een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 91 van 301

15 januari: Ooggetuigen.

Heb je ooit een hol vat horen praten?
Vanmorgen in de PKN-viering nam zo’n vat het woord bij monde van voorganger Sijbrand van Dijk.
Hij vertelde hoe het was om watervat te zijn op een bruiloft in Kana.
Onopvallend stond het vat in een hoek met vijf collega’s en niemand zag hen staan.
Maar één man uit Nazareth had opdracht gegeven om hem tot de rand met water te vullen en daarna bleek het geen water maar wijn te zijn.
Een glorieuze dag voor het onbeduidende watervat.

We hoorden nog meer ooggetuigen die op de bruiloft waren geweest.
Maria, de moeder van Jezus, die niet precies wist wat haar zoon ging doen.
Ze vertelde (in de persoon van Tineke Braspenning) dat ze in haar leven al bijzondere dingen met hem had meegemaakt.
Toen ze hem gezegd had dat de wijn op was had hij haar min of meer terecht gezet en gezegd dat zijn tijd nog niet gekomen was.
Op die toon had hij ook op 12-jarige leeftijd tegen haar gesproken toen hij in de tempel was gebleven en zij als ouders al aan de terugreis waren begonnen.

Verder was er de ‘belangrijk-doenerige’ ceremoniemeester, dominee Walter Meijles, die zich vooral druk maakte over het feit dat HIJ niet was betrokken bij het regelen van die nieuwe wijn.
Die steeds maar riep dat áls er iets mis ging op de bruiloft, dat HIJ er dan op werd aangesproken.
Aan het eind van zijn relaas moest hij ook wel toegeven dat HIJ niet voor de goede wijn had gezorgd, maar hij nam ondertussen wel de complimenten daarvoor in ontvangst.

En tenslotte vertelde Nathanaël zijn verhaal (uitgesproken door Geertje van der Meer).
Dat hij een leerling was geworden van een  leraar van een geheel nieuwe beweging en hoe spannend dat was.
En dat dit de eerste keer was dat hij iemand zo’n bijzonder teken had zien doen.

Vier ooggetuigen, die onder de noemer ‘meditatief commentaar’  allemaal een facet van het overbekende bijbelverhaal belichtten dat op deze Kana-zondag centraal stond.
Een verhaal als het leven zelf: soms is de wijn op, soms lopen andere mensen ontzettend in de weg, soms knappen we enorm op als iemand ons waardeert om wie we zijn en soms heb je even een duwtje in de rug nodig. Een verhaal dat ons ieder jaar weer zegt, dat we geen water in wijn hoeven te veranderen, maar dat we alleen maar hoeven te zorgen voor water in de vaten.

Een feestelijk moment vanmorgen was de bevestiging in het ambt van Tineke Braspenning als ‘opbouwwerker middengeneratie’.
De voorzitter van de kerkenraad haalde in zijn toespraak nog de preek van vorige week aan over de wijzen.
Hij besloot zijn welkomstwoord aan Tineke met deze woorden:
“Geertje, Sybrand, Walter en jij Tineke: dat jullie een goede tijd mogen hebben samen.
Pak je kamelen en ga op reis en gemeente: laten wij volgen.
Dat God met ons zal zijn.”
Toen iedereen Tineke een hand had gegeven om haar te feliciteren met haar nieuwe taak in onze gemeente vroeg ze aan de koster:  “Waar staan die kamelen eigenlijk…?”

Als je op mijn website ’terugbladert’ vind je meerdere blogs die over deze zondag gaan.
Hieronder een linkoverzicht.
Daar vind je ook  de blogs uit de twee coronajaren.
Bijzonder om te lezen wat het toen met me deed; in het blog van 2021 bijvoorbeeld schreef ik alle frustratie van me af.

2022 >>> Bevoorrecht

2021 >>>  Wijsheid, rust en hoop

2018 >>>  Niet helemaal bij de les. Helemaal niet eigenlijk.

2017>>  Bruiloftsgasten.

2015 >>>  Water & wijn.

Reageren

12 januari: Niet bij stem.

Dinsdagavond op de eerste cantorij-repetitie na de kerstvakantie kwam ik er achter dat mijn stem nog niet weer helemaal in orde is na corona; het zingen ging maar matig.
En naar gelang de avond vorderde nam het volume ook behoorlijk af: een noot op één hoogte uitzingen was al een hele opgave.
Daar maak ik me best zorgen om: zingen was altijd iets vanzelfsprekends waar ik erg van genoot; nu kost het me moeite en het klinkt ook niet zo als anders…… zou het wel weer goed komen?
Het heeft geen zin om hier lang in te blijven hangen: gewoon maar weer proberen.

We begonnen de repetitie dinsdagavond met een mail van één van onze bassen.
Hij had nare uitslagen gekregen na onderzoeken in het ziekenhuis en gaf aan vooreerst niet met ons te zullen meezingen.
Hij wordt erg gemist op de achterste rij en beslist niet alleen om zijn mooie, lage stem; ik schreef al eens vaker dat de cantorij veel meer is dan een groep zingende mensen.
Eén van de tenoren gaf aan dat hij zolang wel bas wilde zingen, dat komt de stemverdeling van het koor wel ten goede.
Toen hij dinsdagavond bij ons op de achterste rij ging zitten was er ook gelijk weer goedmoedig, onderling geplaag en gebruikten de tenoren termen als ‘overloper’ en ‘deserteur’.

Ook al is mijn stem dan nog niet weer optimaal: het samen zingen was weer fijn.
Alhoewel: één lied vond ik niet om door te komen. Het heet ‘Elke dag, alle dagen’.
De titel doet me denken aan het liedje “Alle dagen, alle dagen, zijn we vrolijk en dan maken we muziek, muziek, muziek!” uit de kinderserie Pippi Langkous.
Maar ‘alle dagen’ in de titel is dan ook de enige overeenkomst.
We zingen het 1-stemmig en het is lang en saai; ik zing liever de Pippi Langkous-versie.
Maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren: als je bij een koor zit zing je af en toe ook dingen die je niet leuk vindt, dat hoort er bij.
Het past kennelijk goed bij de viering waarin we zingen begin februari.

Er was ook nog een lied waarbij een gender-discussie ontstond.
Op de cantorij; echt waar.
Leve de mens, hij is het beeld…’ en dan nog een paar zinnen met ‘hij’.
Een sopraan op de eerste rij vond dat we niet alleen ‘hij’, maar ook ‘zij’ moesten zingen; de mens is immers niet alleen maar hij.
We gingen het uitproberen met ‘zij’.
Daarna zei Karel: “Ik hoorde mensen ‘zij’ zingen, ook hoorde ik mensen ‘hij’ zingen en sommigen zongen ‘hij o nee zij'”.
De tenor die in de voorbereidingscommissie van de viering zit zou dit discussiepunt mee terug nemen naar de commissie.
“Kijken wat het sanhedrin er van vindt..’ smiespelde een bas.

Even ontstond er bijna muiterij, toen we om half negen nog TWEE EN EEN HALVE MINUUT doorzongen.
Dat kan eigenlijk niet, want om 20.30 uur is het namelijk koffiepauze en niet om 20.32 uur.
Ordnung muss sein.
Wat weer een fijne cantorij-avond: een goed begin van het nieuwe jaar!

Reageren

10 januari: Nederlands, maar dan anders. (26)

Voor deze serie zocht ik even terug wanneer nr. 25 was gepubliceerd: september!
Dat is drie en een halve maand geleden; lang ja.
Ik hoorde zelf niet veel, maar kreeg ook niet veel toegestuurd, maar nu is er dan toch weer genoeg voor een blog.

Een politieman vertelt over de dreiging en de agressie bij rellen.
Het is goed om het daar later nog eens over te hebben: ” Dan kan je altijd je eitje kwijt raken bij een collega….”

Dochter had in een podcast gehoord dat de iemand de strijd had opgegeven.
“Hij gooide de sok in de ring….”
Een student in haar omgeving wilde nog iets zeggen over de kerk.
“De kerk kreeg op een gegeven moment gewoon een te grote paplepel in de …eeeh….pap!

In Groningen wordt jaarlijks het ‘Noorderzon’ festival gehouden.
Dat heeft kennelijk ook gevolgen voor het bekende spreekwoord, want iemand in Carlijn’s omgeving was vertrokken als de noorderzon.

Niet echt een verspreking, maar wel leuk op taalgebied: app-contact in de gezinsapp .
Dochter appt:
*Zoals het ging
ging het goed
en als je dat weet vast te houden
dan blijft het waarschijnlijk goed gaan.”
Niemand snapt het.
Er worden vraagtekens verstuurd.
Dan komt de uitleg: ‘Hoe meer pauze voetbalverslaggevers tussen hun zinnen laten, hoe meer onzin ze kunnen uitkramen”.
Het mag duidelijk zijn: deze conversatie werd gevoerd begin december tijdens het WK in Quatar.

Bea stuurde deze:
Er was een sterfgeval in een familie geweest en de broer van de overledene had het er heel druk mee, hij had er stress van.
Een familielid zei daarover ‘dat het water hem over de schoenen liep’.

In ons gezin zijn we niet zo van ‘Love & Bless’-bordjes en andere zoete teksten in huis.
Op zijn verjaardag kreeg een schoonzoon in de gezinsapp een plaatje met hartjes.
‘Lif lef lof enzo.”
Iedereen begrijpt dat.
Frea en Jon hadden tijdens het behangen van een kamer een nieuwe spreuk voor op zo’n  ‘In dit huis….’-bord bedacht: “In dit huis BEHANGEN we NIET over de PLINTEN heen!”

In de periode rond Oud&Nieuw hoorde ik in een nieuwsitem over het vuurwerkverbod dat in sommige steden totaal werd genegeerd: “Er wordt zich niet gehouden aan het vuurwerkverbod. De politie moet iets doen om dit tij te breken.”
De weerman in het journaal van 3 januari vertelde over een lage drukgebied dat er aan kwam: ‘Dan weten we een beetje hoe de vlag er voor staat…”

Op Radio 5 vertelde iemand dat de muziek van Elvis Presley in de jaren ’50 helemaal niet gewaardeerd werd in het begin.
De muziek was ’te zwart’, het werd ‘duivelse muziek’ genoemd en hij bewoog intensief met z’n heupen; de witte Amerikaanse maatschappij stelde dat destijds niet op prijs.
De studiogast zei: “Het had weinig gescheeld of ze hadden hem de kop ingedrukt…”

Een ‘Slimste Mens’-kandidaat wilde vertellen dat de Finse premier in opspraak was geraakt.
“Het was niet de eerste keer dat ze in ophef raakte.”

De laatste is er eentje van mezelf.
In een telefoongesprek zei ik tegen een cliënt: “Mijn collega zal volgende week contact met u opzoeken.”

Ook iets grappigs gehoord op taalgebied?
Laat het mij even weten.
Klik hier voor het blog Nederlands maar dan anders deel 25, van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.

Reageren

9 januari: Jans en Iepie.

Hoogersmilde

Zaterdag schreef ik er al over: die avond ontvingen we onze vriendenclub.
Mijn verjaardag werd nog gevierd én we klonken met elkaar op het nieuwe jaar.
En ook al woont er niemand van ons meer in Hoogersmilde, het gaat er nog altijd wel even over.
Nu vertelde iemand dat Jans Meintjes was overleden.

Jans en Iepie waren de eigenaar van  de kleine buurtsuper in Hoogersmilde; vroeger de VIVO, nu een COOP.
Tegenwoordig runnen hun dochter Yvonne en haar man de zaak.
Jans was geknipt voor het vak van dorpskruidenier.
Hij maakte gemakkelijk een praatje, had een zonnig humeur en had een groot hart.
In mijn jeugd ontfermde hij zich over Lex, een jongen met het syndroom van Down.
Hij werd ‘hoofd lege flessen’ in het magazijn van Jans en had op die manier een taak in de samenleving.
Legendarisch is het verhaal van een zuinige klant die voor het Sint Maartenfeest een traktatie voor de kinderen zocht ‘waar ze goed van kon delen’.
Jans bedacht zich niet en zei: “Dan moe’j een pak hagelslag nemen, vrouw Hummel.”
Toen onze Frea werd geboren kwamen ze een rompertje brengen mét de felicitaties en een kaartje en toen mijn moeder ziek werd brachten ze de boodschappen bij haar thuis.
Jans was al in de negentig; voor mij blijft hij altijd op mijn netvlies staan als de vijftiger die op een druilerige dag in juni in de deuropening stond en met een twinkeling in zijn ogen zei: ’t Is deui…..” (het dooit).
Er ontstond nog even zo’n heerlijke discussie over waar ze woonden.
“In ’t bos toch argens?”
“Nee man, al lang niet meer, ze woont…..”etc. etc.

En verder was het weer als vanouds.
Bijpraten over de kerstdagen, de kinderen, begraven of cremeren, Claudia de Breij, dominees en kerkelijk werkers en Weihnachtsmarkten in Duitsland,  om maar een paar onderwerpen te noemen.
En er was nog een daverend misverstand over varkenshaas-saté van eigen koeien, maar dat blijft op dit blog onbesproken.
Maar denk niet dat het wordt vergeten; tot in lengte van dagen zal dit worden gememoreerd.

Aan het eind van de avond legden we de agenda’s naast elkaar voor onze bijeenkomsten van het komende half jaar.
Dat wil zeggen: twee mensen hebben nog een papieren agenda en worden meewarig bekeken door de rest die op hun telefoon zit te koekeloeren.
Voor de maand juni vonden we geen datum waarop we elkaar konden zien, er waren nog te veel onzekerheden over feestjes en verjaardagen in het verschiet.
Sommigen van ons hebben het zo druk dat ze drie feestjes op één datum hebben.
We kijken over een maand even weer.
Dan krijgen we het vast ook nog wel even weer over Hoogersmilde; altijd fijn om in gezamenlijkheid terug te kijken op een tijd die je samen zo intens hebt beleefd.

Reageren

8 januari: Pak je kamelen; laat het los.

Toen we vanmorgen de kerkzaal binnenliepen stond de kerstboom nog helemaal opgetuigd te schitteren met alle lampjes, ballen en slingers erin.
“Dat die kerstboom er nog staat…!” zei ik tegen Gerard.
Dominee Sijbrand van Dijk vond dat de kerstboom in ieder geval moest blijven staan tot Drie Koningen, dat was vrijdag 6 januari.
Hij wilde het in de viering van vanmorgen hebben over de wijzen uit het Oosten en had tegen de koster gezegd: “Laat die kerstboom nog even staan! Anders zijn die drie koningen zo bloot….”

Vanmorgen vertelde de voorganger dat het niet goed gaat met onze kerk.
De bezoekersaantallen lopen gestaag terug, we vinden geen nieuwe ambtsdragers meer en we zien de toekomst somber in.
“Het wordt niet meer zoals in de jaren ’50 en het wordt ook niet meer zoals 10 tot 15 jaar geleden. Het wordt anders en dat moeten we onder ogen zien.” hield hij ons voor.
Het is pijnlijk om dat te horen, maar het is ook wel eens verhelderend dat het gewoon vanaf de kansel wordt gezegd.
Iedereen weet het, iedereen ziet het en als ik voor mezelf spreek: ik heb er soms behoorlijk last van.

De predikant liet ons zien dat wij veel kunnen leren van die drie magiërs die op reis gingen om een nieuwe ster te volgen.
Zij lieten de hun vertrouwde wereld achter zich, pakten hun kamelen en gingen op weg.
In eerste instantie was hun doel Jeruzalem, maar toen ze daar aankwamen bleek dat ze naar Bethlehem moesten.
En ze gingen, vol vertrouwen op zoek naar de nieuwe koning.
Daar aangekomen was er geen verbazing of teleurstelling over het feit dat de omstandigheden van het kind niet koninklijk waren: zij knielden bij het kind en gaven hun geschenken.

Laat je verwachtingen los en ga op reis.
Koester wat je in het verleden aan goeds had, verheug je in wat er nu is en ga met vertrouwen de toekomst tegemoet.
Ook al wordt die misschien heel anders dan wij hadden verwacht.
Of gehoopt.
“Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat zingen we toch zo graag? Doe het dan ook.”

Zo.
Pak je kamelen; laat het los.

Reageren

7 januari: Veelkleurig.

7 januari, een uur of elf; de eerste gewone zaterdagmorgen van het jaar.
Vanavond komt onze vriendengroep uit Hoogersmilde (waar inmiddels niemand van de groep meer woont…) en ik ben bezig met het maken van een boodschappenlijstje.
Want appeltaart en gehaktballetjes enzo.
De bel.
Voor onze voordeur staat Truus met een enorme bos bloemen.
“Voor jou!”
“Waarom?” is dan het eerste wat in me opkomt.
“Van het koor!”
“Maar daar had ik bloemen van gekregen na afloop van de Carols Sing in.”
“Nee, dat was van de Taakgroep Vorming en Toerusting. Deze bloemen zijn van de koorleden.”
Het was een groot en kleurig boeket.
Truus vertelde dat de verschillende soorten bloemen en kleuren het PKN-Christmas-Carolskoor verbeeldde dat bestond uit veel verschillende mensen en stemmen. Inmiddels staat het veelkleurige boeket te pronken op ons aanrecht in de woonkeuken; zo zie ik ze elke dag.

Natuurlijk; het had niet gehoeven.
Zelf heb ik er minstens zo veel plezier aan beleefd als de andere zangers en zangeressen.
Zo’n project kan alleen maar slagen met bereidwillige medezangers die samen met mij staan te klunzen als een moeilijke baspartij niet lukt.
Die niet te hoge eisen stellen aan ‘de koorleider’ en die genieten van het samen zingen van die prachtige Engelse muziek.
De activiteit ‘PKN-Christmas-Carolskoor’ is vooral bedoeld om onderlinge verbinding tot stand te brengen en om op een laagdrempelige manier deelnemers te laten beleven hoe leuk vierstemmig samen zingen is.
Een mooie bijvangst dit jaar was dat de Catharinakerk, die zo goed bij het Weihnachtsmarkt-plaatje past, even heel mooi in de belangstelling stond.
Missie geslaagd.
Deze bloemen zijn een blijk van waardering dat ik erg op prijs stel; het kleurde mijn zaterdagmorgen.
Sopranen, alten, tenoren en bassen: bedankt!
Volgend jaar weer?!

Reageren

6 januari: Mentale schijf van vijf?

Maandagavond 2 januari bleef Gerard nog even hangen bij OP1.
Die avond ging ik vroeg naar bed, maar Gerard wekte de indruk dat ik iets gemist had, dus overdag keek ik de aflevering terug.
Maarten van Rossem was er en Albert Verlinden,  maar ook een psychiater die iets ging vertellen over ‘de mentale schijf van vijf’.
O?
De schijf van vijf ken ik alleen maar als het gaat om voeding.
Dat je iedere dag uit ieder deel van die schijf dingen moet eten en drinken.
Is er ook een mentale schijf van vijf?

De psychiater bij OP1 heette Esther van Fenema en ze kreeg schandalig weinig tijd om haar verhaal te vertellen.
Helemaal aan het eind van het programma kreeg ze het woord en na een paar zinnen hoorde je de eindtune van het programma al.
Wat ze wilde vertellen moest worden afgeraffeld en kwam helemaal niet uit de verf.

Jammer vond ik, want daar was ik nou juist nieuwsgierig naar.
Veel mensen hebben tegenwoordig last van overmatige stress en voelen zich mentaal uitgeput.
Esther vertelde dat ze in haar spreekkamer altijd maar dezelfde adviezen gaf en dat ze een boek had geschreven met als uitgangspunt ‘de mentale schijf van vijf’: vijf basisdingen waar je op moet letten als het gaat om je brein.

Website: Esther van Fenema

Dit zijn de vijf onderdelen:

  1. Beweeg voldoende
  2. Plan voldoende rust
  3. Praat over je problemen
  4. Investeer in sociale contacten
  5. Wees matig met telefoongebruik

Verder ga ik het hier niet helemaal uitleggen, want Esther heeft hierover een duidelijk verhaal op haar website staan; hierbij een link.
Zeer de moeite waard, dus lees het eens door.

Wat zijn mijn valkuilen?
Punt 2 en punt 5.
Stress ervaar ik vooral op mijn werk.
Het is altijd druk, veel telefoon, veel vragen van collega’s, nieuw elektronisch patiëntendossier: 7 tot 8 uur op een dag sta ik constant ‘aan’ en wordt er een beroep gedaan op mijn flexibiliteit.
Verder is er een chronisch hoge werkdruk, omdat ons secretaresse-team kampt met ziekte en langdurige uitval.
Na een drukke werkdag moet ik ‘bijkomen’, het liefst met een boek of met een handwerkje op de bank kijken naar een fijne detective, maar soms is er ’s avonds dan nog iets anders.
Het kost me moeite om in weken met veel sociale activiteiten toch voldoende rust te nemen; denk hierbij bijvoorbeeld aan die weken van de carols en het engelenkoor.
Want er zijn zo veel leuke dingen….

En dan die mobiele telefoon en de dagelijkse ‘schermtijd’.
Tja.
Mijn telefoon staat zo ingesteld dat ik geen geluiden hoor, dat helpt al.
Wat ook helpt is om het apparaat niet bij je in de buurt te hebben.
Als we het hebben over schermtijd, dan hoort de tablet, televisie en de vaste computer daar natuurlijk ook bij.
Zitten achter een scherm: te veel is niet goed voor je mentale gezondheid, maar ik zit regelmatig over de grens.

Dit blog schreef ik donderdag: de eerste dag van een week vakantie.
Even niks.
Werken aan mijn mentale gezondheid.

Reageren

5 januari: Ergens nog zo’n bon…..

Je kent het vast wel.
Je krijgt een leuk cadeautje op je verjaardag; een vierkant doosje waar een belevenis in zit.
“Lekker borrelen!’ of ‘Weekendje weg!’ of zo.
In het doosje zit een foldertje waar je terecht kunt voor je belevenis en een unieke code die je moet doorgeven bij het inloggen.
Het doosje belandt bij de cadeautjes op een plank in de kast en na een maand ‘leg je het even weg’.
Om het een jaar na je verjaardag terug te vinden bij het opruimen van de kast.

“Dit hebben we ook nog! Hoe lang is dit eigenlijk geldig?”
Gerard ging wel even kijken. Logde in, zag dat er € 20,- op de bon stond, zocht op waar het allemaal kon en bedacht een plan.
De bon was nog 3 maanden geldig en zou het niet leuk zijn als we dit gingen doen op 2e Kerstdag?
“Die dag zijn we met z’n tweeën in Casa Grada in Westerbork en als we dan weer richting Roden gaan doen we onderweg die borrel: Eig&Wijs in Wijster lijkt me wel een leuk adres. Regel jij het met die bon enzo?”

Toen ik wilde inloggen was de kaart al geactivieerd (door Gerard) en had ik een wachtwoord nodig.
Zucht.
Ik belde met Eig&Wijs.
“Wij willen eigenlijk graag bij jullie een gezellige borrel komen drinken, maar ik heb zo’n belevenisbon.”
Het was prima dat we mét bon op 2e Kerstdag langskwamen, ze reserveerden een plekje voor ons, wij moesten dan zelf de dingen met de bon regelen.
“Dat is een heel gedoe, hoor, moet je uitprinten enzo…”

Gerard regelde het verder.
Hij activeerde de bon en printte het uit.
Maandagmiddag 2e kerstdag 17.00 uur meldden wij ons in Wijster na een heerlijke uitwaai- en bijkomdag in Westerbork.
Bij een glas Leffe 0.0 en een zoete witte kregen we een goed gevulde plank; de baas kwam zelf even uitleggen wat er allemaal op zat.
Als ik had moeten kiezen had ik het zelf niet besteld, maar het was allemaal heerlijk!

Gekruide toastjes met bieten/roomcreme.
Zoete aardappel friet met stukjes kaas en saus en mayonaise.
Een puntzak gefrituurde hapjes, o.a. uiringen en mais/kaasballetjes.
We bestelden er nog een drankje bij: wat een leuke belevenis!

In de auto richting Roden vertelde Gerard dat we deze zomer nog eens naar Eig&Wijs gaan.
Hij had maar € 15,-  geactiveerd; er stond nog € 5,- op de belevenisbon.
Geen straf hoor, we pikken op een fietstochtje zo even een terrasje daar.
Maar zo’n bon…..wat een gedoe.

Reageren

4 januari: Stof en glitters.

3 januari: ik ruim de kerstbomen en alle andere aanverwante eindejaarszooi op.
Rond 12.00 uur heb ik al bijna 10.000 stappen op de teller staan, inclusief minstens 10 trappen: dozen van boven halen (één voor één, want ik ben een schieterd…) en ook allemaal weer naar boven brengen.
De dozen met kerstspullen staan naast de ‘Sinterklaaszak’ en de ‘Paasdoos’ in de inloopkast van onze slaapkamer achter de planken met kleren; als ik de kerstdozen van me af schuif de hoek in bedenk ik dat ze pas over een jaar weer nodig heb.
Hoe zal het dan zijn?
Wat is er dan allemaal gebeurd in 2023?
We hopen dit jaar ons 40-jarig huwelijksjubileum te vieren met een buitenlandse reis samen met ons gezin en met een feest met vrienden en familie.
Kan het allemaal doorgaan?
Blijven we gezond?
Met ons beider kwetsbare gezondheid kan het me soms wel eens aanvliegen; op zo’n mijmermoment boven de kerstdozen bijvoorbeeld.
Maar we blijven gewoon plannen maken.
Als je geen plannen maakt en dingen afspreekt gebeurt er ook niks.

Als Gerard de bomen naar buiten heeft gebracht veeg ik met een bezem de naalden bij elkaar.
Er ontstaat een gemengd bultje: stof, naalden, maar ook stukjes kerstbal, kapotte slingers en glitters.
Met een glimlach bedenk ik dat dat bultje een metafoor is voor ons dagelijkse leven.
Stof en naalden verbeelden de sleur van het ‘het-gaat-z’n-gangetje’-leven, de zilveren restanten en glitters staan voor de sprankelende momenten.
De vakanties met z’n tweeën, de ontmoetingen met familie en vrienden en natuurlijk de tijd die we met ons gezin kunnen doorbrengen.

Wij hopen op een jaar met voldoende glitter & glim, maar vooral ook met veel ‘gewone’ dagen.
Want ‘a normal day is a lucky day’.
Dat weten we na de coronapandemie allemaal maar al te goed.

Reageren

3 januari: EPD.

De letters EPD in de titel van dit blog staan voor Electronisch Patiënten Dossier.
Toen ik in 2008 bij Lentis kwam werken, was er in het najaar voor alle medewerkers gebak bij de koffie, want: we gingen werken met het EPD.
Daarvóór bestond een cliëntendossier uit een kartonnen map met papieren: inschrijfformulier, informatieformulieren, informatie van andere zorgverleners, je kent het wel.
De bedoeling was dat we een administratie zonder papier zouden krijgen, maar dat is niet het geworden, tenminste niet bij de afdeling waar ik op het secretariaat zit.
Begin 2021 kwam ik op dat secretariaat te werken, daarvoor had ik nog nooit met het EPD gewerkt; als managementassistent had ik geen taken in de cliëntenadministratie.
Het heeft even geduurd, maar na twee jaar was ik helemaal thuis in het systeem en kon ik alles blindelings vinden.

2 januari 2023 stond al maanden roodomrand op onze agenda’s: dan gaan we werken met een nieuw EPD: ‘ONS’ van Nedab.
Niemand van ons keek daar echt naar uit.
We deden on-line cursussen, lieten ons voorlichten, bereidden ons voor, maar lieten het verder vooral op ons afkomen.
Aan het eind van 2022 wensten we elkaar een goede jaarwisseling en iemand grapte: “Tot volgend jaar, tot ONS!”

Aaltje was de klos: mijn eerste werkdag viel op maandag 2 januari.
Het oude dossier ‘Mijn Quarant’ is nog wel in te zien, maar je kunt er niet meer in registreren.
Alle informatie zou vanaf vrijdag 30 december overgezet worden in ONS en op maandag 2 januari gingen we allemaal werken met het nieuwe EPD.
Daar keek ik nou helemaal niet naar uit; van nature ben ik gehecht aan orde en structuur, daar is in de eerste dagen met zo’n nieuwe EPD natuurlijk geen sprake van.

Gistermorgen was ik al heel vroeg op kantoor; bracht eerst de dorre kerstboom maar eens naar beneden met de lift en startte de computer op.
Hoe ziet het er uit?
Mijn Quarant was een app, ONS is een website, dat is al een heel groot verschil.
Een app staat onder in je beeldscherm, een website heeft een tabblad bovenin je scherm.
Ik zal je niet vermoeien met veel details, maar het was veel en het was gedoe.
Maar ik ben gelukkig niet alleen: samen met mijn collega-secretaresses zetten we de schouders er  onder.
We deelden wat we ontdekten met elkaar.
De één wist al snel hoe je een administratieve notitie moet maken, een ander zocht uit hoe het zat met het toevoegen van documenten en wat we niet wisten zochten we op: op ieder bureau ligt een handleiding ONS.

Drie keer moest ik ONS opnieuw opstarten, omdat ik het tabblad had weggeklikt bovenin het beeldscherm.
Eén van onze casemanagers heeft al eerder gewerkt met het systeem en stond ons bij met raad en daad.
En verder……. moet het gewoon even zijn tijd hebben, het went wel en men zegt dat dit systeem handiger en beter is dan het vorige.

Het zal.
Aaltje lag maandag 2 januari om 22.00 uur al in bed en droomde van schermen, tabbladen en cliëntnummers.
‘Waar staat dat nummer dan…..”

Reageren

Pagina 91 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén