een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 295 van 302

30 maart: Hééél veel informatie

Dit weblog heb ik in eerste instantie opgezet om dingen te delen over mijn liefhebberijen, zie de rubrieken in de rechterkolom. Maar toen ik in oktober het hartinfarct kreeg bleek het een mooi medium om mensen van het verloop op de hoogte te houden. En ook nu met Gerards ziekte is het handig om zo af en toe iets over het vervolg op dit blog te vermelden. Soms is het dan lastig om het weg te zetten onder een bepaalde rubriek, je kunt het toch moeilijk een liefhebberij noemen. Daarom start ik vandaag met de categorie ‘en meer….. alledag’.

KankerVanavond om 19.00 u hadden we een intakegesprek op de afdeling dagbehandeling van Oncologie. We werden bijgepraat over wat Gerard te wachten staat aan behandelingen. Het was best veel: we kregen een schema van 21 dagen waarop staat wat op welke dagen staat te gebeuren. Infuus, injecties, medicijnen, bloedprikken, kortom een scala aan behandelmethodes. Na die 21 dagen wordt er bekeken of de volgende kuur kan worden gestart. De hele chemotherapie duurt 3 x 21 dagen. We kregen een boekje mee met alle informatie zodat we het nog eens na kunnen lezen. De bijwerkingen hebben in dat boekje een eigen hoofdstuk. Daar werden we niet blij van. Maar de verpleegkundige stelde ons wat dat betreft gerust. Je hebt nooit alle bijverschijnselen….
Morgen gaan we beginnen. We gaan het zien.

Reageren

29 maart: zitten op de stoel waar de naar zoekt.

Op 14 maart >>> schreef ik dat ik door Gerards ziekte geen ruimte in mijn hoofd had voor de 40 -dagen tijd “Het vreet zoveel energie dat ik zelfs niet bezig ben met de veertig dagen tijd. Het hoofd zit te vol met andere dingen“.

Later kreeg ik hierop via dit weblog een reactie:  “Dat trof me. Waar gaat het nou over in de 40-dagen tijd? Inkeer, besef van sterfelijkheid, hoop op nieuw leven…. Daar worden jullie dit jaar toch juist bij bepaald?

Wat een eyeopener! Zo had ik het nog niet bekeken. Ik wil altijd iets doen. Me iets ontzeggen. Mediteren. Maar onze situatie is al heftig genoeg. Dan hoef je niks extra’s te doen. Dan is er al inkeer, besef van sterfelijkheid en hoop op nieuw leven. In je hoofd gaat het immers nergens anders over als je je zorgen maakt over de ernstige ziekte van je partner.
Het voelt een beetje als: het zoeken naar een stoel, terwijl je er op zit.

kanker

We weten inmiddels weer wat meer over de behandeling van Gerards ziekte.
De behandeling met chemo’s tegen de ziekte van Kahler begint a.s. dinsdag.
Er lag nog steeds een vraag bij de uroloog: kunnen we zolang wachten met de behandeling van de prostaatkanker tot de Kahler onder controle is? Eergisteren hadden we contact met de uroloog: hij vindt dat we niet zo lang kunnen wachten. Zolang Gerard bezig is met de chemokuren tegen Kahler krijgt hij medicijnen om te zorgen dat de prostaatkanker niet groter wordt. De internist verwacht een half jaar nodig te hebben om Kahler te consolideren. Daarna wordt bekeken hoe de situatie dan is en of er kan worden begonnen met de behandeling tegen prostaatkanker.

Reageren

28 maart: Vrieswijken

Vandaag heb ik me een paar uur ondergedompeld in mijn eigen familie geschiedenis.
Bij de zus van mijn vader was een bijeenkomst met de kinderen van Trijntje Kamps-Vrieswijk, de zus van mijn opa.
Mijn vaders neven en nichten dus. Opa had maar één zus, dus het was een kleine familie.
Zus had zeven kinderen, waarvan en vandaag 5 waren. Eentje was overleden en de jongste was verhinderd. Vond ik jammer, want bij haar heb ik de meeste herinneringen.
Vroeger, toen mijn overgrootvader nog leefde, gingen wij vaak bij die tante van mijn vader op bezoek want ‘ouwe opa’ (zoals wij hem noemden) woonde bij zijn dochter in huis en de jongste kinderen waren toen ook nog thuis.

Kees, Sienie, Henk en Andries

Ik had een fotoboek meegenomen dat mijn vader de laatste jaren van zijn leven had gemaakt.
Daar zaten ook foto’s in uit de tijd dat mijn vader kind was.
Eén van die foto’s zet ik vandaag op mijn blog. Je ziet drie jongetjes en één meisje. De jongetjes zijn mijn vader en twee van zijn jongere broers. Het meisje is Sienie, de oudste dochter van de zus van opa.
Vanmiddag zat ik naast Sienie aan de thee. Het meisje van toen is nu 75. Zij heeft mijn vader goed gekend in zijn jeugd en het was heerlijk om met haar over vroeger te praten en oude familieherinneringen op te halen.
Het was alsof ik bij mijn eigen familie op een verjaardag zat. Het voelde zo vertrouwd!
Kees, de oudste zoon, leek op mijn vader, alleen had hij blauwe ogen en geen diep bruine, zoals pa. Trijn, de tweede dochter leek op mijn tante Trijn (genoemd naar dezelfde oma). Eén zus leek eigenlijk helemaal niet op de anderen, maar had wel weer de ogen van mijn vader.

Onmiskenbaar familie. Wat een leuke middag. Mijn vader en zijn broers zijn allemaal al overleden. Het was net of er een even een stukje ‘Pa Vrieswijk’ terug was. Ze praten ook allemaal net zo gemakkelijk als hij. Over streektaal en Daniël Lohues. Over het mannenkoor in Dedemsvaart. Over Meppeldagen met te veel Amsterdammers. Over de overleden broer die ze zo missen. Over onze gezamenlijke (over)grootouders.

Volgend jaar weer.
Dan mag ik hun foto’s zien.

Reageren

27 maart: Krenten in de Cantorij-pap

Volgende week is het Pasen. Dat zijn altijd drukke tijden voor de cantorij. We zingen dit jaar in de viering van Goede Vrijdag en in de Paaswake op Stille zaterdag. De periode om alles in te studeren is maar kort en onze cantrix moet de vaart en dan ook behoorlijk in houden. Ze is dan wel wat strenger en vooral ook duidelijker.
Gisteravond hadden we de voorlaatste repetitie. Het is bewonderenswaardig hoe ze haar rust bewaart en precies om 21.30 uur alle liederen voor de twee diensten met ons heeft doorgezongen.
Haar woordgebruik was vermakelijk. Een goed verstaander……
Even een paar voorbeelden:

– Met opgetrokken wenkbrauwen zei ze na een lied: “Oké…”
Iedereen weet dan dat het niet oké was.
– Bij één lied zakten we behoorlijk terwijl de noot steeds hetzelfde was. “Je moet omhoog-zingen. Dat staat er niet, maar je moet de noten omhoog denken”.
– Bij een ander lied moesten we ‘fierder’ zingen. Dat doet haast Vlaams aan, maar we begrepen wel wat ze bedoelde.
– Bij het lied met de titel “Zo dor en doods’ merkte de cantrix op dat wij ons goed hadden ingeleefd.
– “Moeten wij niet wakker zijn?” is een ander gezang voor de goede vrijdag. “Zo klinkt het niet…’ zei ze daarover.
– Eén keer liet haar oordeel niets aan duidelijkheid te wensen over: “Het hoeft toch niet zo vals?” Het moge duidelijk zijn: wij hebben gisteravond hard gewerkt.

Nu lijkt het alsof het brandhout was wat wij als koor produceerden, maar dat is beslist niet het geval. Maar het kan natuurlijk altijd beter en de woordkeus van de cantrix prikkelt dan om nog beter op te letten en nog preciezer te zingen.

De Stille zaterdagviering begint in het donker. Ons werd geadviseerd om een klein lampje mee te nemen. Bas rechts naast mij dacht aan een mijnwerkershelm. (Daar heb ik dan gelijk beelden bij.) Maar we vonden een schemerlamp tussen ons in ook wel een goede optie.

Hoogtepunt van de avond was voor mij het moment waarop de bassen en de sopranen couplet 2 van een lied moesten zingen. De bassen zongen inderdaad couplet 2 maar de sopranen zongen couplet 3. Cantrix liet ze het couplet helemaal uitzingen. Door elkaar heen, compleet andere tekst. Tenoren en alten hadden vraagtekens en uitroeptekens boven hun hoofd maar onthielden zich van commentaar. Voor mij zijn het de krenten in de cantorijpap. Als wij volgend weekend zingen in de bewuste diensten gaat het natuurlijk goed, cantrix heeft er alle vertrouwen in: “Ik denk dat er geen grote rampen gaan gebeuren.”
Altijd fijn, zo’n hart onder de riem.

Reageren

26 maart: Trijn uut Smilde

Meertmaond Dialectmaond: de maand maart staat traditioneel in het teken van het dialect. Ik noem het liever streektaal. Daarom vandaag een verhaal in mijn eigen taal dat ik heb geschreven over onze legendarische buurvrouw in Smilde aan de Vaartweg. Veel leesplezier!

Trijn

Gerard en ik bint allebeide opgruid in Hoogersmilde, een klein dörpie an de Dreinse Heufdvaort, under de tillevisietoren. Wij trouwden in 1983, huurden eerst een poossie een woning in de neibouw en in 1985 kochten wij het huus van olle vrouw Juustenga an de Vaortweg, tussen Hoogersmilde en Middensmilde in. Wij waren toen twintigers en oonze komst gaf nogal wat reuring in de buurt.
Het waren veurnamelijk oldere meinsn, vieftigers, zestigers en naost oons woonde an de iene kant Lambert Vos met zien zeun Henkie en an de aander kant woonde Trijn Klok.

Trijn heul alles wat d’r op de Vaortweg gebeurde goed in ’t oog van achter de ‘bewegende geraniums’. Veurdat wij doadwarkelijk an de Vaortweg gungen wonen, mus het huus natuurlijk hielemoal opknapt word’n en Trijn was regelmaotig ‘toevallig’ op buut’n as ien van de harde warkers uut de deur stapte en dan kun ze mooi eem weer wat vroagen. Toen ze ien keer wus ‘waor as wij iene van waaren’ gung ze bij familie en kennissen te raode en nao een moand wus Trijn meer van oons dan wij in de gaten hadden. Toen wij d’r gung’n wonen, leuten wij heur het huus zien en vreug ze tussen neus en lippen deur: “Gao j’ nog op vekaansie? Naor Zeeland zeker…..” Ja dus.

Wij mussen in ’t begun wel barre wennen. Trijn wol altied wel eem een praotie maken en wij, allebei een voltied-baan, haar’n daor niet altied tied veur. Soms hung ik gauw de was eem op as ik heur weg zag fietsen, dat scheelde mij weer een hiel verhaal over ‘mien zuster in Den Helder’ bij de wasliende. Moar…..’t was een lief meinse. Wij können altied bij heur trecht as d’r wat was en dat was wederzieds. Zo af en toe drunken wij samen ies een kop koffie, wat d’r op neerkwam dat ik uutheurd weur over mien familie (of mien breur, die destieds samenwoonde, nou al ies trouwd was…).

Van Trijn kreeg ik echt meer te zien toen bij oons de eerste dochter geboren weur: Frea. De buurt was sowieso al arg betrökken bij de hiele zwangerschap, want een baby op de buurt, dat was al lange leden. Wij kregen zölfgemaakte truigies en kienderwagenovertrekkies en kruukezakkies en weet ik wat nog meer en….. arg veul andacht, veural van Trijn. Om de haverklap kwam ze kieken en minstens ien keer in de weke kwam ze ’t kiend in bad helpen doen. Ze heul mij scharp in de gaten. Ik was nou de hiele dag thuus dus Trijn haar ogen te kört. Wat arg mooi was, dat wij altied oppas hadden. Trijn wol altied wel oppassen (behalve natuurlijk as ze naor heur zuster in Den Helder gung). As wij een verjoardag hadden of zo, dan haalden wij heur vriendin, vrouw Kalsbeek uut Smilde op, en dan zaten de dames bij oons samen op te passen. As wij dan ’s oamnds weer thuus kwamen, mus vrouw Kalsbeek nog naor huus bracht worden en dan gung Trijn natuurlijk gezellig met. En maor commentaar geven: “Bint Piet en Hillie nog niet op bedde? Zit ze nou nog te tillevisie kieken? Jan en Geese hebt zeker nog feest van de voetbal. Bij Jantje is ’t locht al uut, die giet altied op tied hen berre” enzovoort enzovoort.

Maor Trijn geneut van oonze Frea. Zo’n kleintie in de buurt gef een boel ofleiding. In 1988 raakte ik weer in verwachting en nou was Trijn d’r nog veul meer bij betrokken. Stun ik de ramen te wassen op een trappie, stun Trijn kopschuddend veur ’t raam: “Niet doen wicht, straks val ie!” “Ben j’al weer hen dokter west?” “Hoe ist met de bloeddruk?” En toen ik dan eindelijk aan het bevalln was, zag Trijn de auto van dokter Batelaan veur ’t huus staon en leup ze onopholdelijk van en naor vrouw Jonkers, een paar huuzen verderop, want ze vun’t wel erg spannend allemaol. Toen de dokter weer weg was en wij met ’n beiden an ’t bijkomen waren van de geboorte van oonze tweede dochter Harriët, tikte Trijn an ’t raam: “He’j al wat?”
Ja Trijn, kom d’r mar even in………

Tot Trijns grote verdriet gungen wij vlak nao Harriëts geboorte verhuuzen. Naor Roden. Wat ja ’n einde vot. Het kostte mij al muite genog om uut de buurt weg te gaon, moar het begreutte mij nog meer van Trijn. Ze vun ’t verschrikkelijk. Wat zul ze de kinder gaon missen. En mij. En wie mus d’r nou bij oons oppassen. Ik zie heur nog staon. Een drentse kruudkoek in een puutie in de hand stun ze op de oprit. Afscheid nemen van de kiender, want die gungen tiedens de verhuuzing noar mien schoonmoeder. Wij kregen de kruudkoek en een dikke smok en de belofte: “Ik kom in Roden kieken as ’t daor allemoal klaor is. Hoe hiette de straot ok weer? O ja, dat kun ik ok wel onthollen, net as ’t crematorium in Assen…..”

Natuurlijk is ze nog ies west. En wij bent nog weer bij heur west. Wij hadden in Roden ok een oldere buurvrouw, maar dat was gien ‘Trijn’. Wat hebt wij heur mist in ’t begun. En heur praoties. Maor wij hadden een jong gezin en wij hadden ’t drok in Roden, dus de buurt uut Smilde raakte aal meer noar de achtergrond. Zo af toe belde ze nog ies: “En is je breur al trouwd?”

Ja, inmiddels wel. Moar dat hef Trijn niet meer metmaakt.

Reageren

25 maart: “Ja”

Vandaag is het onze trouwdag.
Op 25 maart 1983 trouwden we in het gemeentehuis in Smilde en in de Ned. Hervormde kerk in Hoogersmilde.
We hadden toen bijna 3 jaar verkering. Gerard was 21 en ik 22.

Het was een fantastische dag. We hadden familie & vrienden de hele dag uitgenodigd, inclusief de ooms en tante’s. Het totaal kwam op 70 man. Twee weken voor de bruiloft telden we zenuwachtig het aantal mensen dat op de lijst stond voor het eten. Wij kwamen op 70 personen en we hadden een maaltijd voor 72 personen: wie zagen we nou toch over het hoofd…… bleek dat we onszelf waren vergeten bij het tellen!

We hadden een geweldige dag. We lieten het maar gewoon gebeuren. Er waren zoveel gasten, die konden niet allemaal in de trouwzaal van het gemeentehuis. Op de foto’s zie je mensen opeengepakt zitten en langs de zijkanten staan. Na het jawoord mochten we elkaar zoenen, volgens de aanwezigen deden we dat iets enthousiaster dan de etiquette voorschreef.

Bij het maken van de foto’s (bij het Blauwe meer) was de chauffeur ook mee. Dat was zwager Harrie, die beslist van toegevoegde waarde was. Hij hield de paraplu’s vast en paste op ‘mijn bontje’, een witte stola die ik om de schouders had omdat het vreselijk koud was.

In de kerkdienst zong “Hosanna”, het jeugdkoor dat we destijds hadden. De grootste klier die altijd voor de meeste reuring zorgde op de repetities stond er nu voor: wat was hij zenuwachtig. Maar het ging prima. Alleen jammer dat de fotograaf vergat om een foto van het koor te maken: hij dacht dat ze nog een keer zouden zingen…..dat was het enige dat echt fout ging die dag.

’s Avonds vierden we een grote bruiloft waar alle mensen die toen een rol speelden in ons leven aanwezig waren: vrienden, familie, collega’s, zondagschoolleiders, jeugdkoorleden, buren, IKJ-leden. Het was een fantastisch feest. Er werden stukjes gedaan door de broers en zussen, door het jeugdkoor, door de vriendengroep en door de zondagsschoolleiding.
Ik weet nog dat ik de zaal inkeek waar ongeveer 200 mensen zaten en dacht: “Deze mensen ken ik allemaal!”

25 jaar later hebben we wel een feestje gevierd, maar een stuk minder uitgebreid.
Toen hadden we namelijk ook geld nodig voor de reis met onze dochters naar Rome!

Reageren

22 maart: Zwemmen (2)

Toen wij in 1989 uit Smilde naar Roden verhuisden was ik gewend om iedere week een half uur te zwemmen met vriendin T. Dat stopte toen natuurlijk en de eerste maanden in Roden zwom ik niet. Ik had ook wel wat anders aan m’n hoofd. (zie 15 oktober >>>).
Op een kennismakingsbezoek bij de overburen A. en B. kwam ter sprake dat ik graag zwom, maar dat dat in je eentje niet zo leuk is.
“Dan gaan we toch samen” zei A. en zo is het gekomen. Eind 1989 zochten we het zwembad op en begonnen samen aan de eerste baantjes in Roden. Dat is dus 25 jaar geleden en nog steeds zwemmen we iedere maandag een half uur samen. We zwemmen dat halve uur constant door. En ondertussen bespreken we ‘lief & leed’.

zwembad 'de Hullen'

knipoog

Zwemmen en praten tegelijk is héél vermoeiend.
Daarom hebben wij ook zo’n goede conditie……

Wat ik bijzonder vind is dat we buiten het zwemmen bijna niets gezamenlijks hebben. Haar kinderen zaten op een andere school, ze maakt geen deel uit van een kerkgemeenschap, ze woont niet meer in onze buurt, ze zingt niet, ze handwerkt niet en ze heeft niets te maken met mijn andere netwerken. Daarom praat het denk ik ook zo gemakkelijk met haar: een luisterend oor aan wie ik veilig dingen kan vertellen, zonder bang te zijn dat het wordt doorverteld. Geen verborgen agenda’s. Gewoon interesse in elkaar. Natuurlijk hebben we ook wel een aantal dingen gemeen: ze houdt ook heel erg van lezen en we hebben allebei een secretariële baan in de stad Groningen. En sinds februari kwam er iets gezamenlijks bij: haar man werkt bij de NAM. De mijne ook.
Na 25 jaar is onze ‘zwemrelatie’ veranderd in een vriendschap. We kennen elkaars wereld heel goed uit de wekelijkse bijpraatsessie en hebben samen al heel wat meegemaakt. Zwangerschappen. Ouders die ziek worden en overlijden. Ups en downs met de kinderen. Problemen op het werk. Ziektes waar we zelf mee kampen. Toen ik in 2003 een been brak deed A. wekelijks onze boodschappen. En na het laatste infarct bracht ze 4 seizoenen Downton Abbey voor me mee.

Afgelopen vrijdagavond gingen we samen uit eten ter gelegenheid van ons 25 jarig jubileum.
En hebben we op maandag altijd maar een uur ‘spreektijd’ (met reizen en uit- en aankleden erbij), gisteravond zaten we ruim 2 en een half uur te kleppen.
Zwemmen en praten tegelijk is héél vermoeiend.
Eten en praten tegelijk houden we langer vol!

Reageren

21 maart: Zwemmen (1)

Op 25 februari >>> schreef ik over ‘bewegen’.
Er is één vorm van bewegen die ik al m’n leven lang graag doe en dat is zwemmen.
Ik leerde al heel jong zwemmen van mijn vader. Hij was zelf op een schip geboren en vond het uitermate belangrijk dat een kind weet wat het moet doen als het in het water valt.
Dat had hij zelf ook al op heel jonge leeftijd geleerd en dat deed hij bij mij dus ook.

In mijn jeugd had Hoogersmilde een eigen zwembad waar we graag naar toe gingen. Bij mooi weer namen we de ‘badtas’ (zo’n driehoekige) mee naar school en fietsten we na schooltijd naar het zwembad om tot vijf uur nog even te zwemmen. Al mijn vriendinnen hadden een mooi plaatje op hun bikini of zwempak met A-diploma of B- diploma erop. Ik niet. Mijn vader vond dat ik niet op zwemles hoefde. Ik kon immers al zwemmen en duiken. Iedere zomer was er weer gezeur over. Dan mocht ik van de badmeester niet in het diepe omdat ik niet zo’n plaatje had. Moest ik voorzwemmen. “Je hebt een ‘schaarslag’.”
Ja. Maar ik verdronk niet. Op een gegeven moment vonden mijn ouders dat ik dan toch ieder geval dat A-diploma moest halen, dan waren ze van het gezeur af. Ik ging een zomer op zwemles, maar de schaarslag (mijn versie van de schoolslag) leerde ik niet af. Op de dag dat het diplomazwemmen was trouwde de zus van mijn vader en mocht ik bruidsmeisje zijn.
Had ik dus nog geen zwemdiploma!
Die zomer daarop begon de badmeester weer moeilijk te doen.
Toen is mijn vader hoogstpersoonlijk naar de badmeester toegegaan.
Daarna mocht ik altijd in het diepe.
Zonder plaatje op mijn zwempak.

Toen ik al 50 was meende iemand die mij zag zwemmen mij er op te moeten wijzen dat ik met een schaarslag zwom. Dan doemt in mijn hoofd even die badmeester uit de jaren ’60 weer op. Daarna denk ik: “Gebemoei.”
Ik verdrink immers niet…….

Reageren

19 maart: Glimlachen? Of rijden?

Het wordt zo langzamerhand een ‘ continuing story’: de sprookjes van de Franse les. Om het verhaal van 17 februari >>> even af te maken: Phileine was dus niet de naam van de  franse Grietje. Dat vermoeden hadden wij gelijk al, de juiste naam is Gretel.

We hebben altijd maar een uur. Maar daar hadden we dinsdagavond echt niet genoeg aan. Juf was ziek geweest, dus die vertelde eerst al hoe het nu was en ook de rampspoed die ons is overkomen werd besproken. Na de korte verhaaltjes die ook nu weer niet allemaal kort waren kwamen de laatste twee sprookjes aan bod. Domme Hans en Zwaan kleef aan. Iemand haalde de sprookjes door elkaar en vroeg: “Ruilde hij die bok (uit domme Hans) dan steeds voor iets anders? Hoe kwam hij anders aan die zwaan?” Het valt ook niet mee, franse sprookjes.

Bij het bespreken van het huiswerk kreeg juf de slappe lach. Pierre had het woord sourire (glimlachen) verward met conduire (autorijden). Iemand reed dus niet naar Fred, maar glimlachte naar Fred. Dat werkte zo op jufs’ lachspieren dat ze niet meer kon ophouden. Ze heeft zo’n aanstekelijke lach dat op den duur iedereen in een deuk lag, terwijl de mensen achter aan de tafel die hele fout van Pierre niet hadden gehoord…..

petit prince

Aan het eind was dan nog de boekbespreking. Mijn Da Vinci Code had bijna iedereen gelezen, in ieder geval hadden ze de film gezien. Een collega-leerling had Le petitie Prince >>> uitgekozen, bij Nederlanders en Fransen een zeer bekend boek. Het is geschreven door Antoine de Saint Exupery. Het lijkt een kinderboek, maar er zitten volwassen thema’s in. Voor een volgende keer werden twee nieuwe kandidaten aangewezen. “Mag je ook een boek als Angelique doen?” Ik kijk er al weer naar uit.

Reageren

18 maart: Overstekend groot wild

Gisteren en vandaag weer op de fiets naar Groningen.
De zon kwam mooi oranje op. In Roden was het al helder, maar in de Onlanden was het nog mistig.
‘Mistig, kold en stille’.
De reeën die ik vorige week niet had gezien waren en nu wel en hoe. Vanuit de mist doken ze zo ineens voor mij op. Ze waren bezig om al huppelend de weg over te steken, maar ze schrokken zich rot van mij. En ik van hen. Ze bleven even staan en schoten toen in paniek alle drie een kant op. Ik ben maar even afgestapt.
“Wat een avontuur hééé” zou Bert Visscher zeggen.

Gisteren ontdekte ik dat mijn MP-3 speler op ‘shift all’ kan zetten. Dat levert een spectaculaire reeks muziekstukken op.
“Lonely this christmas” van Mud, gevolgd door “Sehet Jesus hat die Hand…” uit de Matthäus.
Drentse teksten van Daniël Lohues afgewisseld met engelse liedjes van Caro Emerald en Anouk.
Beatles na Mozart en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Bij sommige muziek denk ik zelfs: “Nu even niet!” zoals “Blauwe korenbloemen” van de zusjes de Roo. Voor smartlappen moet ik echt in de stemming zijn en die hoor ik het liefst als ik een vervelende huishoudelijke klus doe. Kan ik mooi meebléren.
En het ‘Benedictus’ uit de Theresiënmesse hoor ik liever niet met het geraas van voorbijrijdende auto’s erdoor heen.
Maar ik laat het allemaal voorbijkomen, ik kan nou eenmaal niet om de haverklap op de knopjes drukken om een nummer door te spoelen.

Ko de boswachterVanmorgen zag ik een hele groep aalscholvers bij het Hoornse Meer, die hadden ruzie met een reiger. Ze verbeeldden het spreekwoord “Vissen in dezelfde vijver”. In mijn oren zong Daniël: “Aj joe verkleed’n as schaop dan komm de wolv’n joe nao”.
Ik kan zo in de Ko de Boswachtershow.

Ken je het liedje nog?
Des zondags bij achten zit hij al te wachten bij de kast van de radio…dan buigt hij zijn kopje en drukt hij op het knopje voor de:  Ko de boswachter show!

Reageren

Pagina 295 van 302

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén