een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 97 van 301

29 oktober: Een bed en stoelen.

In het blog over het Boomkroonpad beloofde ik het al: we maakten die middag ook een fietstocht.
Die werd door mijn toedoen iets langer dan gepland, want ik had gezien dat daar in de buurt een hunebed was.
“Nu we hier toch zijn…..”
Het hunebed lag ver verwijderd van de fietsknooppunten die Gerard voor onze route had bedacht, dus we moesten er naar toe fietsen.
We wisten al dat we met Google-maps  in de IJzertijd konden komen en ook de Steentijd behoorde tot de mogelijkheden: feilloos leidde onze telefoon ons  (over smalle, slecht begaanbare zandpaadjes) naar D26.

Bij dit hunebed was iets unieks: op het infopaneel stond een foto van het archeologisch onderzoek dat plaats vond tussen 1968 en in 1970.
Dit was het laatste hunebed dat werd onderzocht; professor van Giffen was toen al bejaard, maar was er nog wel zijdelings bij betrokken.
Op die foto kon je heel goed zien hoe zo’n hunebed er vroeger uitzag, dat het een grafkelder was waar je in afdaalde.
Links zie je een foto van  hoe het er nu uitziet, rechts de foto van het onderzoek.
Meer weten over D26? Hierbij een link naar de website van het Hunebedcentrum.

En toen…. op zoek naar de fietsknooppunten.
We fietsten die middag in de bossen van Drouwen en Borger.
De bomen begonnen al mooi te verkleuren en langs de weg zagen we mooie paddenstoelen; hieronder een serie foto’s.
Ook zagen we een paar enorme mierenhopen.
Als wij vroeger met ons gezin in Hoogersmilde de Bosweg rondliepen wist mijn vader in het bos ook zo’n mierenhoop te zitten.
Dan zette hij vaak een tak in die hoop en wees ons op die mieren die in paniek heen en weer renden en weer hard aan het werk moesten om de schade te herstellen.
Als kind vond ik het spectaculair, nu denk ik ‘Waarom zou je dat doen?’

We genoten van een middag ‘Herfst in Drenthe’.
Het is echt zo: Drenthe doet wat met je.
Op de Drentse Scheurkalender stond op 24 oktober een foto van het hunebed in de Emmerdennen.
Daar stond een klein gedichtje bij dat mooi bij dit blog past:

Een ontmoeting met de geschiedenis,
die altijd om de hoek ligt 
bij een wandeling in de Drentse natuur.

(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Reageren

28 oktober: Platenbespreking.

Deze week is het ‘Evergreen Top 1000 stemweek’ op Radio 5.
Hele week mooie muziek.
Je hoort verhalen waarom mensen hebben gestemd op een bepaald nummer en het is de bedoeling dat je inspiratie krijgt om ook zo’n lijstje in te vullen.
Heb ik gisteren op ‘de dag van niks’ gedaan.

Gistermorgen kwam  in de Arbeidsvitaminen Manuela voorbij van Jacques Herb.
Daar kan ik nooit meer gewoon naar luisteren sinds de Dik voor Mekaar-show in de jaren ’70.
Daarin was een rubriek van Kees Toerbeurt met  ‘De Platenbespreking’;  Kees draaide een nummer en voorzag het lied van zijn commentaar.
Mijn broer en ik herinneren ons nog steeds de platenbespreking van ‘Manuela van Jakkes Herp’.
Wat ik er nog van wist “Zij lag daar zwaargewond, een glimlach om haar mond… nou, dan moet je wel een ijzeren gevoel voor humor hebben!”

Zou daar nog een geluidsfragment van bestaan?
Op internet tikte ik de zoekterm ‘Manuela Dik voor mekaar in” en kwam bij een YouTube video van  de Dik voor Mekaarshow van 13 januari 1979.
Zou het daar op staan?
JAAAAAH!
Was je vroeger ook fan van het programma: hierbij een link.
Als je niet het hele programma wilt luisteren: Kees begint met zijn rubriek op 20.55.

Hou je niet van die specifieke humor van Van Duin & De Groot?
Luister dan gewoon niet.
Het is baarlijke nonsens, maar ik moest er weer erg om lachen.

Om nog even terug te komen op de Evergreen Top 1000: Jakkes Herp staat niet op mijn lijstje.

Reageren

27 oktober: Een dag van niks.

Na twee erg drukke weken is donderdag 27 oktober een dag waarop er niets in mijn agenda staat.
Waar ik anders dan al lang weer dingen heb bedacht die ik nodig moet doen, bleef vandaag een dag zonder afspraken of klussen.
Ik zette geen wekker en sliep tot twintig over 9.
Mijn FitBit gaf aan dat ik 7 uur en 59 minuten had geslapen, cijfer een 8.9.
Zo’n hoog cijfer heb ik op slaapgebied nog nooit gehad!

Heerlijk nog even soezen bij de Arbeidsvitaminen, want geen haast; pilates/yoga-oefeningen, douchen: 11.00 uur .
Sudoku, kopje thee, beetje appen met deze en gene en iets opzoeken op internet omtrent een herinnering uit de jaren ’70.  O ja! Leuk! Blog volgt.
En dan is maar zo weer het nieuws van 12.00 uur.
“In de Indische buurt in Groningen mogen de mensen hun huis niet uit. Er is een man met een vuurwapen gesignaleerd en er is een grote politieactie opgestart.”
O bah. Carlijn en Wim wonen in die buurt.
Ik bellen.
Wisten nergens van.
Zitten net aan de andere kant van die wijk; voor hen niks aan het handje.
Gelukkig maar.

Geblogd, mail opgeruimd, wasje gedraaid en weggevouwen en verder niks vandaag.
Vogels gekeken die druk waren in onze tuin.
Nagedacht over welke Christmas Carols we straks met het PKN-koor gaan zingen.
Patatje gehaald met een kroket, want Gerard at niet thuis vandaag, dus koken hoefde ook een keer niet.

En natuurlijk zit er dan wel dat stemmetje in mijn achterhoofd: eigenlijk moet je nog……
De dominee die mij hielp bij het aanvaarden van mijn hartproblemen (lees: het vinden van een nieuw levensritme omdat het oude niet meer vol te houden was) leerde mij om mijzelf bij alles wat ik ‘moest’ de vraag te stellen: “Van wie moet dat dan?”
Het verbijsterende antwoord is bijna altijd: van mijzelf.
De druk die je voelt bij wat er allemaal nog moet wordt heel vaak veroorzaakt door jezelf.

Dus bij de gedachte ‘eigenlijk moet ik nog’ dacht ik vandaag:  “Ja hoor, ja. Eigenlijk wel, maar nu even niet.”
Dobberdag.
Met recht een dag van niks.
Zulke dagen heb ik bijna nooit en ik heb er met volle teugen van genoten.
Loesje is het volledig met me eens.

Reageren

25 oktober: 52 jaar geleden.

Twee en vijftig jaar geleden was het 25 oktober 1970.
Het was in die maand 18 jaar geleden dat eerste Donald Duck uitkwam in oktober 1952.
Het was een bewolkte dag zonder zon en het was een graad of 12.
Pablo Picasso werd die dag 89 jaar, Willem Wilmink werd 34  en ik werd  10.
Een blond kind, groot voor haar leeftijd.
De foto hiernaast is gemaakt op het schoolplein van de lagere school met op de achtergrond het hek van de tuin van de buurman.
Heb ik getrakteerd in de klas?
Vast wel; maar ik heb er geen actieve herinnering aan.
Organiseerde mijn moeder een kinderfeestje?
Niet op de manier waarop dat nu gebeurt.
Ellen, Gré en Annemieke, de meisjes die bij ons in de klas zaten* kwamen een middag spelen.
Dan kregen we rooie ranja en iets lekkers en deden spelletjes als ‘Stand in de mand en de bal is voor……’, maar verder weet ik daar ook heel weinig meer van.

De bovenstaande foto stuurde ik dit weekend naar mijn familie met een uitnodiging voor het feestje vanavond.
Mijn broer (gr)appte terug: “Hier he’j wat kauwgom veur die twee jongens achterin”.
Ken je dat verhaal niet?  Lees dan het blog ‘Roeg om de kop‘.

Voor mijn 62e verjaardag kreeg ik van Gerard een ‘heerlijk’ cadeau: het komende weekend gaan we met ons gezin uit eten.
Ook krijg ik altijd gezellige kaartjes op zo’n  dag; van mijn boekenvriendin kreeg ik een kaartje dat ik als meisje van 10 ook prachtig had gevonden.
Wij lazen thuis het vrolijke weekblad de Donald Duck en ik heb nog steeds een zwak voor de stripfiguren die Duckstad bevolken; zo leuk als die je dan feliciteren met je verjaardag!

Vanavond rond een uur of tien heffen we het glas met onze broers en zussen.
Zum Wohl!
Net als Donald Duck: op naar de 70.

* Meer weten over de klas waar ik in zat op de Lagere School?
Lees dan het blog ‘Klas van de week‘ uit 2016.
Daar lees je ook hoe Gerard en ik elkaar hebben leren kennen.

Reageren

24 oktober: De Gehazi in je hoofd.

Bij de naam Gehazi moet ik altijd denken aan Wim, die bas zong op de achterste rij bij de toenmalige Catharinacantorij.
Hij sprak ‘de tale Kanaäns’, net als mijn vader.
Toen ik eens te laat kwam op de repetitie bromde hij toen ik ging zitten: “Vanwaar, Gehazi?!”
“Was een boek vergeten…” siste ik naar rechts.
Dat was een fout antwoord.
Ik had moeten zeggen: “Ik ben herwaarts noch derwaarts geweest, Heer…”
Nu ik het opschrijf overvallen me heimweegevoelens.
Naar mijn vader en naar de achterste rij van de Catharinacantorij.
Er zijn steeds minder mensen die die specifieke ’tale Kanaäns’ spreken.

Gistermorgen tijdens de PKN-viering kwam Gehazi in de overdenking weer voorbij.
Hij is de knecht van de profeet Elisa.
Gehazi is niet een sympathieke figuur in de bijbel.
Hij vond het belachelijk dat Elisa geen geschenken wilde aannemen van de rijke Naäman die genezen was zijn melaatsheid.
Hij ging achter de Arameeër aan en zei dat zijn heer Elisa zich toch bedacht had en nam alsnog de geschenken in ontvangst om voor zichzelf te houden.

In het verhaal van gistermorgen vindt Gehazi het niet nodig dat Elisa mee gaat met de moeder wier kind is overleden; hij duwt de moeder zelfs weg.
In de overdenking zei voorganger Sijbrand van Dijk: “Elisa vertrouwt op zijn intuïtie en gaat toch met de vrouw mee. Dat zouden wij ook meer moeten doen. Soms krijg je zomaar het gevoel dat je nog ergens heen moet; een ziek familielid of een eenzame kennis. Dan zit er ook altijd een Gehazi in je hoofd die zegt: “Nee joh, dat kan nog wel, is nog niet nodig.”

De Gehazi in je hoofd; wat een mooie beeldspraak.
Zit ook in mijn hoofd.
“Kan nog wel, hoeft niet direct. Ach maak je niet zo druk, komt wel goed”.
Of met z’n gemekker over geld en goed.
“Levert het wel wat op?
Krijg ik wat ik heb uitgeleend wel terug?
Weggeven? Zou je dat niet liever zelf houden?”

Na de viering sprak ik de predikant nog even en vertelde hem dat ik ‘de Gehazi in mijn hoofd’ mee zou nemen uit deze viering.
Hij vertelde: “Ik kreeg in mijn moeders laatste dagen op een dag een heel sterk gevoel dat ik haar nog even op moest zoeken. Dat heb ik gedaan ondanks tegenwerpingen (Gehazi’s) in mijn omgeving.  Die nacht daarop is ze overleden”.
Altijd je intuïtie volgen.

Er is nog iets dat ik meenam uit deze viering: het blije gevoel dat we na Astrid Mekes een nieuwe ouderenpastor mochten bevestigen: Geertje van der Meer.
Samen met de twee dominee’s Walter en Sijbrand zong ze een ontroerende solo in wisselzang met de gemeente en bij de viering van het Heilig Avondmaal deelde ze mini-bekertjes wijn uit.
Bij de koffie sprak ik ‘deze’ en ‘gene’ en schudde Geertje de hand: welkom!
Wat een waardevolle zondagmorgen.

* Ken je verhalen van Elisa en Gehazi niet?
Hierbij twee linken naar die gedeelten uit 2 Koningen in de basisbijbel-on line.
Elisa maakt een dode jongen weer levend. 
en Elisa en de zieke Naäman.

Reageren

23 oktober: Geen oven.

Frea en John hebben een huis gekocht in Beijum*.
Als ouders sta je natuurlijk aan de zijlijn bij zoiets, maar op de dag van de sleuteloverdracht mochten wij al komen kijken.
“Straks is het herfstvakantie, dan gaan we hard aan de slag” had het stel bedacht, want er moet nog heel wat gebeuren.
Gerard heeft daar als ‘handige man’ alweer aardig wat uren doorgebracht, gisteren had ik ook tijd om te gaan.
Ik zou de keuken helemaal uitsoppen/schoonmaken en ik zou warm eten meenemen.

Het leek mij handig om een ovenschotel mee te nemen, dus vrijdagmorgen kocht ik ingrediënten voor ‘Lasagne Quattro Formaggi di mamma’.
Met ijsbergsla met appel en ananas.
Vrijdagmiddag had ik Frea nog even aan de telefoon.
“Heb je eigenlijk wel een oven?”
“Nee, die zit er niet in. We hebben alleen een mini-magnetronnetje, maar daar kan geen ovenschaal in….”

Snotverjot.
Wat flauw was ik.
Frea zag het probleem niet.
“Dan doe je in plaats van lasagne-vellen een zak tagliatelle, maak je de saus net als anders met champignons, paprika en uien en dat zet je dan als pasta op tafel.
Daarnaast heb je dan die schaal met fruit-ijsbergsla. Die soorten kaas zet je er dan los bij, kan iedereen z’n eigen bord daarmee aanvullen.”
O ja.
Dat was eigenlijk wel een goed idee.
Omdenken heet dat.

Met twee boodschappentassen (één met pannen en één met schoonmaakspullen) toog ik gistermiddag naar Groningen.
Ik deed er een uur over om er te komen. Iets met een afslag die er uit lag en Hansje in Bosbessenland, meer hoef ik denk ik niet uit te leggen
Gelukkig kreeg ik toen eerst thee. Er waren ook oliebollen. “Ja, die hadden ze daar bij de Praxis; ik ben nogal gevoelig voor zulke acties” legde Frea uit.
Vond niemand erg. Zelfs de poedersuiker ging schoon op.

Toen de keuken schoon was kookte ik een grote pan tagliatelle en ging te werk zoals Frea had bedacht.
Het was een groot succes; beetje dunner dan lasagne uit de oven, maar net zo lekker.
Op de afbeeldingen zie je hoe het eruit zag.

Klussen in een huis is hard werken; maar de pauzes zijn altijd heel erg gezellig!

*Beijum is een wijk in het noorden van de stad Groningen.
Meer weten? Hierbij een link naar artikel over Beijum op Wikipedia.
Benieuwd naar hoe het gehucht Beijum er uitzag voor de wijk er werd gebouwd?
Ga dan via deze link naar Historisch Beijum.
Mooie foto’s uit de oude doos.

Reageren

22 oktober: Nässelklocka.

Voor ons huis in Westerbork  gingen we op zoek naar nieuwe woonaccessoires. De tien kussens die her en der op de meubels lagen waren slap en smoezelig en het vloerkleed was niet mooi meer.  Vrijdagmorgen 30 september togen we naar de Ikea. We gingen op zoek naar ‘iets’ met de roestbruine kleur van de twee stoelen die in het huis staan.
In de enorme rij kussenhoezen vonden we de Nässelklocka; daarbij zochten we vijf bijpassende kleuren.
Probleem: de hoes Nässelklocka was niet meer op voorraad.
Geen punt, ik had ergens op een bank zo’n kussen zien liggen,  dus die namen we mee.
We zochten er nog een mooi oranjebruin vloerkleed bij en zochten de kassa op. Nog een heel gezoek om de uitgang te vinden als je niet de hele inhoud van het Ikea pand wilt zien.

Met de zelfscan in de aanslag wilden we beginnen, maar we konden de streepjescode van het eerste kussen niet vinden. Die was er ook niet.  Op de plek van de streepjes code stond: “Haal dit artikel op de afdeling woonkamers“. Wij voelden nattigheid. Voor de vorm vroeg ik het help-meisje met Hey op haar T- shirt, maar zij vertelde mij wat wij al vermoedden: “U moet terug naar de afdeling waar u dit gehaald hebt. Dit is  een showmodel en die worden niet verkocht. Maar soms mag het wel,  Dan krijgt u van de medewerker daar een code mee.”
Terug.
In de Ikea.
Zucht.  Ik liet Gerard met de kar bij de kassa en keerde op mijn schreden terug:  naar de lift om weer op de 2e verdieping te komen.  Al snel vond ik de afdeling woonkamers en sprak een Hey-jongeman aan . Hij ging voor mij in het systeem kijken. “Morgen heb ik ze weer!”
“Maar morgen ben ik in Westerbork….. ik wil hem nu graag meenemen!”
Ik kon hoog springen of laag springen maar ik kreeg het kussen niet mee, dus ook geen code.
Hij wilde hem wel voor mij bestellen…
“Ja, maar dan moet ik weer naar Groningen om hem op te halen, dan kan hem net zo goed zelf via internet bestellen”.
“Nou, dan moet u dat maar doen.  Goedemiddag!”

En dan moet je nog weer door het doolhof van twee verdiepingen terug naar de kassa.
Zonder Nässelklocka.
Kluk Kluk zou zeggen: “Zeer van de frustrerende.”

Eenmaal in Casa Grada legden we het nieuwe vloerkleed in de kamer en versierden de banken en stoelen met de nieuwe kussens.
Maar die ene hele mooie, waar we al het andere bij uitgezocht hadden was er nog niet.
Jammer. Wat was dan de waarde van die dag? Ik haalde moeiteloos de 10.000 stappen.

Naschrift: eind goed al goed.
Gistermiddag konden we eindelijk het mooie kussen tussen de andere uitgekozen kleuren op de bank leggen.
Klik op de afbeelding voor een vergroting, dan zie je de kleuren beter.

Ben je splinterjong en weet je derhalve niet wie Kluk Kluk is? Hierbij een link  link naar Wikipedia met uitleg.

Reageren

21 oktober: Wandelen tussen de boomtoppen

In 1996 werd in Borger het ‘Boomkroonpad’ geopend; het bestaat dus al meer dan 25 jaar.
Daar waren wij nog nooit geweest.
Voor iemand die Drenthe altijd zo op de voorgrond plaatst is dat best gek, dus wij gingen dat goedmaken: woensdag 5 oktober bezochten wij dit fenomeen.
Dit staat er over op de hun website:

Hoog tussen de bomen op de Hondsrug ligt het Boomkroonpad.
Een pad van 125 meter lang.
Vanuit de worteltunnel loop je tussen de bomen door naar een punt van 22,5 meter hoog.
Vroeger keek je hier uit over de bossen, nu sta je letterlijk tussen de boomkronen, waar de vogels fluiten en de eekhoorns leven.

Na de draaideur kwam je eerst door de worteltunnel, een soort ‘onder de grond wereld’.
Daar zag je hoe o.a. dassen en konijnen wonen; ook zagen we mollen en regenwormen voorbijkomen.
Na de tunnel begonnen we met trappen beklimmen. Onderweg lees je informatie over vogels en andere dieren die in het bos wonen.
De trappen zitten allemaal aan elkaar vast als een soort stelling en op het hoogste punt kun je dan nog in een soort torentje twee trappen omhoog.
Als je het hoogste punt hebt bereikt ben je 22 meter hoog en kijk je over de boomtoppen.
Je zou denken dat je dan heel ver kunt kijken, maar dat is niet zo: je ziet één grote groene zee van bladeren en takken.
Het waaide een beetje en als je zo dicht bij de boomtoppen staat zie je hoe de groene massa heen en weer beweegt in de wind.

Er waren voor een doordeweekse woensdag best veel kinderen en we zagen onderweg ook al veel witte nummerborden: was ist los?
Ik vroeg het een Duitse vader en die vertelde dat ‘es Schul-feriën war in Nordrhein Westfalen.
Ach so. Vandaar.
Het maakte het park erg levendig: voor jonge kinderen is er veel te beleven en te ontdekken, menig gezin trok met rugzakjes het bos in voor een speurtocht.
Wij maakten ‘de bomenwandeling’ door het bos met gemarkeerde gele schildjes. Daar hoorde een foldertje bij; af en toe stond er op zo’n geel bordje een nummer en dan leerde je hoe die bomen heetten en wat hun kenmerken zijn. Of je kreeg informatie over een bosven, of over wat er gebeurt met omgevallen bomen.

Daarna maakten we nog een fietstocht, maar dat past allemaal niet op één blog.
Wordt vervolgd.

Reageren

20 oktober: Bakkie maaje.

Gerard kwam een aantal maanden geleden in gesprek met een aantal andere huiseigenaren op het Timmerholt.
Hij vertelde dat hij nog niet veel vis had gevangen.
Dat lag volgens de andere heren aan het aas; Gerard vist altijd met brood.
“Je mot gewoon een bakkie maaje kope….”

In onze nazomervakantie kwamen onze buren uit de Boskamp een dagje vissen in Westerbork.
Die wilden die dikke karpers in de vijver ook wel eens zien en zouden Gerard leren hoe karpervissen in zijn werk gaat.

Twee gewone hengels en één speciale karperhengel hadden ze mee.
En een boodschappentas vol visvoer.
En een koffertje vol accessoires.
En ‘maaje’, in goed Nederlands maden.
Brrr.

Buurtjes temperden onze verwachtingen wel van te voren.
Hij: “Ik vang nooit zoveel en ik heb altijd wat. Vishaak in de boom. Mijn visdraad in de war met dat van mijn vrouw. Bierblikje gevangen….”
Zij vulde aan: “Hij kreeg eens mijn haakje in zijn gezicht toen ik wat onvoorzichtig mijn hengel uitgooide.  Hij had de maden in zijn neus!”
Brrr.

We installeerden ons op het terras. Gerard kreeg uitgelegd hoe het met de karperhengel werkte.  Er zat geen dobber aan,  maar een hele lange lijn. Aan het haakje kwamen drie maden én iets daarboven hing een mini-mandje met speciaal samengesteld voer.
Hij: “havervlokken,  maïsmeel….”
Zij: “Er gaat zelfs custardpoeder in; ik moet er op letten dat hij mijn dure muesli er niet voor gebruikt!”
Gerard kreeg de karperhengel voor zich,  de buurtjes gooiden allebei hun gewone hengel uit. Er werd kwistig gestrooid met het speciale voer om de vissen gunstig te stemmen.
Ik hengelde af en toe naar een steek die ik had laten vallen in de boord van 80 steken van ‘de kniekous voor vader’.
Verder zorgde ik voor een hapje en een drankje.
Het eten moest wel worden aangereikt, want buurtjes en Gerard hadden zelf geen tijd om toastjes te smeren of pinda’s te doppen.
“Nee, ik zit met de hengel…”
Ondertussen amuseerde ik me kostelijk, breide toerloos 3 recht, 1 averecht en stak de vissers af en toe een hart onder de riem want….. twolniebiet’n.

Geen van drieën kreeg beet die middag. Eén keer ging buuf’s dobber helemaal onder; ze sprong op, maar ging ook direct weer zitten.  Haar dobber was omver getrokken door de karperhengel van Gerard,  die in aanvaring was gekomen met de karperhengel van de visser op nr.  95. Hail boudel in toeze.  Het was ons al voorzegd: ik heb altijd wat….

Het lag niet aan ons. Ook de vissers op andere plekken langs het meer haalden geen vissen uit het water.
Verloren dag? Welnee.
Met deze buren zitten we anders bij hen of bij ons aan de keukentafel te klaverjassen; nu zaten we in een heel andere setting en het was knoetergezellig.
Maar wat mij betreft gaan we de volgende keer weer klaverjassen.

Reageren

19 oktober: Scharrelen zonder bruine bonen.

Toen we begin oktober het ijzertijd-erf achter ons lieten, namen we Jan en Janny mee naar museumrestaurant ‘De Ar’ in Westerbork.
In 2021 aten Gerard en ik daar met z’n tweeën ter gelegenheid van onze trouwdag (zie ‘Eten in een slee).
Destijds vond ik het museumaspect ook al zo leuk, dit schreef ik er toen over:
“Het lastige is dat je niet overal uitgebreid kan gaan koekeloeren, want overal zitten mensen aan tafels te eten en te drinken.”

Deze keer bespraken wij een tafel om 18.00 uur en ik overlegde: “Als wij het museum willen komen bekijken,  hoe laat moeten we er dan zijn?”
“Komt u dan om een uur of vier dan kunt u op uw gemak rondkijken.”
Maar dat was leuk. We kwamen aan de praat met de eigenaar  die ons vertelde hoe ‘de Ar’ tot stand was gekomen.
Zijn schoonouders hadden het in 1970 van de oorspronkelijke eigenaren gekocht. Toen zaten de bedsteden (die je nu nog uitgebreid kunt bekijken) er nog in en dat was toen al bijzonder.
De nieuwe eigenaren besloten om het huis in authentieke staat te laten en er een soort museum van te maken.
De entree kostte 1 gulden, voor dat bedrag kon je de hele dag in en uit lopen.

In 1972 werd op de televisie de serie ‘Bartje’ uitgezonden.
De serie was mateloos populair en de eigenaren van de oude boerderij begonnen met het serveren van bruine bonen.
‘Er zaten hier in de oude kamer regelmatig grote groepen aan een ronde tafel om te genieten van deze eenvoudige doch voedzame maaltijd”.
De rest is geschiedenis.
Het accent kwam steeds meer te liggen op het eten en het museumaspect kwam meer op de achtergrond.

Je kijkt er je ogen uit.
De poppenkastpoppen Jan Klaassen en Katrijn nog met porseleinen hoofdjes.
Een ingericht kruidenierswinkeltje met alle mogelijke spullen van voor de jaren ’70.
Speelgoed, spelletjes, servies, oud gereedschap, een originele bruidegomspijp en handwerkjes uit grootmoeders tijd; een unieke verzameling.
Wij constateerden zorgelijk dat er in dit museum heel veel dingen waren die wij vroeger nog hebben meegemaakt.
Dan merk je dat je ouder wordt!

Die avond probeerden Janny en ik iets nieuws uit: het scharreldiner, een drie gangen-menu om te delen.
Tussen ons in werden bij iedere gang een aantal kleine gerechtjes geserveerd op een grote houten, plank.
Zo kun je ook eens iets anders uitproberen!
Drie keer hadden we de keuze uit allerlei heerlijks; het had wel wat van een tapas-maaltijd.
Bruine bonen zaten er trouwens niet bij……

Reageren

Pagina 97 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén