een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 200 van 301

8 december: Een ‘droeve geit’.

Sinds Jon en Frea bij ons inwonen is ’taal’ regelmatig onderwerp van gesprek.
Voor buitenlanders is Nederlands een lastige taal om te leren.
Dat Gerard en ik onderling Drents praten maakt het voor Jon niet gemakkelijker.

Afgelopen week kwam er weer een prachtige vertaling over zijn lippen.
Wij waren een boom aan het klaverjassen en het ging met mijn maat en mij hélemaal niet goed. ‘Kijk nou” zei ik na het optellen van een halve boom “Kijk nou wat een droevigheid!”
Jon herhaalde ‘droevigheid’.
“Is dat a grape-goat”?
Hij had het vertaald als ‘druif-geit’.
Hij hoort ons tegen druiven altijd ‘droeven’ zeggen……
Een droeve geit: we hebben er hartelijk om gelachen en zullen dit woord tot in lengte van dagen blijven gebruiken.
“Slecht weer hè, vandaag. Wat een grape-goat.”

Een ander ’taal-ding’ stuurde Frea naar mij.
Het was een Twitter-berichtje van een Spaanse student in Nederland.
Het gaat over woorden die eigenlijk geen woorden zijn, maar die wij in ons dagelijks taalgebruik veelvuldig bezigen.
Het berichtje heet: Gevorderd Nederlands.

Advanced Dutch:
Hè hè     =  finally
Ja ja        = I don’t believe you
ho ho      = wait a minute
zo zo       =  well well well
poe poe  = wow, medium impressed
nou nou = slightly less than medium impressed.

Rare jongens, die….. Nederlanders.

Reageren

7 december: Omschakelen.

Donderdag is mijn vrije dag. Gistermorgen, 6 december, ging ik naar de supermarkt voor de wekelijkse boodschappen.
Uit de luidsprekers schalden the Eagles met ‘Bells will be ringing’.
Ook in de winkel werden de eerste bellen, ballen en slingers al weer ophangen.

Er lag een gratis tijdschrift voor me klaar met 196 pagina’s kerstinspiratie.
Sterrrenkoks vertellen ons wat we straks op 25 en 26 december op tafel moeten zetten.
In de schappen lachten de ‘Christmas-classics’ ons al weer toe.
Van Sinterklaas, die ik woensdagmiddag op mijn werk nog in levende lijve ontmoette, was geen spoortje meer te bekennen.
Nou…. een klein spoortje dan.
Pepernoten en Sint-snoep waren in de aanbieding.

Kerst duurt nog 19 dagen.
De ‘kermis’ wordt ieder jaar groter en begint ieder jaar eerder.
De Amerikaanse invloeden dringen zich steeds meer op.
Het is dat wij hier in Nederland Sinterklaas vieren, anders zouden de winkels half oktober al vol kerstartikelen liggen.

Supermarkten doen hun uiterste best om ons in een goede stemming te brengen.
Paaseitjes in februari: “Oh ja, straks Pasen!” en je gooit alvast een zakje in je karretje.
Pepernoten in augustus: “Lekker, straks weer Sinterklaas”.
Bolchrisanten als het nog hoogzomer is; want ja, de herfst komt er weer aan.
Daardoor koop je veel meer van die seizoensproducten dan je anders zou doen.
En als Sinterklaas eenmaal in het land is heb je al zoveel pepernoten gehad, dat het al helemaal niet meer bijzonder is.

Let maar op: straks na kerst staan de mini-narcisjes en krokussen in potjes al weer klaar.
Supermarkten zijn er in principe niet op uit om ons een goed gevoel te geven.
De onderliggende reden is dat ze ons zoveel mogelijk willen verkopen.
Gistermorgen zag ik twee speciaal ingehuurde krachten als een razende de supermarkt in kerstsfeer brengen. Want 6 december. Snel, het is maar zo weer kerst!

Van bovenstaand verhaal ben ik me altijd erg bewust als ik met mijn karretje in de supermarkt loop.

Maar waarom word ik dan zo blij van de lampjes, de sterren en de groene guirlandes?
Waarom geniet ik zo van alle glitter en glim in deze tijd?
Waarom neem ik toch zo’n tijdschrift mee?
Ik blader het door. Hmm.
Die plaattaart met spruiten en gerookte zalm……

Reageren

6 december: Lastig parkeren.

Dinsdag hadden duo-baan collega Jacquelien en ik een samenwerkdag.
We voerden een gezamenlijk jaargesprek met onze leidinggevende en hadden een lunchafspraak met twee dames van een secretariaat waar we volgend jaar mee gaan samenwerken. “Wij komen bij jullie kennismaken, op 4 december hebben we een samenwerkdag.’
Zo gezegd, zo gedaan.
Het bevriende secretariaat houdt kantoor in het Lentispand aan de Hereweg.
Van alle kanten werden we gewaarschuwd: “Parkeren daar is heeeel lastig! Daar staan parkeerwachten om verkeer te regelen en soms sta je tijden in de rij voor de slagboom.”
Wisten wij wel.
Maar wij hoeven daar nooit te zijn, dus wij hadden daar nog nooit over nagedacht.
Toen we dat wel deden bedachten we dat we dan beter op de fiets naar de Hereweg zouden kunnen gaan.

We kwamen met onze ‘Waar kan ik een fiets lenen”-vraag terecht op de afdeling Zorg Thuis van Dignis. Zij hebben rose, paarse en witte werkfietsen, die mochten we wel lenen.
“Kun je gelijk een beetje reclame voor ons maken!’
Je kunt twisten over de vraag of wij nou zulke fantastische uithangborden zijn.

De fiets die ik had, had een erg zachte achterband, daar moest wat lucht bij in.
Er stonden vier fietspompen, maar met geen van die vier kregen we lucht in de banden.
Wel zweet op de rug……toen hadden we nog geen meter gefietst, hé?
Ander sleuteltje gehaald, andere fiets.

Volgende probleem. “Waar moeten we langs?”
Met de auto weten we precies hoe we moeten rijden, maar op de fiets?
We kwamen Emma tegen die ons de fietsroute uitlegde en welgemoed fietsten we de stad in.

“O, dit is een terugtraprem! Ik ben handremmen gewend! Oeh….”
“Dit zadel zit scheef, even wachten.”
“Wat ja maar weinig versnellingen!”
“Het stuurt wel zwaar met die bak voorop….”

We zijn er gekomen. En we kwamen ook weer terug.
Slingerend. Uitwijkend. Uitgebreid kletsend en lachend.
Uit voorzorg toch maar oversteken via het zebrapad.
Eenmaal weer in het Heymanscentrum waren de fietsen nog heel en wij ook.
Een Veendamse en een Rodense ‘op fietse ien Stadt’; hai jong!
Als je anders op een werkdag achter je bureau zit en alleen beweging krijgt met koffie halen en naar de printer lopen, voelt het als een enerverende dag.

Reageren

5 december: Neef Adriaan.

In Klazienaveen woont de zus van mijn vader: tante Trijn.
Ze komt regelmatig in mijn blogs voorbij, o.a. als ik schrijf over haar man (mijn ome Wim)  die al meer dan een jaar wegens Alzheimer in een beschermde woonvorm woont.
Ze hebben twee zonen, die met hun gezinnen hun vader regelmatig bezoeken; ook nemen ze hem mee naar voetbal op zondagmiddag en proberen hem op die manier een rol in hun leven te laten spelen.
Dat het niet gemakkelijk is om om te gaan met deze situatie weten we allemaal. Je maakt er wat van, maar het valt niet mee.

Mijn neven zijn stoere motormannen.
Maar op de TT-baan verkochten ze ‘vergeet-mij-niet’-speldjes van het Alzheimerfonds en brachten op die manier honderden euro’s bij elkaar voor de bewoners ‘de Weegbree’, het verzorgingshuis waar ome Wim nu woont. Ze kochten er een voliére en meubilair voor een vogel-voederplaats voor, zodat de bewoners van de vogels kunnen genieten.

Nu heeft neef Adriaan een nieuwe actie opgestart: hij gaat fietsen voor de bewoners van de Weegbree. Hij doet mee aan de Drenthe 200; een extreme marathon voor mountainbike, fatbike of cyclocrosser.
Loodzwaar.
Dit staat er over op de website: Deze marathon is niet voor iedereen weggelegd. Alleen als je fysiek en mentaal het uiterste van je lichaam en geest wilt vragen, is de Drenthe 200 wat voor jou. Houd er rekening mee dat je de zwaarste weertypes tegen kunt komen.
Meer lezen over Drenthe 200? Klik hier>>>

De meeste mensen met Vrieswijk-genen lezen zo’n bericht en denken: waarom zou je dat nou doen? Zo niet Adriaan: hij is zich al weken suf aan het trainen en wil zoveel mogelijk geld bij elkaar krijgen voor De Weegbree.
Op 27 december slaapt hij bij ons in huis, zodat hij op 28 december top-fit aan de start in Roden kan verschijnen.

Natuurlijk gaan wij hem die dag aanmoedigen. Maar ik heb hem ook beloofd dat ik aandacht aan zijn actie zou schenken op mijn website.
Je kunt Adriaans Drenthe 200-project volgen op Facebook, klik hier >>>> voor een link naar die pagina. Wil je zijn project sponsoren? Maak dan een bedrag over op rekeningnummer NL33RABO0121155080 ten name van A.A. Hollander.

Reageren

4 december: Een hand van Sinterklaas!

Zaterdagmiddag schudde ik, naast de HEMA in Roden, de hand van Sinterklaas.
De Pieten waren even voor een lolletje de winkel in en de Sint stond wat verloren bij de deur. “Dag Sinterklaas. Mag ik u een hand geven? Wat fijn dat ik u nog eens in levende lijve zie; onze kinderen zijn al groot, dus dat komt er niet vaak meer van!”
De goedheiligman was zoals altijd de vriendelijkheid zelve, ik kreeg een hand en hij wenste mij een goed weekend.
Wat hij natuurlijk al lang wist, dat er zaterdagavond twee grote jute-zakken met cadeautjes bij ons in de kamer stonden, goed voor minstens drie uur pret.

Het was weer kostelijk.
Hilarisch.
Voorspelbaar.
Beschamend.
Idioot.
Lekker.
Grappig,
Op het randje.
Maar vooral ontzettend gezellig.

Gerard en ik hadden de afgelopen maanden onze gezinsleden kennelijk behoorlijk lastiggevallen met stukjes van de cantate van Bach (zie Hoch und Weit: Nun!>>>); dat werd wel in drie gedichten genoemd. Er was zelfs een fopcadeautje met tekstfragmenten die op bordjes omhooggehouden konden worden.
En natuurlijk was er weer een zeur-gedicht over mijn Nederlands-maar-dan-anders-blogs: een gedicht waarin veel spelfouten stonden en alle spreekwoorden en gezegdes verkeerd werden gebruikt; zo leuk!
Hierbij  een link Gedicht naar een PDF met de tekst.
Er kwam nog veel meer voorbij, maar dat houden we lekker voor onszelf; sweet memories.

Over sweet memories gesproken: ik vier het Sinterklaasfeest al zo lang als ik leef en altijd met het gezin. Eerst met mijn ouders, later ook met mijn schoonouders en weer later met ons eigen gezin, samen met de ouders.
In de tijd dat onze kinderen klein waren maakten we altijd samen met hen fop-pakjes voor opa en oma. Op die manier kregen ze al vroeg mee dat niet alle pakjes van Sinterklaas kwamen, maar dat je zelf ook iets kon doen.
In de erfenis van mijn ouders vond ik in één van laden in het dressoir een gedichtje dat mijn vader altijd heeft bewaard. Hij was de opa van de spannende verhalen; hij vertelde de kinderen dan dat hij bij de indianen had gewoond, of op een piratenschip was geweest.
In het begin geloofden ze alles wat hij hen vertelde, maar toen ze wat ouder werden snapten ze wel dat opa er ook een hoop bij fantaseerde. In die tijd maakte Frea voor hem een fopkadootje met een plakje koek, een veiligheidsspeld en een naald met een draad erdoor; om iemand een oor aan te naaien, om iemand iets op de mouw te spelden en om kletskoek te kunnen verkopen.

Het gedichtje vertelt meer dan alle foto’s die er toen gemaakt zijn.
Ik weet nu nog hoe hard mijn vader die avond heeft gelachen.

Reageren

3 december: De preek als ‘pauze-nummer’.

Gistermorgen was de tweede uitvoering van het projectkoor ‘Agioso’ in Zuidlaren: we werkten mee aan de Cantatedienst in de Dorpskerk in Zuidlaren.

De cantate ‘Machet die Tore weit’ van Teleman, die we gistermorgen zongen, is geschreven voor de viering van de 1e Adventszondag. Hij schreef het werk met de woorden van Psalm 24: ‘Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan’. Psalm 24 is al eeuwenlang verbonden met de eerste zondag van Advent.
Om uitvoeringen van klassieke muziek hangt altijd een zweem van ‘moeilijk, serieus en intellectueel’, terwijl dat mijns inziens onzin is. Klassieke muziek was in de tijd dat het werd geschreven ook voor de gewone man en is bedoeld om te gebruiken, uit te voeren en om van te genieten. In deze cantateviering kwam het klassieke stuk volledig tot zijn recht en werd het opgenomen in de viering, we zongen het mét solisten en orkest om de preek heen. Dat ontlokte dirigent Wim Opgelder de opmerking: de preek is vanmorgen het pauzenummer!

Dorpskerk Zuidlaren: raam boven het herengestoelte, verbeeldend brood en wijn & vrede en licht.

Net als vorig jaar vielen het wekenlang ingestudeerde stuk met de vaak herhaalde zinnen samen met de inhoud van de viering. De voorganger legde aan het begin van zijn overdenking uit hoe het stuk tot stand is gekomen, wat de onderliggende betekenis is en vlocht zinnen uit de cantate door zijn verhaal heen.
De mooie muziek van het orkest en de ingetogen sfeer in de eeuwenoude kerk op de Brink in Zuidlaren deden de rest: wat een belevenis op de zondagmorgen.
In tegenstelling tot het concert op vrijdagavond de 23e ging de uitvoering vanmorgen helemaal goed. Het orkest zat qua samenspel beter in zijn vel, het koor stond goed op te letten en mee te doen en de dirigent genoot van het dirigeren: fijn om hem na het harde werken van vorige week zo ontspannen voor het koor en orkest te zien staan.
Niet alleen onze uitvoering maar de hele viering was een feest, omdat ook de liederen die de gemeente zong precies pasten bij de cantate en met zo’n volle kerk is het gewoon heerlijk zingen.  Trouwens, niet iedereen zong mee; sommigen lieten wel heel duidelijk  merken dat ze alléén voor de klassieke muziek kwamen …..
De hele viering is terug te beluisteren én terug te kijken via kerkomroep >>>:
Zuidlaren, PKN Dorpskerk, 2 december 10.00 uur. (het duurt heeeeel lang voor het begint, wil je alleen het koor horen? Dat begint bij 45.00 u.)

Het ‘clubje uit Roden’ dat aan dit projectkoor meedoet zou zo’n viering ook graag een keer in Roden willen realiseren.
We leggen het eerst maar eens in de week.
KWW.
(Kiek’n wat ’t wordt).

Reageren

1 december: Evergreens en goede herinneringen.

Afgelopen week werd de Evergreen-Top-1000 uitgezonden op Radio 5.
Fijne muziek, veel herinneringen.
Vrijdagmorgen nam ik vrij van mijn werk, want tante Trijn kwam twee dagen logeren.
Twee dagen om van elkaars gezelschap te genieten en dat hebben we dus ook uitgebreid gedaan.
Dondermiddag zaten we samen op de bank met thee, chocoladepepernoten en een stapel foto-boeken uit de erfenis van mijn ouders. We haalden herinneringen op, zij wist namen en situaties die ik niet wist en in een paar uur kwam de geschiedenis van mijn ouders, van haar én van mij  in zwart/wit tinten voorbij. Iedere foto vertelt een verhaal; ons verhaal.

1965: Met papa en tante Trijn naar de kermis!

Ondertussen stond de radio natuurlijk gewoon aan en tijdens het foto’s kijken hoorden we Lucille Star met ‘Quand le soleil..’
“Och dit vond je oma toch altijd zo’n mooi liedje! Ze begreep helemaal niets van de woorden, maar ze vond het prachtig.”
Toen we vrijdagmorgen in de auto stapten klonk ‘Mijn gebed’  van D.C. Lewis uit het dashboard. “Dit was een lievelingsliedje van je oma!”
Even later hoorden we Leonard Cohen met ‘Take this walz’.
“Dit is dat liedje van die mooie reclame >>> van die oude mensen, wat een mooi liedje is dat toch”.

Even voor tienen stonden we op vrijdagmorgen op het kerkhof in Hoogersmilde bij het graf van mijn ouders. We hadden de foto’s van de donderdagmiddag nog op ons netvlies en constateerden dat ze het goed hadden gehad samen.
Mooie herinneringen, goede tijd.
Daarna gingen we koffiedrinken bij een vriendin van mijn ouders waar tante Trijn het ook altijd goed mee kon vinden. Bij warme appeltaart met slagroom vertelden we elkaar hoe het met ons ging en wat er het afgelopen jaar was gebeurd.

In mijn blogs uit deze periode eind vorig jaar is te lezen dat ik een jaar geleden bezig was om steeds ‘kleine stukjes ma’ af te sluiten. Inmiddels is haar overlijden meer dan een jaar geleden en de meeste stukjes heb ik nu wel gehad.  Deze twee dagen waren ook weer een klein stukje dat ik samen met tante Trijn heb gedeeld.

En om even terug te komen op de mooie en soms emotionele muziek van de Evergreen Top 1000:
Familie is voor mij als muziek.
Soms hoge noten, soms lage noten, soms een beetje vals, maar altijd een mooi lied.

Reageren

30 november: Bliede van kleinigheden

Soms kan ik zo bliede worden van kleine dingen.
’s Mörgens naor Grun’n rieden en de lucht an de horizon hiel langzaom zien veranderen van zwart naor donkerpaors met slierten oranje.
Van lekkere verse champignonsoep van kok Cor in het bedriefsrestaurant in het Heymancentrum tussen de middag.
Van schoonzussie Annette die een foto stuurt van drei schattige kleine knienegies om Frea en Jon wat op te vrolijken nao het verlies van Pickle.
Van WhatsApp berichten van de kinder.

Carlijn stuurde guster een foto van een wildvrömde katte.
Ze hadden een Sunterklaosfeessie had met een studentengroep en zij haar veur de katte van ien van de wichter een vlinderstrikkie kocht.
Veur de karstdagen.
Van zu’n foto schiet ik in de lach….

Bij ‘bliede’ heurt veur mij het nummer van Skik dat giet over da’j bliede kunt wezen um kleinigheden.
“Ik bin zo bliede, man….”
Luuster maor ies: Bliede van Skik >>>

Reageren

27 november: Pickle.

Ms. Pickle Snitch McNibbles

De hamster van Frea en Jon is gistermiddag overleden.
Toen ze haar uit Engeland meenamen was ze al bijna twee jaar; de meeste hamsters worden niet zo oud, dus het kwam niet als een volslagen verrassing.
Het eten ging al een paar dagen niet meer jofel en ze kwam steeds minder vaak uit haar nestje.

Aan het eind van de middag gingen Frea en Jon met haar naar de dierenarts.
Die constateerde dat ze stervende was en om dat proces te verkorten hebben ze haar laten inslapen. Vandaag vertrekt Frea weer naar Amsterdam, nu konden ze haar vandaag samen begraven.
Het is altijd verdrietig als je huisdier dood gaat.
Pickle was het eerste beestje dat Frea en Jon samen hadden gekocht en verzorgd.
Juffrouw McNibbles wordt eerst niet vervangen door een nieuw huisdier, mede omdat hun eigen huisvesting nog niet zo stabiel is.
Eerst maar even niet.

Gisteravond waren ze allebei wat uit hun doen.
En wij daardoor ook een beetje.
Bij de koffie hadden we ’troost-Tompoezen’ van de HEMA.
“Pickle heeft per slot van rekening een goed leven bij ons gehad en wij hebben heel veel plezier van haar gehad. Op deze manier sluiten we haar leventje met ons nog een beetje feestelijk af.”
Na de koffie gingen we samen een boom klaverjassen.
Het verzette de zinnen.
Toch nog een leuke afsluiting van een verdrietige dag.

Reageren

26 november: Twee broden en 5 kazen.

de Catharina-cantorij, Pinksteren 2016

In juni 2017 werkte de Catharina-cantorij voor het laatst mee aan een viering; daarna werd het koor opgeheven. Eind november 2017 zagen we elkaar weer op de eerste reünie en gistermiddag kwamen we voor een tweede reünie bij elkaar in De Deel.
Wat heerlijk om elkaar in deze samenstelling na een jaar weer te zien!
Natuurlijk was het niet zo dat ik de reünisten een jaar niet had gezien.
De meesten kom ik regelmatig tegen in de vieringen of elders in het dorp.

We dronken koffie/thee, kletsen gezellig met elkaar bij, maar we gingen natuurlijk ook met elkaar zingen. Erica had enkele liederen voorbereid en zo stonden we na een jaar wat onwennig in onze stemgroepen in te zingen. Maar die onwennigheid duurde maar erg kort: het was al spoedig weer net zo’n gezellige chaos als vroeger. Het was de bedoeling dat we om half vier met zingen zouden beginnen maar iedereen bemoeide zich zoals gewoonlijk weer met iedereen. Voordat de laatste tenor op de goede plaats zat (namelijk naast de andere tenoren) en iedereen de goede muziek voor zich had was het al kwart voor vier. Maakte niet uit. We hebben vierstemmig gezongen en dat voelde weer heel vertrouwd.

Toen was het tijd voor een glaasje fris of wijn en zongen we ‘Daor bluit mien eerappellaand’ van Ede Staal en ‘Hier kom ik weg’ van Daniël Lohues. Stond nooit op ons repertore, maar het was erg leuk om te zingen; wel heel ver buiten de comfortzone  van sommigen van ons wiens roots in andere delen van het land liggen.

De organisatie had iedereen gevraagd om iets lekkers mee te nemen: hetzij voor bij de koffie/thee, hetzij voor het buffet aan het einde van de middag.
We pasten het bijbelse principe van de ‘vijf broden en twee vissen’ toe: we zetten alles op tafel en delen zo met elkaar wat er aan eten wordt binnengebracht.
“Om in stijl te blijven hebben wij twee broden en vijf kazen meegebracht!” merkte een alt snedig op.

Er bleef natuurlijk van alles over. Het gaat te ver om te spreken over 12 manden, maar er was meer dan genoeg lekkers:  soep, brood, salade, hartige taarten, kleine hapjes en zelfgebakken cake/koek.
Zo kwam het dat wij vanmorgen thuis een stukje cake-tulband met appel bij de koffie hadden. Namens Gerard, Jon en Frea: bedankt Roelie, het was lekker!

Reageren

Pagina 200 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén