De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

12 januari: Vér buiten mijn comfortzone.

Een paar weken voor ik afscheid nam van Lentis vroeg de teamleider: “Wat wil je als afscheidscadeau?”
We spraken af dat ik er over na zou denken.
De volgende dag zei ze: “Je hoeft niet meer na te denken over het cadeau, we hebben al iets gekocht!”
Het was een grote doos, die ik kreeg op het afscheidsfeestje en ik kreeg er ook een boodschap bij: ‘Je mag het pas uitpakken op de 1e zondag van advent’. Dat was zondag 30 november.

Razend nieuwsgierig was ik: nog bijna zes weken moest ik wachten, maar op de eerste adventszondag mocht ik het uitpakken.
Er zaten vier genummerde stoffen zakjes in en een kaart met een QR-code en inloggegevens.

Het was een Advents Handwerk Project; de digitale informatie kwam pas beschikbaar op de adventszondag die bij het zakje hoorde.
De patronen en beschrijvingen zal ik dus niet delen op deze website, maar ik kan wel linken naar het project: Hobbii’s 2025 Adventskalender

In het eerste zakje zaten een groen en en wit bolletje garen waar je wanten van kon breien; als bonuscadeau zat er een thermosflesje in. Je zou denken dat ik op die zondag gelijk al begon met breien, maar ik had nog wat op de pennen staan: een paar sokken dat ik breide van garen dat ik kreeg bij het afscheid van Lentis, gekregen van de teamleider!

Op 5 december begon ik met de wanten.
MOEILIJK!
Breibeschrijving in het Engels.
Vér buiten mijn comfortzone!
Maar gelukkig: teamleider Sylvia had voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
Zij stuurden me de vertaling en stuurden me tips&trucs die me hielpen.
Als ik met deze wanten aan het breien was, kon ik niet tegelijkertijd televisie kijken.
Het breipatroon lag op de tafel voor mij en na iedere toer streepte ik af wat ik gedaan had.

Bovenkant…..

Het duurde even.
De duim was een heel gedoe. Die moest je op een gegeven moment door steken te meerderen inbreien, daar was ook weer een apart telpatroon van.  Halverwege moest je de duimsteken op een hulpnaaldje zetten en ‘laten hangen’. Toen de want af was moest de duim in het rond worden afgebreid.

….binnenkant….

Pfffff. Het inbreien van de witte patroontjes in de duim heb ik niet meer gedaan, die heb ik er later opgemaasd.
Ze zijn mooi geworden!
En ik er ben onmeunig trots op.
Dat ik zoiets moeilijks kan had ik op voorhand niet gedacht.
Het heeft bijna 6 weken geduurd voor ik ze klaar had, maar dat komt ook omdat ik niet aan deze wanten kon breien in gezelschap en ook niet tijdens het televisie kijken.

Gerard vond ze ook heel mooi.

…..en detail van de zijkant.

Of ik voor hem ook zo’n paar wilde breien, maar dan een maatje groter.
Nee.
😉

Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?
Wordt vervolgd.
Klik hier voor het blog over het tweede zakje.

Reageren

11 januari: Vogel-villa

vogel-villa

Afgelopen donderdag vertrokken we voor een paar dagen naar Casa Grada in Westerbork.
Een soort ‘stilte-voor-de-storm’-vakantie: morgen gaat Gerard met de behandeling beginnen in het UMCG.
We namen wat vogelvoer mee, want het zou een bar weekend worden met sneeuw en vorst.
Gerard maakte op de tafel die voor het huis staat een vogel-villa met een ‘barretje’ voor de vogels van een  grote schaal, twee bakstenen en de deksel van de barbecue die in de schuur staat.

Vrijdag was de hele villa ondergesneeuwd. Toen het die middag weer droog was haalden we de sneeuw weer weg en wachtten op de vogels. Die eerst niet kwamen.
Waar we in de zomer soms 30 verschillende vogelsoorten onderscheiden op de vogelapp, nu was er geen vogel te zien.
In het meer hadden de eenden even verderop bij het bruggetje een wak open gehouden, daar groepten de watervogels bij elkaar.
Dat waren de enige vogels die we hoorden.
Aan de rand van het meer stapte een witte zilverreiger heel voorzichtig op het dunne ijs, maar verder …. geen vogel te zien.

