een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 201 van 309

13 maart: Aaltje dag, solo-editie.

Eén keer per jaar organiseren schoonzus Ali en ik een Aaltjedag, een dag waarop we samen iets leuks gaan doen. Meestal iets historisch/cultureels gecombineerd met shoppen en koffiedrinken. Maandag had ik een solo-Aaltjedag,  want met Gerard om 09.00 u in Etten Leur lagen er voor mij vanaf 08.00 u maar liefst 7 vrije uren in het verschiet. Zonder huishoudelijke taken!

“Wat ga jíj dan de hele dag doen?” vroeg Gerard zorgelijk toen we plannen maakten voor het Breda-weekend. Zo dicht bij een oude stad leek mij dat geen enkel probleem. Sterker nog: het was heerlijk.  Met Gerard samen genoot ik nog van het uitbundige ontbijt dat je in hotels altijd wordt voorgeschoteld. Nadat ik hem had uitgezwaaid ging ik een half uurtje zwemmen (ons hotel had een eigen zwembad)  en beleefde de sensatie van een heel zwembad voor mij alleen.  Terug op mijn hotelkamer nam ik een uitgebreide warme douche,  pakte mijn spullen in en checkte alvast uit.  In het restaurant bestelde ik een cappuccino en schreef op mijn tablet een blog over zondag.

Rond 11.00 u nam ik de bus naar het centrum van Breda en deed in mijn eentje nog een stukje stadswandeling dat we zondag hadden laten liggen omdat het te ver uit de route lag. Toen ontdekte ik nog een heel stuk stad dat we nog niet gezien hadden. Daar zag ik ook de winkels die we zondag gemist hadden,  zoals HEMA, Miss Etam en C&A. Leuk! Even binnenkijken. Met een papieren tas met een spijkerrokje er in kwam ik de Sint Joostkapel binnen,  waarvoor ik eigenlijk naar dat deel van de stad was gewandeld.

….even alleen met m’n gedachten……

Een heel bijzondere gewaarwording. In de kapel heerste een serene stilte;  er brandden kaarsen en er stonden veel verse bloemen te geuren.  Er lagen folders met informatie over de oude kerk. Mijn tassen zette ik naast een bank,  ik stak een kaarsje aan voor hen die in mijn gedachten waren en ging zitten.  Even de folder doorlezen en daarna even niks. Alleen met mijn gedachten.

Daarna zocht ik de bibliotheek op; daar voelde ik me even een provincie-Aaltje in de grote stad.  Wat een loei van een bibliotheek! Er was een enorme ruimte met tafels en stoelen waar je even rustig kon zitten werken.  Er was gratis Wi-Fi en tussen de studenten uit allerlei landen schreef ik op mijn tablet het blog over maandag en at een broodje dat Gerard bij het ontbijt had gesmeerd voor de lunch,  maar dat hij vergeten was uit mijn tas te halen.

Toen zocht ik de tijdschriftenhoek op en verdiepte me in de Historia. Twee edities lagen er maar liefst. Kopje koffie er bij: me-time. Toen ik een app van Gerard kreeg dat hij over een half uur in het hotel zou zijn (Hé? Nu al?) besloot ik om niet met de bus terug te gaan,  maar te wandelen naar het hotel. Het weer was na code oranje helemaal opgeknapt. Daarna reden we samen richting Roden,  waar na een luxe weekend een bakje zuurkoolstamppot uit de diepvries wachtte.

Iets historisch/cultureels met shoppen en koffiedrinken.
Een echte Aaltje-dag!

Reageren

12 maart: Stadswandeling bij Code Oranje.

Een vergadering van Gerards werk op maandagmorgen om 09.00 uur.  Op zich niks bijzonders, maar de locatie was Etten Leur.  “Dat ga ik ’s morgens zo vroeg niet doen, alle kans op dikke files, ik neem wel een hotel op zondagavond” zei hij begin dit jaar. “Als dat weer eens voorkomt kunnen we er met z’n tweeën wel een weekendje Breda van maken!”

Het kwam weer voor; zaterdag middag checkten we in bij het Amrath hotel en ’s middags om 15.00 u liepen we te genieten van de sfeer in de oude binnenstad van Breda. We hadden ons drie doelen gesteld : Gerard wou graag een nieuwe  riem,  ik wilde naar een wolwinkel en we zouden naar de VVV voor een beschrijving van een stadswandeling die we dan zondag zouden kunnen doen.  Bij een typische ‘handwerkmevrouw’ met een heerlijke Brabantse tongval kocht ik zes bolletjes wol in de opruiming (“Nee àecht,  het is gjewoon te gjeef,  maar het moet wàegj,  háe?”) en Gerard vond een mooie riem bij een hippe mannenmodezaak. Helaas was de VVV gesloten; maar de kroegen gelukkig niet, dus wij namen rond 17.00 u een lekkere borrel.  Met bitterballen. Het voelde als vakantie.

Zondagmorgen vonden we tot onze grote verrassing een uitdraai van de stadswandeling ‘de Historische kilometer van Breda’ in de foldermolen van het hotel. De Van Rossems hadden ons al nieuwsgierig gemaakt naar de stad en het was inderdaad zeer de moeite waard.  “Waai niet wàegj, hàe!” riep de baliemedewerkster; wegens harde wind was voor zondagmiddag code oranje afgegeven, maar dat weerhield ons niet van de stadswandeling.

Breda is eeen mooie oude stad.  Een authentieke begijnhof met kruidentuin,  een kasteel waar nu de KMA in zit,  oude gebouwen en een historische haven waar nog twee verdedigingstorens te zien zijn, met daartussenin  het gat van Breda.  Maar het allermooist  was het interieur van de grote kerk. We kochten een audio-tour en liepen een half uur met alle mogelijke achtergrondinformatie op de oortjes met open mond door de kerk. Praalgraven van oude Oranjes,  sporen van de beeldenstorm,  oude muurschilderingen: wat was er veel te zien. Zo’n audio-tour is gewoon een heerlijke manier om  een museum te bezoeken.
Benieuwd naar wat we gezien hebben? Hierbij een link naar de website >>>, waar je een filmpje kun zien met een kleine impressie van de kerk.

Van Code oranje hebben we weinig last gehad.  Toen het even begon te plenzen konden we op de Grote Markt (waar de terrasstoelen en parasols bijna wegwaaiden) terecht in een horecagelegenheid waar men warme chocolademelk met slagroom serveerde.

Als ‘Etten Leur om 09.00 u’ weer voorkomt is het misschien wel mooi weer.
Pakken we dan een terrasje of een ijsje.

Reageren

8 maart: Huishouden.

Als ik deze titel boven een artikel zie staan lees ik het niet.
Het huishouden vind ik geen onderwerp om het veel over te hebben; dat het er is is al erg genoeg.
Dat het daar vandaag wel een keer over gaat heeft twee redenen: een vaatdoekje en autistme. Een vreemde combinatie van woorden.

Het vaatdoekje hing vanmorgen aan de waslijn en het is de tekst die er op staat die me elke keer weer een glimlach ontlokt.
‘This house was clean last week’
In kleine lettertjes staat er onder: ‘Sorry you missed it….’
Huishouden is namelijk iedere week weer hetzelfde doen. Je huis kan blinkend schoon zijn, maar na een week niet meer.
Als je niets doet wordt het een zooi en daar kan ik ook niet tegen, dus ik houd huis.
In de loop van de jaren heb ik daarvoor een systeem ontwikkeld; iedere dag ruim ik een kwartiertje op, iedere ochtend pak ik de vaatwasser uit en iedere avond na het eten maak ik het aanrecht schoon. De andere klussen heb ik verdeeld over de week, bijvoorbeeld op maandag de bovenboel, op dinsdag strijken en op donderdag de wc’s en de boodschappen.
Als ik daar geen structuur in aanbreng gebeurt er niets. Zin in het doen van dit soort klussen heb ik namelijk nooit, dus ik zet mezelf in een schema. Ook voor wat betreft het accordeon spelen en het schrijven van een blog heb ik een dagelijkse structuur. En die hang naar orde en regelmaat is ook iets dat me in mijn werk als managementassistent goed van pas komt.

“Dat lijkt op autisme, ben je daar wel eens op onderzocht?’ vroeg laatst iemand aan mij.
Dan val ik werkelijk bijna van de stoel en daar ga ik dus op dat moment ook niet op in.
Inderdaad. Het eerste dat ik ’s morgens doe is 10 minuten yoga/pilates en ik drink iedere morgen rond 10.00 uur mijn eerste kop koffie. Drentse huisvrouwen koffietijd.
Maar autisme? Werkelijk?
Maar ondertussen denk ik daar natuurlijk wel over na.

Die opmerking over autisme is nu ongeveer drie weken geleden.
Dit las ik over autisme op internet:
Volgens psychiater en hoogleraar autisme Wouter Staal kan autisme het beste worden omschreven als verzamelnaam voor gedragskenmerken die duiden op een kwetsbaarheid op de volgende gebieden: sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van informatie.
Meer weten? Hierbij een link naar de website van de Nederlandse Vereniging voor Autisme>>>.

Na drie weken ben ik tot de conclusie gekomen dat ik me niet laat onderzoeken.
Mijn gedrag vertoont hooguit ‘autistische trekjes’.
Verder ben ik opgevoed door mijn moeder die het allerschoonste huis van de hele wereld had en door mijn vader wiens lijfspreuken ‘alles op de organieke plaats’ en ‘Ordnung muss sein’ waren.
Ook ben ik na die drie weken tot de conclusie gekomen dat je over autisme niet te licht moet denken. Mensen die voor de lol roepen “Ach ja, ik ben ook zo’n autist in dat soort dingen!” realiseren zich niet wat autisme inhoudt.

Zo.
Dit blog heb ik geschreven op donderdagmorgen; het is 10.30 uur en ik heb koffie gehad.
De wc’s zijn al schoon. Straks ga ik boodschappen doen.

Reageren

7 maart: Pedant en arrogant.

In deze periode genieten Gerard en ik van de quiz ‘Met het mes op tafel’ gepresenteerd door Herman van der Zandt.
Soms zien we twee afleveringen op één avond, omdat we een uitzending gemist hebben; we hebben ook nog wel eens een vergadering of koor…..

Gisteravond hadden we allebei een beetje moeite met één kandidaat. Hij kwam uit Leiden en wist ontzettend veel; hij had er regelmatig vier goed.
Meestal hebben wij bewondering voor zulke kandidaten, maar gisteravond werden we een beetje kriebelig van de Leidenaar.
Hij was pedant en arrogant.
“Hoeveel heeft u er goed meneer A.?”
Helemaal glimmend riep hij koket ‘Ik heb er vier goed!”
Dan kijken we elkaar even aan en vinden allebei hetzelfde.
Wat een aansteller.

Naast deze zelfingenomen kandidaat zat een hevig transpirerende meneer uit Den Haag.
Die wist ook best heel veel, maar drie goed was meestal niet voldoende.
Hij miste een shoot-out omdat hij niet snel genoeg was.
Bood een keer grof geld om de andere kandidaten weg te bluffen, maar die gingen niet weg en hij verloor veel euro’s.
Hij had ook wel een beetje pech vonden wij.
En naast die stralende betweter uit Leiden straalde hij steeds meer zwetende treurigheid uit.

En toen kwam de laatste ronde.
De Hagenaar had zoveel geld verloren dat er maar een tientje verschil zat tussen de pot en het bedrag op de teller van de Leidenaar.
“Nou, wie moet er winnen?” vroeg Gerard.
Wij hebben altijd onze favoriete kandidaten.
‘Toch die meneer uit Leiden denk ik. Die weet gewoon heel veel, ere wie ere toekomt” vond ik.

En toch won de Haagse underdog.
Spijtig constateerde de gedoodverfde winnaar: “Deze keer heb ik helaas maar twee goed…”
De triestigheid bij de andere kandidaat verdween als sneeuw voor de zon en hij zei met onverholen trots “Deze keer heb ik er vier goed!”

Als het om een voetbalwedstrijd ging zou je zeggen: ze hebben gewonnen, maar het was niet verdiend, de anderen speelden beter.
En dat is ook gelijk het leuke van deze quiz: je bent pas winnaar als je de pot wint.

Vanavond is de week-finale.
Dan spelen de winnaars van maandag, dinsdag en woensdag tegen elkaar.
Met twee vrouwen deze keer én dus de meneer uit Den Haag.
Ik denk dat die mevrouw van de dinsdag-aflevering wint……

Reageren

6 maart: #doeslief.

In de media is Sire met een neie campagne begunt.
#doeslief hebt ze ’t nuumt. Hierbij een link naor de website >>> met meer informatie.
Dat is kennelijk neudig, want veul meinsn doet niet lief tegen mekaar.
Scheldt mekaar uut, speit naor mekaar, of negeert mekaar.
Zölf wor ik aaltied wat verdrietig van al die negatieve berichten en probeer in ieder geval op mien eigen vierkante meter mien best te doen. Lief doen dus.

Gustermiddag mus ik nao ’t werk eem naor de Jumbo.
Veur mij stun een mevrouw met wat bosschuppen in de karre en daorveur stun een oale man met een grote rooie weekendtasse. Hij was wat traoge met het inpakken, dus het wichie achter de kassa haar al zegt hoeveul hij mus betalen, maor hij was nog lange niet klaor met het inpakken van zien rooie tasse. Hij was ok wat bibberig en verontschuldigde zöch dat wat langzaam gung. “Geeft niks hoor, meneer. Zal ik u even helpen?”

Veurzichtig zette ze een mattie eier in zien tasse en vleide de gruunte en de chips d’r over hen. “Nou, vriendelijk bedankt heur!” lachte de man en pakte zien portemonnee.
Maor ok toen duurde het wel eem veur e de portemonnee lös had en geld d’r uut pakt haar.
Hij keek eem weer schichtig richting het wichie achter de kassa, maor die zat met engelengeduld vriendelijk glimlachen.
Het geld weur wisseld en ze wachtte tot de portemonnee weer in de tasse zat.
“Wilt u  de bon ook mee meneer? Spaart voor de kussens? ”
Nee, allemaole niet.
“Dan wens ik u een fijne dag!”
Dat zee ze zo oprecht dat de man met al zien rimpels lachte en nog een keer zee: “Nou, vriendelijk bedankt, heur!” Pas toen hij wegleup richtte ze zöch naor de vrouw veur mij.

Toen gung ze weer in ‘gewone-klanten-stand’ en weur het tempo weer behoorlijk opvoerd.
Toen ik aan de beurt was bedankte ik heur.
“Wat deed je dat goed met die oude meneer. Klasse!”
Ze kleurde tot achter heur oren.
“Bedankt. Wat fijn om te horen”.

#doeslief.

Lees hierbij ok ies het blog ‘Aordig doen’ uut 2015>>>

Reageren

5 maart: Contact wissen?

Met ons Franse-les-groepje zijn we,  na jaren mailen,  begonnen aan een groepsapp.
Weer 7 namen toegevoegd aan ‘mijn contacten’ in mijn mobiele telefoon.
Bij de nieuwe groep kreeg ik alleen maar nummers, maar dat vind ik niet handig, dus gisteravond na de Franse les zat ik op de bank mijn telefooncontacten bij te werken: namen aan de nummers toevoegen.

Wat heb ik eigenlijk veel contacten! Daar kijk ik eigenlijk nooit naar….
O?  Staat die ex van één van de dochters er nog in? Die kan er wel uit.
Klaas? Wie is Klaas? O ja, die Klaas.
Gerard z’n vorige werknummer; kan ook wel weg.
Dan kom ik bij de M.

Ma Vrieswijk. Ma Boshof. Ma mobiel. Ma huisarts.  Ma/Renate ICARE

En ineens gaan de sluizen open.
Wat confronterend.
De beelden schieten door m’n hoofd.
De beelden van de laatste maanden van mijn moeder die in mijn geheugen gegrift staan.
Het najaar van 2017 komt in namen en cijfers voorbij en ik was niet voorbereid op wat dat met me doet.
In ons foto-album staan de foto’s van die tijd.
De laatste Cornelis-clan toen ze al zo’n last van de rug had.
Het eten in die kale kamer in de Boshof.
De laatste weken thuis.
De nasleep van het ontruimen van het huis.

In maart 2018 werd ik zelf opgenomen in het ziekenhuis en zat ik al weer in een andere achtbaan, waardoor de ziekte en het overlijden van mijn moeder wat op de achtergrond raakten.
Gisteravond was het even weer prominent aanwezig.
“Contact verwijderen?” vraagt mijn telefoon.
Dan moet ik klikken op wissen.
Boshof, huisarts, Icare worden gewisd.
De dominee van Hoogersmilde ook.
Ook het mobiele nummer van Ma haal ik er uit, dat bestaat immers niet meer.

En dan het vaste nummer.
Dat is het enige nummer dat mijn ouders ooit hebben gehad.
Toen ze telefoon kregen in de jaren ’60 was dat al hun nummer.
Dat was tot ik uit huis ging ook mijn nummer.
Stond in al mijn schoolagenda’s.

Ik klik op wissen.
Voor het herinneren van mijn moeder heb ik haar nummer niet nodig.
Maar confronterend is het wel.

 

Reageren

4 maart: Met Jezus in discussie.

“Daarover zou ik nog wel eens met Jezus in discussie willen!” zei voorganger Eelkje de Vries gistermorgen tijdens haar overdenking in de viering in Op de Helte.
We hadden gehoord dat Jezus de mensen voorhoudt dat ze eerst de balk uit hun eigen oog moeten halen, voordat ze zich gaan bemoeien met de splinter in het oog van hun broeder.
En dat de goede mens uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voortbrengt, maar dat een slecht mens uit zijn slechte schatkamer het kwade voortbrengt.

En daar zou die discussie met Jezus dan over moeten gaan.
Want een mens is niet alleen maar goed of alleen maar slecht.
De voorganger vertelde dat ze zichzelf regelmatig tegenviel, omdat je eigenlijk wel weet wat het goede is, maar dat  de hang naar luxe en comfort (die ons mensen zo eigen is) het doen van het goede soms in de weg staat.
Ze haalde twee voorbeelden aan die ons allemaal bekend voorkomen.
1.  een geweldige kinderarts, fantastisch voor zijn patiëntjes en een voorbeeld voor de mensheid, blijkt thuis zijn kinderen te mishandelen.
2. De dochter van een mevrouw komt wegens vervelende omstandigheden op straat te staan en is dringend op zoek naar een huis, maar ze komt niet voor een huis in aanmerking, omdat asielzoekers voorrang krijgen. Die mevrouw was altijd erg begaan met asielzoekers, maar heeft ook heel veel moeite met het feit dat haar dochter nu geen huis krijgt.
‘Het hemd is nader dan de rok’ zei de predikant hierover.

In haar overdenking vroeg de voorganger ons om terug te denken aan twee onderwerpen die de laatste maanden veel media-aandacht hebben gehad.
Het eerste was het kinderpardon en daar aan gekoppeld het vluchtelingen beleid en het tweeede oorzaak&gevolg van de klimaatverandering. Die onderwerpen zijn onlosmakelijk verbonden met belangrijke thema’s uit de bijbel, namelijk het doen van gerechtigheid en het bewaren c.q. herstellen van de schepping.
We staan in het kerkelijk jaar aan de vooravond van de 40-dagentijd, een periode waarin we als christenen bewust en serieus oefenen om zeggen en doen samen te laten vallen.

Welke rol spelen wij in de maatschappij?
Wat zeggen we?
Wat doen we?

Met een hoofd vol ‘dingen om over na te denken’ liep ik na de viering de kerk uit.
Tijdens de koffie sprak ik een mevrouw wier man al een tijdje tobt met de gevolgen van dementie. Ze vertelde dat ze zich daarover soms opstandig voelde.
Zij zou ook wel eens in discussie willen met Jezus en ook met God.
Wie niet?

Reageren

3 maart: Fauré in de A-kerk

Zaterdagavond 19.10 uur.
Telefoon: Frea.
“Mam, wat fijn dat je nog thuis bent! Wil jij mijn zwarte pumps meenemen? Die staan nog bij jullie boven in de kast.”
Tuurlijk.

De dikke sportschoenen passen  natuurlijk ook niet onder dat leuke zwarte jurkje.
En al helemaal niet bij het Requiem van Fauré; dat stond gisteravond op haar programma en ook op dat van mij.
Een paar weken geleden vertelde ze enthousiast dat ze ging meedoen aan een scratch voor oud-Bragi-leden. Bragi is de Groninger studentenmuziekverening (koor én orkest), waar Frea in haar studententijd lid van is geweest;  hierbij een link naar hun website.
Zaterdag overdag gingen ze samen de hele dag Fauré oefenen/repeteren en’s avonds hadden ze uitvoering. En publiek was van harte welkom.
Frea stuurde halverwege dag een foto in de gezinsapp: ze zongen het woord ‘calamitatis’, wat bij haar Asterix en Obelix-gevoelens opriep.
Harriët begreep het direct: “Calamitatis? Die altijd chaos veroorzaakt en ruzie maakt?”
“Het is Calamitatis, de ruzie-druïde” appt Frea.
Gezinsonzin-lol.
Om 19.45 uur stond ik met een meneer uit Amersfoort te kletsen over het verschil tussen Groningen en Amersfoort toen Frea haar schoenen alvast even kwam halen.
“Onmiskenbaar uw dochter!”

Het was al even geleden dat ik bij een uitvoering van een klassiek stuk was geweest.
Ik had al kippenvel toen het nog niet eens was begonnen, want ik genoot al van de entourage; de monumentale oude kerk, het gedrentel van de koor- en orkestleden, zoveel jonge mensen actief in de klassieke muziek: mannen in rokkustuum, vrouwen allemaal in het zwart.
Voor het stuk van Fauré aan zong het groot-koor van Bragi twee stukken die niet nader werden benoemd. Het bijzondere was dat ze dat deden in een ander gedeelte van de kerk dan waar het publiek zat. Dat gaf een mysterieus effect; ‘ergens’ hoorden we prachtige, a-capella koormuziek, maar het koor zelf was niet te zien.

Daarna stelde iedereen zich op en konden we gaan luisteren naar het Requiem.
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik het stuk in de afgelopen week al een keer of vijf had beluisterd via Spotify, want het was jaren geleden dat ik het voor het laatst had gehoord. Het risico  daarvan is  dat je dan een foutloze uitvoering hoort, terwijl een echte uitvoering, helemaal bij een scratch, nooit perfect is.

Maar de perfecte uitvoering op de oortjes weegt nooit op tegen een écht concert.
De sensatie van het begin van zo’n stuk met zoveel instrumenten.
Het zien van de concentratie op de gezichten van de muzikanten en de zangers.
Het ‘voelen’ van de muziek door je hele lichaam heen.
En ja: hier en daar hoor je wel eens wat. Net niet helemaal goed onder elkaar, inzetten niet precies gelijk, maar dat hoort er bij: ik heb geluisterd naar een prachtige uitvoering van het Requiem en ik heb gezien dat heel veel mensen, spelers, zangers én publiek, daar ontzettend van hebben genoten. En is dat niet de bedoeling van muziek?
Voor mij voelde het als een cadeau dat ik noot voor noot heb uitgepakt.
Kippenvel bij de sterke sopraan, tranen bij de mooie bariton.
En bewondering voor de  hoogte van de (overwegend splinterjonge) sopranen en tenoren.

Op de foto zie je het hele orkest met het koor daarachter.
Frea staat ergens op de altenrij onder het orgel.
Die sportschoenen hadden trouwens ook best gekund.
Zag niemand!

Reageren

28 februari: Het kan weer.

Na de voorjaarsvakantie ga ik als het kan weer op de fiets naar het werk.
Deze week kon het weer. En hoe!

Dinsdagavond had ik de fiets-accu nog helemaal opladen, de bandjes opgepompt en de warme handschoenen opgezocht, dus woensdagmorgen was ik er helemaal klaar voor. Het was één van mijn mooiste fietstochten door de Onlanden ooit.
De lucht was onbewolkt en toen ik de Onlanden in fietste was er een piepklein rood-oranje streepje zon te zien aan de horizon. Eenmaal bij Groningen stond hij er als een lichtoranje bol net boven.

De wijdsheid van het gebied, de grote groepen vogels, de uitgestrekte waterplassen en de steeds groter wordende zon: majestueus was het.
De laatste keer dat ik er langs fietste was op 17 oktober. Toen was het gebied nog heel droog. Er was toen in oktober al wel weer wat meer water als in augustus, maar het had nog niet over.
Nu was het weer kleddernat. En heel lawaaierig: de vogels zijn al weer zeer aanwezig.

Vorig jaar heb ik het voorjaar in de Onlanden gemist. Begin maart durfde ik in verband met de hartproblemen niet meer te fietsen en na de hartoperatie kon het een tijdje niet. Pas in juli zag ik de Onlanden weer, maar toen was het voorjaar al voorbij.
Gistermorgen genoot ik van deze eerste voorjaarsfietstocht in het besef dat het weer kon. Wat heerlijk.

Theezakjes-vraag…..

’s Morgens bij de koffie stelde collega Richard mij een theezakjes-vraag: “Wat is het mooiste dat je deze week hebt beleefd?”
Daar hoefde ik niet over na te denken.
De prachtige fietstocht van die morgen tussen 07.00 en 08.00 uur.
En de daarbij horende dankbaarheid dat het weer kan.

Maar het was wel koud…….!

Reageren

27 februari: Een leeuw. Niet? Lion dan…..

Maandagavond fietste ik met m’n gitaar op de rug en een fietstas vol kleine muziekinstrumentjes naar de De Deel: ik was uitgenodigd om een uurtje te komen zingen bij de Maandagavondclub. Een héle gezellige club voor mensen met een verstandelijke beperking uit Roden, Leek en omgeving.

We begonnen met een namenspelletje: hoeveel lettergrepen heeft je naam?
Je kunt je naam klappen en je kunt je naam zingen.
Dit spelletje was ook voor mij wel handig: zo leerde ik alle namen kennen!

Vanuit ons oude Memory-spel had ik een aantal setjes plaatjes meegenomen.
Wie heeft een rode vogel? Tineke.
Wie weet daar een liedje over?
Van het roodborstje!
O ja, deze vogel heeft natuurlijk ook een rood borstje. “Roodborstje tikt tegen ’t raam tik tik tik….”

Een leeuw. Een liedje over een leeuw? Niemand. En in het Engels; een lion?
Pieter, die al mooie rode wangen had van de opgewonden spanning begon al te zingen: “In the jungle, the mighty jungle, the lion sleeps tonight”, even later gevolgd door “A wieieieieieieiei, oe wie oe wie o um ma weeee!”
Dat zongen we ook nog door elkaar heen.
Prachtig om te zien dat iemand zo van zingen kan genieten.

Bij het plaatje van de uil herinnerde Jan zich ‘de Fabeltjeskrant’.
“Hallo meneer de Uil, waar breng je ons naar toe?
Het hele lied werd gezongen, inclusief de gesproken tekst “want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensen-wensen etc.”
Maar natuurlijk zongen we ook ‘de uil zat in de olmen/koekoek’.

De koster kwam eens even luisteren. Die had buiten ons zingen al gehoord en was nieuwsgierig wat daar toch voor mooi koor binnen zat te zingen.
Glunderende gezichten.

Theo had een plaatje van een boot.
Die had al die tijd met dat plaatje in zijn hand zitten bedenken welk liedje hij kende met een boot; toen hij aan de beurt was riep hij trots: “Ik heb de boot! En ik ken wel drie liedjes met een boot!”
Natuurlijk gingen we die alle drie zingen. Berend Botje, Schuitje varen en varen varen over de baren.

Muziek maakt iets los bij mensen. De begeleiding deed soms ook een duit in het zakje en kwam met oude, bijna vergeten liedjes die bijna niemand kende.
“Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien”
Sommige maandagavondclubleden zitten heel erg op te letten en doen uitbundig met alles mee, maar er zijn ook ‘kijkers & genieters’; ze wiegen genoeglijk mee op de maat van de muziek, lachen nog eens lief naar mij en daar blijft het bij.
Met elkaar hebben we drie-stemmig gezongen: 1. mooi 2. vals en  3. dolenthousiast.

Benieuwd naar het verslag van de vorige keer? Lees dan ‘Hoeden en een liedje’>>> uit 2018.

(De namen voor dit blog zijn gefingeerd ter bescherming van de deelnemers) 

Reageren

Pagina 201 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén