Nadat mijn moeder overleed in oktober 2017 waren er geen familiemomenten meer waarop mijn ooms en tantes Boelen en Vrieswijk elkaar zouden treffen.
Jarenlang zagen de twee families elkaar immers  op de verjaardagen van mijn ouders; door de jaren heen werden ze haast een beetje familie van elkaar, maar het groepje werd wel steeds kleiner.
In de jaren zeventig zaten we soms met dertig mensen in de kleine woonkamer aan de Servatiusstraat. Pratend, (soms schreeuwend), rokend en drinkend: in mijn herinnering altijd knoetergezellig. Geen idee?  (zie 16 november 2014).
Maar het leven gaat door en ook deze families werden getroffen door ziekte en overlijden.

Na Ma’s begrafenis zei tante Trijn: “Het zou fijn zijn als ik de familie Boelen nog af en toe zou spreken; we hebben zoveel jaren met elkaar opgetrokken . . ”
In 2018 organiseerden we de eerste ‘eigenlijk-geen-familiedag‘ met tante Lammie (zus van mijn moeder) en oom Albert, oom Henk (broer van mijn moeder) en tante Ann en tante Trijn (zus van mijn vader) en we probeerden om ieder jaar zo’n bijeenkomst te organiseren.
In 2019 overleed oom Henk en aan het eind van 2021 overleden oom Albert en tante Lammie 3 weken na elkaar.
Daarna ontmoetten de twee overgebleven tantes Trijn & Ann en ik elkaar één keer per jaar. De laatste keer was in april vorig jaar.*

In december is tante Trijn ons ook ontvallen.
“Maar ik kom gewoon naar je toe in maart, we hebben al weer zoveel om over bij te praten” zei ik tegen tante Ann toen ik haar na begrafenis van tante Trijn telefonisch sprak.
Gistermorgen was ik rond de klok van tien in Hoogeveen.
En wat kun je iemand dan missen; de stoel waar ze altijd in zat bleef leeg en de hele dag kwam ze af en toe in de gesprekken even voorbij.
Na de koffie genoten we samen van een glas wijn ‘zullen we een ‘zoetje’ doen? Daar hield ze altijd zo van….’, klonken met de blik schuin naar boven ‘op haar’ en haalden herinneringen op aan voorgaande keren.

Wat anders was dan voorgaande keren: we konden gewoon lopend de stad in.
Tante Trijn was erg slecht ter been, maar tante Ann loopt nog als een kievit, dus we konden met de benenwagen naar Grand Café Marron waar ik voor het eerst een ‘Egg Benedict’ kreeg mét gerookte zalm en tante Ann genoot van haar kroketje.
In Hoogeveen is best een groot winkelcentrum, dus wij boemelden met z’n tweeën even door de HEMA, de C&A, een 2e-hands boekenmarkt en zo’n grote drogist met een Duitse naam.
Wat niet anders was als anders: de tijd was omgevlogen en tot mijn schrik was het al bijna vier uur toen we aan de thee zaten.
We beloofden dat we met elkaar in contact blijven; een waardevol familie-lijntje dat we allebei niet kunnen missen.

* daarover schreef ik toen het blog Wat doe je dan de hele dag?
Van daaruit kun je teruglinken naar de blogs uit 2024, 2023 en 2022.