een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 98 van 311

27 februari: Haar grote broer.

De laatste zaterdag van februari is ‘derde oma dag’ voor mij en onze dochters.  De dames beschouwen tante Trijn (de zus van mijn vader) als hun derde oma en voor mij is ze mijn tweede moeder. Tante Trijn had in haar huis wat oude spullen opgeruimd en had een jaren 70 lamp die ze niet wilde houden.
Groot,  grijs en van kunststof. “Heeft een van jullie hier belang bij?”
Ik zeker niet,  maar alle drie de dochters vonden hem prachtig. Er werd nog net niet om geloot; Carlijn kreeg hem mee.

En verder?  Koffie met hazelnootschuimgebak, veel verhalen en genieten van elkaars gezelschap, vooral dat eigenlijk.
De dochters hebben het met z’n drieën altijd al erg gezellig, zaten gezusterlijk op de bank en vertelden afwisselend verhalen, die vergezeld gingen van de gebruikelijke bijgeluiden en gebaren.

Tussen middag genoten we van een lekkere lunch buiten de deur in de Witte Olifant.
Altijd in het hoekje achterin aan een gereserveerd tafeltje waar tante Trijn geniet van een lekker broodje omringd door het vrouwelijke deel van ons gezin: eigenlijk is ze mijn tante en de oud-tante van onze dochters. maar ’tweede moeder en derde oma’ past veel beter bij de band die we hebben.

Ik nam voor haar die morgen een klein cadeautje mee.
In de fotoalbums van mijn ouders had ik een klein fotootje gevonden van hun trouwdag.
Het kiekje was genomen ’s avonds op het feest en we zien een stralende bruid met haar net zo stralende kersverse, 14 jarige schoonzusje Trijn.
Het was een zwart-wit fotootje en net niet helemaal scherp, genomen in een rokerige ruimte.
Nadat ik hem had gescand en geprint kon je nog redelijk goed zien wat er op stond.
Dat was in januari 1960; voor haar sweet memories.

Vanmorgen kreeg ik van haar een app.
“Weer een dag vol met herinneringen; van pijn, maar ook mooie dingen die wij koesteren”.
Vandaag is het de sterfdag*  van haar grote broer en mijn vader.
Zo fijn om dat nog te kunnen delen met zijn zus.

Klik hier voor het blog ‘Derde oma-dag’ uit 2022, onderaan dat verhaal vind je een link naar de twee voorgaande edities.

* zie ‘Tien jaar alweer’ uit 2018

Reageren

26 februari: Gedichten, proza en meziek.

Zundagmorgen 07.55.uur.
Veur de wekker wakker.
Dat zeg wat: spannende dag.  Om 11.00 uur  word wij in Noord Slien verwacht waor ik een aantal körte  verhaolen mag veurlezen bij Taol an tafel.
Ienmaol arriveerd word wij welkom heten deur Reina en Gloria, de twee dames die dit evenement organiseert under de paraplu  van Het Huus van de Taal; Gloria preut de mörgen ok an mekaar.
Twee keer drie kwartier dichtkunst, proza en  meziek,  dat is  de formule van zun mörgen.

Ria Westerhuis is een bekende Drentse dichteres. Zij komp uut ZuudDrenthe, ze woont bij het grensriviertie De Reest; zölf nuumt  ze het de Riest.
Ria hef een aangename stem en ze drag heur gedichten gloedvol en gevulig veur in heur eigen streektaol.
A’j een indruk wilt kregen van heur wark,  dan verwies ik joe naor heur website, hierbij een link.

Mien veurdracht begunde met een verslag van de eerste keer dat ik met een wandelvierdaagse an deu.
As lezer van dit blog hej die verhaolen  allemaole al ies veurbij zien kommen,  want ik stao dan wel te vertellen under de noemer ‘proza’, maor veur mij bint het blogs die ik in het verleden schreven heb en die vertoald bint in het Drents. Wat ik terugheur van de toeheurders is dat het zo herkenbaor is: de gebeurtenissen in een wachtkamer,  onze geliefde conciërge op Mavo op de Smilde, de  mannenpraot bij de Rodermarktwagenbouw en het familieverhaol van de kleine Gerardje die gung eierzuken.
Wat bin ‘k dan nerveus, mensen.
Huuf ik niet te stötteren? Verspreek ik mij niet?
Bij het wakker worden ’s mörgens heb ik al kloeten in de boek van de spanning; die bint pas vot as ik het leste verhaol  veurlezen heb.

