De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

20 augustus: Heksenkring (2)

Deel 2 – Toch contact

Het was ook gelijk de laatste kring-reunie; we hebben elkaar na die fatale dag nooit weer gezien.

– persbericht augustus 1974
Op klaarlichte dag is bij het Grote Meer een Mercedes met het kenteken 32-01-FU  gestolen. De auto stond geparkeerd op de parkeerplaats in het bos. Toen de zoon van de eigenaar na het zwemmen naar huis wilde was de auto verdwenen.
Er is aangifte van deze diefstal gedaan bij de politie.

– persbericht september 1974
Sinds eind augustus wordt B. van Engelenstein vermist.
De jonge vrouw (25) is voor het laatst gezien op het treinstation van haar woonplaats, waar ze op de trein is gestapt voor een afspraak.
Inmiddels is de omgeving uitgekamd en zijn veel mensen verhoord.
Ze had die middag een afspraak met iemand, maar ze deed daar geheimzinnig over; het vermoeden is dat ze een nieuwe liefde had.

En nu is er dus die dure uitnodiging voor de reünie.
Wat mij betreft kan die regelrecht bij het oud papier; nog nooit ben ik naar zo’n bijeenkomst geweest.
Ik voel geen enkele behoefde om het verleden op te rakelen, maar ik moet Boudewijn wel spreken.
Hans en Christiaan zijn namelijk inmiddels overleden en naar verluidt onder verdachte omstandigheden. Hans is omgeslagen met zijn kano in een meer bij zijn woonplaats en Christiaan is van een brug gevallen en verdronken in de rivier. Dat is de informatie die ik uit de kranten heb gehaald en in nieuwsbulletins heb gehoord, maar ik wil er meer van weten. Misschien heeft Boudewijn iets gehoord over wat er is gebeurd.

Tegen Annemiek heb ik gezegd dat ik niet naar die reünie ga met een smoes over slechte herinneringen.
Stel je voor; ik zou sterven van de zenuwen.
En me panisch voelen bij op het oog ontspannen gesprekjes: “Ben jij niet Bernard? Jij was toch vroeger altijd bij die kring van Barbara? Wij vragen ons al jaren af wat er met haar gebeurd is: een jaar nadat wij afstudeerden werd zij vermist en ze is nooit gevonden…”
De vlekken in mijn nek zouden me verraden als ik zou antwoorden “Tja, geen idee! We zijn elkaar na de studie uit het oog verloren.”
We hebben destijds met z’n vieren afgesproken om nooit weer contact met elkaar op te nemen, maar deze reünie biedt mij een gelegenheid om te proberen Boudewijn onder vier ogen te spreken te krijgen.

Enig speurwerk leverde mij een adres en een telefoonnummer op.
“Met mevrouw Arnoldus”.
Met een verhaal over een oude studievriend die wilde overleggen over de reünie kreeg ik haar zover dat ze mijn nummer noteerde en ’s avonds belde Boudewijn.
“Wat doe je! Dit zouden we niet doen!”
Ik had maar één reden en dat was de vraag “Wat is er gebeurd met Hans en Christiaan, wat waren dat voor raadselachtige ongelukken en wat heeft Barbara daar mee te maken?
Heb jij bijvoorbeeld die andere advertenties gezien?”
Boudewijn begreep gelijk wat ik bedoelde. Er hadden rouw-advertenties in de landelijke kranten gestaan van familie en werkgevers, maar bij beide mannen was er ook een klein, geheimzinnig rouwberichtje.

Op 27 augustus verschijnt deel 3 van Heksenkring: Niet veilig?
Deel 1 nog niet gelezen? De uitnodiging

Reageren

19 augustus: Aan de slag (5) – Een speldenduwer en een Lazy Suzan.

De laatste keer dat ik schreef over kantklossen was in juni.
We zouden als kantklosclubje eind juni weer bij elkaar komen, maar toen was ik ziek en moest ik afzeggen.
“Ik stuur wel even een polletje voor een nieuwe datum” maar dat vergat ik.
Het duurde dus even, maar maandagmiddag de 17e augustus zaten we weer met z’n vieren om de tafel, deze keer bij ons.
De tafel is gelijk vol als iedereen een kantklos-kussen en een tas vol bijbehoren bij zich heeft. En dat allemaal op tafel uitstalt.

Dientje vond kennelijk dat we wel genoeg hadden geoefend met de linnenslag: tijd voor iets nieuws.
We kregen vorige week in de klos-app al een bericht van haar: ‘Het is zomaar weer de 17e; ik heb wat patronen opgezocht waar we mee verder kunnen gaan. Wat willen jullie?”
We kregen een afbeelding van twee kerstboompjes en een wit-met-rode roos.
Wij dachten dat die roos (die er heel ingewikkeld uitzag) wat te hoog gegrepen voor ons was, dus we kozen voor een kerstboompje.

Het werd een serieuze kantklos-les afgelopen maandag: Hennie en ik kregen allebei een mapje met het patroon van het boompje, een prik-tekening en een werkbeschrijving.
We moesten garen afmeten, klosjes opwinden, spelden op de goede plaats op het patroon prikken en de klosjes in paren om de spelden hangen.
1.5 meter per klosje voor het paar lopers.
Knip je 1.50 meter af, moest het 3 meter zijn, want 1 zo’n stuk garen zit om twee klosjes gewonden, om ieder uiteinde één.
Die 1.50 konden we vervolgens wel weer gebruiken, want we moesten ook 4 paar ‘staanders’ hebben met op elke klos 75 cm, is 150 cm garen voor een paar.

Een speldenduwer en een Lazy Suzan

Ondertussen deelde Dientje van alles uit.
“Ik heb een kantklos-erfenis gekregen” vertelde ze.
Een tante van haar, die ook kant-kloste, was overleden en zijn had alle spullen die bij die hobby hoorden mogen ophalen.
“Maar ik heb natuurlijk alles al” legde ze uit.
“Jullie krijgen van mij nu allebei zo’n ding…” dat was een speldenduwer waarmee je de spelden naar beneden duwt.
Verder had ze het over een lesiesoezen en gaf me een haaknaald 0.3.
Pas toen ik op internet opzocht hoe zo’n speldenduwer heet, zag ik dat Dientje met die haaknaald een Lazy Suzan bedoelde. Wordt gebruikt om een speld te geleiden of te corrigeren. 

In het huiswerkboekje dat we van Dientje kregen worden ook nog wat dingen uitgelegd.
Het lijkt alsof je alleen maar klosje over elkaar heen legt, maar je bent aan het draaien (rechts over links) en kruisen (links over rechts) .
Wij kennen dus inmiddels de eenvoudigste slag: de linnenslag, maandagmiddag leerden we de dubbele netslag.
Tenminste, het was de bedoeling dat we die leerden, maar toen de les al was afgelopen had ik de slag nog niet te pakken.
We besloten dat Hennie en ik met het lesmateriaal dat we van Dientje kregen gaan oefenen.
Oefening baart kunst, nietwaar?
En als ik het niet weet vraag ik Ilse.

Meer weten over deze blogserie? Er zijn al vier delen gepubliceerd: een overzicht vind je onderaan deel 1: Het begin 

Reageren

18 augustus: Zingeving & eten.

De waarde van mijn dag is soms iets heel kleins.
Zo maakte ik een aantekening bij het overlijden van Peter Faber vorige week.
Op die dag kwam er een aantal items over hem in het nieuws, o.a. een klein stukje uit een interview met hem.
Hij vertelde over zijn levensmotto: ‘Ik kan ’t, ik wil ’t, ik doe ’t. Nu!’
Daarbij zei hij een zin die mij opviel: ‘Belangrijk is zingeving in je leven. Zingeving is een werkwoord en het heeft met geven te maken.’
Er is de laatste jaren veel geschreven over zingeving; in 2024 was het een hype en las je er veel over.
Deed ik ook aan mee: in maart 2025 schreef ik dit blog onder de titel ‘Zingevingscrisis‘ en ook in de blogserie ‘Over geluk’ was het zesde deel gewijd aan dit onderwerp.
Ook bij ons in de kerk kreeg zingeving extra aandacht: ‘de Preek van de leek‘ werd dit jaar verzorgd door Rogier Hoenders (Psychiater bij Lentis) en stond in het teken van zingeving.
Dat ene zinnetje van Peter Faber maakt zo’n beladen woord lichter.

De tweede notitie was: ‘Eten is belangrijk Ton van der Made’.
Wie was dat ook maar weer?
En waarom maakte ik deze aantekening?
O ja.

Ton voedert de neusberen en voedt op.

Ton van der Made is de eigenaar van DoeZoo in Leens, waar ik begin augustus met Carlijn was.
Hij vertelde over eten in het dierenrijk.
Voor dieren is eten het allerbelangrijkste in het leven.
Volgens Ton kunnen wij als mensen daar iets van leren.
Het is al even geleden dat ik mij onder Ton’s gehoor bevond, dus ik geef de strekking van wat hij zei in mijn eigen woorden weer.
Bij veel mensen is eten een noodzakelijk kwaad. Het kost namelijk tijd en die hebben we in onze huidige maatschappij niet genoeg.
Daarom wordt het eten vaak haastig naar binnen geschrokt, want we moeten daarna weer doooorrrr… sportclubjes, vergaderingen, noem maar op.
Of nog erger: we ploffen op de bank en kauwen gedachteloos onze maaltijd weg terwijl onze aandacht zich richt op de televisie of onze telefoon.
Scrollen, kauwen, slikken. Maar proef je ook echt wat je eet? Ben je bezig om het lijf dat zo belangrijk is voor jou te voeden?
Eten zou volgens Ton het belangrijkste moment van de dag moeten zijn.
Met elkaar aan tafel, genieten van wat iemand heeft gekookt.
Luisteren naar elkaar en genieten van elkaars gezelschap.
Hoe was je dag, wat heb je beleefd, hoe is het met je.

Wat ik nog weet van dit gebeuren in DoeZoo is de reactie van de groep op dit verhaal.
Ton bedoelt het goed, maar is bij zijn uitleg wel heel erg aan het opvoeden en niet iedereen is daar van gediend.
Je wilt op zo’n dagje dierentuin natuurlijk geen kritiek horen op hoe jij het doet met jouw gezin; de ongemakkelijkheid straalde er af bij sommige volwassenen.
En dat was ook al toen Ton met de rondleiding begon en telefoons niet tolereerde. “Wat voor voorbeeld geef je aan je kinderen als je midden in een rondleiding je telefoon opneemt? Dat heeft alles met fatsoen te maken…”
Ai.

Reageren

17 augustus: Nee, wij gaan nog geen gokje wagen.

Je hebt vast wel eens gehoord van het televisie-spelletje ‘Get the picture’ dat in de jaren ’90 werd gepresenteerd door Lucille Werner en later door Paula Udondek.
Dat spel deden we gistermiddag in de papieren versie tijdens de Cornelis-clan-bijeenkomst: een mini-familie-dag met mijn broer en zijn gezin en Gerard en ik met dochters en aanhang.
Het werkt net zo als destijds op televisie: een foto (in dit geval van onze familie) is bedekt met Post-It stickers.
Foto’s van de vijf kleinkinderen of van ons gezin uit 1969 bijvoorbeeld.
De deelnemers waren verdeeld in twee groepen (gistermiddag hadden we Vrieswijken en Boelens) en ze moesten om en om vragen beantwoorden die ik van Triviant-kaartjes voorlas.
Iedere keer als een vraag goed beantwoord werd ging er een stickertje af en kwam er een stukje foto te voorschijn. Dan mocht de groep een gokje wagen: wie staan er op de foto en bij welke gelegenheid was dat? Was dat niet goed, dan ging de beurt naar de andere groep.
“Nee, wij gaan nog geen gokje wagen. Je ziet immers alleen nog maar schoenen…..”
Soms zei iemand bij het 1e stickertje dat er af ging al: “Deze weet ik!”
Bleek dat die foto bij hen in het trapgat hing “ik herkende gelijk die bloes…”
Baby Cor en peuter Coby werden in eerste instantie aangezien voor baby Harriët en peuter Frea.
Fout. Beurt naar de andere groep.
De moeilijkste was een foto uit 1964.
Mijn broer: “Ja, ik zie opa Boelen, maar wanneer was dat? Staat opa Vrieswijk daar ook bij op?”
Het was bij zijn doop; van de groep die gistermiddag bij elkaar was stonden alleen Henk en ik op die foto.
Over die foto heb ik al eens geschreven; als je hier klikt kom je op dat blog en kun je de foto bekijken.

Naast een paar rondes ‘Get the picture’ kon de familie zich buigen over het alfabet en de jaartallen 1983 tm 2008.
Die periode beslaat de 1e 25 jaar van ons huwelijk. Van van ieder jaartal had ik destijds een fotoblad gemaakt voor een foto-quiz op onze zilveren bruiloft; toen gingen de gasten ’s avonds bij de fotobladen langs om te raden bij welk jaar de betreffende letter hoorde.
“Daar ben jij een baby? In welk jaar ben jij geboren?”
Onze huidige schone zonen stonden er natuurlijk nog niet op……..

Het was weer uitermate gezellig.
Als we met de familie Waninge zo’n dag hebben met broers/zussen/kinderen/kleinkinderen kunnen er meer dan 100 mensen aanwezig zijn, bij de familie Vrieswijk houdt het bij 12 op.
Natuurlijk kwamen de grote Frysia-spekken voorbij die oma Vrieswijk zo lekker vond.
En was er een schaal met hapjes waarvan Cor als 2-jarige al opgetogen riep: “Tukkie kaas! Tukkie wost! Gesellig!”
Nu deze man inmiddels al 22 is gaan alle schalen nog steeds schoon leeg.

We hadden een grote tafel gereserveerd bij Good Fortune in Roden.
Een Chinees-Indisch restaurant waar we met onze ouders ook al zo vaak hebben gezeten en waar we deel konden nemen aan het lopend buffet.
Pa zou gisteren 94 zijn geworden en door alle foto’s en herinneringen was hij er samen met ma toch nog een beetje bij.

Reageren

16 augustus: Ophouden.

Vandaag is de geboortedag van mijn vader; de datum blijft natuurlijk voor mij voor altijd met hem verbonden.
Vanmorgen in de kerkdienst moest ik aan mijn vader denken door wat dominee Sybrand van Dijk zei over de zondag.
De rustdag.
Dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is.
Mijn vader groeide op in een streng gereformeerd gezin en vond als kind de zondag de ergste dag van de week.
Twee keer een ellenlange dienst waar hij niets van begreep en dan een dag waarop je niks mocht doen.
Lastig als lezen niet je hobby is en je een druk jongetje bent.
Verveel, verveel, verveel.
Hij had zich voorgenomen om dat later in zijn eigen gezin anders te doen.
In mijn jeugd was de zondag een vrije dag waar weliswaar de eredienst op de zondagmorgen bij hoorde, maar de dag werd verder gebruikt voor spelletjes doen, lezen, fietsen & wandelen, op familiebezoek, zwemmen, maar ook ’s avonds naar de bioscoop behoorde tot de mogelijkheden voor ons als jongeren.
Zo werd de zondag voor ons een rustpunt in de week.

Naast de zondagsrust ging het vanmorgen ook over onze houding tegenover vreemdelingen. We hoorden dat Jezus zeer bot en onvriendelijk reageert op een buitenlandse vrouw door te zeggen dat het brood voor de kinderen (het volk Israël) bedoeld is en niet voor de honden (de buitenlanders). Voor Jezus is het, net als voor ons, kennelijk moeilijk is om over de eigen muren heen te kijken.
Het is te danken aan de reactie van die vrouw “Maar de honden eten immers ook de kruimels die de kinderen laten vallen….” dat Jezus niet blijft volharden in zijn afwijzing.

Het werkwoord dat bij het Hebreeuwse woord sabbat hoort is vertaald ‘ophouden’.
Ophouden met de dagelijkse/wekelijkse beslommering.
Ophouden met maar malen over werk, eten, huishouding, het nieuws.
Ophouden met onszelf als middelpunt van het heelal te zien, maar de dingen eens vanuit een ander perspectief te zien.
Een mooi voorbeeld daarvan noemde Sybrand in zijn introductie op het thema van de viering: wij hebben het over de zonsverduistering die afgelopen week zoveel aandacht kreeg, maar als je vanuit de ruimte kijkt werd de aarde verduisterd.
Zijn wij normaal?
Of zijn de vreemdelingen in ons midden normaal en zijn wij raar?
We kennen allemaal het gevoel dat je overvalt als je kijkt naar een groepje vrouwen met een hoofddoek die onderling Arabisch praten, maar als je er tussen in gaat zitten, samen thee drinkt en in gesprek gaat ontstaat er onderling begrip omdat zij ook gewoon mensen zijn.
En wat is gewoon en wat is raar?
Goed idee om de zondag te gebruiken om daar eens over na te denken.

Nog wat handvaten nodig bij dat nadenken?
Als ‘service van de zaak’ een klein overzichtje van verhalen uit het verleden over deze controversiële schriftlezing:
* 2019 – Je krijgt de zegen mee. 
* 2020 – Niemand heeft er voor gekozen
* 2023 – Hoe voed je een hond op?
* 2024 – Kruimkens

Reageren

15 augustus: Standsverschil

Begin augustus stond ik met mijn pepermuntblikje als gastvrouw/gids in de Catharinakerk.
“Klopt uw route nog?” riep een blikkerige vrouwenstem.
Die stem en die tekst kwamen mij bekend voor…. het is de stem van de fietsknooppunten-app die zich bezorgd afvraagt of je niet verdwaalt, want je wijkt van de route af.
Het echtpaar dat binnenkwam was kennelijk een route aan het fietsen aan de hand van die knooppunten.
Omdat die knooppunten-vrouw maar bleef roepen zette de meneer zijn telefoon maar even uit.
Welkom!

Toen ik ze meenam naar het herengestoelte van de familie Kymmel vertelde ik over de standsverschillen in vroeger tijden,
Dat de familie een eigen toegangspoortje in de kerkmuur had, zodat ze niet ‘door het gepeupel heen’ naar hun bank hoefden te lopen.
En dat de bewoners van de havezathe zich hoog verheven voelden boven het gewone volk.
“Nou, dan kin ik joe ok nog een mooi verhoal vertellen; nait over de aodel maor over dikke boeren in ’t Grunnigerlaand. Kinnen wie eem gaon zitten?”
Het was een verhaal dat zich afspeelde in Oude Pekela en het werd mij verteld in het Gronings.

“Mijn grootvader was koster in Oude Pekela. In die tijd was het gebruikelijk dat de ‘dikke boeren’ met een sjees*, voortgetrokken door paarden, naar de kerk kwamen op zondagmorgen.

Afbeelding: wikipedia

De rijke boeren gingen in de kerk zitten, allemaal vooraan natuurlijk, maar dan moesten de paarden nog worden uitgespannen en ergens worden vastgezet. Dat werd gedaan door de arbeiders. Als die klus was geklaard mochten die in de achterste bankjes plaatsnemen.
Als de preek was afgelopen gingen de arbeiders alvast naar buiten om de paarden weer los te maken en voor de koetsen in te spannen.
Op een zondagmorgen, toen de arbeiders uit de kerk kwamen om hun taak te verrichten, waren de paarden weg.
Paniek! Maar ze konden verder ook niks uitrichten, de kerkdienst was immers nog aan de gang, dus ze schoven schielijk weer in hun kerkbanken.
Na de dienst was de schrik bij iedereen groot. Waar zijn de paarden!?!?
Maar de koster wist het. Die had de paarden naar een ander stuk land gebracht; daar was vers hooi en hij had het goed met de beesten voor gehad.
Opluchting alom. “En…” zei de koster “nu hebben de arbeiders op deze zondagmorgen ook eens de zegen meegekregen!”

Toen wij in de kerk in Usquert waren op zondag 9 augustus zagen we zo’n voorste bank in de kerk.
Daar stond zelfs op dat alleen notabelen daar mochten zitten…..

Sjezen zijn er niet meer, maar het woord sjezen gebruiken we nog wel.
Het echtpaar stapte naderhand weer op hun elektrische fietsen en sjeesde van de Brink af.
In gedachten hoorde ik de fietsknooppunten-mevrouw al blij roepen: “U bent er weer!”

* Een sjees is een soort koets. Het woord sjees is een Nederlandse verbastering van het Franse woord chaise (stoel).

Reageren

14 augustus: Een dagje geschiedenis (1) – De terp

Een dagje geschiedenis: daar had neef Cor nog wel een keer zin in.
Hij wilde mij graag meenemen naar noord-Friesland: daar bevindt zich het terpdorp Hogebeintum.
Als het nog een keer zegt ben je er al voorbij, want het heeft maar 80 inwoners, maar het valt wél op.
Het dorpje ligt namelijk op de hoogste terp van Nederland; die is maar liefst 8.80 meter hoog.

In eerste instantie zouden we alleen het informatiecentrum over de terp en met een gids de oude kerk bezoeken.
We begonnen met de permanente expositie in het Archeologisch Steunpunt: die tentoonstelling vertelt het verhaal van het terpenlandschap van Friesland.
Daar zagen we iets bijzonders.
Al enkele jaren merkte de Stichting Alde Fryske Tsjerken, (eigenaar van de kerk van Hegebeintum) dat de terpbodem onder de kerktoren begon te verzakken.
Als er niets zou worden gedaan zouden toren en kerk zware schade oplopen, misschien wel instorten.

De fascinerende boorkern

Om verdere verzakking te voorkomen werd er een betonnen plateau onder de toren geplaats. Bij die werkzaamheden werd bodemonderzoek gedaan en er werden 3 grondboringen uitgevoerd.
Dat leverde een schat aan informatie op vanaf het eerste ontstaan van de terp op een kwelderwal tot aan onze tijd.
Die 12 meter boorkern wordt in het informatiecentrum tentoongesteld; de aardlagen die te zien zijn gaan veel verder terug dan onze jaartelling.
Gefascineerd stonden we de boorkern stukje voor stukje te bekijken. Boven de aardlagen stond een tijdlijn. Sta je oog in oog met een stukje aarde van meer dan 2000 jaar oud…..
Op de website Geographix vond ik het artikel ‘Hegebeintum doorboord‘ met heel veel foto’s en informatie, waar laag voor laag wordt besproken.

Op de expositie was ook een wand ingericht met artikelen en foto’s van de afgravingen van de terpen.
Vandeweek schreef ik al dat de wierde van Warffum nog helemaal intact was: de terp van Hegebeintum is bijna helemaal afgegraven.

Skeletdelen van een vrouw met een armband met o.a. barnstenen kralen.

Vanaf 1840 werden terpen/wierden op grote schaal afgegraven: de aarde diende als meststof en bodemverbeteraar.
Meer dan de helft van de terpen/wierden is in deze periode geheel en gedeeltelijk verdwenen.
Door introductie van kunstmest in de dertiger jaren van de vorige eeuw nam de vraag naar terpaarde snel af.
Daarnaast kregen wetenschappers (denk aan Van Giffen) en natuurbeschermers steeds meer invloed.
Het besef groeide dat de bodemarchieven uniek waren en behouden moesten blijven, waarna de commerciële afgravingen definitief stopten.
Op een fotowand werd aandacht gevraagd voor de arbeiders die met een schep en kruiwagens het zware werk moesten doen.
Op de website Industriespoor kun  je in het artikel Terpafgravingen meer lezen over dit onderwerp.

De terp was al rond 500 jaar voor Christus bewoond; tijdens de afgraving werden resten van een vroeg-middeleeuws grafveld aangetroffen.
Die hebben veel informatie opgeleverd over de manier van begraven, de bijbehorende rituelen en grafgiften.
Een deel daarvan was te bezichtigen in de vitrines van het informatiecentrum. (website Terp Hegebeintum)
Wij waren nog niet uitgekeken toen we al werden opgehaald door de gids: tijd voor een wandeling naar de terp en een bezoek aan de kerk.
Wordt vervolgd dus.

Andere delen in deze serie

2. De kerk – 7 september
3. De state. – 22 september
4. De heilige – zit nog in het vat

Reageren

13 augustus: Heksenkring (1)

Zoals vorige week al aangekondigd: vandaag het eerste deel van het magisch-realistische feuilleton dat ik  schreef naar aanleiding van de schrijfworkschop ‘In de duisternis kijken‘.

Deel 1 De uitnodiging

Reünie 29-10-2015

Zin om herinneringen op te halen aan onze studententijd en te horen hoe het met iedereen gaat?
Kom dan naar de reünie van onze studentenvereniging Societas Discipulorum.

Wanneer: 29-10-2015  van 13.00 uur tot in de late uurtjes
Waar:  Auditorium Universiteit
Voor wie: Alle oud-leden jaargang 1968
Wat: terugblikken en elkaar opnieuw ontmoeten.

We hopen dat jij erbij bent om samen te vieren wat ons destijds heeft verbonden en nog steeds verbindt.

Namens de organisatie hopelijk tot snel: Jan-Gert, Pieter en Lidewij

Vanmorgen kwam Annemiek met een dure envelop de huiskamer inlopen.
“Leuk Bernard: een reünie van je studentenvereniging!” De uitnodiging was gericht aan de heer B. (Bernhard) van Waardenburg, alumnus van de Rijksuniversiteit.
Van 1968 tot 1974 ben ik lid geweest van ‘de discipelen’; de spotnaam voor onze studentenvereniging.
Nooit heb ik na 1974 iets van me laten horen; ik wil er ook niet meer aan herinnerd worden.

Niet dat het geen goede tijd was of zo.
Na de HBS ging ik geschiedenis studeren, ging in de stad wonen en sloot me aan bij voornoemde studentenvereniging. In het eerste jaar raakte ik bevriend met Hans, Christiaan en Boudewijn, later voegde Barbara zich bij ons, omdat we met z’n vijven onderzoek gingen doen naar heksenvervolging in de late middeleeuwen. Dat onderwerp werd aangedragen door Barbara, die een fascinatie had voor heksen. Ze vertelde ons dat ze als kind de Donald Duck-verhalen waar heksen een rol speelden het leukst vond en dat haar moeder een leuke mengeling was van Anneke Tanneke toverheks en Madam Mikmak. Wij hadden daar wel een beeld bij.

Binnen ons studiejaar vormden we met z’n vijven een sub-clubje, dat door de anderen soms smalend ‘de heksenkring van Barbara’ werd genoemd.
Een naam die de lading eigenlijk wel dekt.
Barbara was een mooie, raadselachtige vrouw en ze wond ons alle vier om haar vinger.
Volgens mij hield ze ons alle vier aan het lijntje.
Een spontane zoen, even tegen je aan liggen, haar hand in de jouwe: soms had ik het idee dat ik speciaal was voor haar.
We waren alle vier verliefd op haar, maar niemand van ons kon haar voor zichzelf winnen.
Soms keek ze naar je met ‘de blik’. Starend, nadenkend, alsof ze dwars door je heen keek; ik kreeg het er altijd warm van.
Ze genoot er van: van de aandacht van 4 jonge mannen en van het spel dat ze met ons speelde.
Ze nam ieder van ons wel eens in vertrouwen; vertelde mij bijvoorbeeld over haar verborgen angsten waarin heksen een rol speelden. Vroeg ze bijvoorbeeld: “Denk je dat heksen nu ook nog bestaan, Bernard?” Ik lachte haar daar hard om uit. “Welnee….!”
Ons onderzoek was succesvol, we haalden in 1973 alle vijf onze bul en als ‘Heksenkring van Barbara’ spraken we af om de kring eens per jaar bij elkaar te roepen voor iets gezelligs.

De eerste kring-reünie werd georganiseerd in 1974.
Ik mocht de grote Mercedes van mijn vader lenen. Hans en Christiaan haalde ik op, Barbara en Boudewijn kwamen naar het hoofdstation en stapten daar in.
We reden natuurlijk eerst langs de universiteit, haalden herinneringen op en aten een hapje in de stad. Daarna reden we naar het Grote Meer waar we vroeger wel eens gingen zwemmen: dat zouden we nu ook gaan doen.

Het was weer net als vroeger: snedige opmerkingen, studentikoze grappen en ondertussen legde Barbara haar hand vertrouwelijk op mijn been. Maar even later lag haar hoofd op Boudewijns schouder, na een half uur stak ze haar arm gezellig door die van Hans en leunde vervolgens vertrouwelijk tegen Christiaan aan. Er was nog niks veranderd: we waren nog steeds in Barbara’s ban en hunkerden alle vier naar haar speciale aandacht.
Maar waar het vroeger bij plagerijtjes en bekvechten bleef, liep het nu uit de hand.
Alcohol en haantjesgedrag is een giftige combinatie.

20 augustus – deel 2: Toch contact?
27 augustus – deel 3 : Niet veilig?
3 september – deel 4: Wraak?
10 september – deel 5: Slapen.

Reageren

12 augustus: Oude foto’s.

Voor een spel dat we gaan doen op een familiefeestje binnenkort had ik wat oude foto’s nodig; al bladerend in de fotoboeken van mijn ouders stuitte ik op de foto’s van mijn opa’s en oma’s.

Van de familie Vrieswijk zijn veel meer foto’s gemaakt dan van de familie Boelen.
Foto’s maken was best duur en opa en oma Vrieswijk konden zich dat veroorloven.
Er is zelfs een foto van mijn vader als baby, gemaakt in 1933.
Opa en oma Vrieswijk waren op 10 december 1955 25 jaar getrouwd.
Toen werd er een foto gemaakt met het hele gezin (die vind je op dit blog).
Later werd deze portretfoto van het echtpaar gemaakt.
Ernstige gezichten.
Maar op de foto gaan was toen nog een serieuze aangelegenheid.

Van opa en oma Boelen is ook zo’n ‘echtpaar-foto’. Toen zij op 9 juli 1946 25 jaar getrouwd waren is er maar één foto gemaakt. Wat ik van mijn moeder weet is dat het geen feestdag was. Oma was ziek, de oorlog was nog maar een jaar voorbij en het gezin had het beslist niet breed. Een fotograaf was een luxe die ze zich eigenlijk niet konden veroorloven, maar mijn moeders oudste zus Jantje werkte destijds bij een fotograaf en die streek met zijn hand over zijn hart.
Zodoende is er dus een foto waar het hele gezin op staat: die vind je op dit blog.

Deze foto waar opa en oma Boelen als echtpaar op staan is later gemaakt.
Alle vier grootouders heb ik goed gekend en ik schreef over hen ook al eens een apart blog: onderaan dit verhaal vind je een overzichtje.
Op de foto ontdekte ik een gestanste afdruk van de naam van de fotograaf.
‘FOTO LUNOW’ staat in de rechterhoek.
De foto is gemaakt toen opa en oma nog in Emmercompascuum woonden.
Van wat ik op internet kan vinden is er een fotograaf Lunow in Ter Apel geweest.
Na de oorlog kwam er ook een ‘Foto Lunow’-filiaal in Emmen; daar is niet veel over bekend, maar daar is waarschijnlijk wel deze foto gemaakt.
Toen ik verder zocht kwam ik op de website Oud Ter Apel en vond een artikel over deze F.C.H.W. Lunow
Hij legde op foto’s vast hoe Ter Apel zich in de twintiger jaren ontwikkelde van veenkoloniaal dorp tot streekcentrum in de jaren 50. Hij maakte portretfoto’s en legde belangrijke gebeurtenissen vast. Daarnaast accepteerde hij ook opdrachten: hij legde bijvoorbeeld op foto’s het oude klooster van Ter Apel vast voordat het werd gerestaureerd.
Op deze pagina van diezelfde website zie je afdruk van een aantal glasnegatieven.

Als je de rest van de foto’s van Lunow bekijkt (even doen, echt leuk!) stap je 100 jaar terug in de tijd.
De tijd waarin mijn grootouders jong waren.
Kanalen, schepen, oude vracht- en bestelwagens, bruggen, stoomtrams en dit alles in zwart wit.
Een andere wereld.

16 mei 2018 Oma Vrieswijk
3 juli 2018:  Oma Boelen
13 oktober 2018: Opa Vrieswijk
12 januari 2019: Opa Boelen

Reageren

11 augustus: Van wierde naar wierde (2) – Wakers, slapers en een ossengang.

Na Onderdendam fietsten we naar Warffum: de grootste wierde van Nederland.
En die wierde is nog helemaal intact!
In de 19e en 20e eeuw zijn heel veel wierden geheel of gedeeltelijk afgegraven; die grond werd namelijk gebruikt voor bemesting en structuurverbetering in zand- en veengebieden.
Maar de wierde van Warffum was toen al helemaal bebouwd, dus er viel niets af te graven.
Een mooi dorp om doorheen te fietsen; smalle straatjes met veel oude gebouwen.
De fietsknooppunten leidden ons niet langs de kerk, maar daar wilde ik wel even langs.
We konden daar niet in, maar we ontdekten wel het Openluchtmuseum Hogeland, dat staat vlak bij de kerk.
Dat is wel even iets om te onthouden: gaan we nog eens heen.

Tot Warffum hadden we steeds naast kanalen met bomen langs de weg gefietst, na Warffum werd het kaler.
Het leek zelfs wel of het daar ook harder waaide: we waren op weg naar Noordpolderzijl.
Voor we daar waren passeerden we de ‘slaperdijk’: dat is een soort reserve-dijk bij de Waddenzeedijk. Het is de oude, Provinciale zeedijk die in 1718 is gebouwd. Op de foto links zie je die slaperdijk op de achtergrond. (klik op de foto voor een vergroting).
Die Noordpolder ten noorden van Warffum is 200 jaar geleden ontstaan. In 1811 werd een 13 kilometer lange zeedijk aangelegd; zo ontstond 2.200 ha vruchtbare landbouwgrond en zo werd de oude provinciale zeedijk uit 1718 een slaperdijk.
Voordat we de weg naar Noordpolderzijl opfietsten zagen we een mooi kunstwerk, een schone slaapster. Het is een kunstwerk in het kader van Kunst in het landschap.
We fietsten de dijk op en keken uit over het wad en de kleine vissershaven.
Voor een impressie verwijs ik naar dit artikel op de website Visit Groningen.
En het was druk daar bovenop de dijk; wat een bijzondere plek om even bij stil te staan.

Het laatste deel van de route voerde ons eerst naar Usquert. Op een trapje van de oude kerk zochten we de schaduw op en hielden onze 2e picknickpauze; over de kerk en ‘Het wonder van Usquert’ zal ik in een volgend blog meer vertellen. Toen we naar Kantens fietsten lag rechts van ons een dorpje dat me ergens bekend voorkwam. “Hier hebben we toch al eens gewandeld?”, maar ik kon zo niet bedenken wanneer dat was geweest.
Eenmaal thuis zocht ik op hoe dat dorpje heette; het was Rottum. Natuurlijk. Daar hebben wij in 2021 de expositie van Pieky Doornbos gezien, toen was het winter. Het blog dat ik daar over schreef vind je hier: Rottum en de Mixed Media.

In Kantens stapten we ook even weer van de fiets af voor een rondje om de kerk, die jammer genoeg niet open was.
Dit dorp heeft nog een ossengang: dat is een soort rondweg die vroeger de voet van een wierde omsloot en werd gebruikt om met het vee naar het eigen huis te lopen.
Eenmaal weer in Middelstum bedachten we: hier gaan we nog eens naar toe.
Dan gaan we de wandelroute ‘Ommetje Middelstum‘ lopen.
Dan kan ik dan doen waar we zondag niet aan toe kwamen: de kerk bezoeken én het poortgebouw van de Asingaborg.

Reageren

Pagina 5 van 423

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén