Gisteren was het Witte Donderdag; in onze kerk was een kerkdienst waarin het laatste avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen hield werd herdacht.
Daar was ik niet bij: samen met mijn broer en vriendin Bea zat ik op op de 1e rij op het balkon in de grote zaal van theater de Oosterpoort in Groningen.
We hoorden het 26e en 27e hoofdstuk van het Mattheüs evangelie, op muziek gezet door Johann Sebastiaan Bach in 1727.
Op het podium stond het Noord Nederlands Orkest en de twee koren werden gevormd door het Noord Nederlands Concertkoor.
Al sinds 1995 bezoek ik af en toe de uitvoering van dit ensemble; de eerste keren was dat nog met de legendarische dirigent Charles de Wolf, toen ook al met Bea.
Gisteravond constateerden we dat er in de loop van die 28 jaren wel wat is veranderd in die uitvoering van de Matthäus.
Wat het meest opvalt is het tempo: tegenwoordig wordt het veel sneller gespeeld. Dat scheelt een dik half uur op een avond.
Over het algemeen is dat natuurlijk prima, maar gisteravond waren er wat stukken die echt te snel werden afgeraffeld (bijvoorbeeld ‘Sehet, Jesus hat die Hand’), waardoor de zangers en musici moeten haasten om het allemaal bij te benen.
Maar dat was ook het enige smetje: verder was het vooral oorstrelend gisteravond onder leiding van Jan Willem de Vriend.
We waren opgetogen over de alt: Luciana Mancini. Niets ten nadele van countertenors, maar wij willen graag een vrouwelijke alt bij deze uitvoeringen.
Wat een mooie, volle stem: ze vulde met gemak de hele concertzaal met haar aria’s.
Eén van de hoogtepunten was voor mij het duet dat ze zong met de sopraan Els Eerens: ‘So ist mein Jesu nun gefangen..’
Ademloos zat ik naar ze te luisteren terwijl ze zongen over de maan en het licht dat van verdriet is ondergaan, af en toe onderbroken door het koor ‘Lasst ihn, haltet, bindet nicht!’
Tijdens een agressieve Blitze und Donner verraste het koor met een secondenlange stilte bij de overgang naar de ‘feurige Abgrund, o Hölle’.
Wát een spektakel: het orkest en het koor op volle sterkte, het denderde door de Oosterpoort heen.
En daarna wordt het verhaal weer rustig opgepakt.
Zo staat iedereen nog te schreeuwen ‘DEN FALSCHEN VERRÄTER, DAS MÖRDRISCHE BLUT!’ en twee seconden later zingt de evangelist alleen begeleid door één accoord van het kistorgeltje ‘und siehe, einer aus denen die mit Jesus waren…’
Met rode wangen van het ingespannen luisteren en meelezen stond ik na afloop te applaudiseren voor alle zangers en musici die zo hun best hadden gedaan.
Een cadeautje in deze Stille week, dat was het voor mij.
Wát een verhaal.
Voor de kenners even een mini-vergelijkend-onderzoek: twee uitvoeringen van de aria ‘Sehet Jesus hat die Hand’ waar veertig jaar tussen zit.
Julia zingt voor de aria aan nog het recititief ‘Unselges Golgatha’, voor alleen de aria moet je door naar 01.45.
1971 Alt Julia Hamari onder leiding van Karl Richter.
2012 Countertenor Damien Gullion onder leiding van Philip Herreweghe
Luister en vergelijk.
Niet beter, niet slechter, maar anders.