De meziek weur verzörgd deur Fens en volk, zij zungen zölfschreven streektaolvassies; ie kunt heur meziek vinden op Spotify.
Luuster beveurbeeld maor ies naor Witte Wieven  en Glinster.
In de pauze kwam ik nog an de praot met Ineke de Jong, een kunstenares.
Zij vertelde dat zij metdöt met het programma ‘de nieuwe Vermeer’: zij hef een kunstwerk maakt van papier maché.
Zundagaomnd 5 meert komp ze op de tillevisie: ze mag d’r nog niks over publiceren, maor hierbij wel alvast een link naor heur website.

Zaoterdagmörgen in het programma Hemmeltied hef Arja Olthof in de rubriek van ‘het Huus van de Taol’ mien verhaol uut de Zinnig van jannewaori gebruukt veur een column over accentdiscriminatie. Schoonzeun Cees hef dat stukkie eem veur mij uut het programma knipt: ie kunt de column van Arja hier truggeluusteren: (an ’t begun een paar seconden geduld….)

Het was een gezellige bijienkomst daor in Noord Slien vanmorgen. Wij kregen tussen de middag een warm buffet veurschötteld met bami met saté  met kroepoek en aandere bijgerechten en ok de koffie, thee en aandere drinkerij hadden ze bij Wielens goed veur mekaar.  Gloria vertelde dat het veur sommige groepies in de zaal echt een daggie uut is.
Daor heb ik met liefde an metwarkt.

Beneid naor wat ik veurlezen heb? Klik dan op één van understaonde links veur het hiele verhaol.

In 2021 warkte ik met an Taol an Tafel in Dwingel, hierbij een link naor dat verslag.

Reageren

25 februari: Blogbouwstenen (10) – Pentamerone, een raamvertelling.

Vandaag deel 10 in de serie: Blogbouwstenen.

Op het scheurkalenderblaadje van 23 februari stond aan de voorkant de vraag:  “Wat verzamelde Giambattista Basile?”
Weet jij het?
Ik had geen idee.
Best raar, want ik ben dol op wat hij verzamelde: sprookjes.

Een klein stukje geschiedenis: Basile werd in 1566 geboren in Napels. Hij raakte gefascineerd door de volksverhalen uit zijn geboortestreek; zijn verzameling is gepubliceerd in het boek ‘Pentamerone’, dat werd uitgegeven na zijn dood.
Het gegeven van het boek lijkt een beetje op de ‘Sprookjes van 1001 nacht’: de verhalen worden verteld in een raamvertelling.
Een prins en zijn vrouw krijgen vijf dagen lang tien vrouwen op bezoek.
In totaal vertellen deze vrouwen vijftig verhalen; op de vijfde dag vertelt de laatste vrouw dat de prinses geen prinses is, maar een frauduleuze dienstmeid.

De verhalen bevatten varianten van bekende sprookjes zoals, Assepoester, Doornroosje en Rapunzel.
Latere sprookjesverzamelaars, zoals Charles Perrault (Moeder de Gans) en de gebroeders Grimm, werden door het werk van Basile geïnspireerd.

Op de website ‘Volksverhalen Almanak’ vond ik een pagina met een artikel over dit boek, waar alle vijftig verhalen te lezen zijn, hierbij een link.
Je vindt daar links naar alle afzonderlijke verhalen, met titels als ‘De kristallen gang’ en ‘De schone vrouw met de afgehouwen handen”.
Daar kun je bijvoorbeeld ook de eerste versie van het sprookje van Assepoester lezen, die niet zo heel veel te maken heeft met de versie die Walt Disney ons voorschotelt.

Hou je ook van sprookjes, wees dan gewaarschuwd, want als je eenmaal begint…….

Reageren

22 februari: Met drie pannen.

Vandaag is het Aswoensdag, het begin van de 40-dagen-tijd. In onze PKN-gemeente vieren we al jaren op de dinsdag daarvoor het pannenkoeken feest*. Wij schuiven niet alleen graag aan bij die gezamenlijke maaltijd,  maar wij zorgen ook voor 30 spekpannenkoeken. Rond kwart voor vijf maakte ik beslag van 2 liter melk,1 kilo meel en 4 eieren en knipte 44 plakjes ontbijtspek doormidden = 88 halve plakjes = 3 per pannenkoek. En dan maak ik me op voor een uitgekiend bakproces: pannenkoeken bakken met 3 pannen tegelijk. Als in de derde pan spek en beslag zit,  kan ik in de eerste pan het baksel al omdraaien. De hete pannenkoeken laat ik in een juspan glijden die in bak met heet water staat. Het vergt een dik half uur opperste concentratie, maar dan zit de pan tjokvol.

Rond zessen zette ik mijn warme pan bij het buffet en zocht een plekje aan één van de tafels, waar al een aantal hongerigen zaten te wachten. Eten met meer dan 60 mensen aan tafels waar steeds 8 stoelen omheen stonden: gezellig!  Het was de bedoeling dat je steeds op een andere plek ging zitten onder het motto ‘neem uw bord op en wandel’.  Dan zit je steeds naast iemand anders in een ander groepsverband. Het is erg leuk om te zien hoe iedereen zit te smullen van de pannenkoeken en hoe de aanwezigen geanimeerd met elkaar zitten te teuten. Ontmoeting is naast de pannenkoeken ook een belangrijk aspect van deze bijeenkomst. Gerard zei: “We doen dit al een aantal jaren;  het lijkt zo gewoon,  maar het is eigenlijk heel bijzonder om met elkaar zo de 40-dagen tijd in te gaan.”
Er wordt van de aanwezigen een vrijwillige bijdrage gevraagd; dit jaar zamelen we geld in voor pastor Petru in Moldavië, die in zijn dorpje de armoede bestrijdt.

In de komende vastentijd willen Gerard en ik ons op een aantal dingen bezinnen; daarin trekken we niet altijd gelijk op. Ik wil bijvoorbeeld mijn telefoongedrag onder de loep nemen en heb me voorgenomen om ook één week niet te mopperen of me negatief over iets uit te laten.
Wordt vervolgd dus.

* Gerard schreef in 2017 een gastblog over het pannenkoekenfeest onder de titel ‘Pancakeday’, waarin hij uitlegt waar deze traditie vandaan komt.

Reageren

21 februari: Galanthus nivalis.

De galanthus nivalis is een bolgewas uit de narcisfamilie.
Galanthus is een samenstelling van het Oudgriekse ‘gala’ (melk) en ‘anthos’ (bloem) en nivalis betekent: in of bij de sneeuw groeiend.

Bij ons heet het gewoon sneeuwklokje; vroeger werd het ook wel ‘vroegopje’  genoemd.
Op WikiPedia las ik dat de plant oorspronkelijk uit Zuid-Europa komt en dat hij gemakkelijk verwildert.
Dat kan ik alleen maar beamen.
Het schijnt zo te zijn dat als een sneeuwklokje zich ergens goed voelt, één bolletje al gauw twee bolletjes worden en zo komen wij dus aan het witte tapijtje in onze achtertuin: bij ons achter het huis is het momenteel wit van de sneeuwklokjes.

Afgelopen weekend kreeg ik van Carlijn een mini-vaasje met een paar sneeuwklokjes die ze had meegenomen uit Groningen.
Het staat nu op de hoek van ons aanrecht: zo mooi!

Bijna lente!

Reageren

20 februari: Preek van de leek.

Gistermorgen hadden we in de kerkdienst van onze PKN-gemeente een bijzondere gast: Daniël Rouwkema, organist, dirigent en componist.
Hij was uitgenodigd in het kader van ‘De preek van de leek’, een jaarlijks evenement waarbij een inspirerende spreker van buiten wordt gevraagd om een viering in te vullen.

“Waar gaat je preek eigenlijk over?” had iemand hem van te voren gevraagd.  “Thank you for  the  music” had hij bedacht.
Hij las vanmorgen eerst het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil en daarna een gedeelte uit de toespraak uit Mattheus 6, waarin Jezus iets zegt over hoe we moeten bidden.
De daarop volgende preek raakte me in mijn hart.
Het ging over zingen in de kerk, zingen over het geloof en over het dubbele gevoel dat je hebt als je als dirigent/zanger in de schijnwerpers staat, dat je geniet van de muziek en het zingen, terwijl de woorden van Jezus ons leren ‘doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden zodat iedereen het ziet…’
De religieuze ervaring die je beleeft als zanger in een koor werd vanmorgen prachtig door Daniël beschreven.
Augustinus zei het al: ‘Qui bene cantat bis orat’: wie goed zingt, bidt tweemaal.
Als je zingt en/of musiceert deel je wat je beleeft met de mensen die naar je luisteren, die troost kunnen putten uit de teksten en de melodieën.

Rouwkema liet zich in deze bijeenkomst van zijn kwetsbare kant zien.
Door de coronapandemie was hij als ZZP-er beroofd van zijn inkomsten en zijn moeder is aan corona overleden; verder is hij op weg naar de vijftig.
Al deze factoren zetten zijn leven de afgelopen jaren op de kop en hij gaf aan dat hij ‘nog zoekende’ was.
‘Ontheemd in en met mezelf’, noemde hij het vanmorgen.

Hij wilde ons laten kennismaken met een aantal nieuwe kerkliederen, maar dat lukte niet helemaal, want op de beamer kwam wel de tekst, maar niet de noten.
Dan wordt het wel moeilijk om nieuwe muziek te zingen….
Wat wel heel goed ging waren de liederen die werden uitgevoerd door een aantal gastzangers van Choral Voices (waaronder ‘onze eigen’ Jacolies) die een mooie bijdrage leverden aan de viering.
Verder hoorden we een uitvoering van ‘het Onze Vader’, uitgevoerd door Vocaal Ensemble Magnificat uit Emmen, waarvan Daniël dirigent is.
Hierbij een link naar die uitvoering op  You Tube.

Je kunt de bijzondere viering van gistermorgen terugkijken: hierbij een link naar het YouTube kanaal van onze kerk.
Ik zou het doen!

Na afloop sprak ik nog een aantal cantorijleden en zei wat ik tijdens de dienst al dacht: “Deze dienst was voor ons, koorzangers! Wat fijn dat iemand onder woorden brengt wat wij wekelijks met elkaar beleven.”
Afgelopen donderdag zongen we nog met elkaar in de rouwdienst van onze bas Joop, waarin de emotie tastbaar was.
Toch stonden we daar met elkaar te zingen en waren we ‘de andere lippen’ die het lied zongen dat ons door de nacht draagt.
Dat is een regel uit het lied ‘Zolang wij ademhalen’: hierbij de volledige tekst.

Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht,
het lied op and’re lippen draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen of in verdriet verstild:
het lied van Uw verlangen heeft mij aan ’t licht getild.

Daniël: bedankt.

Klik hier voor een link naar Daniëls website.

Reageren

19 februari: Snacks, toneel en verlieskunst.

Februari.
Het is de kortste maand, maar hij duurt onze dochters altijd te lang.
Bijna lente…… daar kijken ze in deze maand dan al zo naar uit.
Voor de zesde keer vierden wij met ons gezin het zelfbedachte ‘Februari-is-stom’-feest om het wachten op de lente een beetje te veraangenamen.

Vrijdagavond bakte ik al een appeltaart en gistermiddag zaten we rond vier uur met z’n achten bij elkaar te genieten.
Van niks eigenlijk; foto’s kijken, bijpraten, zeuren en lachen.
Om zes uur had ik een tafel besproken bij Alida’s Smulpaleis.
Geen culinaire hoogtepunten, maar gewoon patat met een zelfgekozen snack, in mijn geval een ‘Grunneger aaierbaole’.
Na het eten moesten sommigen ‘even chillen’, maar drie gezinsleden wilden wel even met mij een potje klaverjassen, dat mijn maat Cees en ik jammerlijk verloren.
Later op de avond gingen we nog ‘klootzakken’ en ‘DIXIT’ spelen, want twee mannen wilden nog even voetbal zien.

De laatste tijd horen we onze dochters vertellen over toneelclubjes waar ze bij zitten.
Dat is niet meer te vergelijken met de toneelclubs uit de vorige eeuw: wat wij horen is snel, fris en heel grappig.
“Dat kunnen we nu ook wel gaan doen!” opperde iemand na de koffie en voor we het wisten waren we getuige van kleine toneelstukjes.
‘De dierenwinkel’ bijvoorbeeld.
Iemand komt met een dier terug bij de dierenwinkel, want er is  iets mee.
Degene die met het dier terugkomt moet even de kamer uit; het publiek bedenkt dan wat voor dier het is en wat er mee is.
Ïedereen liet zijn fantasie werken: het werd een olifant, die steeds alleen maar ramen wilde wassen. ( ! )
Dan volgt een hilarisch gesprek tussen Frea achter de balie en Harriët, die met een klein, denkbeeldig beestje aan de lijn binnen komt.
Met zinnen als “Maar komt hij dan ook in de buurt van de porseleinkast?” en “Heb je hem ook wel eens in een ruimte zonder ramen?” raadde Harriët al in luttele minuten waar ze mee binnen was gekomen.
Een ander onderdeel was ‘de diavoorstelling’.
Er is een verteller en een aantal anderen beeldt het verhaal in dia’s uit.
Het publiek bedacht: een skivakantie met drie collega’s.
Als de verteller ‘Kuuuuhhhl …..’zegt, doet iedereen de ogen dicht en als het ‘………..LIK!’ heeft geklonken mag je weer kijken en zie je uitgebeeld wat er is verteld.
We zagen iemand de stoeltjeslift missen, ‘Kuuuuhl…LIK’  te veel mensen in één stoeltje, ‘Kuuuhl….LIK’  een ongeluk op de zwarte piste en ‘Kuuuhl….LIK’ een ongelukkige die op een brancard werd getild. Er zijn foto’s, maar niet op dit blog.

Was er dan niets serieus aan dit feest?
Tuurlijk wel. Werk, dagelijks leven, hobby’s, er werd van alles besproken.
Carlijn, (werkzaam in de uitvaartbranche) had trouwens een bijzondere tas mee.
Er stond een mooie tekst op:
Ik zou willen dat je een deuntje was, zodat ik je kan neuriën als ik je mis.
De tas is een uitgave van ‘Verlieskunst’, een jong bedrijf van Babet.
Meer weten? Hierbij een link naar de website met de subtitel: Rouw heeft ruimte nodig.

Benieuwd naar de vorige vijf edities van dit feest? Hierbij een overzicht.
deel 1 uit 2017
over hoe het feest is ontstaan.

deel 2 uit 2018
we leren het nieuwe spel ‘Pandemie’

deel 3 uit 2019
over het ‘doodskistenspel’ op de kegelbaan

deel 4 uit 2020
zwemmen in een zwemkasteel en pokeren

deel 5 uit 2022
brainstormen over de familiedag in juli in Casa Grada.

Reageren

18 februari: Vergeet ik nou mijn port….?!

Rond tien uur gisteravond pakte Gerard een pilsje en ik schonk een glaasje port voor mijzelf in. Lekker weekend: stukje kaas, toastje,  gezellig. Op mijn verzoek keken we naar het programma ‘Bij Van Duin op de achterbank’.
Dit staat er over in de gids: Jarenlang ben ik als komiek avond aan avond door het land gereisd om mensen te laten lachen. En dat gebeurt nu nog steeds door veel van mijn oude en nieuwe collega’s. Vanavond reis ik met een van hen mee naar het theater”, aldus Van Duin.
Jochem Meijer zat bij hem in de oldtimer en met z’n tweeën hadden ze het over humor op het podium. André was Jochems eerste voorbeeld en het was prachtig om te zien hoe Jochem zijn vroegere held nog steeds bewondert en hoe André daar wat verlegen van wordt.

We begonnen met een stukje ‘Animal crackers’ waar ik al weer heel erg om moest lachen.  “O ja!  Die vogel! En dat nijlpaard….”
Een fragment van Tommy Cooper, stukjes uit shows van Bert Visscher, Brigitte Kaandorp en Theo Maassen en ondertussen gesprekken tussen twee heren die het samen heel erg leuk hadden.
Die vertellen over hun liefde voor het vak en over wat je wel en niet kan doen voor een zaal
Ik zat op het puntje van mijn stoel; ik vergat zelfs te haken.
Toen Jochem en André bij de schouwburg in Leiden waren uitgestapt en de auto wegreed  had ik rode wangen van het plezier.
Wat een heerlijk programma!
Daarna begon Op 1 en Gerard haalde zich nog een pilsje op; toen had ik nog niet één slokje van mijn port gehad.
Dat zegt iets over wat André van Duin met me doet.
Puntje van de stoel; letterlijk aan de buis gekluisterd.

Er is een tijd geweest dat André van Duin niet smaakvol werd gevonden.
Domme onderbroekenlol, platte humor, een volkskomiek, stereotype personages: de critici doopten hun pen in azijn en schreven hun zure kritieken.
Hij bleef in zichzelf geloven en dingen doen waar hij zelf achterstond.
Inmiddels kan hij bij heel Nederland geen kwaad meer doen en is hij een van de grootste artiesten geworden die Nederland ooit gehad heeft.

Hij maakte mijn vrijdagavond met zijn gesprek op de achterbank.
Je moet van goede huize komen als je mij mijn haakwerk en mijn glas port wilt laten vergeten…..deze Rotterdammer is één van de weinigen die dat voor elkaar krijgt!
Klik hier om deze aflevering te bekijken.

Op deze website is het fenomeen Van Duin al veel vaker onderwerp geweest.
Hierbij een link naar het laatste blog dat ik over hem schreef uit september 2022 onder de titel ‘Een zwak’,  daarop vind je links naar 6 blogs uit het verleden waarin je o.a. leest over hoe ik als 13-jarige verliefd was op deze roodharige mafkees.

Als bonus bij dit blog een link naar een ‘Animal cracker’ die op YouTube staat, met op het eind het legendarische fragment van het kleine aapje met de dennenappel, waarvan de uil zegt dat het een handgranaat is. “Jongetje…! Jongetje…!”
Blijft leuk.

Reageren

17 februari: Nederlands maar dan anders (27)

Op 12 juni 2017 publiceerde ik het eerste deel van deze serie; in vijf en een half jaar zijn we nu toe aan nummer 27.
Eerst maar eens een ‘gouwe ouwe’ uit ons familie-archief. In de jaren 70 was het een tijdje in zwang om op verjaardagen tonic te drinken met een scheutje jenever er in met een schijfje citroen.  Daar zat dan zo’n plastic stampertje bij waar je de citroen mee naar beneden in het glas kon drukken.  Een neefje klom bij mijn vader op schoot en vroeg: “Ome Kees? Mag ik straks ook stamppot sinas?”

Bij de kapper hoorde ik nog wat mooie kinderpraat voorbijkomen.
Dochtertje van de kapper had op school het verhaal gehoord van Absalom, de zoon van koning David, die jammerlijk aan zijn einde kwam omdat hij met zijn haar in de takken van een boom verstrikt raakte. De volgende morgen vroeg juf: ‘Wie weet nog waar het verhaal van gisteren over ging?” De dochter stak de vinger op: “Over Kapsalon, juf!”
Het zoontje van diezelfde kapper had zich wat zorgen gemaakt over het onderscheid tussen kinderen en grote mensen.
Hij had aan zijn moeder gevraagd: “Wanneer word ik nou mens?”

Bart van Leeuwen vertelt in het programma Theater van het Sentiment’ dat voetballer Pele in 1969 onderweg naar het vliegveld vernam dat hij een dochter had gekregen.
Volgens Bart ‘snelde hij zich terug naar ziekenhuis’.

Op mijn werk belde een mevrouw die hulp zocht voor haar moeder.
Ze had al wat telefoontjes achter de rug met verschillende instanties.
“Ik ben met mijn moeder van hier naar haar geslingerd” vond ze.

Drie dames kijken uit naar het festival Lowlands: “Dat hebben we nog in het vooruitschiet!”

Ik schreef er al eens eerder over: Engelse woorden die in het Nederlands worden vervoegd:
Een journalist vertelde: “Willem Alexander heeft gestruggeld  met zijn roeping”.
Bij OP1 aan tafel hoorde ik iemand zeggen: “We moeten onze doelgroep gaan targetten”.

Op Nu.nl stond een artikel over onze kroonprinses Amalia.
Daaronder stond een reactie van iemand die het met haar te doen had: “Maar de bedreiging die ze ondergaat dat gaat me wel aan hart en nieren”.

Vogel Rok (afbeelding: website Efteling)

Zoontje van een collega is nog jong, maar mag qua lengte al wel instappen in de Vogel Rok, een achtbaan-attractie in de Efteling.
Mama vindt het nogal spannend, want het ding gaat over de kop.
Toen hij weer met beide benen op de grond stond vroeg ze aan hem: “Vond je het ook eng dat hij over de kop ging?”
Zoontje: “Hij ging niet over de kop, want ik had mijn ogen dicht….”

Een reactie onder een bericht op ‘Nu.nl’ over boeren die ook de bermen bemesten: “Wat fijn dat alle boeren weer onder één kam worden geschaard.”

Is jou ook een taal-misser opgevallen? Of gebruikte iemand een heel raar spreekwoord?
Laat het mij even weten.
Klik hier voor het blog Nederlands maar dan anders deel 26, van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.

Reageren

14 februari: Wereldradiodag

Gisteren was het Wereldradiodag.
Dat was mij als fervent radio-luisteraar ontgaan, maar ik werd er in de vroege morgen op attent gemaakt door Bert Haandrikman, in zijn ochtendshow ‘Goeiedag Haandrikman’.
Hij vroeg aan een aantal mensen naar hun vroegste radio-herinnering.
Vervolgens vertelde hij een verhaal over zichzelf : hij was als 16-jarige jongen in het programma ‘Stenders & Van Inkel” geweest.
Hij had meegedaan aan een spelletje en had een verpletterende indruk gemaakt.
Het was een prachtig verhaal en ik vond het getuigen van lef dat hij het liet horen.
Ik ga er verder niks over zeggen: luister hier het fragment terug. 
Met zo’n oud radio-fragment met een mooi verhaal begint mijn dag al goed.

Even later stapte ik al vóór half acht in de auto voor een reis naar Oost-Groningen: ik moest helemaal naar Winschoten!
De secretaresses van ons team die altijd op het kantoor van Team290 in Winschoten zitten, gaan ons verlaten.
Eéntje gaat met pensioen en ééntje gaat bij een andere afdeling van Lentis werken in Stadskanaal, haar woonplaats.
Of ze gelijk heeft!
Maar wij zijn wel gelijk twee ingewerkte krachten kwijt en zagen op korte termijn een onbemand kantoor in Winschoten voor ons.
De collega die ons gaat verlaten is er nog een week of drie, daar moeten we nog even gebruik van maken.
Het is daar voor mij niet helemaal onbekend; in augustus 2019 werkte ik twee dagen in Zuidlaren en één in Winschoten*, dus ik wist waar ik moest zijn.

Ik maakte kennis met een aantal collega’s van wie ik alleen de stem ken: regelmatig heb ik ze aan de telefoon, nu zag ik ze in levende lijve.
Het werk is wel hetzelfde, maar de entourage is geheel anders.
Er wordt daar zelfs door sommige collega’s in de streektaal gepraat; voor mij natuurlijk geen enkel probleem, ik pas me graag aan.
Het enige vervelende is de afstand: het is een stuk verder dan naar mijn werk in de stad.
De navigatie geeft aan dat het 45 minuten is; ’s middags om 16.00 uur is dat ook zo, maar ’s morgens moet je er tien minuten tot een kwartier bij rekenen.
Je moet over het onvermijdelijke Julianaplein en dat kost even tijd.

Maar…. om nog even terug te komen op het onderwerp in de eerste alinea: ik kan in die reisuren wel heerlijk naar de radio luisteren!
Gistermorgen naar de weekend-sport-bespiegelingen van Evert ten Napel bijvoorbeeld en gistermiddag naar ‘Dinges’ bij Bert Kranenbarg.
Want een wereld zonder radio,  dat kan ik me niet voorstellen.
Mijn eerste herinnering aan de radio stamt uit de tijd dat ik nog heel klein was.
Mijn moeder was in huis en zong mee met de radio, Anneke Gröhnloh was er op.
Als drie-jarig kind zat ik op schommel ook mee te zingen: “Sujabajaaaaah, sujabajaaah! Met je son en je hemo so bau!”

* Meer weten over mijn belevenissen in Winschoten in 2019?
Hierbij een link naar het blog Een rosarium  uit augustus 2019.

Reageren

Pagina 98 van 311

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén