De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

7 januari: Rouw in fases.

Vandaag stond in mijn agenda: ‘Klazienaveen; opruimen met tante Trijn’.
Ze had, nadat ze 9 jaar had ingeschreven gestaan voor een nieuwe woning, op maandag 1 december een appartement toegewezen gekregen.
Toen ik op 3 december met schoonzus Ali bij haar was zat ze er helemaal vol van!
We reden er alvast even langs : “Kiek, daor kom ik straks te wonen!” en ze was in gedachten al aan het inrichten.
“Alle meubels kunt gewoon met. Die stoel van je mamme zet ik straks daor neer” en ze liet ons foto’s zien van de lege kamer die nog behangen moest worden.
Maar alle huisraad moest ook worden uitgezocht en opgeruimd, daar zag ze wel tegenop.
“Dan kom ik joe in week 2 een dag helpen” en zo kwam de 7e januari als ’tante Trijn-dag’ in mijn agenda te staan.

De rouw om haar verlies begon heel plotseling gaat in fase’s.
Op woensdagmorgen 10 december bedacht ik dat ik een week eerder op 3 december nog met Ali bij haar was.
En dat ik het toen eigenlijk wel heel druk vond die week en dacht: ‘Maar ja, ik spreek het ook allemaal zelf af…’
Een week na haar overlijden schreef ik kerstkaarten; haar naam stond bovenaan het lijstje met adressen.
In diezelfde week kreeg ik een app van één van haar schoondochters: “Zijn er nog dingen met emotionele waarde die je graag zou willen hebben?”
In een volgende app kregen we foto’s van meubels ‘die nog geen plekje hebben’; er was een beetje haast bij want tante Trijn woonde in een huurhuis en het huis moest begin januari leeg worden opgeleverd.
Waaronder een foto van de 2 stoelen waarin we in haar woonkamer altijd tegenover elkaar zaten en moeiteloos de uren volpraatten.
André Rieu kwam voorbij met kerst en ik schoot vol.
Op mijn stapeltje leesvoer ligt bovenaan de ‘Vorsten’ die ik van haar meekreeg.
De laatste.

De twee stoelen en het tafeltje in Casa Grada.

Na het weekend van de Christmascarols gingen wij op maandagavond naar Klazienaveen om wat spulletjes van tante Trijn op te halen.
Het huis was al bijna leeg; wij kregen de 2 stoelen en een tafeltje, die staan nu in Casa Grada.
Carlijn kreeg de bank en er was een krat met spulletjes waar ik om gevraagd had en….. een hele lading ‘Vorsten’ en boeken over Beatrix, Maxima, en Amalia.

Bij Daniël Lohues in de zaal kwam het verdriet even in golven omhoog bij het lied ‘Sinds zij der niet meer is…’ en op de eerste dag van het staatsbezoek dat de president van Finland aan Nederland bracht zag ik Amalia met een mooi diadeem en pakte ik mijn telefoon om dat even te delen met tante Trijn.
Oh nee.

Onderzoek heeft uitgewezen dat ze is overleden aan een aneurysma in haar buik.
Ze heeft niet geleden en ze is 80 jaar geworden; ze heeft tot de laatste dag mogen genieten van haar leven.
Voor mij zullen er nog vaak momenten zoals hierboven beschreven zijn, maar ik heb er vrede mee.
Het is zoals nicht Anja mij appte na de begrafenis: ‘Trijn is Thuis; het is goed zo’.

Reageren

6 januari: Bruidsjurk.

In de zomer van 2025 vertelde vriendin Bea dat ze een heel mooi boek aan het lezen was over borduursters die hadden gewerkt aan de bruidsjapon van prinses Elizabeth in 1947.
“Dat is ook echt een boek voor jou!” zei ze.
Toen ik 65 werd in oktober kreeg ik van Bea en Hans een boek cadeau en je raadt het al: het was het boek waar we het in de zomer al over hadden gehad.
Het is geschreven door Jennifer Robson en de titel is: ‘Een tijd om nooit te vergeten*’.
Met die ’tijd’ worden de eerste jaren vlak na de Tweede wereldoorlog bedoeld.
We maken kennis met Ann, een jonge, Engelse vrouw die werkt in het atelier van Norman Hartnell in Londen.
Zij is de eerste hoofdpersoon van het boek, de tweede hoofdpersoon is Miriam Dassin.
Zij komt in 1947 vanuit Frankrijk naar Londen. Zij is Joods en heeft de Tweede Wereldoorlog ternauwernood overleefd: ze werd in 1945 bevrijd uit het concentratiekamp Ravensbrück.

Het verhaal wordt verteld in porties van drie hoofdstukken: het eerste hoofdstuk wordt verteld vanuit Ann’s perspectief, in het tweede lees je hoe Miriam het heeft beleefd en in het derde hoofdstuk maak je kennis met Heather, de kleindochter van Ann die in Toronto (Canada) woont.
Haar oma Ann is overleden en ze erft een doos met spulletjes waarin een aantal geborduurde bloemen zitten.
Als ze ontdekt dat het dezelfde bloemen zijn als die op de bruidsjapon van koningin Elizabeth, gaat ze op onderzoek uit.
Je maakt steeds sprongen in tijd, heen en weer van 1947 naar 2016.
Ann en Miriam worden collega’s en later ook huisgenoten en krijgen een bijzondere opdracht: zij mogen borduren voor de bruidsjapon van prinses Elizabeth.
Ze krijgen relaties en ondertussen lees je hoe armoedig de mensen het nog hebben vlak na de oorlog en hoe het dagelijkse leven in Londen er destijds uitzag.

Als je leest over Heather in 2016 ga je je op een gegeven moment dingen afvragen.
Heathers oma Ann was weduwe toen ze in 1947 naar Canada emigreerde, maar er is geen sprake van een echtgenoot in de verhalen uit 1947.
Wat is er dan gebeurd in zo’n kort tijdsbestek?
In 2016 is Miriam een gevierd kunstenares.
Hoe is een eenvoudig borduurstertje uit het atelier van meneer Hartnell zover gekomen?
En waarom had oma Ann nooit aan iemand verteld dat ze bij Hartnell had gewerkt en aan de beroemde bruidsjurk had geborduurd?

Ondertussen ontvouwt zich het verhaal over de twee collega’s/vriendinnen die zenuwachtig uitkijken naar de grote dag.
De prinses komt zelfs langs in het atelier en je leest over het gepriegel met de pareltjes en borduursteekjes en het enorme karwei om het allemaal op tijd af te krijgen.
Wát een heerlijk boek!
Inderdaad: nét wat voor mij.
Nu ik het uit heb ga ik het doorgeven aan mijn Royalty-gezusters Annette en Ali.
Wat jammer dat tante Trijn het niet meer kan lezen….
Voor de liefhebbers: hierbij een link naar een artikel over Norman Hartnell

*De oorspronkelijke titel van dit boek is ‘The gown’; dat betekent ‘het gewaad’; naar mijn bescheiden mening slaat deze ‘vertaling’ de plank behoorlijk mis.

Reageren

5 januari: Cultuurbarbaren!

De 1000-stukjes Disneypuzzel is in ons gezin een kerstvakantietraditie.
Voor de kerstdagen komt de puzzelplaat op tafel en haal ik een een puzzel uit de spelletjeskast boven die we dit jaar gaan maken met wie ook maar aan onze keukentafel aanschuift, we hebben er een stuk of 6.
Tijdens het Sinterklaasfeest van dit jaar kreeg ik een puzzel van 1000 stukjes, maar dat was géén Disneypuzzel, maar één van de provincie Drenthe.
Op de puzzel zat een klein briefje waar een venijnige boodschap op stond:

O wacht, ik hoor zojuist van de traditie-Piet
een kerst zonder Disneypuzzel, dat kan dan blijkbaar weer niet.
OKAY! PRIMA! 
Ligt in de schuur, stelletje cultuurbarbaren.

En inderdaad, ik vond een mooie Disneypuzzel: die legde ik op 22 december op tafel en na de kerstdagen was hij af, zie afbeelding rechts.

Maar ik laat mij door Sinterklaas natuurlijk geen cultuurbarbaar noemen.
Dus na kerst haalde ik de Drenthe puzzel uit de doos en begon dapper met de eerste klus: alle stukjes met de goede kant naar boven, alle kantstukjes er uit zoeken en alle stukjes met een plaatsnaambordje op een apart stapeltje.
De contouren van de puzzel werden door de kantstukjes al duidelijk toen Han & Lianne en hun kinderen op 29 december bij ons boerenkool kwamen eten en toen ze weer weggingen waren alle kantstukjes gelegd en waren er al mooi wat plaatsnaambordjes compleet.

Op 31 december zat ons gezin al vóór de lunch aan de oliebollen: dat is al sinds jaar en dag traditie bij ons.
Papa bakt oliebollen, wij eten ze op.
“O leuk, de puzzel!”
“Eeeehm…… moeilijk ja….”
De een na de ander kwam er even bij staan en liet zijn of haar licht er over schijnen.
“Er zitten geen grote kleurvlakken in waar je stukjes van bij elkaar kunt zoeken.”
“So hee! Al die stukjes lijken op elkaar!”
“Die zijkanten. De kleuren lopen allemaal in elkaar over.”
“Veel te moeilijk…”

Lang verhaal kort: ze lieten me er mee zitten.
Ze waren druk met van alles en nog wat, maar puzzelen was ineens niet zo interessant.
Toen ze weggingen op 1 januari hadden ze er met elkaar hooguit 20 stukjes aangelegd.
Maar…….. het was mijn eer te na om te stoppen en de puzzel weer in de doos te doen.
Bovendien was het een leuke puzzel: alle aspecten van Drenthe kwamen voorbij.
Het kerkje in Roderwolde, het speelgoedmuseum in Roden, TT in Assen, Shakespeare in Diever, de ganzenmarkt in Coevorden en natuurlijk de hunebedden.
En bij Smilde natúúrlijk de televisietoren én ik ontwaarde zelfs een paar witte huisjes, gebouwd met stenen van de Kalkzandsteenfabriek Roelfsema waar mijn vader heeft gewerkt.
Toen Han en Danyan  op vrijdagmorgen 2 januari kwamen helpen om de kerstbomen naar buiten te dragen en in de tuin te planten hebben we de laatste stukjes met elkaar aangelegd.

Trots stuurde ik in de gezinsapp een foto van de puzzel met het onderschrift ‘…… en wie zijn nu de cultuurbarbaren?’
Ik niet.
Zoveel mag duidelijk zijn.
En over 11 maanden is het weer Sinterklaas.

Reageren

4 januari: Gastblog Remmelt – Een ‘Luminist’

Het is plezierig om vaste adressen te hebben om daar schilderijen te kopen; hiermee bedoel ik dat ze schilderijen van goede kwaliteit hebben en de koper iets gunnen.
Dat is zeker het geval bij een kunst en antiekhandel in Noord-Groningen, waar ik vaak en graag kom. Daar kreeg ik een schilderij te zien, dat net was binnengekomen.
Op het eerste gezicht een schilderij met korenschoven, van dertien in een dozijn.
Toen ik het schilderijtje mee naar buiten nam om het beter te bekijken, spatten de kleuren ervan af.

Eugène Joseph Frans Lücker 1876 – 1943                     Luministisch landschap, olieverf.

Wat is het landschap hier goed weergegeven!
Het is hoog zomer, de hitte trilt over de velden het geeft een bijzondere waas. De korenschoven geplaatst in hokken op het land geven vele lichte kleuren weer.
Ze worden omgeven door het landelijk groen op de achtergrond. De landbouwer kan de oogst spoedig binnenhalen.
Een adembenemend fraai schilderij, die herinneringen oproept aan mijn jeugd.
Op onze boerderij in Eemster bij Dwingeloo heb ik de hele cyclus mee mogen maken en ook meewerken: het land ploegen met de paarden, vervolgens eggen en het koren zaaien met de hand.
Dan komt in de hoogzomer de tijd van het maaien met de maaimachine. Ik mocht de paarden voor de maaimachine altijd mennen.
Het koren werd in bossen gebonden en opgehokt om te drogen. Je voelt en ervaart de sfeer van weleer, toen je hier volop mee bezig was.
De kunstenaar heeft dit perfect weergegeven. Een dergelijk schilderij koop je graag: dan is het thuis nog een kwestie van onderzoeken wie de kunstenaar is die dit fraaie kunstwerk gemaakt heeft.

Zelfportret Eugène Lucker – afbeelding Wikipedia

Het is de kunstenaar, Eugène Joseph Frans Lücker, geboren in Roermond 1876 – overleden in Nijmegen in 1943 die dit landschap heeft gemaakt.
Hij noemde zichzelf een luminist, een schilder van het licht. Hij werkte veel buiten, en maakte schilderijen, aquarellen en pastels in een luministische stijl.
Het zijn warme, kleurrijke landschappen.

De koper van het schilderij is een verzamelaar van het werk Lücker uit Nijmegen.
Hij reageerde als volgt: “Het schilderij is in goede orde ontvangen en is erg mooi. Dank u wel.”
Het is voor een verzamelaar prachtig om een dergelijk kwaliteitsvol schilderij aan zijn verzameling te kunnen toevoegen.

Lücker bleef tot aan zijn dood actief, maakte schilderijen, etsen en pastels.
Tijdens de grote overzichtstentoonstelling, in galerie Pollman in het centrum van Nijmegen, één jaar na zijn dood in 1943, zijn ruim 40 van zijn schilderijen verloren gegaan door het bombardement van 22 februari 1944. Tijdens de bevrijding van Nijmegen is zijn veldatelier in vlammen opgegaan, waardoor een groot deel van zijn documentatie is verbrand. Het dateren en plaatsen van zijn werk is daardoor moeilijk en af en toe duiken er nog onbekende werken van hem op.

Museum Het Valkhof te Nijmegen bezit de grootste collectie werken van Lücker.
Meer weten over deze schilder? Hierbij een link naar een artikel over hem op Wikipedia.

Remmelt heeft een eigen pagina op deze website onder de titel ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst.’
Op die pagina vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand tot nu toe.

 

 

Reageren

3 januari: Joost Prinsen.

Afbeelding; NOS – NPO

Wij hebben aan het eind van 2025 het jaaroverzicht van het NOS-journaal niet gezien.
Eerlijk gezegd: ik hoef het allemaal niet nog een keer te zien, één keer is genoeg.
Waar we wel naar keken was ‘Uit het leven 2025’, mooi omschreven als ‘eerbetoon aan de nalatenschap en betekenis van bekende en minder bekende personen die in 2025 zijn overleden’.

Joost Prinsen was ook één van hen.
In de jaren 70 zag ik hem als Erik Engerd in de Stratenmaker op Zee- show en vervolgens kwam hij regelmatig voorbij in diverse TV-programma’s. Legendarisch was de aflevering van Verborgen Verleden waarin hij, slechts gekleed in zijn onderbroek, in de ijskoude Berezina ging zwemmen om te ervaren hoe het voor zijn voorvader moet zijn geweest die in het leger van Napoleon tegen de Russen had gevochten en die de rivier zwemmend had moeten oversteken.
In mei 1997 was de eerste aflevering van  ‘Met het mes op tafel’, de door hem bedachte kennis- en blufquiz, waar ik vanaf toen geen aflevering van heb gemist.
Hij werd in het overzichtsprogramma herdacht met zijn vertolking van het gedicht ‘Ben Ali Libi – goochelaar’ van Willem Wilmink. Dat was opgenomen voor de NPS-documentaire uit 2004 Willem Wilmink – Dichter in de Javastraat.

Dat gedicht kende ik, dat had ik al eens gelezen en ook al eens eerder gehoord, dus ik wist wat er kwam.
Maar Joost Prinsen las het niet voor: hij vertelde het gedicht.
Alsof hij bij ons in de kamer zat.
En tijdens dat vertellen raakte hij ontroerd.
De waanzin van de 2e Wereldoorlog benoemd in een paar zinnen, die me diep raakten door de manier waarop ze werden uitgesproken door Joost Prinsen.

Het verhaal achter dit gedicht vond ik op de website van Allard van Lenthe
Joost Prinsen was met Willem Wilmink bij de opening van een tentoonstelling over vooroorlogse joodse kunstenaars in het Nederlandse Theater Instituut in Amsterdam.
Ze zien op een namenlijst de naam ‘Ben Ali Libi. Goochelaar’ staan.
Prinsen had tegen Wilmink gezegd: ‘Zo’n goochelaartje, zat die Hitler nou echt in de weg? Had Hitler niet aan zijn Germaanse Rijk kunnen werken zonder die Jodenvervolging?’
Wilmink ging er een gedicht over schrijven.

Het gedicht van Wilmink is geschreven bij de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.
Toen werd gezegd: “Dit nooit weer.”
Maar wat zien we in onze tijd gebeuren? Met politici als Trump, Le Pen en Wilders?
Minachting voor de rechtstaat en de democratie  leidt tot ondermijning van de stabiliteit, polarisatie, desinformatie en kan op den duur dezelfde proporties aannemen als 90 jaar geleden.
Politici horen mensen te verenigen, maar we zien dat ze een wig drijven, bevolkingsgroepen wegzetten en haat zaaien.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Op de website ‘Historiek’ vond ik een uitgebreid artikel over Ben Ali Libi, hierbij een link: De goochelaar
Daarop vind je zijn geschiedenis, maar ook het gedicht van Wilmink én een video van de ontroerende voordracht van Joost Prinsen.

Reageren

2 januari: Een nieuw begin.

Het eerste blog van het nieuwe jaar 2026!
Hiernaast zie je een afbeelding van ons prikbord, lees whiteboard tijdens de kerstvakantie.
Eind december haalde ik alles er af: rouwberichten, een geboortekaartje, een lot waar geen prijs op was gevallen, waardebonnen, ‘even-onthouden-briefjes’, kaarten en folders: alles weg.
Alle magneten weer aan de linkerkant: er ontstond een leeg, wit midden.
Daarop zette ik de woorden die me aanspraken in de eindejaarscolumn van Daniël Lohues in het Dagblad van het Noorden van zaterdag 27 december.
(klik op de afbeelding voor een vergroting).
Wil je de hele column met de titel ‘Another year over’  ook even lezen? Hierbij een link naar zijn website.

Dit jaar heb ik erg genoten van de kerstvakantie.
In voorgaande jaren was ik rond kerst en oud & nieuw aan het werk: ik nam altijd vakantie in week 2.
Nu kon ik me helemaal storten in de feestelijkheden rondom de jaarwisseling waar ik altijd zo van geniet.
We hadden eigenlijk iedere dag wel iets leuks: eten met vrienden, bijeenkomsten met ons gezin, familiefeestjes, allemaal met veel ‘gezelli’.
Twee 1000-stukjes puzzels gemaakt met wie er maar aan wilde schuiven, twee boeken uitgelezen, enkele kerkdiensten bijgewoond, een paar sokken afgebreid, oliebollen & knieperties verorberd en….. vanmorgen foto’s gemaakt voor de nieuwe header. In de sneeuw.
Als je goed kijkt op die header-foto zie je boven de zonnewijzer twee kerstboompjes met sneeuw op de takjes.
Die stonden vanmorgen voor de koffie nog versierd met ballen, slingers, engelen én lampjes in huis.
Nu staan ze weer met hun wortels in de grond in de hoop dat we ze volgend jaar weer kunnen gebruiken.
In het kader van de duurzaamheid die Gerard met zijn Groene Kerk-clubje hoog in het vaandel heeft staan.

Een nieuw begin.
De woorden van Lohues laat ik nog even op ons whiteboard staan.
Als reminder.
Maak er wat van in 2026.

Reageren

24 december: Herinnerings.

Vandaag sluit ik op deze website het jaar af met een digitale kerstkaart.
Dit jaar stond voor mij o.a. in het teken van mijn vervroegde pensioen in oktober en het daarbij behorende afscheid van mijn werk.
Daarover schreef ik twee blogseries: één over mijn carrière van 1979 tot 2025 en één over mijn leven als pensionAda.
Het eerste deel van die laatste serie had de titel ‘Der verglidt wat…

Daarnaast moesten we aan het begin van deze maand afscheid nemen van onze geliefde tante Trijn.
In het blog over haar afscheidsplechtigheid gebruikte ik die streektaal-uitspraak ook; met haar overlijden was het laatste lid van die generatie van de familie Vrieswijk overleden en was het hele gezin ‘vergleden’.
Over dat verglijden maakte ik het gedicht in het Drents dat dit jaar samen met een kerst- en nieuwjaarsgroet naar ons netwerk gaat.

Der verglidt wat…..

En weer is der een jaor vergleden
en nemp alles met zöch met
naor een vastlegd verleden
dat het bij ‘toen & vrogger’ zet.

As het vuurwark uut mekaar spat
zult alle mooie en malle dinge
die hiel 2025 hef omvat
verglieden tot herinnerings.

En dan, nao een maond of wat,
zal de merel weer opnei gaon zingen.

Ook namens Gerard wens ik mijn lezers: 
Fijne feestdagen en een vredig en vreugdevol 2026!

Maak vooral veel mooie herinneringen…..

….een weekje kerstvakantie!

Vanaf vandaag heb ik minstens een week kerstvakantie: begin 2026 meld ik mij weer.
Heb jij nog een verhaaltje liggen?
Of wil je graag een keer jouw waarde van dag beschrijven?
Wil je de leegte deze week een keer vullen?
Je bent van harte welkom!

Reageren

23 december: Geen bingo.

In het blog over onze Sinterklaasviering begin december schreef ik er al over:
‘Niemand had iets gevraagd van Heel Holland Bakt, maar toch was het tv-programma gisteravond prominent aanwezig: twee gezinsleden hadden afzonderlijk van elkaar een Heel Holland Bakt Bingo-spel in elkaar geknutseld! Dat gaan we tijdens de finale, als iedereen in Roden komt kijken natuurlijk spelen!’
Gisteren, einde middag, verzamelde ons gezin zich aan de Boskamp.
Iedereen groepte eerst bij elkaar rondom het aanrecht en voor iedereen een stoel onder zijn achterste had waren er al kerstcarols uitgezocht voor 1e kerstdag en zongen we met elkaar bij wijze van voorpret vierstemmig ‘Tibie Paiom’.

“En……wie gaat er winnen vanavond?”
Unaniem werd gedacht aan Shai.
Die altijd alles perfect voor elkaar heeft.
Die op tijd klaar is en tijd heeft voor de afwerking.
Die netjes werkt (met chirurgische precisie volgens André) maar ook het  braafste jongetje van de klas is, wat bij ons dan weer irritatie oproept.
“Ja hoor, Shai is weer TEVREDEN!”

Eerst moest mijn zelfgebakken appeltaart natuurlijk gekeurd worden, maar daar was geen discussie over.
“Deze is de lekkerste. Altijd.”
“Prima mondgevoel…!
Altijd leuk, een compliment.
En toen zaten we dus allemaal met een bingo-formuliertje voor onze neus.
Daar stonden dingen op als alstiemaarggggaarrris’, cremeux, trillende handen, frisje, zuurtje, vulling, room, speldje, ganache, knappertje en kandidaat kijkt af op.

“Ik heb nog nooit zo goed opgelet wat er gezegd wordt…”
“O, tent kan ik gelijk al doorstrepen, want die is al in beeld…”
“Nee, dat telt niet, het moet gezegd worden!”
“Is dit loos?” vraagt iemand als Van Duin in de camera kijkt. Op het bingobriefje stond namelijk ‘André kijkt loos in de camera’.
‘André helpt’ stond ook in één van de vakjes.
“Is dit helpen?”

Op een paar kaartjes stond ‘deelnemer in tranen’.
Toen André met een tablet met een video van het thuisfront bij de kandidaten langsging wisten we het zeker: nu gaan de tranen vloeien.
Kom maar door met die emoties!
We zaten op het puntje van de stoel….. maar er kwamen geen tranen.
“Nou, maar ik vind dit wel een vorm van ‘bellen met het thuisfront, dus die ga ik doorstrepen.”
O ja. Dat vonden drie anderen ook een goed idee.
Cees was de eerste met een hele rij: de eerste bingo.
Hij moest natuurlijk wel even oplezen wat hij allemaal had doorgestreept, maar het werd allemaal goedgekeurd: een goeie bingo!
Hij kreeg een chocolaadje.
Er werd driftig geroepen en gekrast als er weer iets genoemd werd wat op de kaart stond. “Jaaaah! Knappertje!”

En daar bleef het bij.
Ik wachtte nog op springvorm, Robèrt die ‘VEUL’ zegt, en smeuïg.
En op ‘deelnemer in tranen’, maar dat zou vast bij het bekendmaken van de winnaar nog gebeuren.
Maar nee!!!!
Zelfs toen geen tranen: niet bij de winnaar en niet bij de verliezer.

Nu verheugen we ons met elkaar op 1e kerstdag.
Niet alleen op het zingen en het gezellige samenzijn, maar ook op de uitzending ’s avonds van de terugblik op Heel Holland Bakt; mét bloopers!

Reageren

22 december: Ongewenst.

Dominee Sybrand van Dijk heeft na het overlijden van Henk een aantal weken rust genomen; gistermorgen was daarom Theo van Beijeren voorganger in de viering van onze kerkgemeente.
Die hadden we al een tijdje niet meer gehoord en ik hoorde naderhand bij de koffie om me heen dat het fijn was om ons weer eens ‘onder zijn gehoor te bevinden’.
We lazen vanmorgen uit Mattheus het verhaal dat Jozef en Maria verloofd zijn; dan blijkt ze zwanger te zijn en Jozef weet zeker dat het kindje niet van hem is.
Een ongewenst kind.

De voorganger nam ons aan het begin van de viering mee naar een voorval uit zijn carrière.
Een echtpaar in de gemeente was 60 jaar getrouwd en wilde dat met een dankdienst herdenken.
Bij het voorbereiden van die dienst vroeg hij naar hun trouwtekst, maar….. die hadden ze niet.
Ze waren 60 jaar geleden niet in de kerk getrouwd, want dan moesten ze openbare schuldbelijdenis doen voor in de kerk en dat vertikten ze.
Een kind dat uit liefde werd verwacht en zou worden geboren mocht er eigenlijk niet zijn.

Mattheus begint zijn evangelie ook met een ongewenste zwangerschap.
Voor Jezus was geen plaats in de herbergen van deze wereld; als God bij de mensen komt wonen kiest hij voor de marges van de samenleving.
Herders horen van engelen dat er een kind is geboren in een stal.
Het gaat bij dit verhaal van Mattheus helemaal niet om het verklaren van een mysterieuze zwangerschap, maar hij vertelt hoe God als een kind bij de mensen is komen wonen, ‘hemel en aarde verenigd te zaam’.
Dat kind groeide uit tot een man.
De dominee vertelde: nergens is Gods nabijheid in de wereld zo duidelijk geweest als bij Jezus. Zijn leven was een doorlopende invulling van het woord Immanuel, God met ons.
Hoe hij omging met mensen in nood, hoe hij opkwam voor de zwakken, hoe onvoorwaardelijk hij mensen liefhad en hoe hij daarin tot het bittere einde ging.
Kerst betekent niet romantisch zwijmelen bij kaarslicht, maar proberen in het spoor te leven dat door de man, die uit dat kerstkindje groeide, is uitgezet.
Met zijn ogen naar de wereld kijken en met onze levenskeuzes te laten zien dat wij het spoor van die man proberen te volgen: je bent niet alleen op de wereld.

Erwin speelde gistermorgen ‘Nun kommt der Heiden Heiland’ van J.S. Bach tussen de twee schriftlezingen in; stilmakend mooi was het.
Even daarvoor had hij nog moeten improviseren, want we zongen bij het aansteken van de vier adventskaarsen het oude kinderliedje ‘Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht’. Dat kende Erwin niet (!), maar gelukkig: het werd, mét notenbalk, op de beamer geprojecteerd, waardoor Erwin met een schuin oog over zijn schouder achterom kijkend toch kon begeleiden.

Wil je je ook nog eens onder het gehoor van dominee Van Beijeren bevinden?
Of het stuk van Bach of het kinderliedje terugluisteren?
De viering kun je bekijken/beluisteren via Kerkomroep of YouTube

Reageren

21 december: Een kwelend rendier.

Eigenlijk bezoeken we ieder jaar wel een Weihnachtsmark in Duitsland, maar dit jaar wilden we niet zo ver.
We zouden met z’n vieren, alleen Harriët en Cees gingen mee en we kozen deze keer voor een kleine kerstmarkt: in Meppen, bij Emmen over de grens.
Meer weten over de Weihnachtsmarkt in Meppen? Hierbij een link naar hun website.
Wij waren dit jaar al eerder in Meppen geweest*, dus we wisten al waar ‘die Altstadt’ zich bevond.
We waren er even over elven, toen zat het andere stel ons al op te wachten in ‘Biener Landbäckerei’. Zij trakteerden ons op Kaffee mit Kuchen.
En dan sta je met z’n vieren likkebaardend voor zo’n vitrine met Duitse heerlijkheden!
Gerard en ik kozen voor warme Apfelstrudel met vanillesaus.
Het was rond de middag nog heel rustig in het centrum, dus wij liepen eerst even naar de rivier De Hase, liepen een stukje over promenade langs de rivier naar het punt waar de Hase in de Ems stroomt.

afbeelding: website Stadtmarketing Meppen

De Mepper Weihnachtsmarkt is niet heel groot, maar wel erg gezellig.
Er is een enorm reuzenrad, een ijsbaan op het Marktplein, met daarnaast een grote, verlichte kerstpiramide, waar de drie koningen en Jozef en Maria bovenin te zien zijn.
Eerst maar eens op zoek naar een beker Glühwein.
Het plein voor het historische raadhuis heet tijdens de maand voor kerst ‘Rathauswald’ (Stadhuisbos).
Het plein is helemaal omzoomd door verlichte sparren en achterin het bos kun je Glühwein en ander drinken kopen.
Aan het begin van de markt was een ander ‘bos’: de Märchen-meile.
Er stonden houten kasten waarin een sprookje werd uitgebeeld. Als je op een knopje drukte werd het verhaal verteld.
Over Rümpelstilchen bijvoorbeeld.
Je weet wel, dat mannetje dat van stro gouddraad kon maken.

“We kunnen ook nog wel even naar de Kaufland!” opperde één van ons.
Dat is zo’n gigantisch, Duits warenhuis.
We keken onze ogen uit.
Niet alleen over wat er allemaal te koop wordt aangeboden, maar vooral ook over wat mensen zoal in hun winkelwagentje hadden liggen….
En dat gold ook voor het zingende rendier dat op het Raadhuisplein boven onze hoofden Duitse kerstliederen kweelde.
Hierbij een link  naar een video.
Komt, verwondert u hier mense.

We kwamen langs kramen met zelfgebreide sokken en wanten, er werd ter plekke zalm gerookt en zelfs de tingieter uit Zuidwolde (Dr.) had daar een kraam!
Dat ontdekten we omdat ik aan Harriët vertelde dat ik zo’n tinnen kerststal-hanger van tante Trijn had gekregen.
“Die heb je dan vast bij ons gekocht!” klonk het in onvervalst Nederlands.
Was ook zo.
Lezen wanneer? Hierbij een link naar het blog dat ik daar toen over schreef.

Enneh……. in dit blog helemaal niets over de geschiedenis van dit oude vestingstadje?
Tuurlijk wel!
Het oude raadhuis heeft een bijzondere windvaan.
Boven op de stadhuistoren getuigt een hanze-koggeschip van de middeleeuwse band van Meppen met het machtige Hanzeverbond. 

*Lees meer in het blog over de dag dat wij met mijn broer en schoonzus in Meppen waren

 

Reageren

Pagina 12 van 408

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén