Op het moment dat ik dit zit te schrijven is het zaterdagmorgen.
We zitten aan de koffie met één dochter en twee schoonzonen die zijn blijven slapen, de rest ging gisteravond laat nog naar huis.
Gisteravond rond een uur of zes zat de hele club bij ons om de keukentafel; ik had gezorgd voor champignonsoep, stokbrood en ragoutbroodjes. Ondertussen moesten we weten hoe het met iedereen was en werd er gediscussieerd over de vraag of Matthijs van Nieuwkerk wel of niet weer op de televisie moest.
Sinterklaas had gezorgd voor twee jutezakken vol cadeautjes; drie en een half uur waren we bezig om alles uit te pakken en de gedichten voor te lezen.
Er waren suikerbeesten, chocolademunten, pepernoten en Harriët had gezorgd voor een pepernoten-monchoutaart.
Frea had Gerard als PERSOON en hij kreeg allemaal ‘cadeau-series’: Voor Gerard pakje 1, wachten op pakje 2 en 3, Voor Gerard pakje X, wachten op Y en Z. Het duurde heel lang voor hij zijn eerste cadeautjes mocht uitpakken.
Harriët kreeg een lange serie: Pakje 3 van 11! Gelukkig kwam de helft van die pakjes in een lange sliert, maar toen we beide zakken leeg
hadden miste ze nog één pakje. Iedereen ging zoeken: naast de bank, tussen de kussens, onder bank…. het leverde deze foto rechts op.
Deze week kreeg ik al een apje van Carlijn: wil jij alvast voor het cadeau van mijn PERSOON de frituurpan op het aanrecht zetten?
Tuurlijk.
Maar dan ben je natuurlijk wel benieuwd wat voor verhaal daar dan bij hoort.
Het bleek te gaan over Jon.
Die had volgens Sinterklaas het laatste stadium van het Nederlanderschap bereikt: hij had na een avondje stappen een ‘Koning eierbal’ besteld in de stad.
Carlijn had met de snackbareigenaar, (zie: Cafétaria Koning) die die eierballen zelf maakt, gevraagd of zij een paar ongefrituurde ballen mee mocht voor ons Sinterklaasfeest en dat mocht: hij verkocht ze per 10. “Maar ze zijn niet langer dan een dag houdbaar” had hij er bij gezegd.
Jon kreeg een prachtig gedicht over ‘dat hij er nu echt bij hoorde’: een Engelsman die als snack een Groninger ‘aaierbaole’ bestelt!
En zo zaten we gisteravond met z’n zevenen 10 eierballen te verorberen. Wim eet nooit ei, dus die kreeg een kroketje.
En verder was het als vanouds.
Deze keer waren er zelfs twee gezongen gedichten, waarbij wij bij één met elkaar ‘domdiedeldiedeldiedeldomdiedelaai’ moesten meezingen.
In ons Disney-gezin weet iedereen dat dat dat liedje is uit Mary Poppins ‘Supercalifragilisticexpialedocious’.
Harriët zong een hilarisch lied over haar leven met een onverstaanbare Twent.
‘a’jomgeementgelniegaatdavijaheelwabei’.
?
Niemand begreep het.
Cees ook niet…..
Wim zat de halve avond met een gouden kroontje op zijn hoofd en op woning rijmt natuurlijk Groning.
Carlijn ontdekte dat het ceintuur van haar jurk gebruikt was voor een cadeau voor Cees en Gerard en ik kregen de prijs voor het groenste huis van Roden. Vooral nadat de winterschilder-zonder-winter geweest was ;).
Vanmorgen bij de koffie uit de bovenste alina hadden we allemaal nog dat liedje in ons hoofd.
domdiedeldiedeldiedeldomdiedelaaj…….
Als puber vond ik het al een vreselijk oubollig lied. Het kwam vaak voorbij op verjaardagen als de koffie werd ingeschonken en op de grote bruiloften van mijn neven en nichten in die tijd was het steevast het lied waarmee het feest werd afgesloten: koffie met een broodje, opzouten. Geen idee?
Hun zoon vertelde gistermiddag dat Ger op hun trouwdag zijn vrouw altijd rode rozen gaf, één roos voor ieder huwelijksjaar.

uitzoeken, controleren en aanvullen voor de Roder Boekenmarkt. Ze vertelde over de enorme groep vrijwilligers die allemaal een klein stukje werk op zich nemen, waardoor het een activiteit wordt die niet alleen energie kost, maar ook heel veel oplevert aan contacten én voldoening.
Toen mijn vader overleed in 2008 realiseerde ik mij dat ik 47 jaar het Sinterklaasfeest met mijn ouders had gevierd. Een schat aan goede herinneringen bewaren we aan deze avonden. Toen de kinderen klein waren deden wij als volwassenen al aan ‘fop-cadeautjes’. Aan die speciale pakjes voor mijn ouders werkten we gewoon waar de kinderen bij waren; we bedachten samen met hen wat voor foppakje we opa en oma gingen geven, waarom dat was en waarmee we hen in het bijbehorende gedicht gingen plagen.

Gistermiddag om 17.10 uur was de aflevering van 






Gistermorgen stond ik bij ‘Het Goed’ in Roden te rommelen in dozen met kerstballen.
Maar dat bezit was maar van korte duur.