Gerard en ik zijn in 1983 getrouwd en waar ik in die tijd helemaal gek van was waren gehaakte gordijnen. Het eerste huis waar we in woonden aan de Rijksweg in Hoogersmilde(maart 1983 tm september 1983) was al helemaal ingericht, dus daar hoefde ik geen gordijnen meer voor te haken. Vond ik jammer!
Ons tweede huis (oktober 1983 tm mei 1985) was een nieuwbouw huis en daar kon ik helemaal los. Gehaakte takjes met een roosjes-patroon.
Hierbij drie PDF-bestanden met een beschrijving van deze gordijntjes:
Roosjesgordijn 1
Roosjesgordijn 2
Roosjesgordijn 3
Deze gordijnen kon ik ook weer gebruiken in ons derde huis (1985 tm 1989), dat echt gemaakt was voor gehaakte gordijnen. Twee erkertjes had het huis (gebouwd in 1936) en boven alle ramen zaten glas-in-lood-raampjes. In de kamer zaten nog de originele suitedeuren. Het kindje op de foto is Frea in 1988.
In de keuken had ik gordijnen halverwege het raam met een rozenpatroon.
We betrokken ons vierde huis (in Roden) eind september 1989. In een volgend blog over gehaakte gordijnen zal ik van dat huis enkele gordijnen laten zien.




ik heb de polswarmers met dunner garen gebreid (en dus ook op dunnere pennen) en heb het patroon hier en daar wat aangepast. De polswarmers gebreid volgens dit patroon zullen er dus iets anders uitzien als op dit plaatje. )
j elkaar komen en bedacht ik ter plekke hoe ik het in een hoek aan elkaar kon vlechten. Eerst tellen hoeveel hokjes er tussen zitten en dan maar kijken hoe het uit komt.


(vertaling: bemoei je niet met drakenzaken, want je bent knapperig en lekker met ketchup)
Op de foto is de deken nog niet helemaal klaar, er moest nog één baan vierkantjes langs. Inmiddels ligt hij al jaren op Harriët’s oude bed. Een hele zomervakantie ben ik er mee bezig geweest. Met zoveel kleuren garen moet je ook hééél veel draadjes afhechten.