Woensdagmiddag haalde ik Ilse op van huis: we hadden een kantklosmiddag in Hijken bij Dientje.
Schoonzus Hennie haalden we ook op en na wederzijdse kennismaking gingen Hennie en ik over tot de orde van dag: waar waren we gebleven?
Onze kantkloskussens lagen er nog net zo bij als de vorige keer, dus wij pakten het zo weer op.
Ilse had haar spullen ook mee. Zij heeft vroeger veel kant geklost, maar de specifieke kennis was wat weggezakt; Dientje hielp haar weer op weg.
Dientje en Ilse voerden een onbegrijpelijk gesprek, maar zij begrepen elkaar prima, want Ilse ging aan het werk met blauw garen voor het klossen van een sterrenbeeld: Waterman.
Het begint voor mij al mooi te wennen: woensdagmiddag maakte ik het werkje dat Dientje (een kleine slang) voor ons had opgezet af en leerde ik hoe het moest worden afgehecht.
Daarna moest het worden ‘opgestijfd’. Dientje haalde een bus ‘kantversteviger’ op en begon met een kwastje de slang in te smeren.
Toen het droog was mochten de spelden er uit gehaald worden.
“Waar ligt dat dingetje?” vroeg ik.
Dientje noemde het geen dingetje maar een ‘wupper’: een klein tangetje waarmee je de spelden omhoog drukt.
Als je uit het noorden komt snap je die benaming.
En toen was het slangetje klaar.
Mooi!
Dat ik dat nu kan, hè?
En nu ik het kan wil ik het thuis ook graag gaan doen.
Gerard was al voor mij aan het kijken naar materiaal waar je zo’n kussen van kunt maken, maar Dientje had nog eentje liggen: gevuld met paardenhaar, zoals het eigenlijk hoort.
Die had zij ooit gekregen. “Mensen weten dat ik kant klos” vertelde ze “dus als er iemand komt te overlijden die ook kant heeft geklost, dan denken mensen automatisch aan mij…”
‘Missis Kantklos’ in de omgeving van Hijken.
Ze had nog iets anders: oude multo-map met een een sticker er op: ‘Kantklos Cursus’.
Ook ooit gekregen.
Uit het pré-internet tijdperk; Dientje dacht uit de jaren ’70.
Die map mocht ik ook meenemen en ook de 7 paren = 14 klosjes die ik had gebruikt voor het werkje.
In die map staat het kantklossen beschreven vanaf het allereerste begin: paren klosjes opwinden, spelden neer zetten en ‘hoe te beginnen’.
Dus nu kan ik thuis letterlijk ‘aan de slag’.
We hebben een nieuwe datum geprikt: eind juni ontmoeten we elkaar weer in Hijken.
Twee van die slangetjes heb ik nu gemaakt die door een ander waren opgezet, nu ga ik proberen of ik zelf zo’n slangetje kan opzetten en maken. En dan wil ik de buitenkant groen en de binnenkant geel. Maar dan moet ik wel iemand in de buurt hebben die ik vragen kan stellen, dus Ilse en ik gaan een keer samen koffiedrinken en kantklossen.
En….. de ‘Hieker wichter’ komen in het najaar een keer naar Roden!
Meer weten over deze blogserie? Er zijn al twee delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin
Geef een reactie