Zaterdag was het nog wel heel koud, maar er viel geen neerslag meer.
En warempel: zaterdagmorgen kwam er één nieuwsgierig maar erg schichtig koolmeesje een kijkje nemen bij Gerards bouwwerk.
Al snel daarna kwamen er meer koolmeesjes.
Die zich allemaal gedroegen als Trump als het om Groenland gaat: VAN MIJ!
Maar er kwamen ook vinken.
En musjes.
En een roodborstje en een dikke merel.
We zaten binnen voor het raam, benoemden de vogels en genoten ondertussen van het prachtige uitzicht op het meer.
We zochten nog wat informatie op over vogels; toen ik de beestjes gadesloeg vroeg ik me af: ‘Wat doen vogeltjes eigenlijk bij vorst, kou en sneeuw?’
Daarover vond ik interessante informatie op de website van Vogelbescherming Nederland: hierbij een link naar dat artikel.

Zondag hadden de vogels hun villa helemaal ontdekt; het was een drukte van belang onder het barbecuedeksel!
We hebben de omgeving van Westerbork nog niet vaak met sneeuw gezien, maar dat hebben we de afgelopen dagen ruimschoots goedgemaakt.
Veel sneeuw viel er en we maakten een paar prachtige wandelingen.
We zijn voor het eerst sinds de bijna vijf jaar dat we dit huis hebben niet op het terras bij het meer geweest, omdat alles was bedekt met een dikke laag sneeuw, die zondag na een nacht met 10 graden vorst veranderd was in een ijslaag: het was glad en koud.
We staken binnen de kaarsjes aan en genoten van de rust.
En de vogeltjes dus.

Hieronder een paar afbeeldingen die een impressie geven van de omgeving van Vakantiepark Het Timmerholt in de winter.

Reageren

10 januari: Twee vriendinnetjes.

Als het gaat over mijn jeugd in Hoogersmilde ben ik vrijwel altijd positief; dat ligt ook aan mijn eigen kijk op de dingen. Mijn broer bijvoorbeeld heeft helemaal niks met het dorp uit onze jeugd.
Vandaag een verhaal over hoe verzuild het dorpje in de jaren ’60 was.

Het verhaal begint met de twee vriendinnetjes Alny en Ada. De beide meisjes waren in 1963 in de nieuwbouwhuizen aan de Servatiusstraat komen wonen, zij op nummer 9 en ik op nummer 13. Van dezelfde leeftijd (1960) en al gauw onafscheidelijk. We speelden samen bij haar thuis, bij mij thuis en heel veel buiten met de andere kinderen. Onze vaders werkten allebei op de steenfabriek van Roelfsema, maar de gezinnen trokken samen niet heel veel op: wij waren protestant, zij niet. Dat betekende in de volwassenenwereld dat je in een andere ‘zuil’ zat, maar daar hadden wij als kinderen geen weet van. Als ik op zondag met Alny speelde dan ging ik wel eens mee naar een voetbalwedstrijd van SVH. Mijn ouders deden daar niet moeilijk over, maar raar was het wel, dat voelde ik als kind al aan. Kreeg ik een patatje van haar vader, vroeg een dorpsgenoot aan mij “Mag jij dat wel?”

Alny en ik bezochten samen de kleuterschool; op de groepsfoto hiernaast staat ze op de achterste rij, ze is het derde kind van rechts; ik ben het blonde meisje schuin voor haar. 
We waren altijd samen.
Maar.
Toen we in 1967 naar de lagere school moesten ging zij naar de Openbare school tegenover ons en ik moest anderhalve kilometer fietsen naar de Christelijke Nationale School aan de Rijksweg. Maar dat maakte voor ons niet uit: wij bleven vriendinnetjes, al werd dat wel wat lastiger, want er vormden zich groepjes. Je hoorde bij de openbaren of bij de christelijken en zij en ik hoorden allebei bij een andere groep.

Na een jaar ging Alny verhuizen: haar ouders kochten een huis aan de Rijksweg tegenover de steenfabriek. In het begin zochten we elkaar nog op, maar dat werd ons niet gemakkelijk gemaakt: als we bij elkaar waren werden we er door onze eigen groep onophoudelijk op gewezen dat we niet met elkaar mochten spelen. Wij  waren overlopers! Onze ouders, alle vier import-Hoogersmildigers vonden het verschrikkelijk, maar zij konden er niet veel aan doen, zo was het nu eenmaal in het dorp.
Het is ons dan ook niet gelukt om onze vriendschap te behouden.

Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat mocht ik op gitaarles en tot ons onuitsprekelijk geluk hadden onze vaders beslist dat Alny en ik samen muzieklessen zouden gaan volgen bij Marinus Boer in Dwingeloo. Zij woonden inmiddels in Geeuwenbrug en iedere zaterdag reden de vaders ons om en om naar muziekles. Op woensdagavond gingen we naar  de Mandolineclub: samen zingen en musiceren!

afbeelding: geschiedenis-oefenen.nl

Alny en ik zijn in de loop van de jaren uit elkaar gegroeid, niet door het idiote zuilengedoe, maar omdat we inmiddels in verschillende delen van Drenthe woonden.
Het verhaal van de ‘openbaren’ en de ‘christelijken’: soms vertel ik er wel eens over, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, kun je je er helemaal niets bij voorstellen.

 

Reageren

9 januari: Bewegen met aandacht.

“En nu?”
Dat vroeg ik me eind november af toen Trijntje aankondigde dat ze ging stoppen met de FysiYoLates-lessen.
Hierbij een link naar het volledige blog dat ik daar toen over schreef.
Begin december hadden we onze laatste les, we namen hartroerend afscheid van elkaar en toen wist ik nog niet of ik in het nieuwe jaar weer zou gaan sporten.

Maar gelukkig: eind december kreeg ik een mail van Dorien Salverda*.
Zij gaf aan dat zij wel een poging wilde doen om de lessen van Trijntje over te nemen en wilde inventariseren wie er allemaal mee gingen doen. Per kerende post reageerde ik: JA! Op donderdagmorgen om 09.00 uur werd ik verwacht in het RAS-huis in Roderesch.
Hoe zou het zijn, bewegen met Dorien? Afgelopen woensdag had ik al even contact met vriendin Bea, die had op dinsdag al een les van haar gehad; ze was enthousiast. “Leuke vrouw, geen rondjes rennen.” Want daar houden wij niet van.

Op de 8e januari zaten we wat onwennig in de kring op de matjes.
Dorien stelde zich aan ons voor en deed eerst een inventarisatie-rondje. Ze wilde graag weten wat wij zo bijzonder vonden aan de lessen van Trijntje en wat wij van haar verwachtten.
Wij wilden eigenlijk vooral ons ouder wordende lijf een beetje soepel houden en hoopten dat er rekening zou worden gehouden met onze specifieke problemen zoals daar zijn knieën, ruggen en schouders.

We begonnen met rondlopen in een kringetje, waarbij we ons helemaal uit moesten rekken om denkbeeldige appels te plukken, hele grote passen moesten maken en proberen als een boom (op één been) te staan.
In tegenstelling tot de bomen zwaaiden onze takken (armen) om overeind te blijven.
Daarna deden we een bijzondere oefening. “Komt uit China” zei Dorien daarover “en het is een heel goede oefening om je hele lichaam ’s morgen actief te maken. Het is soms wel een beetje raar….”
Nou, inderdaad.
Vooral het begin.
We moesten de schouders laten hangen, de armen laten bungelen en een beetje hangzakkerig op en neer bewegen met ons lichaam. Dan sta je in de kring allemaal wat giebelig met je lichaam op en neer te schudden…..
Het laatste deel van de oefening bestond uit het bekloppen van ons hele lichaam, van je hoofd tot je voeten. Tap-massage heet het.
“Hoe voelt dit nu?” vroeg Dorien. Mijn hele lichaam tintelde een beetje en het voelde heel lekker.
Meer weten? Hierbij een link naar de website Flow 60 waar het hele verhaal wordt uitgelegd.

We deden nog wat oefeningen met hoepels, wat rek en strek op de matjes en daarna was er, net als bij Trijntje, een heerlijke ontspanning van een minuut of vijf.
En tot mijn grote genoegen was er ook thee! Nog even bijpraten en ervaringen uitwisselen.
Wij waren het wel eens: tot volgende week!

* Dorien is bewegingswetenschapper; haar bedrijf heet Lionheart Coaching.
De lessen die ze aan ons geeft vind je op haar website  onder de tab ‘Individueel’. Even naar beneden scrollen: ‘Fit & Vitaal – bewegen met aandacht’.

Reageren

8 januari: Het wordt weer spannend.

Het is al even geleden; vandaag een gastblog van Gerard met een vervelend bericht.

Wie Ada en mij een tijd lang kent weet dat ik in 2015 heb leren omgaan met een niet te genezen ziekte, namelijk Multiple Myeloom, ook wel de ziekte van Kahler genaamd.
Het was in voorjaar 2015 dat de ziekte werd vastgesteld en ik met chemokuren werd behandeld en tenslotte in november 2015 de eerste stamceltransplantatie heb ondergaan.
In 2019 werd in februari duidelijk dat de ziekte weer de kop op stak en onderging ik eenzelfde soort traject met in augustus van dat jaar een tweede stamceltransplantatie.
Daarna bleef het, met ondersteuning van een zogenaamde ‘onderhoudsmedicatie’ goed gaan tot de zomer van 2024: toen gingen de bloedwaarden weer heel langzaam de verkeerde kant op, maar ‘nog geen reden om in te grijpen’ zo vond de hematoloog.
Tót september vorig jaar toen de bloedwaarden de toelaatbare grens hadden bereikt. De hematoloog vond het toen verstandig om met een andere kuur te beginnen. We startten daarmee eind oktober en al voor het einde van het jaar bleek dat deze behandeling helaas niet aansloeg. De waarden stegen nog steeds en de bijkomende botpijn is het gevolg van actieve Kahler haarden.

Een dag vóór de kerstdagen werd ik al bijgepraat  door een assistent-arts en de hematoloog over de mogelijke vervolgbehandeling. Gelukkig was er nu een nieuwe aanpak mogelijk, de zogenaamde Bi-specifieke Antistoffen behandeling. Hiermee zijn al goede resultaten behaald tijdens landelijke studies en ze verwachten dat dit voor mij dan ook een effectieve aanpak kan worden.
Afgelopen dinsdag hoorden wij wat de aanpak inhoudt en hoe het verloop zal zijn. Naar verwachting start ik hier de komende week mee met een opname van zes dagen in het UMCG.
De eerste dagen kunnen best pittig zijn voor de patiënt zo werd mij verteld, maar daarna ben je toch al weer vrij snel op de been. Ik moet rekening houden met een verdere verzwakking van mijn immuunsysteem. ‘Mijd zoveel mogelijk grote groepen én mensen met verkoudheid’ is het dringende advies. Het zal na de behandeling elke week een beetje beter worden, zo is de verwachting. Na de opnameweek zal ik gedurende 6 weken wekelijks naar het ziekenhuis moeten voor een injectie en daarna maandelijks.

De teleurstelling was groot toen de kuur in november en december niet aansloeg. In die periode deelden we onze zorgen al met de mensen die deel uitmaken van ons netwerk: van hen hebben we veel steun en warmte ontvangen, wat ons natuurlijk erg goed doet.
Onze hoop is nu gevestigd op de nieuwe behandeling.
We blijven realistisch, maar weigeren pessimistisch te worden van de situatie waar we nu in zitten.
Om met de woorden van Lohues te besluiten: Hoop starft ’t lest.

In ’t zwartst van ’n duustere nacht

Brandt altied waorns ’n keersie
’n Stemmegie flustert daor zacht: 

’t Komp wel, ’t komp wel goed
Uuteindelijk weten we ’t best
Komp wel, ’t komp wel goed
Hoop stärft ’t lest.

Hierbij een link naar het blog ‘Hoop & Daniël Lohues‘ van december 2019, daarop vind je de volledige tekst van het lied en een link naar een YouTube-video.

Wil je meer weten over de Bi-specifieke Antistoffen behandeling?
Hierbij een link naar een PDF dat ik maakte over dat onderwerp. 2026.01.08 BCMA

Reageren

7 januari: Rouw in fases.

Vandaag stond in mijn agenda: ‘Klazienaveen; opruimen met tante Trijn’.
Ze had, nadat ze 9 jaar had ingeschreven gestaan voor een nieuwe woning, op maandag 1 december een appartement toegewezen gekregen.
Toen ik op 3 december met schoonzus Ali bij haar was zat ze er helemaal vol van!
We reden er alvast even langs : “Kiek, daor kom ik straks te wonen!” en ze was in gedachten al aan het inrichten.
“Alle meubels kunt gewoon met. Die stoel van je mamme zet ik straks daor neer” en ze liet ons foto’s zien van de lege kamer die nog behangen moest worden.
Maar alle huisraad moest ook worden uitgezocht en opgeruimd, daar zag ze wel tegenop.
“Dan kom ik joe in week 2 een dag helpen” en zo kwam de 7e januari als ’tante Trijn-dag’ in mijn agenda te staan.

De rouw om haar verlies begon heel plotseling gaat in fase’s.
Op woensdagmorgen 10 december bedacht ik dat ik een week eerder op 3 december nog met Ali bij haar was.
En dat ik het toen eigenlijk wel heel druk vond die week en dacht: ‘Maar ja, ik spreek het ook allemaal zelf af…’
Een week na haar overlijden schreef ik kerstkaarten; haar naam stond bovenaan het lijstje met adressen.
In diezelfde week kreeg ik een app van één van haar schoondochters: “Zijn er nog dingen met emotionele waarde die je graag zou willen hebben?”
In een volgende app kregen we foto’s van meubels ‘die nog geen plekje hebben’; er was een beetje haast bij want tante Trijn woonde in een huurhuis en het huis moest begin januari leeg worden opgeleverd.
Waaronder een foto van de 2 stoelen waarin we in haar woonkamer altijd tegenover elkaar zaten en moeiteloos de uren volpraatten.
André Rieu kwam voorbij met kerst en ik schoot vol.
Op mijn stapeltje leesvoer ligt bovenaan de ‘Vorsten’ die ik van haar meekreeg.
De laatste.

De twee stoelen en het tafeltje in Casa Grada.

Na het weekend van de Christmascarols gingen wij op maandagavond naar Klazienaveen om wat spulletjes van tante Trijn op te halen.
Het huis was al bijna leeg; wij kregen de 2 stoelen en een tafeltje, die staan nu in Casa Grada.
Carlijn kreeg de bank en er was een krat met spulletjes waar ik om gevraagd had en….. een hele lading ‘Vorsten’ en boeken over Beatrix, Maxima, en Amalia.

Bij Daniël Lohues in de zaal kwam het verdriet even in golven omhoog bij het lied ‘Sinds zij der niet meer is…’ en op de eerste dag van het staatsbezoek dat de president van Finland aan Nederland bracht zag ik Amalia met een mooi diadeem en pakte ik mijn telefoon om dat even te delen met tante Trijn.
Oh nee.

Onderzoek heeft uitgewezen dat ze is overleden aan een aneurysma in haar buik.
Ze heeft niet geleden en ze is 80 jaar geworden; ze heeft tot de laatste dag mogen genieten van haar leven.
Voor mij zullen er nog vaak momenten zoals hierboven beschreven zijn, maar ik heb er vrede mee.
Het is zoals nicht Anja mij appte na de begrafenis: ‘Trijn is Thuis; het is goed zo’.

Reageren

6 januari: Bruidsjurk.

In de zomer van 2025 vertelde vriendin Bea dat ze een heel mooi boek aan het lezen was over borduursters die hadden gewerkt aan de bruidsjapon van prinses Elizabeth in 1947.
“Dat is ook echt een boek voor jou!” zei ze.
Toen ik 65 werd in oktober kreeg ik van Bea en Hans een boek cadeau en je raadt het al: het was het boek waar we het in de zomer al over hadden gehad.
Het is geschreven door Jennifer Robson en de titel is: ‘Een tijd om nooit te vergeten*’.
Met die ’tijd’ worden de eerste jaren vlak na de Tweede wereldoorlog bedoeld.
We maken kennis met Ann, een jonge, Engelse vrouw die werkt in het atelier van Norman Hartnell in Londen.
Zij is de eerste hoofdpersoon van het boek, de tweede hoofdpersoon is Miriam Dassin.
Zij komt in 1947 vanuit Frankrijk naar Londen. Zij is Joods en heeft de Tweede Wereldoorlog ternauwernood overleefd: ze werd in 1945 bevrijd uit het concentratiekamp Ravensbrück.

Het verhaal wordt verteld in porties van drie hoofdstukken: het eerste hoofdstuk wordt verteld vanuit Ann’s perspectief, in het tweede lees je hoe Miriam het heeft beleefd en in het derde hoofdstuk maak je kennis met Heather, de kleindochter van Ann die in Toronto (Canada) woont.
Haar oma Ann is overleden en ze erft een doos met spulletjes waarin een aantal geborduurde bloemen zitten.
Als ze ontdekt dat het dezelfde bloemen zijn als die op de bruidsjapon van koningin Elizabeth, gaat ze op onderzoek uit.
Je maakt steeds sprongen in tijd, heen en weer van 1947 naar 2016.
Ann en Miriam worden collega’s en later ook huisgenoten en krijgen een bijzondere opdracht: zij mogen borduren voor de bruidsjapon van prinses Elizabeth.
Ze krijgen relaties en ondertussen lees je hoe armoedig de mensen het nog hebben vlak na de oorlog en hoe het dagelijkse leven in Londen er destijds uitzag.

Als je leest over Heather in 2016 ga je je op een gegeven moment dingen afvragen.
Heathers oma Ann was weduwe toen ze in 1947 naar Canada emigreerde, maar er is geen sprake van een echtgenoot in de verhalen uit 1947.
Wat is er dan gebeurd in zo’n kort tijdsbestek?
In 2016 is Miriam een gevierd kunstenares.
Hoe is een eenvoudig borduurstertje uit het atelier van meneer Hartnell zover gekomen?
En waarom had oma Ann nooit aan iemand verteld dat ze bij Hartnell had gewerkt en aan de beroemde bruidsjurk had geborduurd?

Ondertussen ontvouwt zich het verhaal over de twee collega’s/vriendinnen die zenuwachtig uitkijken naar de grote dag.
De prinses komt zelfs langs in het atelier en je leest over het gepriegel met de pareltjes en borduursteekjes en het enorme karwei om het allemaal op tijd af te krijgen.
Wát een heerlijk boek!
Inderdaad: nét wat voor mij.
Nu ik het uit heb ga ik het doorgeven aan mijn Royalty-gezusters Annette en Ali.
Wat jammer dat tante Trijn het niet meer kan lezen….
Voor de liefhebbers: hierbij een link naar een artikel over Norman Hartnell

*De oorspronkelijke titel van dit boek is ‘The gown’; dat betekent ‘het gewaad’; naar mijn bescheiden mening slaat deze ‘vertaling’ de plank behoorlijk mis.

Reageren

5 januari: Cultuurbarbaren!

De 1000-stukjes Disneypuzzel is in ons gezin een kerstvakantietraditie.
Voor de kerstdagen komt de puzzelplaat op tafel en haal ik een een puzzel uit de spelletjeskast boven die we dit jaar gaan maken met wie ook maar aan onze keukentafel aanschuift, we hebben er een stuk of 6.
Tijdens het Sinterklaasfeest van dit jaar kreeg ik een puzzel van 1000 stukjes, maar dat was géén Disneypuzzel, maar één van de provincie Drenthe.
Op de puzzel zat een klein briefje waar een venijnige boodschap op stond:

O wacht, ik hoor zojuist van de traditie-Piet
een kerst zonder Disneypuzzel, dat kan dan blijkbaar weer niet.
OKAY! PRIMA! 
Ligt in de schuur, stelletje cultuurbarbaren.

En inderdaad, ik vond een mooie Disneypuzzel: die legde ik op 22 december op tafel en na de kerstdagen was hij af, zie afbeelding rechts.

Maar ik laat mij door Sinterklaas natuurlijk geen cultuurbarbaar noemen.
Dus na kerst haalde ik de Drenthe puzzel uit de doos en begon dapper met de eerste klus: alle stukjes met de goede kant naar boven, alle kantstukjes er uit zoeken en alle stukjes met een plaatsnaambordje op een apart stapeltje.
De contouren van de puzzel werden door de kantstukjes al duidelijk toen Han & Lianne en hun kinderen op 29 december bij ons boerenkool kwamen eten en toen ze weer weggingen waren alle kantstukjes gelegd en waren er al mooi wat plaatsnaambordjes compleet.

Op 31 december zat ons gezin al vóór de lunch aan de oliebollen: dat is al sinds jaar en dag traditie bij ons.
Papa bakt oliebollen, wij eten ze op.
“O leuk, de puzzel!”
“Eeeehm…… moeilijk ja….”
De een na de ander kwam er even bij staan en liet zijn of haar licht er over schijnen.
“Er zitten geen grote kleurvlakken in waar je stukjes van bij elkaar kunt zoeken.”
“So hee! Al die stukjes lijken op elkaar!”
“Die zijkanten. De kleuren lopen allemaal in elkaar over.”
“Veel te moeilijk…”

Lang verhaal kort: ze lieten me er mee zitten.
Ze waren druk met van alles en nog wat, maar puzzelen was ineens niet zo interessant.
Toen ze weggingen op 1 januari hadden ze er met elkaar hooguit 20 stukjes aangelegd.
Maar…….. het was mijn eer te na om te stoppen en de puzzel weer in de doos te doen.
Bovendien was het een leuke puzzel: alle aspecten van Drenthe kwamen voorbij.
Het kerkje in Roderwolde, het speelgoedmuseum in Roden, TT in Assen, Shakespeare in Diever, de ganzenmarkt in Coevorden en natuurlijk de hunebedden.
En bij Smilde natúúrlijk de televisietoren én ik ontwaarde zelfs een paar witte huisjes, gebouwd met stenen van de Kalkzandsteenfabriek Roelfsema waar mijn vader heeft gewerkt.
Toen Han en Danyan  op vrijdagmorgen 2 januari kwamen helpen om de kerstbomen naar buiten te dragen en in de tuin te planten hebben we de laatste stukjes met elkaar aangelegd.

Trots stuurde ik in de gezinsapp een foto van de puzzel met het onderschrift ‘…… en wie zijn nu de cultuurbarbaren?’
Ik niet.
Zoveel mag duidelijk zijn.
En over 11 maanden is het weer Sinterklaas.

Reageren

4 januari: Gastblog Remmelt – Een ‘Luminist’

Het is plezierig om vaste adressen te hebben om daar schilderijen te kopen; hiermee bedoel ik dat ze schilderijen van goede kwaliteit hebben en de koper iets gunnen.
Dat is zeker het geval bij een kunst en antiekhandel in Noord-Groningen, waar ik vaak en graag kom. Daar kreeg ik een schilderij te zien, dat net was binnengekomen.
Op het eerste gezicht een schilderij met korenschoven, van dertien in een dozijn.
Toen ik het schilderijtje mee naar buiten nam om het beter te bekijken, spatten de kleuren ervan af.

Eugène Joseph Frans Lücker 1876 – 1943                     Luministisch landschap, olieverf.

Wat is het landschap hier goed weergegeven!
Het is hoog zomer, de hitte trilt over de velden het geeft een bijzondere waas. De korenschoven geplaatst in hokken op het land geven vele lichte kleuren weer.
Ze worden omgeven door het landelijk groen op de achtergrond. De landbouwer kan de oogst spoedig binnenhalen.
Een adembenemend fraai schilderij, die herinneringen oproept aan mijn jeugd.
Op onze boerderij in Eemster bij Dwingeloo heb ik de hele cyclus mee mogen maken en ook meewerken: het land ploegen met de paarden, vervolgens eggen en het koren zaaien met de hand.
Dan komt in de hoogzomer de tijd van het maaien met de maaimachine. Ik mocht de paarden voor de maaimachine altijd mennen.
Het koren werd in bossen gebonden en opgehokt om te drogen. Je voelt en ervaart de sfeer van weleer, toen je hier volop mee bezig was.
De kunstenaar heeft dit perfect weergegeven. Een dergelijk schilderij koop je graag: dan is het thuis nog een kwestie van onderzoeken wie de kunstenaar is die dit fraaie kunstwerk gemaakt heeft.

Zelfportret Eugène Lucker – afbeelding Wikipedia

Het is de kunstenaar, Eugène Joseph Frans Lücker, geboren in Roermond 1876 – overleden in Nijmegen in 1943 die dit landschap heeft gemaakt.
Hij noemde zichzelf een luminist, een schilder van het licht. Hij werkte veel buiten, en maakte schilderijen, aquarellen en pastels in een luministische stijl.
Het zijn warme, kleurrijke landschappen.

De koper van het schilderij is een verzamelaar van het werk Lücker uit Nijmegen.
Hij reageerde als volgt: “Het schilderij is in goede orde ontvangen en is erg mooi. Dank u wel.”
Het is voor een verzamelaar prachtig om een dergelijk kwaliteitsvol schilderij aan zijn verzameling te kunnen toevoegen.

Lücker bleef tot aan zijn dood actief, maakte schilderijen, etsen en pastels.
Tijdens de grote overzichtstentoonstelling, in galerie Pollman in het centrum van Nijmegen, één jaar na zijn dood in 1943, zijn ruim 40 van zijn schilderijen verloren gegaan door het bombardement van 22 februari 1944. Tijdens de bevrijding van Nijmegen is zijn veldatelier in vlammen opgegaan, waardoor een groot deel van zijn documentatie is verbrand. Het dateren en plaatsen van zijn werk is daardoor moeilijk en af en toe duiken er nog onbekende werken van hem op.

Museum Het Valkhof te Nijmegen bezit de grootste collectie werken van Lücker.
Meer weten over deze schilder? Hierbij een link naar een artikel over hem op Wikipedia.

Remmelt heeft een eigen pagina op deze website onder de titel ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst.’
Op die pagina vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand tot nu toe.

 

 

Reageren

3 januari: Joost Prinsen.

Afbeelding; NOS – NPO

Wij hebben aan het eind van 2025 het jaaroverzicht van het NOS-journaal niet gezien.
Eerlijk gezegd: ik hoef het allemaal niet nog een keer te zien, één keer is genoeg.
Waar we wel naar keken was ‘Uit het leven 2025’, mooi omschreven als ‘eerbetoon aan de nalatenschap en betekenis van bekende en minder bekende personen die in 2025 zijn overleden’.

Joost Prinsen was ook één van hen.
In de jaren 70 zag ik hem als Erik Engerd in de Stratenmaker op Zee- show en vervolgens kwam hij regelmatig voorbij in diverse TV-programma’s. Legendarisch was de aflevering van Verborgen Verleden waarin hij, slechts gekleed in zijn onderbroek, in de ijskoude Berezina ging zwemmen om te ervaren hoe het voor zijn voorvader moet zijn geweest die in het leger van Napoleon tegen de Russen had gevochten en die de rivier zwemmend had moeten oversteken.
In mei 1997 was de eerste aflevering van  ‘Met het mes op tafel’, de door hem bedachte kennis- en blufquiz, waar ik vanaf toen geen aflevering van heb gemist.
Hij werd in het overzichtsprogramma herdacht met zijn vertolking van het gedicht ‘Ben Ali Libi – goochelaar’ van Willem Wilmink. Dat was opgenomen voor de NPS-documentaire uit 2004 Willem Wilmink – Dichter in de Javastraat.

Dat gedicht kende ik, dat had ik al eens gelezen en ook al eens eerder gehoord, dus ik wist wat er kwam.
Maar Joost Prinsen las het niet voor: hij vertelde het gedicht.
Alsof hij bij ons in de kamer zat.
En tijdens dat vertellen raakte hij ontroerd.
De waanzin van de 2e Wereldoorlog benoemd in een paar zinnen, die me diep raakten door de manier waarop ze werden uitgesproken door Joost Prinsen.

Het verhaal achter dit gedicht vond ik op de website van Allard van Lenthe
Joost Prinsen was met Willem Wilmink bij de opening van een tentoonstelling over vooroorlogse joodse kunstenaars in het Nederlandse Theater Instituut in Amsterdam.
Ze zien op een namenlijst de naam ‘Ben Ali Libi. Goochelaar’ staan.
Prinsen had tegen Wilmink gezegd: ‘Zo’n goochelaartje, zat die Hitler nou echt in de weg? Had Hitler niet aan zijn Germaanse Rijk kunnen werken zonder die Jodenvervolging?’
Wilmink ging er een gedicht over schrijven.

Het gedicht van Wilmink is geschreven bij de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.
Toen werd gezegd: “Dit nooit weer.”
Maar wat zien we in onze tijd gebeuren? Met politici als Trump, Le Pen en Wilders?
Minachting voor de rechtstaat en de democratie  leidt tot ondermijning van de stabiliteit, polarisatie, desinformatie en kan op den duur dezelfde proporties aannemen als 90 jaar geleden.
Politici horen mensen te verenigen, maar we zien dat ze een wig drijven, bevolkingsgroepen wegzetten en haat zaaien.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Op de website ‘Historiek’ vond ik een uitgebreid artikel over Ben Ali Libi, hierbij een link: De goochelaar
Daarop vind je zijn geschiedenis, maar ook het gedicht van Wilmink én een video van de ontroerende voordracht van Joost Prinsen.

Reageren

Pagina 14 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén