is ook niet aan ons om daarover te oordelen.
De voorganger sloot zijn overdenking af met het beeld dat wordt opgeroepen bij Petrus: hoe je het als mens ook hebt verprutst, Gods hart is altijd groter dan ons hart.

Reageren

15 november: Toscane – 11. ‘Op fietse’ naar Lucca.

Hoe komt een stad aan zijn naam? Zo’n vraag vind ik altijd interessant. De naam van de stad Lucca bijvoorbeeld is heel gemakkelijk te verklaren, omdat het Etruskische woord ‘luk’ ‘moeras betekent; de Etruskische nederzetting lag dus in het moeras. Daar is nu helemaal niks meer van te zien. Lucca is een rijke stad die nog volledig ommuurd is, maar niet zoals het stadje Monte Riggione, dat een soort openluchtmuseum is.  De oude stadsmuur is al lang geen verdedigingswerk meer en maakt gewoon deel uit van de moderne stad: je kunt er overheen wandelen en fietsen en je kunt met je auto onder de vele poorten in de stadsmuur door.
Wij vonden Lucca de mooiste stad die wij op onze reis door Italië bezochten.

Een fietspad!!!!

We hadden ook wel een beetje geluk.
Het was die dag heel mooi weer en we gingen er op de fiets naar toe.
Niet vanuit ons logeeradres, maar vanuit Vechiano, een plaatsje ten noorden van Pisa. Dan was het nog zo’n 15 kilometer naar Lucca en dat vonden we ver genoeg. Wat een sensatie mensen, dat fietsen daar. Je fietst gewoon op de autoweg; we fietsten langs de rivier de Serchio, die door Lucca naar de Ligurische zee stroomt. Voor Lucca ontdekten we ineens een fietspad aan de andere kant van de autoweg: maar dat was fijn! Wat zijn we in Nederland dan verwend.

—-vlooienmarktdag…..

Het was die dag kennelijk ‘grote-vlooienmarkt-dag’, want de stad stond vol met kraampjes met 2e hands spullen.
We keken onze ogen uit!
We wandelden van plein naar plein, liepen een stukje over de stadsmuur, bekeken de prachtige dom van binnen en zochten het  Piazza dell’Anfiteatro. Vroeger stond op deze plek een Romeins amfitheater, maar net als bij dat moeras: niks meer van te zien. Tenminste: niet meer van het theater, maar de oorspronkelijke doorgangen

Piazza dell’Anfiteatro

naar ‘de arena’ zijn wel behouden, waardoor je nog steeds kunt zien door welke poorten de gladiatoren het strijdtoneel betraden. Nu waren er langs het plein winkeltjes en terrasjes, waar we even neerstreken.
In de WC bij het handen wassen kwam ik aan de praat met een jongeman.
Een Amerikaanse toerist die aan het tafeltje achter ons zat en die mij had horen praten.
“It sounds so familiar. Do you come from the north of the Netherlands?”
Nou ja zeg.
Zit je in Italië op het terras, word je herkend aan je streektaal!
Hij had in Groningen gestudeerd, had daar vier jaar gewoond en kon zelfs nog een paar woorden Nederlands.

We smulden van een pizza aan het Piazza Grande, dat is aangelegd in opdracht van Napoleons zus Elisa Bonaparte.
Toen moesten we nog weer terug op de fiets, maar ook dat was beslist geen straf, want we fietsen door werkelijk prachtig gebied.
Het duurde even voordat we onze auto weer vonden in Vechiano.
Toen we ’s morgens wegfietsten dachten we dat we het zo weer zouden vinden.
Hij stond toch hier? Nee? Daar dan?
Niet lachen.
We zijn geen 30 meer…..

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1  onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

Reageren

Pagina 41 van 398

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén