een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 226 van 309

11 april: Ich liebe das Leben.

Gistermiddag at ik mijn broodje, luisterend naar ‘de Tineke-show’ op Radio 5. In het aanvragenrubriekje ‘de blijmakers’ vroeg iemand het liedje ‘Ich liebe das Leben’ van Vicky Leandros aan. Vagelijk kende ik dat nog van vroeger toen ik nog thuis woonde en mijn vader bepaalde wat er op de televisie/radio was.  Het is een nummer uit 1975.
De tekst raakte me; Leandros bezingt het einde van een relatie. Ze zingt zinnen als:

Nein, sorg’ dich nicht um mich
Du weißt ich liebe das Leben

Was kann mir schon geschehn?
Glaub’ mir ich liebe das Leben. Das Karussell wird sich weiterdrehn

Mag sein daß man sich selber oft viel zu wichtig nimmt
Verzweifelt auf ein Feuer hofft  wo es nur noch glimmt
Wenn so was auch sehr weh tun kann
Man stirbt nicht gleich daran
Was kann mir schon geschehn? Glaub mir ich liebe das Leben.

Man wird ja sehn, die Welt ist schön
Wie’s kommt ist einerlei.

Ik hou van het leven.
Zo is het.
En ik tob niet met de onzekerheid van een verbroken relatie, maar wel met grote hartproblemen waar ik me af en toe ernstig zorgen om maak.
Zo’n liedje kan me even helemaal uit de sores tillen.
Du weißt ich liebe das Leben!

Luister hier >>> naar Vicky Leandros

Reageren

9 april: Doelen op de vierkante meter.

Vanmorgen toen ik wakker werd was Gerard al naar zijn werk.
Voor mij lag een ‘lege week’.
Wat doe je dan zo’n hele dag?

Mij helpt het dan om doelen te stellen.
Iedere dag wil ik een wandeling maken, iedere dag zorg ik zelf voor mijn ontbijt-koffie-thee-momenten en iedere dag kook ik zelf de warme maaltijd en doe ik daar boodschappen voor. Dat kan ik dan mooi combineren met die wandeling. Ondertussen zorg ik dat het huis wat opgeruimd blijft en doe ik kleine klusjes. Tempo 70-plus.

De laatste boerenkool uit eigen tuin.

Vandaag was één van de klusjes ‘de laatste boerenkool uit de tuin halen’ en kookte ik stamppot boerenkool met een gebakken verse worst.
Tijdens de dagelijkse wandeling ontmoette ik wat kennissen uit de omgeving, maakte wat praatjes en vond een lief kaartje in de brievenbus.
Onder het middageten draaide Tineke de Nooy het liedje ‘Deze dag komt nooit meer terug’ van Gerard Alderliefste.

Deze dag komt nooit meer terug.
De zin bleef in mijn hoofd haken.
Ook al is het een heel andere maandag dan anders, ook al doe ik even niet mee met de maatschappij en is het revalidatieproces op dit moment ‘vechten op de vierkante meter’: deze dag komt nooit meer terug. In mijn gedachten vulde ik de zin aan ‘dus maak er iets van’.

Vandaag heb ik al mijn doelen gehaald.
De laatste boerenkool was verrukkelijk!

Reageren

8 april: Roden. Zon. 18 graden.

Vanmorgen zette ik mijn tablet aan en op het scherm verscheen de tekst : Roden.  Zon.  18 graden. Dat was ons al beloofd toen ik nog in het ziekenhuis lag en wat heerlijk dat de voorspellingen dan ook uitkomen.

Na  het beluisteren van de viering vanuit de Catharina kerk (met een ooggetuige verslag van de gebeurtenissen rond Pasen van een Romeinse soldaat: leuk!) dronken we buiten koffie en ook de rest van de dag zaten we heerlijk in de tuin. Wat een buitenkansje zo begin april.
Aan het einde van de middag kwamen Harriët en Carlijn even langs.
Samen maakten we bij ons glaasje vruchtensap een Italiaanse bruschetta: een brood-borrelhapje dat je eenvoudig in je oven kunt bereiden.

Nodig:
– 1 stokbrood
– 50 cc olijfolie
– Italiaanse kruiden (Oregano, basilicum)
– geraspte kaas.
– rode of groene pesto of tapenade.

Oven voorverwarmen op 180 graden.
Het stokbrood snij je in plakken van ongeveer een centimeter.
De olijfolie giet je in een bord en doopt ieder plakje stokbrood in de olie, zodat één kant vettig wordt.
Dan strooi je op ieder plakje op die olijfoliekant de kruiden en een beetje geraspte kaas.
Leg de plakjes op een rooster en doe ze 10 minuten in de oven op 180 graden.
Serveer de brusschetta met  rode of groene pesto of tapenade.

Dit is een erg simpele manier van bruschetta maken.
Kijk maar eens op internet; je kunt je qua ingrediënten helemaal uitleven!
Wij genoten in de voorjaarszon van dit heerlijke Italiaanse borrelhapje en realiseerden ons: dit is nog maar het begin. We hebben de hele lente en zomer nog voor ons!

Reageren

7 april: Afscheid op afstand.

Op deze website schreef ik heel soms over onze ex-buurvrouw Zwanny Aukema-Westerhof.  De laatste keer bezocht ik haar op 21 februari in Vredewold in Leek. Toen ik in het ziekenhuis lag viel haar rouwbrief bij ons op de deurmat.  We konden niet naar de rouwdienst; via kerkomroep kon ik de plechtigheid terugluisteren.

In die bijeenkomst werd het leven van Zwanny belicht. Wij kenden haar pas vanaf haar 65e toen ze verkering kreeg met Jan (zie 3 januari 2017), maar daarvoor had ze al een heel leven gehad.  Het was mooi om haar familie daarover te horen vertellen.

Het meest werd ik geraakt door het verhaal van haar mantelzorgvriendin /ex-collega Agnes.  Zij heeft heel veel voor Zwanny gedaan in de zware,  laatste periode van haar leven. Ze vertelde over het moeilijkste moment in hun vriendschap: de dag dat Zwanny moest worden opgenomen op een gesloten afdeling van Vredewold. Ze heeft daar gelukkig nog een goede periode gehad.  Agnes zei hierover: “Vertel mij nooit meer hoe vreselijk het is in een verpleeghuis.” Om die woorden te illustreren droeg ze een ontroerend gedicht voor van Inge Boulonois (dichteres, 1945) met de titel ‘Verpleeghuis’.

Verpleeghuis

Zo’n plaats waar je liever niet, maar
als het thuis niet meer
omdat er door je hoofd te veel verleden
slingert, dan liever hier dan elders.

Dit huis slaat zijn armen veilig
om je heen. Je mag er tijd verliezen,
door bezoekers wakker worden gekust
en beesten strelen in de patio.

Terwijl je woorden moe van het bedoelen
worden, zinnen zich vergeten
en je lippen een geheimtaal vinden,
waait in je al meer stilte aan, totdat –

En tot die tijd, ook als je dat niet meer beseft,
hangen in je eigen kamer boven het bed
de foto’s van alle dierbaren, je kleinkinderen
lachend. Aan jou, hoe dan ook, gehecht –

uit: Idioom van geluk (2016)

Meer lezen over bezoekjes aan Zwanny? zie 21 februari 2018

Reageren

6 april: “Kom mij niet aan!”

Vandaag is de derde volledige dag thuis na de hartoperatie in het UMCG.  Woensdag wandelde ik met Gerard al een kwartiertje buiten, gisteren bracht ik met Carlijn een kaartje op de bus en vandaag ging ik met Gerard lopend naar de markt. Als je ons zo ziet lopen,  dan lijkt het al weer heel wat.

Maar wat je ziet is buitenkant. Na de voornoemde wandelingetjes moet ik zitten en bijkomen; mopperend over dat je zo moe kunt zijn na zo’n ‘schietstukkie lopen’.
’s Morgens kan ik niet ontbijten, douchen en aankleden achter elkaar, dat moet met tussenpozen. Opstaan is sowieso vermoeiend; mijn lichaam realiseert zich iedere ochtend weer dat het een behoorlijke klap heeft gehad.

Goede adviezen krijg ik van iedereen.  “Rustig aan,  kom even goed bij,  doe kallem an.” In tegenstelling tot de vorige infarcten waarbij stents zijn geplaatst kost het me geen enkele moeite om die adviezen op te volgen. Je wilt wel rustig aan doen als je zo gebutst en gehavend uit de strijd komt en je borstkas alleen al zeer doet bij ademhalen.  Vanmiddag op de markt ontmoetten we een echtpaar dat we kennen van de PKN-gemeente. Zij kwam enthousiast op me af lopen. “Fijn dat ik jullie weer zo zie!”
 Ze sloeg een arm om me heen en klopte me op de schouder.  Dan krimp ik al in elkaar,  bang voor een te enthousiaste knuffel. Kan nu even niet.  Volgens mij staat in een wolkje boven mijn hoofd te lezen ‘Kom mij niet aan!’

Maar het is ook nog maar de derde dag. Er hoeft nog niks.  Ik rommel wat door het huis,  drink gezellig koffie en thee met deze en gene,  vouw een wasje weg en doe af en toe iets aan het eten.
Vanmorgen kreeg ik een cadeautje van mijn ‘zwemvriendin’: een DVD van The Crown.
Elluk nadeel heb se voordeel.

Reageren

4 april: Net als het viooltje.

Thuis.
Je eigen ritme, je eigen dingen.

Halverwege deze woensdag komt er een rust over me, die er al meer dan een maand niet meer was.
Tijd om alle gebeurtenissen de revue te laten passeren.
Een ballenspel doen op de computer.
Rustig wandelingetje in de lentezon met Gerard.

Genieten van de narcissen en krookjes in de tuin, van de uitlopende perenboom en de hortensia’s.
Geen controles en metingen.

Onder de waslijn ontwaar ik het dappere viooltje waar ik op 14 februari ook al over schreef.
Er zijn twee viooltjes bijgekomen.
Tegen de verdrukking in (denk even aan die strenge vorst begin maart) en ingeklemd tussen tegels en waslijnpaal staat het te stralen in de aprilzon.

Ik voel me een beetje als dat viooltje.
Ook ik wil weer stralen in de aprilzon en met hulp van mijn lieve thuisfront, vrienden, familie en ons warme ‘netwerk’ ga ik mijn best doen.
De afgelopen weken zijn we werkelijk bedolven onder steunbetuigingen in de vorm van kaarten, reacties op dit blog, app’jes, mails, bloemen en telefoontjes. Op deze website wil ik mijn ‘meelezers, meelevers én hemelbestormers’ ook namens Gerard heel erg bedanken voor de support die in zoveel verschillende vormen voorbij kwam.
DANK!

(foto genomen op Tweede Paasdag in het dagverblijf van het UMCG)

Reageren

3 april: Wacht u voor de ontslagfase.

Kon ik de afgelopen dagen nog wel door de tijd heen komen: vandaag was het een rijstebrijberg. Om 09.15 uur vertelde de zaalarts na een kort onderzoek dat ik naar huis mocht. Dat wilde ik graag horen. “Met de verpleegkundige moet ik nog even de medicatie voor thuis doornemen.”

Ok. Ik wachtte nog wel met het bellen van Gerard, ervaring leert dat de papieren rompslomp veel tijd in beslag neemt.
Tot 14.30 uur heb ik gezeten en gewacht. Uren gingen in ledigheid voorbij.
Vorsten uit.
Historia uit.
Buurvrouw zuchtte gezellig mee. “Ooooech”. “Ooooh”

Alle tassen stonden al vanaf 09.30 uur ingepakt. Ik maakte een Sudoku maar ik bakte er niks van; de getallen dansten voor mijn ogen. Wat duurt dan de tijd lang.
Zitten en wachten.  In bed liggen kon niet meer want dat was al afgehaald en schoongemaakt. Tegelijkertijd ben je bij de overige personeelsleden van het UMCG al sinds 9.15 uur van de radar af. Geen onderzoeken meer, geen controles en metingen: wachten. En zitten. Het breiwerk, toch vaak een rustpunt in mijn dagelijkse leven, had ik uit frustratie al weggelegd.

Er was steeds miscommunicatie over de medicatie die ik bij de apotheek moest halen. Tenslotte kreeg ik van de zaalarts een overzicht en vlak voordat ik haar een hand (afscheid!)  zou geven kwam de verpleegkundige nog weer met een uitdraai waar een medicijn op stond waarvan niemand wist of ik het al dan niet moest hebben. “Ik kijk het na in het systeem” en daar stiefelden de witte jassen weer van de afdeling af, met medeneming van alle uitdraaien en aantekeningen. Daar zat ik weer: wachten.
“Ooeff”.  Zo is het buurvrouw.
Het maakte de dag onnodig lang en heel vervelend. De kwartieren kropen voorbij; ineens was ik alles zo ontzettend zat.

Inmiddels was Gerard op eigen initiatief toch al in het UMCG gekomen. Hij had kennelijk een laxerende invloed op de stroperige papierwinkel waar geen einde aan leek te komen, want binnen een half uur duwde hij mij in een rolstoel de afdeling af. Naar huis.

Dit blog schrijf ik thuis, achter het grote toetsenbord van mijn eigen computer.
Frea en Jon zijn er nu nog, morgenvroeg vertrekken ze op tijd naar Schiphol. Zij hebben vanavond voor ons gekookt; vanavond zullen we met z’n vieren een boom klaverjassen.
Count your blessings.

Reageren

2 april: Door drie verdiepingen heen….

De afgelopen dagen kwam ik vanuit een volslagen hulpeloze situatie weer langzaamaan op krachten en kon ik steeds meer doen.  Gisteren mocht ik mezelf al wassen,  vandaag was ik al weer in staat om mezelf te douchen. Een mijlpaal op de weg van de Echternachse processie. Vanmorgen stond ik voor het eerst alleen voor de spiegel en kon ik met eigen ogen zien wat er allemaal met mijn lichaam is gebeurd. Veel. Nu alle slangen, draden, infusen en snoeren weg zijn zie je pas hoe zo’n slagveld het is geweest.  Als ik zo stabiel blijf als nu mag ik morgen (dinsdag 3 april) al naar huis.

Voor mij sneller dan verwacht; binnen een week na de operatie al, een meevaller!  Op vrijdag 16 maart ben ik opgenomen in het Martini ziekenhuis, we zijn nu twee en een halve week verder. Wat je op den duur opbreekt is het gebrek aan privacy.  Deze laatste  week in het UMCG deelde ik mijn kamer met een mevrouw van niet-Nederlandse afkomst waarmee communiceren moeizaam ging.  Nou red ik mij daar in het dagelijks leven vaak prima mee,  maar in deze omstandigheden niet.  Met haar man en kinderen sprak ze een voor mij onverstaanbare taal en ze was vooral heel erg druk met ‘stennen en zuchten’. Aaah. Oef. Oeh. ..oohh. Bert Visscher zou zeggen: “Mijn vriendin kan door drie verdiepingen  heen zuchten.. .” Dat was niet erg bevorderlijk voor mijn herstel en het droeg ook niet bij aan de gezelligheid, die was er namelijk niet.  Jammer, want je kunt juist zoveel aan elkaar hebben als lotgenoten.

Nu zit ik mij de hele dag al te verheugen op morgen.  Naar huis.

 

Reageren

1 april: Eerste Paasdag.

Vanmorgen werd ik wakker met het gebeier van kerkklokken.  Feestelijk klonk het;  per slot van rekening was het Eerste Paasdag. Het was de bedoeling dat ik de ochtend zou doorbrengen met het luisteren naar de kerkdienst uit Roden, maar in een ziekenhuis zijn “wat ik wil”  en “wat er gebeurt” twee op zichzelf staande eenheden die zo op het oog niet veel met elkaar te maken hebben.

Rond kwart voor tien zat ik in een stoel bij te komen van ontbijt, wassen en aankleden. De verpleegkundige kwam met een uitgebreid verhaal over de revalidatie periode na de operatie. Daarna was er koffie met gebak, paasschuimgebak. Heerlijk was het! Vervolgens kwam Edwin langs voor een gesprekje. Hij is fysiotherapeut en wilde naast praten ook even over de gang wandelen. Wandelen is een fors woord voor geschuifel over de gang: met je linkerhand aan je drain-drietand en je rechterhand aan de vasthoud-plank aan de wand is het meer ‘balanceren en een beetje vooruit komen’.

Het gebak was nog niet op toen de verpleegkundige vrolijk kwam meedelen dat ik nog gewogen moest worden. Dat is op zich niet een aardig moment om dat te doen… …..maar ik hoefde me geen zorgen te maken: alle vocht-kilo’s van na de operatie zijn alweer weg.  Nou is dat gewicht ook het laatste waar ik me hier zorgen over maak. Vanavond krijgen we paasdiner: met kip, gevuld ei en een advocaat-toetje.

Reageren

31 maart: Een hele Piet; in bed…..!

Gisteren in de loop van de dag werd ik losgekoppeld van steeds meer apparaten: katheter, infuus,  bloeddruk meter.  Optimistisch vroeg ik aan de verpleegkundige of ik al zelf naar het toilet mocht lopen. Dat kon nog niet.  O? Ik mocht even met de benen bungelen en een paar minuten op een stoel zitten.  Eenmaal naast het bed begreep ik waarom; trillend zat ik op de stoel en vier minuten later lag ik alweer in bed.

De uren daarna zat ik regelmatig op de rand van het bed,  kreeg ik kleren aan en gisteravond kon ik zelfstandig naar het toilet. Grote meid. Nog even weer een kwartier in de stoel en toen mocht ik weer lekker liggen. De nacht van vrijdag op zaterdag viel tegen.  De morfine pomp was ook afgekoppeld, daardoor nam de pijn toch wel toe. Ook vanmorgen viel het me niet mee. Slecht geslapen, suf van de medicatie die ik later in de nacht toch nog kreeg en hondsmoe.  Na het wassen en aankleden was ik tot niets meer in staat. Dat een mens zo moe kan zijn.

“Drie stappen vooruit,  twee achteruit.” De verpleegkundige draaide er niet om heen. Op die manier wordt het lange weg: je hebt dan vijf stappen nodig om één vooruit te komen. Een Echternachse processie. Maar je komt vooruit en dat is de bedoeling.

Reageren

Pagina 226 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén