een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 254 van 309

11 maart: Pebbles. Of Job.

En toen zat ik zomaar op vrijdagmiddag op een terras in de zon. Heerlijk! Met een ex-collega had ik een ‘zullen-we-even-weer-bijkletsen’ afspraak. We gingen samen lunchen bij Kaap Hoorn >>> aan het Hoornse meer. Helemaal beschut met glas rondom maar wel in de open lucht door een opengeschoven plafond. Geen wind, wel zon. Kennelijk waren er veel mensen die dat wisten want het terras zat helemaal vol.

O, wat is zo’n mini-uitje altijd knoetergezellig. Ruim twee uur zaten we te genieten van de zon, van elkaar en wat er werd geserveerd. Er valt altijd van alles te beleven op een vol terras. Naast ons schoven twee mensen met een hele grote hond achter onze tafel. De hond had kennelijk last van haar voor z’n ogen, want hij had een koddig staartje op z’n kop. “Doet me denken aan dat meisje van de Flintstones” merkte collega op. “Ja, Pebbles!”

Even verderop zaten twee oudere dames met twee keffertjes aan hun voeten. Toen een ober bij hen in de buurt kwam stoven de hondjes op en werden agressief naar de ober toe. Die schreeuwde en beende daarna woedend mopperend door het gangpad.
Even later liepen twee gasten wat te dicht langs de hondjes, die weer met veel geblaf aanvielen. De gast schreeuwde enkele specifieke dierenscheldwoorden die ik op dit blog niet zal herhalen. Nu was de maat vol en werden de dames gesommeerd de honden buiten ergens zolang vast te zetten.

Het is interessant om te zien wat er dan gebeurt op een vol terras. Zodra iemand begint te schreeuwen kijkt iedereen op. Daarna doet iedereen z’n best om niet te kijken, maar ondertussen kijkt iedereen. De gesprekken stokken en mensen fluisteren elkaar hun mening toe over de hondjes, de ober en de gasten. Pebbles werd even aangehaald en geaaid; de eigenaren wierpen elkaar een veelbetekenende blik toe.

Toen we weggingen zei ik tegen de eigenares van de grote buurhond dat ze hem/haar goed opgevoed hadden. Pebbles (die eigenlijk Job heette) had al die tijd heel lief onder de tafel gezeten. “Maar goed dat hij zo rustig is, anders moest hij ook naar buiten” merkte ik op. ‘Nou, die ober ging anders zelf op de pootje van dat ene hondje staan!” zei de vrouw ineens verrassend pinnig.
Toen we met z’n tweeën naar buiten liepen constateerden we dat hondenliefhebbers elkaar nooit afvallen.
“Die tweede aanval was dan zeker een gevolg van een PTSS* ” dacht collega.
Tuurlijk.

(* Post Traumatisch Stress Syndroom)

Reageren

10 maart: Unieke samenwerking van twee cantorijen.

Woensdagavond vertelde ik aan de deelnemers van de workshop hoe leuk het is om in een koor te zingen, gisteravond genoot ik weer van de wekelijkse cantorijrepetitie.
In deze periode hebben we het met de cantorij altijd druk. We moeten bezig met de liederen voor witte donderdag en de paaswake; twee mapjes met liederen. Dat is pas in april, dus ik had nog amper naar de muziek gekeken, maar bas naast mij had het allemaal keurig voor elkaar in zijn map. Alle liederen netjes gekopieerd en op volgorde. Dat is zeer ongewoon. Wij zijn gewend om te rommelen met drie grote koorboeken, een groen boek, een liedboek en losse blaadjes. Bas merkte zelf op ‘dat pensionado’s daar wel tijd voor hebben’, maar volgens mij geldt dat niet voor alle pensionado’s.
Tenminste niet die op ons koor zitten.
Voor de chaoten onder ons werd het nog wat ingewikkelder; gisteravond kwam er namelijk nog een mapje bij: voor de ‘liedmiddag’.

Deze liedmiddag wordt gehouden op zondag 19 maart. Het is een samenwerkingsproject van onze cantorij en de Op de Helte-cantorij. We gaan die zondagmiddag de hele middag samen zingen onder leiding van beide cantrixen.  We studeren een aantal liederen in, rond een uur of half 6 gaan we samen eten en dan is er om 19.00 uur een vesper waaraan we als één cantorij meewerken, Arjan Schippers is de organist/pianist. Ik zit me al een tijdje mateloos te verheugen op die zondag de 19e! Gisteravond kregen we dus de muziek; we liepen het mapje vluchtig door. Mooie muziek. Als cantrix een titel noemde, zoemde het hele koor het lied al. Het was rommelig en ruuzig en iedereen humde wat door elkaar heen. We hebben er zin in!

Aan het eind stopte een alt op de eerste rij alle drie de mapjes met de vele muziekstukken in de tas. “Nou, ik weet het al weer! Wij liggen straks in mei ruggelings met de voetjes omhoog op apegapen van al die muziek die we ingestudeerd  hebben.”
“In jouw geval met de wieltjes omhoog” merkte bas op de achterste rij op.
Alt loopt tijdelijk met een rollator……

Reageren

9 maart: Zingen met hart en ziel.

Vorig jaar gaf ik voor het eerst de workshop ‘Zingen met hart en ziel’ ( zie >>>).
De taakgroep ‘Vorming en Toerusting’ van onze PKN-gemeente had mij voor dit jaar weer gevraagd een avond te verzorgen. Een aantal mensen dat zich had opgegeven was ook vorig jaar van de partij, dus ik wilde het wel wat anders doen.
Ik vroeg de deelnemers of ze hun lievelingslied aan mij wilden doorgeven. Een lied dat ze graag zongen en dat we met de groep ook zouden kunnen zingen.

De meest uiteenlopende liedjes werden doorgegeven. Tot mijn grote genoegen zongen we bijvoorbeeld Droomland (lezen en luisteren? >>>), we zongen twee liederen uit het liedboek, een kerstlied, “This land is your land” (hele goede jeugdherinneringen voor Alie), maar er was ook gekozen voor het nummer “I see fire” van Ed Sheeran.
Maar dat was moeilijk! (Benieuwd naar het nummer? Klik hier >>> voor een filmpje op YouTube). Ik zag niet voor me dat we dat met de hele groep gingen zingen. Maar ik zocht wel de akkoorden erbij en studeerde het zo goed en zo kwaad als dat ging in. Het nummer zette ik op mijn tablet en die nam ik mee. Samen met Judith heb ik met de uitvoering van Sheeran meegetokkeld en gezongen. Maar dat ging niet echt lekker; het klinkt zo eenvoudig, maar het is heel moeilijk om mee te zingen. En dan te bedenken dat dit het gemakkelijkste was wat Judith had doorgegeven. Ze houdt namelijk van hardrock en grunge…..

Met z’n twaalven hebben we bijna twee uur samen gezongen. We leefden ons uit met de overbekende muziek uit The Sound of Music ( Do, re mi en Edelweiss enzo) en we zongen het idiote ‘supercali-fragilistic-expialidocious’ uit Mary Poppins. We leerden de canon ‘Viva, viva la musica’ en we zongen aan het eind heel eigenwijs als tweestemmig koor ‘Lied om de zegen’ uit Daar is het daglicht.

Wat ik met zo’n avond hoop te bereiken is dat ik mijn liefde voor zingen en muziek over kan brengen op andere mensen. Aan het begin hield ik een klein betoog over zingen in het algemeen. Ben je benieuwd naar wat ik heb verteld? Hierbij een link Zingen naar een PDF met de tekst.

Reageren

7 maart: Het ‘februari-was-stom-feest’ (1)

Halverwege de herfst van vorig jaar zat Harriët bij ons aan tafel.
Ze baalde er van dat de winter er weer aan kwam.
“Heb ik toch zo’n hekel aan! Koud, glad, geen zon; vooral februari vind ik zo’n stomme maand, dan is er helemaal niks leuks!”
Ze mopperde nog even door en kwam toen met een lumineus idee.
“Zullen we dan zelf een feest bedenken en organiseren? Dan noemen we dat het ‘februari-is-stom-feest”!  We kletsten even door over het idee. Wat gaan we dan doen?
Het kwam er op neer dat iedereen dan aan de Boskamp zou komen, dat we patat zouden gaan eten in een snackbar en dat we ’s avonds zouden gaan praten, drinken, chips eten en een spel doen.
Met zoveel agenda’s was het nog best moeilijk om een zaterdagavond in februari te vinden, er lag al te veel vast. Het werd de eerste zaterdag van maart. De naam van het feest werd iets aanpast: ‘is’  werd ‘was’.

Daarom zaten we zaterdagmiddag om 17.15 uur aan de koffie/thee met pepernoten (had ik nog over van Sinterklaas, houdbaarheidsdatum half mei) en liepen we rond 18.30 uur naar Alida’s Smulpaleis. Patat met een snack en een softijsje na. Het was heerlijk & gezellig.
Na de koffie (met de rest van de pepernoten) deden we het pré-historische spel Cro Magnon. (beschrijving zie >>>) Carlijn kwam met de vileine opmerking dat degene die het dichts bij de pré-historie geboren was mocht beginnen. Ik. Dan voel je je wel oud…..
We maakten oergeluiden, beeldden dieren en begrippen uit, maakten onherkenbare creaties van klei en tekenden met houtskool, dit alles zodat de anderen zouden raden wat wij bedoelden. Wim won.
We sloten het ‘Februari-was-stom-feest’ af met een potje UNO. En Wim won. Je hoort echt wel bij de familie als twee zulke typische Waninge-spelletjes wint….

Evaluatie: experiment geslaagd.
Na de herfstvakantie leggen we de agenda’s naast elkaar voor februari 2018.

Reageren

6 maart: De taal van mijn hart.

Met de Catharinacantorij werkten we zondagmorgen mee aan de viering in de Catharinakerk. We zaten weer op ons vertrouwde plekje onder de preekstoel.
Er waren problemen met de nieuwe vloerverwarming.
Die deed het niet…..we zongen ons wel warm.

Gisteren was de eerste zondag van de Veertig-dagen-tijd. Centraal stond het verhaal van de verzoeking in de woestijn. Jezus wordt door de duivel op de proef gesteld. (Lezen? Zie Basisbijbel, Mattheüs 4 >>>)
Ons werd op het hart gedrukt om ons op vragen van andere mensen te weer te stellen. “Weet wat je zegt. Sta stevig in je schoenen en spreek de taal van je hart”.
Daarbij hoorden we het lied van Stef Bos ‘ de taal van mijn hart’.
Hierbij een klein gedeelte uit de tekst:

Ik zing de taal van mijn hart 
Hoor de taal van mijn hart 
Ook al klink ik soms gebroken 
Gebroken en verward 
Het is de taal van mijn hart
(klik hier De taal van mijn hart voor een PDF met de hele tekst en hier >>> voor het lied op YouTube)

We vierden vanmorgen met elkaar het Heilig Avondmaal. Wat ik dan weer mooi vind is dat we in het moderne, lichte liturgisch centrum toch gebruik blijven maken van de historische avondmaalsbekers die bij de Catharinakerk horen. (info: zie >>>)

Een van de hoogtepunten in de viering was voor mij het orgelspel van Arjan Schippers. Hij speelde tijdens de collecte ‘Sicilienne’ van Bach (om een pianouitvoering daarvan te beluisteren zie blog 31.08.2015) en tijdens het avondmaal het ‘Pie Jesu’ uit het Requiem van Faure.

Gerard en ik namen allebei iets anders mee uit deze dienst.
“Sta stevig in je schoenen”  had Gerard onthouden; voor mij was dat “Spreek de taal van je hart.”
Na maanden ‘zwevend kiezersschap’ weet ik nu waar ik op moet stemmen.

Reageren

5 maart: Schilderen zonder penselen

Ada bezig met 'de Onlanden, 07.15 uur'

Ada bezig met ‘de Onlanden, 07.15 uur’

Met Harriët, Carlijn en haar vriendin Irene deed ik gistermiddag mee aan een workshop, een activiteit die werd aangeboden door de Taakgroep Vorming en Toerusting van onze PKN-gemeente. De workshop heette: schilderen zonder penselen. We trokken ‘oude verfkleren’ aan en meldden ons bij Judith (Oosterhuis, de workshopleider).

Harriët met papa’s oranje overhemd: opperste concentratie!

Het was de bedoeling dat we ons lieten inspireren door de natuur; eerst kozen we uit een aantal afbeeldingen van landschappen de foto die we het mooist vonden en die we het best bij onszelf vonden passen. Daarna probeerden we in gedachten ons landschap te visualiseren en daarna mochten we aan de gang. Met acrylverf. Maar niet met penselen dus. Met houten bestek, paletmesjes, bankpasjes, karton, stof, allerlei materialen waarmee je de verf op een maagdelijk wit papier kon aanbrengen.
Het was best moeilijk om te beginnen. We moesten zelf de kleuren mengen en we hadden maar één papier…..je kon het dus niet overdoen. Niet alleen het papier werd mooi beschilderd, ook onze handen en ons gezicht (bij sommigen ook het haar, de broek en de schoenen) werden van mooie kleuren voorzien.

Irene’s landschap verbeeldde ‘het meertje bij de Buitenkunst-camping’ (Westerbork)

Sommigen waren zo druk met hun werkstuk bezig, dat Judith echt even streng moest zijn: “Dames: nu echt even pauze nemen! Kijk maar even bij de buren wat die zoal doen. Vind je iets een leuk idee? Bedenk dan maar: goed gejat is beter dan slecht bedacht.”
Dus loerden wij op alle tafels om te bekijken wat de anderen hadden gemaakt en om nieuwe (gejatte) ideeën op te doen.

Het was weer erg verrassend om te zien wat er allemaal tot stand kwam. Er werd geconcentreerd gewerkt en voor onze ogen ontstonden zeer diverse landschappen.
Naderhand werden alle werkstukken even bekeken en vertelde de maakster hoe ze het had gemaakt.
Rondom deze tekst staan foto’s van de schilderijen en hun maaksters.

Carlijn: mooie kleurencombinatie

Volgende week zondag, 12 maart, zullen deze schilderijen tentoon worden gesteld in een zaal van Op de Helte: kom daar vooral even een kijkje nemen, volgens Judith hebben wij vanmiddag op hoog niveau gepresteerd!

N.B. Op dit blog staan alleen mijn gezinsleden.
Op de website van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde >>> heb ik een verslag gezet met foto’s van de andere deelnemers.
Het verslag is wel hetzelfde, maar de foto’s zijn anders!

Reageren

4 meert: Rinus hef ’t verbruid.

Veurige weke veul het eerste exemplaar van Zinnig op de matte achter de veurdeure. Een Drents tiedschrift veur iederien die wat met Drenthe , Drenten en de streektaol hef.  Op 9 november (zie >>>) schreef ik over het proefnummer; ik nam geliek een abonnement .
Grappige columns, korte verhalen, gedichten en interviews. Het was weer slim aangenaam um d’r in te lezen.

Twee dingen wil ik in dit blog eem benuumen.
Dr stiet een groot interview in met Herbert Dijkstra. Scheuvel- en wielercommentator en verslaggever. Bekende Nederlander en nuchtere Drent. Hij slöt het zeer interessante gesprek of met dizze woorden: “Ik ken veul collega’s die zegt dat ze een hiel mooi warkleven had hebt. Maor zegt: “Nou as ik kleinkinder heb besef ik pas wat ik thuus heb laoten liggen.” Dat zal mij niet overkommen. Daorum blief ik ok het liefst under de radar. Ik huuf niet links en rechts nog ies in beeld. Gien interviews en dat soort dingen. As mien wark oflopen is, dan is het veur mij ok oflopen. Dan wil ik thuus belangriek wezen en niet in de spotlights staon.

In dizze wereld van ‘zien & gezien worden’ vin ik zu’n uutspraak een veraodeming.

Maor d’r was ok een uutspraak van iene waor ik mij an argerde. Argernissen laot ik op dizze website niet vake heuren, maor nou kan ik mij toch eem niet stille holden. An het woord was Rinus Bouwmeester, journalist en taolschulte.
Hij vindt dat het tied is veur een goeie regiosoap, zoiets as van jonge leu en oale grond uut Twente. En daornao zeg e: “Verder heb wij in Drenthe verlet van goeie veurbeelden, zoals Herman Finkers dat in Twente is.”

…….

Leeft Rinus under een stien of zo?
Hoe ku’j aans Daniel Lohues over de kop kieken!

Rinus hef ’t verbruid bij mij.

Reageren

3 maart: Wandelstok kwijt.

Gisteren had ik mijn moeder uitgenodigd om een dagje bij mij in Roden te komen. Vorig jaar moest ze om de klip-klap naar het ziekenhuis, nu het op dat gebied wat rustiger is komt ‘zomaar een dagje Roden’ weer in het vizier. De taxi haalde haar van huis en om half elf zaten we aan de koffie. Gezien haar leeftijd (85) gaat op zo’n dag alles in een wat lagere versnelling. We bereidden samen het eten voor (wortelstamppot, daar houdt ze van) en toen dat op het gas stond was er nog even tijd voor een aperitiefje; daar kunnen we samen dan zo van genieten!

Na het eten wandelden we Roden in. Ma liep altijd als een kievit, maar de laatste jaren wordt ze toch wat minder stabiel, vandaar dat ze altijd een wandelstok meeneemt. Ik fungeer als wandelende kapstok: ik draag de tas en de paraplu. We deden de gebruikelijke boodschappen; even naar Hans Anders,  de Wibra, de Kruidvat en de Jumbo. Toen we alle boodschappen bij de Jumbo hadden ingepakt riep Ma ineens in paniek: “Waor is mien wandelstok!?!?” Ik installeerde haar naast een vriendelijke meneer op een bankje voor in de supermarkt en liep eerst door alle gangpaden van de Jumbo. Geen wandelstok.
Vervolgens naar Kruidvat. Nee, geen wandelstok gezien.

Onderweg naar de Wibra liep ik tegen twee hele mooie jongens aan die me iets wilden vragen over een goed doel. “Nee heren, jammer, geen tijd! Ik ben voor mijn hulpeloze moeder op zoek naar haar wandelstok!” Een andere mevrouw die aan de andere kant van de jongens langs liep riep”Bij de Blokker hebt ze opvouwbare wandelstokken.”
Dat weet je dan maar weer. Bij de Wibra vroeg ik bij de kassa of ze een wandelstok hadden gevonden. Een vrouw in de rij bij de kassa riep: “Bij de Jumbo! Daor leup iene in ’t pad te vraogen wie zien wandelstok kwiet was….” Dat zijn de zegeningen van een dorp.

Terug naar de Jumbo. De meisjes bij de kassa wisten nergens van. Misschien bij de info-balie? Jaaaaah. Daar stond ie. Wat kun je dan blij zijn met een wandelstok.
Bepakt en bezakt liepen we naar huis.
Toen ik haar naar huis bracht genoot ze van het autorijden. “Wat bent de landerijen ja nat, de boeren kunt d’r nog lange niet op.” In Hoogersmilde wilde ze nog even naar de slager voor een verse worst. Die had ze in Roden ook wel kunnen kopen dacht ik, maar volgens mijn moeder kon die nooit zo lekker zijn als die van de slager in Hoogersmilde. Ze kocht de verse worst en ook een droge, die kreeg ik mee.
“Veur in ’t weekend bij de borrel.”
Gisteravond namen we alvast een stukje.
En of die worst nou uit Hoogersmilde komt of uit Roden, het maakt ons niet uit.
Het is Drentse droge worst!

Reageren

28 februari: Aandacht maakt alles mooier.

Gistermiddag zocht ik mijn ex-buurvrouw Zwanny op. Ze woont op een gesloten afdeling van Vredewold in Leek. De vorige keer >>> had ik beloofd dat ik een volgende keer m’n gitaar zou meenemen. De medewerkers van Vredewold vonden dat een goed idee. Nu de ouderen steeds langer thuis blijven wonen is hun toestand als zij worden opgenomen slechter dan een paar jaar geleden.

Als je iets wilt doen met de bewoners is eigenlijk bij alles  één op één aandacht nodig, behalve als je gaat zingen. In een kringetje zaten ze met z’n achten om mij heen. Twee van hen zongen bijna alle liedjes mee. Soerabaja. Middellandse zee. In ’t groene dal. De meneer die naast mij zat wiebelde genoeglijk mee op de maat van de liedjes; bij ‘het paardehoofdstel aan de muur’ veerde hij op en zong een paar regels mee.

Een klein uurtje heb ik gezongen. Vol aandacht bleven de bewoners in het kringetje zitten, wiegend, hummend en soms alleen maar luisterend. Helemaal op het laatst zong ik een lied dat ik van mijn opa Vrieswijk heb geleerd.
Voor de oorlog was hij schipper en hij kende uit die tijd de Knoalster Lorelei.
“Ik wait nait wat zel het beduuden dat ik zo miesderig bin…” Een echte Drent in onvervalst Gronings.  (voor tekst & meer informatie klik hier >>>)
Tot mijn stomme verbazing was er een mevrouw die dat lied kende.
Opgetogen zong ze het gedeeltelijk met me mee.

Toen ik afscheid nam vertrouwde een medewerkster me toe dat ik wat haar betreft wel iedere week mocht komen. Dat weet ik ook nog wel uit de tijd dat mijn schoonmoeder in
’t Beurtschip zat: als wij met de bewoners gingen zingen, konden zij even rustig hun administratie bijwerken en alvast wat voorbereiden voor de rest van de dag.
In dit soort tehuizen zit men te springen om vrijwilligers.
Als we allemaal een stukje oppakken (fietsen op een duo-fiets, een spelletje doen, helpen met knutselen etc) dan snijdt het mes aan twee kanten: de bewoners krijgen meer persoonlijke aandacht en het personeel krijgt hulp bij het organiseren van ‘extra dingen’.
Heb je soms wel een uurtje over? Ga eens vragen bij een zorg-instelling in je buurt of je iets kunt doen.
Je wordt met open armen ontvangen!

Reageren

27 februari: Alles giet d’r boeten stil um deur

Vandage is het negen jaor leden dat mien Va zomaor uut de tied kwam.
Veurig jaor schreef ik in dat kader over The second walz van André Rieu en over wat die muziek met mij deu.
Vandage zet ik weer een muziekstuk op dit blog, maor dizze keer wat hiel aans. Het is een lied van Roelof en Harm en het het “Alles giet d’r boeten stil um deur.”

Het lied beschref wat d’r gebeurt as d’r iene plotseling komt te overlieden.
Je eigen wereld stiet op de kop, ie wordt overweldigd deur het verdriet dat je overkomt en ie constateert tot je verbaozing dat de wereld veur de aandere meisn gewoon deurgiet.
In Hoogersmilde veul dat in de rouwperiode nog wel met: iederiene wus dat Vrieswijk overleden was, dus as ik bij supermarkt Meintjes was weur ik vriendelijk anspreuken en condoleerd. “Wat is d’r toch gebeurd en wat ja arg veur je moe”. Zukswat.

Moar twee dagen later  leup ik in Roden bij de Super de Boer en daor wus eigenlijk gieniene dat mien va drie dagen leden overleden was. Mien olders woonden ja niet in Roden. Ik leup daor met mien karregie tussen de aandere meinsn en vuulde mij zo unheimisch en verleuren. Alles gung maor gewoon deur, terwijl ik an niks aans denken kun as dat mien va d’r niet meer was.

Roelof en Harm zingt: Het was as of op dat moment de wereld stil bleef staon en alles gung d’r boeten stil um deur…..

De eerste keer dat ik het liedtie heurde zat ik bij Roelof en Harm bij een veurstelling en was ik slim emotioneel. Ik zag mijzölf met het boodschappenkarregie bij Super de Boer lopen en veulde weer het ongeleuf en het verdriet over het overlieden.
Maor het lied gaf ok troost. Toch giet het leem d’r stillegies um deur.
Het verdriet kreeg de tied um te slieten en deur de jaoren hen gaot de scharpe raandties d’r wel of. Het leem giet deur. In 2008 zee d’r iene tegen mij: ie moet zu’n overlieden zien as het omvallen van een hiele dikke boom in een bos. In het begun staot alle bomen die d’r umtoe stunnen in het volle licht en hebt ze d’r slim veul last van dat die dikke ‘naoste’ boom d’r niet meer is. Bij het omvallen bent d’r wat takken die verstrengeld waren met ropt, dus het döt zeer en het locht is veuls te fel. Een lillijke, lege plek in het bos. Maor allengs gruit de aandere bomen naor mekaar toe en vult ze zo samen de lege plek op.
Op de plek van oale boom komt weer jonge boompies en nao een jaor of tien zie j’ d’r niet zoveul meer van.

Een mooi beeld vun ik. En zo is ’t ok gaon. ’t Is goed zo.
Maor bij dit liedtie >>> van Roelof en Harm prikt het nog wel altied eem.

Meer blogs over dizze dag: 2016 >>>  en 2015>>>

Reageren

Pagina 254 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén