De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

11 augustus: De 11e verjaardag.

Vandaag is het 11 jaar geleden dat ik begon met deze website. 
Ieder jaar schrijf ik een ‘verjaardagsblog’ in deze periode: even terugkijken en nagenieten. 
Het afgelopen jaar stond in het teken van het tijdschrift dat ik heb uitgegeven ter gelegenheid van de 10e verjaardag van deze blog. 
‘Een cadeautje voor mezelf’, zo heb ik het ervaren en ik heb er veel van geleerd, o.a. dat je eigenlijk altijd onderschat hoeveel tijd en energie er gaat zitten in zo’n klus. 
Maar gelukkig: het was het co-productie met onze dochters en ik ben dan ook trots op het eindresultaat.

En ondertussen gaat het blog (bijna) iedere dag gewoon door.
Tot mijn grote genoegen zijn er steeds vaker lezers die gebruik maken van de mogelijkheid om een gastblog te schrijven en dit jaar kwam er zelfs een gastblogger die één keer in de maand een bijdrage levert. Hij heeft zelfs een eigen rubriek: ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst’. Hierbij een link naar zijn eerste blog in maart, daaronder vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand.

We kochten een fietshelm die we voor het eerste gebruikten tijdens onze vakantie naar Toscane vorig jaar september.
Die helm heb ik nu altijd op als ik op de fiets zit: het is een ramp voor je kapsel dat je ’s morgens zo zorgvuldig staat te föhnen, maar ik hoor te veel verhalen van hoofdletsel bij oudere fietsers en dat ben ik!

Wat is er het afgelopen jaar veranderd in mijn leven?
We gingen verhuizen met het werk. Van mijn geliefde Laan Corpus den Hoorn (want het dichtst bij Roden) verhuisden we naar de binnenstad van Groningen. 
Parkeren is voor mij geen probleem omdat ik op tijd begin, maar aan het einde van de werkdag invoegen in de stoplichtenrijke Hereweg is op z’n minst lastig. 
‘Op de fiets naar het werk’ betekent nu bijna een kwartier langer fietsen; ik doe er nu een klein uur over. 
Het goede nieuws is dat ik nu nog maar 10 weken voor mijn werk naar Groningen hoef. 

Dit jaar in maand juni tikte deze website voor het eerst de (voor mij) magische grens van 10.000 unieke bezoekers per maand aan en in juli was het zelfs boven de 11.000; gemiddeld heb ik per dag ongeveer 600 bezoekers. Dat zijn natuurlijk niet allemaal betrokken lezers: mensen maken veel gebruik van de uitgeschreven haak- en breipatronen en van de recepten. Die gaan echt niet allemaal mijn verhalen lezen over de boeken die ik lees en de geschiedenisdingen die ik interessant vind. 

Met dit blog laat ik je meekijken naar wat voor mij waarde heeft in mijn leven.
Boeken, muziek, eten, gevoelens, lachen, huilen en wat er allemaal om mij heen gebeurt. 
Met plezier lees en hoor ik reacties van mensen die daar iets uithalen en ‘meegenieten’. 
Dat mensen laten weten dat ze door mijn verhalen met meer aandacht kennis nemen van het gewone leven of anders zijn gaan kijken naar kerkdiensten.

Wat je er ook uit haalt: laat het iets positiefs zijn! 
Op naar de 12e verjaardag. 

Reageren

10 augustus: Delers van hoop.

Toen de preek begon vanmorgen werd ik in gedachten meegenomen naar de eerste keer (2004) dat ik getroffen werd door een hartinfarct.
Het ging namelijk over angst; dat angst een slechte raadgever is.
De zomer na het infarct bezocht ik tijdens onze vakantie in Noord Duitsland een kerkdienst in de Lutherse kerk, waar ik een preek hoorde die mijn toenmalige wereld even op zijn kop zette en waar ik de rest van mijn leven heel veel aan heb gehad.
De essentie van die preek was een uitspraak van Luther.
“Als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik vandaag nog een appelboom planten”.
De voorganger destijds legde uit dat de onderliggende gedachte bij deze quote was: “Leef gewoon je leven, doe wat je moet doen en laat je daarbij niet verlammen door de angst voor wat morgen zou kunnen gebeuren.”*

Als het gaat over angst moet ik daar altijd aan denken en dat neemt mijn gedachten ook behoorlijk in beslag; het duurde dus even voor ik weer bij de les was.
De les van vanmorgen was dat wij ons niet moeten laten meeslepen door ‘de handelaren van de angst’ die paniek zaaien door verhalen over oorlogsdreiging en die angst verkopen om zelf aan de macht te komen.
Wij hoorden dat wij als kerkmensen tegenover die handelaren in angst delers van hoop moeten zijn.
Blijven zeggen: God is goed, wees niet bang, blijf de liefde leven juist omdat je weet hoe onzeker alles is.

Wie wacht, slaapt niet – Marjolein Visser

Aan het einde van de viering, in de Catharinakerk vanmorgen, vroeg voorganger Sybrand van Dijk of hij de afbeelding nog even in beeld mocht die voorop de orde van dienst stond, je ziet de foto hiernaast.
De foto is zo grijs omdat we naar een hopeloze plensbui zitten te kijken. Middenin die hoosbui zit een kogelstoter onder een pluutje te wachten tot het droog wordt.
Als er iemand hoop heeft is hij het wel!
Hij zit te wachten en gaat er van uit: “Het wordt een keer droog en dan ga ik een kogel stoten waar iedereen van zal opkijken!”
En het grappige is: zolang hij daar onder dat pluutje zit  blijft iedereen op de tribune ook zitten, want men denkt: “Hij weet dat de zon straks gaat schijnen en dan gaat hij die kogel heel ver weg stoten: daar willen we bij zijn!”
Wakende mensen zijn besmettelijk; want terwijl hij daar wacht denkt iedereen aan de zon terwijl het regent.

Toen we naar buiten liepen zei Gerard: “Wat een mooie dienst. Hoop starft het lest….”**

* Hele blog lezen over die kerkdienst in Aschendorf? Een appelboom planten.
** Weten wat Gerard bedoelde met die laatste woorden? Hoop & Daniël Lohues

Een blog over een kerkdienst kun je niet vergelijken met notulen.
En het is ook geen review/commentaar.
Het is wat ik er uit haal als waarde van mijn dag.
Het is beslist de moeite waard om deze dienst terug te luisteren.
Dat kan via Kerkomroep  of via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

9 augustus: Tijd in het Groninger Museum.

Gistermiddag bezocht ik met vriendin Gineke het Groninger Museum. Het huidige gebouw, ontworpen door Alessandro Mendini, werd geopend in 1994; het is een opvallend gebouw dat, sinds de opening, veel discussie heeft opgeroepen over moderne museumarchitectuur. Meer weten? Onder aan dit blog  vind je een link naar een artikel op de website ‘Op weg naar de kunst’. Daar vind je een video van 3 minuten die een mooi beeld geeft van het bijzondere gebouw.

En nee, ik kom daar niet vaak: ik ben niet zo’n liefhebber van moderne kunst. Ik weet er niks van, van de verschillende stromingen daarin; voor mij is het al fijn als ik kan zien wat iets voorstelt. Maar toen ik vriendin Gineke vroeg of zij nog iets wist waar we samen naar toe zouden kunnen, een tentoonstelling of zo, kwam zij met het Groninger Museum.
“Ben je hier al eens eerder geweest?” vroeg ze.
“Ja. Met jou!”
Dat was met ‘Rijk in Groningen; dat had ik toen voorgesteld vanwege de voor mij interessante tentoonstelling destijds.
Vermakelijk om in dat blog ook al te lezen over onze zeer uiteenlopende achtergrond en smaak.

It’s about time – afbeelding Groninger Museum

We begonnen met een reis door de tijd in de nieuwe collectiepresentatie It’s About Time.
In de aankondiging wordt daarover gezegd: ‘Hierin worden de grenzen van lineaire tijd doorbroken. Meestal stellen we ons tijd en de geschiedenis voor als een rechte lijn, maar wat gebeurt er als we er kriskras doorheen bewegen? Of in cirkels? Zeven zalen vol kunstwerken uit de eigen collectie nodigen uit tot een persoonlijke ontdekkingsreis door de verschillende gezichten van tijd.

We liepen door zalen met thema’s als o.a. Tijdloos, Vergankelijkheid, Machteloos en Grenzeloos. Oud en nieuw door elkaar, van verschillende kunstenaars en in heel diverse vormen: schilderijen, foto’s, taferelen of gewoon voorwerpen. Prachtig vond ik het! Eigenlijk moet ik niet zo stellig beweren dat ik niet zo’n liefhebber van moderne kunst ben, want hetzelfde overkwam mij toen mijn broer mij in 2021 meenam naar Museum More**(modern realisme) in Zutphen.

We zagen ‘de stoel’ van Mendini en we lieten ons betoveren in de zalen die waren ingericht voor de tentoonstelling ‘Otherworldly‘ van Joanna Schneider: we liepen tussen kolossale vlinders, bloemen en andere vormen van textiel in pasteltinten; werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar heen, er hing een bijna magische sfeer.
Ik werd aangetrokken door de tentoonstelling Draken & Demonen.
We dwaalden letterlijk langs vitrines van elkaar gescheiden door lange, lichte gordijnen, waardoor je je richtingsgevoel helemaal kwijt raakte….. had ik dit nou al gezien?
We wandelden langs 5000 Jaar Aziatische Keramiek en zagen naast draken en duivels ook mensen, vissen en bloemen.

Een van de hoogtepunten vond ik de vaste tentoonstelling van ‘De Ploeg’, daarover volgt nog een apart blog.
Wat een mooi,  bijzonder en verrassend museum!
We hebben niet alles kunnen zien, maar we hebben elkaar beloofd dat we dat een volgende keer gaan doen: ik ga immers met pensioen!

* Op weg naar kunst

** Museum More 

Reageren

8 augustus: De bierkaai en andere uitdrukkingen.

Spreekwoorden horen bij onze Nederlandse taal; we weten tegenwoordig nog vaak wel wat ze betekenen, maar waar ze vandaan komen is niet altijd bekend. Tijdens de  tentoonstelling ‘750 jaar Amsterdam’ bij de zandsculpturen in Garderen kwamen er een paar voorbij.

Vechten…?

We liepen langs een tafereel waarbij potige kerels in de weer waren met grote vaten en zakken.
Er stond een informatiebordje bij dat er in grote steden in Nederland in de 16e eeuw speciale kades werden gebruikt voor het verhandelen en verschepen van bier, de zogenaamde ‘bierkade’, ook wel ‘bierkaai’ genoemd. Dat was in Amsterdam een deel van de Oudezijds Voorburgwal, waar destijds vaten met bier werden aangeleverd en opgeslagen. De mannen die daar werkten waren sterke kerels die bekend stonden als echte vechtersbazen. Als je het tegen hen wilde opnemen, was je er bij voorbaat al zeker van dat je dat gevecht ging verliezen. Daardoor kreeg vechten tegen de bierkaai de betekenis ‘iets onmogelijks doen, nutteloos werk doen’.

Steentjes.

Even verderop zagen we twee middeleeuwse bouwvakkers bezig met het metselen van een muur. Aan het eind van de 15e eeuw (1481) is men in Amsterdam begonnen met het bouwen van een stadsmuur om de stad te beschermen tegen indringers/vijandelijke aanvallen. Iedere inwoner van Amsterdam moest letterlijk zijn steentje bijdragen; hier komt het gezegde ‘een steentje bijdragen’ vandaan.
Dat ‘steentje’ kon van alles zijn: meehelpen met heien of graven, geld schenken of bakstenen leveren. De muur is zes meter hoog en voorzien van een aantal verdedigingstorens. Als je op de afbeelding klikt wordt hij iets groter, dan zie je op de achtergrond de muur met een poort en twee torens.
Op de website ‘Over Amsterdam’ vond ik een interessant artikel over de oude stadsmuur van Amsterdam; hierbij een link naar dat verhaal.

In ’t Aepjen

We kwamen ook nog een enorme aap tegen op onze reis door de geschiedenis van Amsterdam.
Die vertelde het verhaal van de herberg ‘In ’t Aepjen’: een van de oudste nog bestaande houten huizen van de stad, gebouwd in 1550. 
Het pand dankt zijn naam aan Jan Claesz ‘int Aepgen, die in de 16e eeuw in het huis woonde.
Van de uitdrukking “in de aap gelogeerd zijn” wordt wel gezegd dat die aan ’t Aepjen ontleend is. De herberg werd vaak bezocht door zeelieden die lange tijd van huis waren geweest en na hun reis dronken raakten aan de bar. Dan kwam het wel eens voor dat zo’n zeeman aan het eind van de avond de rekening niet kon betalen: dan gaven ze de eigenaar soms een levend aapje dat ze op hun reis hadden meegenomen. Die beestjes liepen als een soort attractie los rond in het etablissement, maar zaten ook onder de vlooien, die ze overbrachten op de gasten. Als iemand in die tijd ergens al krabbend aan kwam, vroegen mensen vaak of ze ‘in den aep gelogeerd’ waren.
Over het spreekwoord én de herberg ’t Aepjen vond ik dit artikel op de website ‘Historia’; daarin vind je gedetailleerde informatie over dit onderwerp. 

 

Reageren

7 augustus: Wees ies leif.

Vandage pronk ik met de veren van ’n aander.
Dinsdagmiddag veul ‘De Krant’ op de deurmat en in de rubriek ‘Moi Noordenveld’ stun een column van de hand van mien collega streektaol-schriever Tea Nijnuis.

Ze schreef over de toestand in de wereld: over de oorlogen in Oekraïne en Gaza, de onveurspelbaorheid van wereldleiders Trump en Poetin en de politieke toestand in oons laand. Ze constateert dat wij as inwoners van Noordenveld daor niet zo veul an kunt doen, maor dat wij in oonze eigen umgeving toch een lichtend veurbeeld wezen kunt.
Daorbij schreef ze dizze hartverwarmende tekst:

Wees ies leif

een leive lach
een beetie ontzag
een mooie kaort
een vrundelijk woord
het döt oons zo goud
verzaomel wat moud
en deil een pluumpie oet
of gewoon een groet
even een doem omhoog
een klaaine knipoog
een aarm om je tou
hou is het nou met jou
een simpel gebaor
het is toch zo waor
’t binnen de klaaine dingen
die je dag doun zingen.

Tea schref in heur eigen streektaol, ze woont in Peize en bezigt het Westerkwartiers dat hier in de umgeving praot wordt.
Dat is misschien wel wat aans as de taol waarin ik schrief maor volgens mij ok wel goed te begriepen a’j het Westerkwartiers niet machtig bint.
Tea hef een eigen pagina op de website van ‘Het huus van de taol’, hierbij een link.

Dizze tekst van Tea understreept wat mij betreft wat wij op zundag nou en dan in een preek heurt en wat wij ofgelopen zundag 3 augustus bij ’t eten lazen uut de Bijbelse dagkalender.

Het is in ’t geven da j’ ontvangt
in het liefheffen da j’ bemind wordt 
en in het loslaoten dat je bindt.
(vertaalde tekst van Augustinus van Hippo, 5e eeuw)

De ruumte van joen hart bepaolt de vrijheid van joen leven
De ruumte van joen hart bepaolt de warmte van je huus
Zolang je hart maor vol is he’j wat te geven
an de man en an de vrouw in je wark en bij je thuus.
(vertaalde tekst van Paul van Vliet, 21e eeuw)

Geleuf, hoop en liefde kent een wonderlieke economie: a’j dat deelt wordt het meer.

Dus: wees ies leif!

* Aandermans veren: het ienige wat ik der an daon heb is het umzetten naor een blog en de Nederlaandse teksten uit oons dagboekie vertaolen naor mien streektaol

Reageren

6 augustus: Naar een leven zonder werk (1)

Over een paar maanden begin ik aan een nieuwe fase in mijn leven: een leven zonder betaald werk/een baan.
Begin januari schreef ik er al eens over, toen duurde het nog 9 maanden.
Toen vond ik het nog heel lang duren, nu duurt het nog maar 11 weken.
Hoe zag mijn loopbaan er eigenlijk uit?

In mei 1979 haalde ik mijn HAVO-diploma.
Mijn ouders gaven mij wel de mogelijkheid om verder te leren, maar in mijn omgeving was er destijds bijna niemand die dat deed.
Daar komt bij dat ik al vanaf de lagere school onderwijzeres wilde worden, maar in die tijd was er in het onderwijs geen werk te vinden.
Je kunt het je nu haast niet meer voorstellen, maar de decaan raadde mij af om naar de Pedagogische Academie te gaan.
Dus ik ging werk zoeken.
Veel brieven gingen de deur uit en ik solliciteerde op alles wat los en vast zat; ik werd ook regelmatig uitgenodigd.
Bij de gemeente Smilde werd ik niet aangenomen, dat vond ik wel jammer.
Mijn vader dacht dat dat te maken had met het antwoord dat ik had gegeven op de vraag waarom ik graag bij de gemeente wilde werken: “Nou, ik moet toch ergens aan het werk, hé?”
Dat is niet zo’n goede motivatie.
Door schade en schande wordt men wijs: bij volgende sollicitatiegesprekken ‘was déze baan echt wat ik altijd al had gewild!’

In deze serie neem ik je mee door mijn werkende leven vanaf 1979; daarbij staat bij elk blog een foto van hoe ik er die tijd uitzag, die zijn dus niet allemaal genomen tijdens het werk.
Volgende week vertel ik het verhaal van mijn eerste werkplek, boekhandel Iwema in Assen en hoe het kwam dat ik daar maar 6 weken heb gewerkt.

Wat ik ook al schreef in het blog ‘Er is maar één jij’: je leert eigenlijk je hele leven bij.
Als je van school komt stopt het leerproces niet.
In mijn banen heb ik heel veel geleerd, maar ook het vrijwilligerswerk en het moederschap hebben me veel (zelf)kennis opgeleverd.
Dat proces houdt dus ook niet op als je stopt met werken; ik stop immers niet met leven.
Hoop ik.
Deo volente.

Alle nog te publiceren delen in deze blogserie:
13 augustus: Boekhandel Iwema in Assen
20 augustus: Parket van de Officier van Justitie in Assen
27 augustus: De enorme overgang
3 september: Moeder
10 september: Beatrixoord in Haren
17 september: Christine Brons BV in Groningen
24 september: Managementassistent bij Lentis in Groningen
1 oktober: Zwerven door de organisatie
8 oktober: Van de Kliniek naar Team290
15 oktober: Secretaresseteam Team290

Reageren

5 augustus: Wel de koffer en niet de man?

En weer heb ik een boek van Mathijs Deen uit.
Hij is de schrijver van de serie zogenaamde Waddenthrillers met de stugge en ietwat zonderlinge Lieuwe Cupido, alias ‘de Hollander’ in de hoofdrol.
Je moet bij Deen altijd goed opletten.
Het kan geen kwaad om (net als trouwe blogvolger Willem mij eens adviseerde) een briefje als boekenlegger te gebruiken waarop je de namen opschrijft van de mensen die in het boek voorkomen, want vooral in het begin lijken de hoofdstukken niets met elkaar te maken te hebben.
Maar dat is natuurlijk niet zo; gedurende het boek ga je de verbanden zien tussen de verschillende verhaallijnen.

Het derde deel in de serie heet ‘De redder’ en al lezend krijg je een mooi inkijkje in de wereld van de reddingsdiensten aan onze Waddenkust.
Het boek begint trouwens met iemand die niet gered is.
Aan de kust van Northumberland vinden Nederlandse vakantiegangers in een grot delen van een skelet en een reddingsvest.
Dat vest blijkt afkomstig van de sleepboot ‘Pollux’ die 21 jaar geleden in de Waddenzee is gezonken.
Er waren 15 mensen aan boord waarvan er 14  zijn gered, behalve de kapitein; die was sinds die nacht vermist.

Het lichaam moet geïdentificeerd worden, er moet DNA onderzoek worden gedaan en er zijn onduidelijkheden over wat er nou precies gebeurd is in de nacht dat het schip verging.
Waarom is wel de koffer die de kapitein bij zich had aan boord gehesen en de man zelf niet?
Wat zat er in die koffer?
En waar is die koffer nu eigenlijk?

Het is weer een mooie puzzel.
Als je de delen in de goede volgorde leest leer je Lieuwe Cupido steeds beter kennen.
En ook zijn hond Vos en de vaste oppas van die hond Miriam, die zich niet alleen om Vos, maar ook om zijn baas bekommert.
In alle drie de delen speelt op de achtergrond de verdrinking van de vader van Lieuwe en ook nu wordt er weer tipje van de sluier opgelicht; hopelijk wordt in deel 4 van deze serie ook dit mysterie opgelost.
De jonge, Duitse politieagent Xander die zich stierlijk verveelde in Bunde uit deel 1 krijgt in dit deel een wat grotere en beslist interessantere rol.

Bij deze schrijver wordt niet alles ingevuld.
Als lezer denk je mee, leef je mee, maar je snapt niet alles; daarmee krijg je dezelfde positie als bovengenoemde Xander die het ook niet altijd allemaal kan volgen: Cupido is nou eenmaal een typische noordeling en een man van weinig woorden. Niet alles wordt omstandig uitgelegd, er blijft genoeg over voor de eigen verbeelding.

Er was één zin, uitgesproken door een redder in ruste, die me is bijgebleven: “Een schip in nood zendt een SOS signaal uit: niet Save Our Lives, maar Save Our Souls. Er is veel inkeer bij geredde drenkelingen. Ik redde hun het vege lijf, zij bekommerden zich achteraf des te meer om hun ziel.”

Deel 1 De Hollander

Deel 2 De duiker

Reageren

4 augustus: Amsterdam & de kikkerkoning.

Neef Jan en zijn vrouw Janny zien we twee tot drie keer per jaar. Hij is van de hele grote familie Boelen nog één van de weinigen waar ik regelmatig contact mee heb. In het voorjaar zoeken we elkaar op en brengen we een hele zondag met elkaar door, in het tweede deel van het jaar organiseren we om de beurt een 24-uurs sessie met z’n vieren. Zaterdagmiddag zaten we bij hen aan de koffie en ook al heb je elkaar een half jaar niet gezien: we praten zo weer verder. Over hoe haar pensioen bevalt, over mijn laatste maanden bij Lentis, we bekijken een fotoboek, delen de zorgen om haar ouder wordende vader, het werk van Jan en hoe dat ook steeds minder uren worden: nog even en we hoeven niet meer in een weekend af te spreken….

Ze namen ons mee naar ‘De beeldentuin’ in Garderen: een tuin met allerlei soorten beelden en standjes en winkels met tuin- en woondecoraties.
Dat was al leuk, maar in die beeldentuin kun je de tentoonstelling ‘Zandsculpturen’ bezoeken. Ieder jaar is er een ander thema; dit jaar was dat ‘750 jaar Amsterdam’.
Je loopt letterlijk door de rijke geschiedenis van onze hoofdstad; historie, cultuur en iconische momenten van Amsterdam komen tot leven.
De zandbeelden worden vormgegeven/gemaakt door internationale zandkunstenaars. Je wandelt bij deze tentoonstelling door de geschiedenis van Amsterdam en daarmee ook een beetje door de geschiedenis van Nederland. Het was een indrukwekkende belevenis. Ieder tafereel waar we langs liepen vertelt een uniek verhaal met levensgrote zandbeelden die je aankijken en je meenemen naar hun stukje van de geschiedenis. Het verveelde geen moment: de onderwerpen zijn verrassend divers. Je maakt een ontdekkingsreis door 750 jaar: hoe Amsterdam is ontstaan, over de bloeitijd in de gouden eeuw, de pest die zoveel doden eiste, de strenge en pijnlijke straffen in die tijd, maar ook  Johnny Jordaan & tante Leen, Johan Cruyff, het huwelijk van Willem Alexander & Maxima en Anne Frank kwamen voorbij. En dan heb ik nog niet een kwart van wat we zagen benoemd.
Op de afbeelding hiernaast zie je het verhaal van de pest: op de voorgrond zie je iemand die lijdt aan de pest die wordt behandeld door een ‘pestmeester’ die een zogenaamd ‘snavelmasker’ draagt. Op de achtergrond zie je hoe overleden pestlijders in doeken gewikkeld op een kar worden gedragen en afgevoerd. (klik op de afbeelding voor een vergroting). Ik schreef het al: indrukwekkend. Hierbij een link naar de website Zandsculpturen.nl
Ben je nog in gelegenheid? Breng dan een bezoek, het is zeer de moeite waard.

In een woondecoratiekraampje kocht ik een beeldje waar ik al heel lang naar op zoek was: een kikkerkoning.
Een heel blije kikkerkoning, die inmiddels genietend tussen onze duizendschonen staat.
Kijk nou, wat een schatje.
Een mooi souvenir als herinnering aan deze bijzondere en leerzame ’24- uur’ met Jan en Janny.

Eén blog is veel te weinig voor wat we allemaal hebben gezien en gehoord: in de komende weken zal ik nog een aantal afbeeldingen zandsculpturen laten zien en iets vertellen over het verhaal dat er bij hoort.
Want weet jij bijvoorbeeld wat het spreekwoord ‘vechten tegen de bierkaai’ betekent?
Wordt vervolgd.

Reageren

3 augustus: ‘Vintage’ kip.

“Weet je nog wel dat wij vroeger van die kipjes hadden uit de Römertopf?” mijmerde Gerard vorige week toen we het hadden over het antwoord op de vraag “Wat eten we deze week?”
“Met rijst en kerriesaus met ananas. Aten we vaak op zondag.”
Ja, dat wist ik nog wel.
Maar kip is niet mijn lievelingsvlees en dat gepierk met die botjes…. en die velletjes….. en spiertjes…. het heeft niet mijn voorkeur.
Dus wij eten wel kip, maar dan altijd ergens doorheen. Kipfilet in stukjes. Zonder bovengenoemde bijlagen.

“Zullen we dat nog eens eten?” was de logische vervolgvraag.
Gaan we doen.
Waar heb ik eigenlijk die Römertopf?
In de kelder vond ik hem.
En hoe ging dat ook maar weer?
Zou ik daar ooit over geblogd hebben?
De zoekterm ‘Römertopf” leverde bij de zoekfunctie van deze website niks op; dat betekent dat wij al minstens 11 jaar bovenbeschreven gerecht niet hebben gegeten.

Voor wie nu denkt: wat is in ’s hemelsnaam een Römertopf?
Dat is een aardewerkenschaal met een deksel. “Römertopf” is de Duitse naam voor deze ovenschaal. De Romeinen hadden al ontdekt dat je de lekkerste en smaakvolste gerechten kreeg door te stoven en braden in aardewerken schalen. Zij vonden deze kooktechniek uit; je hebt haast geen olie of boter nodig.
Meer weten over deze schaal? Hierbij een link naar een artikel hierover op de website van ‘Oven Winkel’.

Je moet de schaal een kwartier in koud water zetten, zodat het aardewerk vocht opneemt.
Daarna een klontje boter op de bodem leggen en ik snipperde er een halve ui overheen voor ik de kipjes er in legde.
Daarna zet je de schaal voor een 1 uur in een niet voorverwarmde oven die je instelt op 200 graden.

Voor de drumsticks die ik had haal je na drie kwartier de deksel eraf en zet je de schaal het laatste kwartier zonder deksel in de oven, zodat er een knapperig korstje aan de kipkluifjes komt.
Die kerriesaus maakte ik vroeger met een pakje van Maggi, maar ik kook tegenwoordig bijna helemaal zonder pakjes & zakjes dankzij Karin Luiten
Op internet vond ik een eenvoudig recept: bechamelsaus maken van 200 cc melk, een beetje boter en 2 theelepels maizena.
Als de saus is gebonden 3 theelepels kerrie en een snufje zout & peper toevoegen. Als je het lekker vindt: ook nog een beetje peterselie en een halve héél fijn gesneden ui.
Bij de supermarkt had ik een bakje verse ananasblokjes gekocht, die sneed ik in nog kleinere stukjes en roerde die door de kerriesaus.
Pan witte rijst er bij: klaar!

Mijn ouders hadden ook een Römertopf; in de jaren ’70 was dit namelijk een heuse rage!
Toen wij trouwden kreeg ik er één ik gebruikte hem voornamelijk voor de kipjes.
Ergens las ik dat je er ook heerlijke hachee en stoofpotten in kunt maken.
“Werkt ongeveer net zo als een slow-coocker” vertelde een collega deze week.
Iemand nog een lekker recept voor mij voor mijn ‘vintage’ Römertopf?

Reageren

2 augustus: Gastblog Remmelt – Portret van een meisje

Het antiekgedeelte van de meubelzaak in de omgeving van Amstelveen was opgeruimd en de meeste spulletjes opgeslagen in dozen. Op meerdere plaatsen stonden nog schilderijen. Het antiek en de schilderijen waren een hobby van de oude vader van de eigenaar. Zolang hij nog leefde werd dit deel van de zaak voor hem in ere gehouden. Hij was onlangs op hoge leeftijd overleden, reden om dit gedeelte op te ruimen en bij de meubelzaak te trekken. “Kijk maar of er nog schilderijen bijstaan waar je interesse voor hebt, zet die maar apart, dan maken wij later de prijs wel af” zei de eigenaar. Wij waren een week in het huis van dochter Wilma in Amstelveen, dus ik had alle tijd om een aantal schilderijen uit te zoeken. Ik wilde een bloemstilleven en het onderstaande meisjesportret zeker kopen, samen met nog een aantal andere schilderijen.

Meta Cohen Gosschalk, 1877 – 1913 Portret van een meisje, gemengde techniek.

Het was voor de eigenaar toch wel een beetje emotioneel om de schilderijen van vader te verkopen. Hij haalde een bloemstilleven weg bij de door mij uitgezochte schilderijen en wilde nadat de koop was gesloten ook dit meisjesportret erbij weghalen. Mijn reactie: “Dat is prima maar dan gaat het deze keer niet door.”
Ik heb daar gedurende een aantal jaren heel plezierig schilderijen gekocht, ook Engelse miniaturen van brons en een unieke map met foto’s uit het eind van de negentiende eeuw van bekende Nederlandse fotografen. Hij ging toch akkoord en de schilderijen konden mee naar Amstelveen om ze daar schoon te maken en uit te zoeken wie de kunstenaars achter deze schilderijen waren.

Het meisjesportret is een fantastisch schilderij van hoge kwaliteit. Met een, zoals dat heet,  geweldige stofuitdrukking. Het haar, de strik en het gezicht: de kwaliteit spat ervan af. Het is een topstuk. Het was niet moeilijk om achter de naam van de kunstenaar te komen, het schilderij was gesigneerd met Meta Franco. Als je deze naam intoetst op internet ontdek je al snel de naam van de kunstenaar: Margaretha Josephine Elisabeth Franco-Cohen Gosschalk ofwel Meta Cohen Gosschalk, Zwolle 1877 – 1913 Zaandam.
Ze is jong overleden. Meta Cohen werd geboren in Zwolle als dochter van de rijke handelaar in boter, Salomon Levi Cohen en zijn echtgenote Christina Gosschalk. Meta Cohen woonde en werkte tot 1904 in Zwolle Zij trouwde in 1906 met Salomon Franco. Meer over haar weten? Hierbij een link naar een artikel over haar Na haar huwelijk signeerde zij met Meta Franco.

Dit werk is van 1907. Bij toeval sprak ik de Joodse buurman van Wilma in Amstelveen en vertelde hem dat ik een schilderij had gekocht van een Joodse kunstenaar. Hij adviseerde mij het schilderij aan te bieden aan de Stichting Joods Historisch Museum te Amsterdam. Dat advies heb ik opgevolgd en de foto’s en de beschrijving van het schilderij naar het Museum gezonden. Al snel kreeg ik een enthousiaste reactie van de conservator collecties: ze vonden het een prachtig schilderij en hadden nog niets van haar in hun collectie.
Na overleg met de collectiebeheerders en na verzending kreeg ik de volgende reactie: “We hebben het schilderij in goede orde ontvangen. En het is prachtig!”

Daar kun je van genieten.

Benieuwd naar andere bijdragen van Remmelt?
Hierbij een link naar zijn eerste gastblog, onderaan dat verhaal vind je overzicht.

Reageren

Pagina 26 van 408

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén