Vorige week stond er een artikel in het Dagblad van het Noorden over het nieuwe maaibeleid.
Niet een onderwerp waar ik normaal gesproken een artikel over lees, maar deze keer werd mijn aandacht getrokken door een foto van een berm vol bloemen.
“Heee….dat heb ik ook gezien!” Als ik ’s morgens naar mijn werk in Groningen fiets kom ik de stad in bij de rotonde van Eelderwolde.
Daar is een hele nieuwe wijk uit de grond gestampt, maar het oude boerenweggetje dat daar vroeger al langs liep is er nog en is nu in gebruik als fietspad. De bermen van dat weggetje staan tegenwoordig uitbundig in bloei: er is wel gemaaid, maar slechts een halve meter van de weg af.
De rest van de begroeing staat er dus nog gewoon: klaprozen, zomermargrieten, boterbloemen, lupines.
Ik bespeurde zelfs een blauwe korenbloem. In de krant kwamen voor- en tegenstanders van het nieuwe maaibeleid aan het woord. Het behoeft geen betoog: ik ben voor.
Als ik rond kwart voor acht op kantoor mijn computer aanzet heb ik al drie kwartier gefietst: een goed begin van de dag! Een fietstocht door de Onlanden ’s morgens om 07.30 uur is niet spectaculair maar wel erg aangenaam. Dan heb ik alweer van alles gezien: twee ooievaars die in een pasgemaaid weiland op zoek zijn naar eten. Een zwanenpaar dat statig met een aantal lichtgrijze pluizige puberkuikens op het meer zwemt. Kikkers die luidkeels in een sloot zitten te kwaken.
Eenden, ganzen, konijnen, hazen en (in het laatste stuk in de stad) hondjes aan de lijn.
Soms is het fietsen iets minder aangenaam. Vanmiddag bijvoorbeeld op de terugweg ben ik (om het maar eens op z’n Drents te zeggen) ‘strontnat reegnd’. Maar de temperaturen waren nog prima, dus geen man overboord. Ik heb thuis genoeg droge kleren én een wasmachine.
Van één van onze dominees leerde ik ooit de Benedictijner regels.

We kregen zelfgemaakte macaronikettingen, brievenstanders, stropdassen en wandtegeltjes (zie het voorbeeld hiernaast) aangeboden met een toepasselijk gedicht: “Lieve papa, luister even, vandaag is het vaderdag!”
Hij is genomen op een doordeweekse dag na het eten in 1995. Harriët had de hele dag een staartje in gehad, maar dat had ze er uit gehaald, vandaar de ‘oogverblindende coupe de plumeau’. Ook Frea’s vlechtje had het avondeten niet gehaald, dus er was geen sprake van ‘nog even haar kammen voor je op de foto komt’.De foto zegt alles over deze vader en zijn dochters.