In het blog ‘Rouw in fases‘ over het verlies van tante Trijn schreef ik: ‘In diezelfde week kreeg ik een app van één van haar schoondochters: “Zijn er nog dingen met emotionele waarde die je graag zou willen hebben?”
Er waren inderdaad twee dingen die ik graag van haar wilde hebben.
Het eerste was het sieradendoosje van mijn moeder dat tante Trijn had gekregen nadat mijn moeder was overleden; daar had ze mij destijds specifiek om gevraagd.
Dat had mijn moeder al in haar bezit toen ze verkering kreeg met mijn vader in 1950 en tante Trijn had het als kind prachtig gevonden!
Het stond sinds 2017 te pronken op haar dressoir; nu staat het achter een glazen deurtje in de kast in onze woonkamer.

Daar staat ook het andere erfstuk dat ik graag wou: het lepeltjesdoosje dat nog van mijn overgrootmoeder Aaltje Pasveer-Niemeijer is geweest.
Zij was de moeder van mijn oma Aaltje Pasveer-Vrieswijk.
Bij dat lepeldoosje hoort een verhaal en daarom wilde ik het graag hebben.
Toen mijn oma overleed was ze nog maar 62; haar moeder, opoe Pasveer, leefde toen nog.
Toen zij op hoge leeftijd overleed verdeelden haar dochters en zoon de inboedel, maar ze hadden daarbij geen rekening gehouden met de kinderen van de oudste dochter Aaltje.
De zoon, ome Jo, had er toen voor gezorgd dat tante Trijn toch nog een aandenken aan haar grootmoeder kreeg; het lepeltjesdoosje.
Zodoende was ze erg zuinig op dit lepeldoosje met inhoud.

In februari 2018 schreef ik het blog ‘Zonder dak dat ging over het verliezen van je ouders.
Dat dat voelt alsof het dak boven je leven weg is en dat het dan af en toe naar binnen regent. In dat blog schreef ik dat ik over mijn verlies-ervaringen zo fijn met tante Trijn kon praten omdat zij heel dicht bij mijn ouders had gestaan en ze ook miste.
Dat blog sloot ik af met deze woorden: Na het weekend moest ik aan bovengenoemde beeldspraak van Harry Jekkers denken over het dak en de regen.
Mijn tante en ik vormen voor elkaar een soort afdak waar we af en toe onder kunnen schuilen.

Hiernaast zie je de foto die gemaakt is in 1961: de hele familie Vrieswijk voor het huis van opa en oma aan de Herderstraat in Klazienaveen.
Het baby’tje ben ik.
Bij de rouwverwerking om tante Trijn gaat het net zo als bij mijn ouders.
Er zijn veel mooie herinneringen om te koesteren en ze komen nog regelmatig in de verhalen voorbij.
Door het gebruik van de spullen die ik nog van ze heb komen ze soms nog even in mijn gedachten en bij bepaalde muziek zijn er af en toe nog tranen.
Mijn afdak is er niet meer, maar gelukkig hebben we er nog jaren samen onder kunnen schuilen.

In het verleden schreef ik een aantal blogs over dierbare erfstukjes die ik al eerder van haar kreeg.
Hierbij een overzicht:
Oma’s breinaaldendoos uit 2014
Oma’s theepot uit 2015
Oma’s poesiealbum uit 2020
Het vertinde theekannetje uit 2024