Na het overlijden van mijn moeder nam ik de hele verzameling fotoalbums van mijn ouders mee.  In 2020 tijdens de coronapandemie zocht ik alles uit,  maakte van de hele berg foto’s en albums twee nieuwe albums (zie Klus geklaard) en gooide alle overige zooi weg. Alles,  behalve 3 zwart wit foto’s en een campingbetaalbewijs uit juli 1966. Dat jaar waren mijn ouders met mij (5 jaar)  met hun tent op vakantie bij Visbek en maakten foto’s van de Visbeker Braut en Brautigam, twee hunebedden in de buurt van  Oldenburg.  “Daar wil ik nog graag eens heen op vakantie” zei ik destijds tegen Gerard en deed de foto’s in het mapje ‘Dagje uit?’

Tijdens onze vakantie in Noord Duitsland maakten we er een dagje uit van. Fietsen op de auto,  op naar Visbek.
Wat was het weer een gezoek: net als op Gotland en Rügen waren de prehistorische grafmonumenten heel lastig te bereiken.  Maar als je er dan ook bent…….. adembenemend.

Hunebedden hebben in Nederland nummers,  in Duitsland dragen ze de naam van de sage/legende die de bevolking er omheen vertelde in de 17e en 18e eeuw.

juli 1966

We vonden eerst de zogenaamde Heidenopfertisch en even later stonden Gerard en ik bij de Brautigam. We vroegen ons af:  “Waar zou deze foto waar pa op staat genomen zijn?” De ene steen was niet hoog genoeg, de andere stond de verkeerde kant op en ook ten opzichte van elkaar klopten de stenen niet. Eén foto konden we thuis brengen, de andere twee niet. We vervolgden onze zoektocht, nu naar de Braut. Toen we dat hunebed hadden gevonden zagen we het direct: hier was het.

augustus 2022

56 jaar later maakte Gerard op precies dezelfde plek een foto van mij. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Hunebedden hebben voor mij altijd al een bijzondere betekenis (zie Eine Heilige Statte); de sfeer rondom dit hunebed, waar we overheen en langs liepen en in de middagzon op een bankje zaten, zal ik nooit weer vergeten. Ik kwam er bijna niet toe om weer op de fiets te stappen; het  was alsof iets me daar vasthield.

Gerard heeft op zo’n dag engelengeduld.  Gaat dapper met mij op zoek naar weer een ander hunebed,  maakt foto’s en laat mij mijn gang gaan. Heeft zijn blikje drinken al lang op als ik eindelijk met de verzuchting “och, wat mooi weer… ” naast hem op het bankje ga zitten.  Als hij dan uiteindelijk op de fiets stapt moet ik mee; dan weet ik: het heeft lang genoeg geduurd.

Heilige Statten.
Heilige plaatsen.
Ben ik anders altijd Nederlands nuchter,  bij zo’n hunebed “is iets”.
Bij deze was nog een heel klein stukje Pa.