een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 176 van 301

30 oktober: Een reis door de geschiedenis van het onderwijs.

In Ootmarsum is een schoolmuseum; dat hebben ze met een duur woord Educatorium genoemd, maar het woord schoolmuseum past beter wat je te zien krijgt.
Op de laatste dag van onze korte vakantie in Twente bezochten we dit museum: een feest voor de geest!
Gerard en ik zaten alle zes jaren van de basisschool bij elkaar in de klas.
Meer hierover lezen? Zie ‘Klas van de week >>>  een blog daarover uit 2016.

In het museum maak je een reis door de tijd, waarbij onderwijs steeds het onderwerp is.
Je krijgt te zien hoe het onderwijs bij de monniken ooit begon en hoe het in de loop van de eeuwen veranderde. Voor kinderen uit de laagste sociale laag van de maatschappij en voor meisjes bijvoorbeeld was onderwijs in de 19e eeuw nog niet vanzelfsprekend.

In het museum zijn verschillende aspecten van het onderwijs apart belicht: er is een hele zaal waar alleen maar voorwerpen te zien zijn die met schrijven te maken hebben.
Lei, griffel, inktpotjes, ganzeveer, lettervoorbeelden, schrijfschriften en schrijfstijlen: Gerard en ik stonden bij de vitrines te zoeken naar onze eigen lesmethode-schriftjes en herkenden de bekende lijntjes: een smal gedeelte voor ‘de buik’ van de letters en een groter gedeelte voor de lussen en stelen. We zagen onszelf weer zitten met de tong uit de mond.

Er was een zaal met lesmateriaal van het vak geschiedenis, biologie en aardrijkskunde. Er lagen zelfs oude schoolstempels; dan kreeg je een afbeelding van een land in je schrift gestempeld en daar moest je dan zelf de steden, rivieren en gebergtes in tekenen/kleuren.
Over schoolstempels schreef ik in 2014 een blog met de titel Kleuren en schoolstempels >>>

‘De Noormannen voor Dorestad’

Gerard ontdekte de kleine stempeltjes die je kreeg bij meester de Groot als je heel mooi had geschreven; bij drie stempeltjes mocht je met een gekleurde pen schrijven.
We zagen heel oude en heel nieuwe rekenmethodes en bij ieder schoolvak zag je ook de bijbehorende schoolplaten: een feest van herkenning.
We zagen o.a. ‘Het leven in sloot en plas’ en ‘de Noormannen voor Dorestad’. Er was zelfs een kamertje met voorbeelden van textiele werkvormen: brei-, haak- en borduurwerkjes, genaaide jurkjes, kruikenzakken en merklappen.

Als je altijd bij elkaar in de klas hebt gezeten is het bezoek aan dit museum een groot genoegen.
Als kers op de taart vond ik bij de uitgang wat oud kinderspeelgoed, waaronder een tol met een zweepje. Zou ik dat nog kunnen?
Ja man. Zwait’n dokter.
Ik kreeg zelfs applaus van de twee gastdames.

Meer weten over het schoolmuseum? Hierbij een link >>> naar hun website.

Reageren

28 oktober: Wat zijn Filistijnen?

Vrijdag kreeg ik een aantal felicitatie-apps voor mijn 59e verjaardag.
Als antwoord reageerde ik:  “Vandaag ben ik nog gewoon aan het werk, dit weekend komen de filistijnen over ons: dan vieren we het met familie en gezin.”
Eén vriendin wist niet wie die filistijnen waren…..

Voor mensen die met de bijbel zijn opgevoed zijn de Filistijnen een bekend volk.
Het was één van de vijanden van het volk Israël en met name Simson had veel met hen te maken.
De uitdrukking “De Filistijnen over U!” wordt gebruikt als men overvallen wordt door een rumoerige groep mensen. Dat is een goede omschrijving van onze familie en ons gezin.

Simson was een man Gods; zijn verhaal kun je vinden in het boek Richters in het oude testament. Simson was heel erg sterk en had een zwak voor vrouwen. Eén van die vrouwen, Delila, was een Filistijnse en zij heeft Simson verraden. Hiernaast een afbeelding van hen uit onze kinderbijbel.
Het hele verhaal van Simson en Delila lezen? Klik hier voor dat gedeelte in de basisbijbel >>>

De Filistijnen komen ook nog op een andere manier in onze Nederlandse taal voor om uit te drukken dat iets stuk is. Als je auto na een ongeluk niet meer gerepareerd kan worden dan zeggen we: “Mijn auto is naar de filistijnen”.
De verhalen over de Filistijnen die in de bijbel staan  hebben dat volk een slechte naam bezorgd: ze worden afgeschilderd als een barbaars en moordzuchtig volk. Wie in handen van de Filistijnen viel, bracht het er meestal niet levend van af. Daardoor ontwikkelde  Filistijnen zich tot een soort scheldwoord met de betekenis ‘vernielers’, ‘verachtelijke, moordzuchtige mensen’. Van daaruit ontstond de uitdrukking naar de filistijnen voor iets wat kapot gemaakt of voorgoed bedorven was.

Heel trouwe lezers van mijn blog weten misschien nog dat ik al eens eerder een blog schreef onder de titel ‘Filistijnen’. Daarin vroeg ik aandacht voor het verhaal dat de vader van schoonzus Ali in de streektaal had geschreven over zijn kleinzonen die een nichtje (onze Carlijn) op bezoek kregen. Voor de liefhebbers: hierbij een link naar dat blog met het verhaal van Freerk Wiechers  >>>

Het is inmiddels maandagmorgen en de filistijnen zijn weer weg.
Na bovenstaand verhaal over ‘vernielers en verachtellijke, moordzuchtige mensen’ kan ik je gerust stellen: voor onze filistijnen geldt alleen de omschrijving ‘een groep rumoerige mensen’.
Als die rumoerige mensen dan ook nog gaan sjoelen……

Reageren

27 oktober: De bijbel is geen psychologieboek.

Een overbekend verhaal hoorden we vanmorgen in de Catharina kerk. Jezus vertelt een gelijkenis over twee mensen die in de tempel staan te bidden: een schriftgeleerde en een tollenaar. De eerste staat rechtop, kijkt omhoog en zegt:”God,  ik dank U, dat ik niet zo ben als de andere mensen. Ik vast tweemaal per week en ik geef tienden van alles, wat ik bezit.” De tollenaar daarentegen durft niet eens naar boven te kijken, slaat zich op de borst en zegt: “God, wees mij zondaar genadig.”

Voorganger Marieke Pranger stelde ons aan het begin van de viering al een lastige vraag: op wie van de twee lijk jij? Als de farizeeër hier links zou staan en de tollenaar rechts, waar zou jij dan staan?  De farizeeër komt natuurlijk helemaal niet sympathiek over,  maar door de verschillende bibliodrama-sessies weet ik van mezelf dat ik een behoorlijk stuk schriftgeleerde in mij draag. Confronterend vond ik dat toen ik dat ontdekte.  Maar ik vertegenwoordig ook een stuk tollenaar. Doe domme dingen.  Blijf in gebreke in menselijk contact en kies soms de gemakkelijke/egocentrische weg.

Als antwoord op Marieke’s vraag bedacht ik voor mezelf ‘ergens in het midden’. Dat bleek voor iedereen te gelden.  Niemand is alleen maar farizeeër en niemand  is alleen maar tollenaar.  In haar overdenking zei Marieke dat de bijbel geen psychologieboek is.
Er worden ‘menstypen’ geschetst en tegenover elkaar gezet.
Kaïn en Abel.
Jacob en Ezau.
Maar niemand is alleen maar gemeen of alleen maar haatdragend. Met die verhalen kun je je voordeel doen. Wat kun je over jezelf leren? We hebben allemaal wel eens last van jaloezie bijvoorbeeld. Hoe ga je daar mee om?
Toen we het er tijdens de koffie met z’n tweeën over hadden constateerde Gerard dat het wel lijkt of mensen steeds minder bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken.
Verkeersdeelnemers die vanuit het niets iemand helemaal verrot schelden.
Ongenuanceerde meningen die maar worden uitgetoeterd.
Het is niet verkeerd om af en toe met de ogen van een ander naar jezelf te kijken.
En heb je het weer eens verprutst?  Dan mag je met de scherven naar God, bij hem mag je altijd opnieuw beginnen; dat heet genade.

Vanmorgen zaten Gerard en ik voor het eerst weer samen in de kerk; daar zijn we dankbaar voor,  want we weten dat dat niet vanzelfsprekend is.

Organist Arjan ‘versierde’ de collecte met een vrolijk stuk van Bach en we zongen één van mijn lievelingsliederen: lied 1001.
De wijze woorden en het groot vertoon,
die goede sier van goede werken,
de ijdelheden op hun pauwentroon,
de luchtkastelen van de sterken:
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven;
Hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken

Zo maar een kerkdienst.
Wat een mooi begin van een nieuwe week.

Reageren

26 oktober: Wat is een Streichelzoo?

“Wat zullen we gaan doen als Cor komt logeren?” vroegen Gerard en ik ons af.
Het was deze week herfstvakantie en voor het uitje met de zoon van mijn broer (15 inmiddels) kozen we voor Tierpark Nordhorn.
We hadden verschillende mensen gevraagd of dat enigszins de moeite waard was alle reacties waren: “Leuke dierentuin, mooi park!”

Rond 13.00 uur zetten we onze auto op de  parkeerplaats en wandelden het park in; het voldeed ruimschoots aan de verwachtingen.
We zagen heel veel diersoorten en het park was zo ingericht dat je zo’n ‘diereneiland’ van verschillende kanten kon bekijken.
Zo kon het gebeuren dat ik zo maar oog in oog stond met een prairiehondje dat net zo nieuwsgierig was naar mij als ik naar hem.

Lama’s, uilen, raven, stokstaartjes, zeehonden, van alles hebben we gezien,
Het meest was ik onder de indruk van de gieren. Met z’n vijven zaten ze doodstil  in een boom te koekeloeren; sinistere blik, griezelige uitstraling.
Minutenlang hebben we er net zo doodstil bij staan kijken.
We hadden geluk: één keer vloog zo’n gier naar een andere boom en konden we zijn enorme vleugels bekijken.

…met z’n vijven…

Het is een Duits park, maar het ligt vlak over de grens bij Oldenzaal, dus er komen ook veel Nederlanders op af. Zo veel, dat alles wat aan tekst wordt aangeboden in het Duits én in het Nederlands is. In Noord-Nederland was het herfstvakantie, dus het was gezellig druk.
Midden in de dierentuin bevindt zich de Streichelzoo.
Dat is een Duits woord voor kinderboerderij. Letterlijk betekent het ‘aai-dierentuin’.
Zet mij op een bankje tussen de kinderen met papa’s, mama’s en grootouders en ik vermaak me kostelijk.
De kleine biggetjes bleven onverstoord in de grond wroeten, terwijl kindjes die soms net zelf konden staan voorzichtig zo’n varkentje probeerden aan te raken.
Er was een meisje dat eigenlijk een beetje bang was en heel dapper samen met mama “AAI AAI” riep.
Eén humpie trok z’n handje direct weer terug en zei met opgetrokken wenkbrauwtjes tegen opa “Isse niet zacht….?!”

Later in een klein informatiecentrum zat een gele varaan/hagedis op een tak naar ons te staren. Een kindje van een jaar of vijf staarde gebiologeerd terug.
Hij bleef kijken en riep: “Papa kijk! Een hele lange gele kikker!”

Maar dat was een leuke dag!
We eindigden bij Landgasthof Hans in Emlichheim.
Zo’n dorpsrestaurant dat geen website heeft.
Schnitzel mit Pilzen, Speck und Zwiebeln.
Wat kunt die Duutsers dat toch!

Ook eens naar het buitenland voor een bezoek aan de dierentuin?
Hierbij een link naar hun website: Tierpark Nordhorn >>>

Reageren

25 oktober: Geboorteplaats.

59 jaar geleden werd ik geboren in Oldenzaal.
Dat is bijzonder voor iemand die pretendeert een ‘echte’ Drent te zijn.
Mijn ouders woonden toen ze verkering kregen allebei in Oldenzaal.
In de eerste twee jaren van hun huwelijk woonden ze daar op een flatje en toen ik bijna twee was gingen ze verhuizen naar Hoogersmilde.

Toen wij in 2001 met ons gezin op vakantie waren in Latrop (bij Denekamp) kwamen mijn ouders ook een dag op bezoek en ik vroeg ze of ze met mij naar Oldenzaal wilden gaan om te laten zien waar ik geboren ben.
Daar zat ik op de achterbank, mijn ouders samen voorin.
“Kiek, ie kunt de Plechelmus al van ver of zien!”
Huh? De Plechelmus bleek een kerk te zijn.
Hiernaast zie je de heilige Plechelmus waar de kerk naar genoemd is. Meer over hem weten? Hierbij een link naar een artikel over hem op Wikipedia >>>.
We reden langs het ziekenhuis waar ik lag toen ik anderhalf was, we bezochten de straat waar mijn ouders woonden, we reden langs de kerk waar ze toen naar toe gingen en mijn ouders vergaten dat ik achterin zat. Ze waren samen zo druk met het ophalen van herinneringen dat zelfs mijn vader de tijd vergat.
Het bezoek aan Oldenzaal die dag is één van de fijnste herinneringen die ik heb aan mijn ouders.
We maakten een foto van mijn geboorteflatje en ik zat met oren op stokjes achter in hun auto te luisteren.

Kaarsje voor mijn ouders.

Tijdens onze korte vakantie in Ootmarsum twee weken geleden wilde ik graag naar Oldenzaal. We bezochten bovengenoemde ‘Plechelmus’, de katholieke basiliek in het centrum van de stad en staken een kaarsje aan voor mijn ouders. Verder maakten we een praatje met de gemoedelijke vrijwilliger die ons iets vertelde over de kerk.
We winkelden in de gezellige binnenstad en dronken een cappuccino in een grand café.
De gedachte liet me niet los dat mijn leven er heel anders had uitgezien als mijn ouders niet naar Hoogersmilde waren verhuisd.
Dat was voor mijn moeder ongetwijfeld veel leuker geweest, want zij heeft, vooral in het begin, veel heimwee gehad naar Oldenzaal.
“Anders was ik nu een Tukker geweest” mijmerde ik boven de koffie tegen Gerard.

Gerard was blij dat dat niet zo was, want dan was de kans dat wij elkaar ontmoet hadden een heel stuk kleiner geweest.
As is alles wat nooit was’>>> 
Hoe dan ook: het woord Oldenzaal houdt voor mij een warme klank.
Vandaag ben ik jarig en morgen vier ik mijn verjaardag.
In Roden.
Met allen die mij lief en dierbaar zijn.

Reageren

24 oktober: Ontroerende Spits.

Afgelopen weekend stond er in het Dagblad van het Noorden een interview met Frits Ritmeester, beter bekend onder zijn diskjockeynaam Frits Spits.
In de jaren ’70 en ’80 hing ik aan zijn lippen tijdens de Avondspits, een legendarisch progrmma op Hilversum 3.
Het interview had als onderwerp het overlijden van zijn vrouw Greetje in 2018 en het boek dat hij naar aanleiding daarvan heeft geschreven: ‘Alles lijkt zoals het was.’
Toen ik het artikel uit had, had ik al heel wat tranen weggeveegd.

Maandagavond was Frits te gast bij Jeroen Pauw.
Ditmaal waren er beelden bij de tekst die ik zaterdagmorgen al had gelezen.
Frits vertelt over het immense verdriet en de leegte die ontstaat als je maatje waar je 46 jaar getrouwd bent geweest er niet meer is en we zagen foto’s van haar en de kinderen.
Hij zat kwetsbaar aan tafel, had moeite met emoties en legde uit waarom hij vond dat hij dit boek moest schrijven.
Voor haar.
Om haar een plek te geven.
Omdat het na drie, vier maanden maar over moet zijn met de rouw en er niet meer zoveel over haar gepraat wordt.
Dat er “Het wordt heus wel weer leuk!” wordt gezegd terwijl dat niet zo is.
Het schrijven van het boek heeft hem geholpen het afgelopen jaar en gaat, het zal je niet verbazen, ook over wat muziek met je doet tijdens zo’n rouwproces.

Eén zin uit het artikel raakte me het meest: “Dat het gewone heel speciaal wordt, dat is het mooie van van elkaar houden, Daar gaat het in dagelijks leven te weinig over, dat zie ik nu heel scherp.”Je beseft pas wat je mist als het er niet meer is en bij het gewone staan we veel te weinig stil.
Samen de zolder opruimen en je leven in dozen voorbij zien komen.
Vrijdagavond met z’n tweeën de apparatuur klaarzetten om de gitaar te versterken bij de Taizé-viering.
Zaterdagmorgen aan de koffie met de krant en een sudoku.
Zondagavond een spelletje Kolonisten doen en gigantisch verliezen.

Gerard en ik hebben allebei qua gezondheid al wankele tijden meegemaakt.
Nu we in de revalidatieperiode zitten na zijn laatste stamcelbehandeling ben ik emotioneel nog behoorlijk instabiel en brengt zo’n artikel/interview me danig van mijn stuk.
Omdat het ons extra bepaalt bij het feit dat er voor ons nog ‘samen’ is.
We zien om ons heen mensen ziek worden en soms overlijden en we zien ook van dichtbij wat dat teweegbrengt.

Frits wijst ons er op dat ‘het gewone heel speciaal is’.
Het is de kunst om dat te blijven zien als alles weer gewoon is.

Reageren

23 oktober: Rozemarijntje

Bij het opruimen van een zolder (zie Leven is als sneeuw >>>) kom je natuurlijk van alles tegen.
In een doos vond ik oude boeken van mij  die nog meegekomen waren vanuit mijn meisjeskamer aan de Servatiusstraat.
Sommige boekjes zijn echt stukgelezen, andere bewaarde ik omdat ze in de serie ‘zondagschool-boekjes’ vielen.

Een groot deel daarvan gaat naar de boekenmarkt. Rigoureus, ik weet het, maar ik hoor te veel verhalen van kinderen die na het overlijden van hun ouders het ouderlijk huis moeten ontruimen en verzuchten: “Wat moeten we hier nou mee?”
Het zijn mijn herinneringen en niet die van mijn kinderen.
De doos zette ik in het achterhuis en als een dochter thuiskwam vroeg ik of ze nog even in die doos wilden kijken. “Als er iets in zit wat je graag wilt houden, leg het dan even aan de kant”.

Het is mooi om te zien hoe ze door zo’n doos gaan.
Mijn herinneringen zijn bij sommige boeken ook de herinneringen van onze dochters omdat ik veel van mijn oude boekjes aan ze heb voorgelezen voor het slapen gaan.
“O, kijk nou. Ik weet nog……” en dan komt er een verhaal over hoe spannend het was, of zielig, of gemeen.
Frea legde één boekje achteruit.
Rozemarijntje.
Ze had er even in gebladerd en zei: “Die plaatjes (twee daarvan vind je verderop in dit blog).  Alles komt weer boven bij het zien van die plaatjes.”

Rozemarijntje van W.G. van de Hulst.
Toen ik het boekje kreeg in de jaren ’60 was het al hopeloos ouderwets.
Het boekje kwam uit in 1933. Rozemarijntje leeft in de wereld van vóór de tweede wereldoorlog. Ze gaat met de stoomtrein en haar oom, die huisarts is, gaat met een koetsje bij zijn patiënten langs.
Maar, hoe ouderwets ook, ik vond het zo’n leuk verhaal.
Zelf was ik een kind dat altijd wel ergens een vlek in de kleren had en soms onbewust verkeerde dingen zei; zoals volgens mij alle kinderen.

Rozemarijntje is een levenslustige en onbesuisde wildebras, maar de strenge tante, waar ze logeert omdat moesje ziek is (het woord alleen al…..) wil van haar een rustig, net en gehoorzaam meisje maken.
Tot afgrijzen van tante (die haar Maria noemt omdat dat haar ‘echte naam’ is)  speelt ze met boerenkinderen en valt ze van een koe af in een koeienvlaai in het weiland.
Ze wordt vrienden met de grote hond Nero, met huishoudster Dina en de oude ‘Berenbijter’; het kind doet ontzettend haar best maar heeft veel aanvaringen met tante.

…. van een koe afgevallen….

Gelukkig ontdooit tante aan het eind van het boek en noemt haar Rozemarijntje Zonneschijntje.
‘Feel good’ verhalen, waarin het goede overwint en iedereen op het laatst gelukkig is.
Als schoolmeisje smulde ik er van, ook al wist ik toen ook al dat het in de praktijk lang niet altijd zo gaat.

Rozemarijntje gaat in de doos ‘Frea’ die op de opgeruimde zolder komt te staan.
Met een paar babyspulletjes. werkjes van de peuterspeelzaal, schoolschriften en wat speelgoed.

Je kunt van alles vinden van W.G. van de Hulst.
Moraliserend. Ouderwets.
Maar zijn boekje wordt bewaard.

Reageren

22 oktober: Kater.

In het blog over de volkswijsheid over bier en wijn/plezier en venijn vroeg ik me af waar het woord ‘kater’ vandaan komt. De belofte dat ik daar later op terug zou komen los ik vandaag in.

In 1850 dook het woord kater in de betekenis van ‘onaangename gevoelens na drankmisbruik’ voor het eerst op in Duitse studentenkringen. Het is een vervorming van het woord voor slijmvliesontsteking of verkoudheid, namelijk Katarrh. Het komt van het Latijnse “catarrhus” en van het Griekse “katarrhoos”. Deze woorden betekenen “het omlaag vloeien” (van slijm in het hoofd). Al in 1906 werd het woord kater ook beschreven als “ongesteldheid na drinkgelag”.

Daar zijn we dus snel klaar mee!
Daarom combineer ik vandaag dit kater-verhaal met de kater die sinds een maand in onze familie is: Frits. (zie 30 september >>>)

Frits voelt zich na de eerste schuchtere weken bij Carlijn en Wim helemaal thuis in hun flatje; hij laat zich heerlijk kroelen en aanhalen.
Toen de eerste verlegenheid er af was ging hij herhaaldelijk op onderzoek uit en werd hij zelfs een beetje ondeugend. Hij mag bijvoorbeeld niet in de slaapkamer  komen, maar toen hij daar wel even kon binnenglippen gooide hij gelijk een plantje om. ’s Morgens staat hij luid mauwend en krabbelend voor de slaapkamerdeur en geeft te kennen dat ze nu wel lang genoeg geslapen hebben.

Was het in het begin nog zo dat ze hun best moeten doen om Frits aandacht te kriigen (hij zat eerst twee dagen onder de bank), zo langzamerhand draaien de rollen om. Carlijn

'de blik'

‘de blik’

had een grote stapel oude tijdschriften meegenomen om wat uit te zoeken. Ze had ze allemaal op de grond uitgespreid; Frits zag het allemaal zeer belangstellend aan en ging er vervolgens boven op zitten. En dat alles met ‘de blik’: beschouwend, een beetje achterdochtig, een beetje verongelijkt en een beetje verbaasd.

Soms zijn ze Frits kwijt. Dan zit hij onschuldig achter het douchegordijn te kijken of hij is per ongeluk in een keukenkastje geglipt.
Van Carlijn kreeg ik bijgaand grappig filmpje; Frits op ontdekkingstocht in de keuken.

Reageren

21 oktober: Een nieuwe bezem.

Nieuwe bezems vegen schoon.
Bij de Cantorij Roden hebben we sinds begin oktober een nieuwe bezem in de persoon van Karel Stegeman. Op 2 oktober schreef ik al over zijn proefdirectie in het het blog ‘Wat dies meer zij’>>>
Veel sneller dan wij van te voren hadden gedacht stond Karel ons al wekelijks te dirigeren.
Thysia zou ons nog begeleiden tot het jubileumconcert op 3 november, maar zij viel helaas uit door gezondheidsproblemen. Gelukkig was Karel in de gelegenheid om direct in te vallen, maar het bestuur heeft wel besloten om het concert begin november te annuleren.
Te kort dag en te veel stukken die nog ingestudeerd moeten worden.

3 dagen na zijn proefdirectie stond Karel op vrijdagavond 4 oktober voor ons koor.
Hij was ’s middags gebeld met de vraag of hij eventueel kon invallen; een kwartier voor aanvang van de repetitie kreeg hij de stukken.
Na anderhalf uur hadden we alle stukken voor de Taizévesper van gisteren ingestudeerd.
Met respect en bewondering heb ik hem gadegeslagen.

Na drie weken zijn cantor en cantorij al wat aan elkaar gewend.
We worden formeel met ‘u’ aangesproken, maar er worden ook al voorzichtig grapjes gemaakt.
Bij ‘Dona la pace Signore’ bijvoorbeeld mogen we de ‘a’ van pace niet te hard en te breed uitspreken. “Onderdruk uw Groningse neigingen” adviseert Karel ons. Op de achterste rij klinkt ‘Neigingen? Neigings!’ Als het goed is heb je gisteravond een keurige a gehoord.

Nu ik dit zit te schrijven is het zondagavond rond 21.00 uur.
Vanaf 16.00 uur waren we bezig met de voorbereiding: fluitiste Monique had fluitiste Jolanda en mij (ik speelde gitaar) bij haar thuis uitgenodigd voor de generale combo-repetitie: stukken doorspelen en afspreken wie wat doet. Zo’n repetitie is een weldaad als je van Taizémuziek houdt. Karel had zijn instructies voor ons combo al doorgegeven, dus we wisten precies wat er van ons verwacht werd. Monique bracht het thema van de Taizé-viering (gastvrijheid) gelijk in de praktijk: zij serveerde soep met brood rond 17.30 u. We hadden het veel te gezellig, we moesten ons haasten om om 18.00 uur bij de kerk te zijn.

Lichtelijk gespannen ging ik de viering in; sta ik anders altijd redelijk ontspannen te zingen, gitaar spelen met soms lastige grepen vraagt extra concentratie en energie.
Het liep allemaal op rolletjes.
Cantor, cantorij en combo hadden van te voren de puntjes nog even op de i gezet en we beleefden met elkaar een fijne Taizé-viering, mede omdat de vesper-commissie  erg zijn best had gedaan om met bloemen, kaarsen en decoratie een Taizésfeer te creëren.
Wil je de dienst terugluisteren? Hierbij een link naar kerkomroep >>>.
(Zondag 20 oktober, Op de Helte, 19.00 uur.)

De nieuwe bezem werd de afgelopen weken direct in het diepe gegooid, maar hij kan uitstekend zwemmen. Deze vesper was in ieder geval een prima begin van onze samenwerking!

Reageren

19 oktober: Volkswijsheid. Eerst wijn? Of eerst bier?

Wat zeggen we het vaak als we met familie of vrienden bij elkaar zijn.
De mannen beginnen met een pilsje en later op de avond, als de dorst is gelest, wordt een glaasje wijn ingeschonken. “Wijn na bier geeft plezier!” roepen we dan onbekommerd.
In deze volgorde zou je geen, of in ieder geval minder, last van een kater hebben.
De omgekeerde volgorde zou volgens de volkswijsheid wel eens verkeerd kunnen uitpakken, want ‘Bier na wijn geeft venijn!”.

Eerlijk gezegd heb ik geen ervaring; ik drink of wijn/port of alcoholvrij bier. No problem de volgende morgen.
Tot mijn verbazing hoorde ik donderdagmorgen in “Je dag is goed’ van Jeroen van Inkel (Radio 5) dat deze uitspraak niets te maken heeft met het al of niet krijgen van een kater.
Het is een uitdrukking die uit de middeleeuwen stamt en dus een historische achtergrond heeft.

Sinds jaar en dag drinkt de mensheid alcohol. Het drinken van wijn gaat al terug tot de oudheid en in de middeleeuwen werd veel bier gedronken. De kwaliteit van het drinkwater maakte dat men zelfs meer bier dan water dronk, dat was gezonder.
De uitdrukking over ‘venijn en plezier’ valt uit te leggen als we kijken naar de opbouw van de middeleeuwse maatschappij en de  drinkgewoonten die daar bij hoorden. Bier was in die tijd een goedkope drank die vooral door mensen uit lagere klassen gedronken werd.
In die tijd was wijn een veel duurdere drank, logisch dat wijn dus meer werd gedronken door mensen uit de hogere klassen van de samenleving.

De volkswijsheid wil zeggen dat het beter is om vanuit een armoedige situatie (bier) rijk te worden, dan vanuit de gegoede burgerij (wijn) tot armoede te vervallen.
Het was beter om het eerste deel van je leven bier te drinken en later wijn, omdat je dan meer geld te besteden had.
Deze uitdrukking werd ook vaak gebruikt als iemand boven of onder ‘zijn stand’ trouwde.
Als je van een wijn- naar een biersituatie gaat is dat vervelender dan andersom.

Frits

In dit hele verhaal komt dus geen kater voor.
Waar komt dat woord voor de effecten van alcohol op het menselijk lichaam eigenlijk vandaan?
Misschien een leuk onderwerp voor een volgend blog.
Frits maar eens vragen.

Reageren

Pagina 176 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén