De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

30 augustus: We trekken de tentpinnen uit de grond.

‘Met weemoed in het hart nemen we die morgen afscheid van de Jacobskerk als locatie voor de zondagse eredienst: het is de laatste kerkdienst die daar wordt gehouden.’
Deze aankondiging stond de afgelopen week op de website van onze PKN-gemeente.
Als je al langer met mij meeleest, weet je dat Gerard en ik kerken in Roden, maar wij gingen ook graag naar Roderwolde.
Als je ‘Roderwolde’ intikt bij de zoekfunctie op deze website vind je meer dan 80 blogs…..

Gemengde gevoelens dus.
Die in de laatste viering heel mooi onder woorden werden gebracht door voorganger Sybrand van Dijk.
Hij begon met de geschiedenis van de kerk. In 1080 gaf de bisschop toestemming om een kerk te bouwen in Roderwolde; we kijken dus terug op bijna duizend jaar Jacobskerk.
Wat heeft het ons opgeleverd? Heeft het er toe gedaan?
In zijn overdenking vergeleek de dominee het met het bekende beeld van een grote steen in een rivier.
Die steen heeft zelf geen idee dat het water door zijn ligging een andere weg gaat dan wanneer hij er niet zou liggen.
Je weet niet wat de impact is van een kerk. Een tipje van de sluier werd opgelicht door de herinneringen* van gemeenteleden die in de viering werden voorgelezen.
Je weet als mens ook niet of je er toe doet.
Wij kregen vanmorgen de boodschap mee om vertrouwen te hebben in onszelf: je doet er toe op je eigen manier.
In het dankgebed werden een heleboel mensen genoemd die er voor de kerkgemeenschap in Roderwolde toe gedaan hebben.
Kosters, schoonmakers, dominees, organisten, roostermakers, kerkenraadsleden, bloemendienst-  en bezoekvrijwilligers: ieder van hen was een ‘stukje kerk’ samen met de gemeenteleden.
Zo hebben bijna duizend jaar talloze mensen er voor gezorgd dat de drempel onder de voordeur in het midden is uitgesleten.
Op de orde van dienst stond: ‘Na 196 jaar op deze plek en 942 jaar in Roderwolde, trekt de kerkelijke gemeente de tentpinnen uit de grond en trekt verder.’

Aan het einde van de viering was er nog een toespraak van de achter-achter-kleinzoon van Johann Christoph Schönfeld die van 1802 tot 1841 dominee was in Roderwolde.
Hij heeft er voor gezorgd dat er in 1831 een nieuwe kerk werd gebouwd; Schönfeld ging als dominee destijds voor in de eerste dienst in de nieuwe kerk.
De oude kerk stond namelijk op een terp in het landschap zo’n 750 meter zuidelijker, maar door het inklinken van de veengronden rondom de terp stond het land om de kerk heen regelmatig onder water, zodat het gebouw (vooral in de winter) amper te bereiken was.

….bijzonder gebak…

Dit verhaal was een mooie aanvulling op deze toch al bijzondere viering.
Bij het uitgaan van de kerk droeg Rosemary Boerema de oude statenbijbel de kerk uit: die krijgt een plekje in de Catharinakerk in Roden.
Na de viering was er koffie met bijzonder gebak en alle tijd om na te praten.

Toen we weer op de fiets stapten moest ik natuurlijk op zoek naar de plek waar de oude kerk heeft gestaan.
750 meter zuidelijker vonden we, op een kleine verhoging in het landschap, het oude kerkhof.
Ik voelde me een ‘stofje aan de weegschaal’**.

* Ook ik had wat herinneringen verstuurd aan Sybrand: die kun je hier lezen.
** Stof in de wind

Reageren

29 augustus: Daarom.

Maandagmorgen kreeg ik een app van Dick.
“Voor jou als grote fan van Daniël Lohues is deze kerkdienst zeker een must. Gisteren zaten we door omstandigheden thuis onder het gehoor van Ds. Diete Kits van PKN Bovensmilde en zij had het over de last die ieder mens moet dragen. Kijk en luister naar deze dienst. Meer dan mooi.”
Maandagmiddag, voor de begrafenisdienst van Betsie, noemde ik het appje van Dick bij onze vrienden; twee van hen kerken in Bovensmilde. Zij vonden ook dat ik beslist even moest luisteren naar die dienst “maar dan moet je eigenlijk ook luisteren naar de dienst van die week daarvoor, 16 augustus. Toen hadden we Hans Katerberg, die ging voor in een Drentse dienst en maakte indruk met een verhaal over LHBTQI+ en Zwarte Piet. Zeer de moeite waard.”

Maar ja.
Wanneer ga je er voor zitten om twee kerkdiensten te beluisteren.
Er is ook nog zoiets als de waan van de dag en de week is zomaar weer om.
Vanmorgen hadden we geen wekker gezet, maar ik was toch om 08.00 uur wakker; het kussen naast mij was ook al leeg en ik bedacht: ‘Als ik nu eens die twee diensten ga beluisteren’.
Let wel: alleen de overdenkingen. En natuurlijk doet dat afbreuk aan het geheel van de viering, maar dat nam ik voor lief.
De onderwerpen waren heel verschillend en toch was er één rode draad: verbinding.
Minder zelfhandhaving en meer verbinding met de ander.

Twee weken geleden had ik een geanimeerd gesprek met een gast in de Catharinakerk en midden in het onderwerp of de kerk nog als zodanig gebruikt werd vroeg hij opeens “Ga je nog naar de kerk dan?!?” De ondertoon was: dat doen weldenkende mensen toch niet meer?
“Ja.”
“O.”
Als gids/rondleider heb je het gesprek zo weer op een ander thema, maar het bleef bij mij nog wel even nagalmen.
Want natuurlijk stel ik mezelf de vraag ook wel eens: ‘Waarom ga ik nog naar de kerk?’
In 2019 schreef ik er al eens over in het blog ‘Een ankerplaats in de tijd‘.
Dat ik niet de enige ben die zich dit afvraagt bleek uit het hoofdartikel dat onze voorganger Sybrand van Dijk schreef in het nieuwste nummer van Kerknieuws dat deze week uit kwam.
Daarin ging het over Jona. Hij schreef o.a.

De profeet zat per ongeluk in de vis. Als straf, als redding. We kennen het verhaal.
Wij zitten
zelf soms per ongeluk in de kerk. Zo veel mensen om ons heen hebben andere keuzes gemaakt.
Zijn jaren geleden afgehaakt. Vaak met een terechte reden, een oude pijn, soms
ook zonder.
Wij gaan, wij voelen ons betrokken, wij willen meedoen. Ook al weten wij niet
altijd precies waarom.
Het is zondagochtend, half tien, dus stappen we op de fiets.

Luister ook eens naar het verhaal van Diete.
En de overdenking van Hans.
Op beide links zit een knopje ‘ga naar preek’.
Lees het hoofdartikel van Sybrand dat je hier kunt lezen.

Dan weet je: daarom ga ik nog naar de kerk.

Reageren

28 augustus: Groningen zooals het vroeger was (5) – De A-kerk, de Vismarkt en de Aa.

Op deze 28e augustus, de dag waarop de stad Groningen haar ontzet* in 1672 viert, publiceer ik het laatste deel van de serie ‘Groningen zoals het vroeger was: over de Vismarkt, de A-kerk en de Aa.
In het boekje dat ik van Essina kreeg staat een pentekening van C. Pronk en J. Bolhuys uit de 2e helft van de 18e eeuw.
Op de afbeelding hiernaast zie je die tekening; als je er op klikt krijg je een mooie vergroting.

De Vismarkt is een langwerpig, rechthoekig plein.
De naam van dit plein wordt voor het eerste gebruikt in het begin van de 15e eeuw. Daarvoor heette het Langestraat.
Op de afbeelding links zie je de A-kerk prominent prominent in beeld; tegenwoordig staat voor de kerk de Korenbeurs.
Veel huizen die op de oude prent te zien zijn, staan er nog.
Op de website ‘I go Groningen’ vond ik dit artikel: ‘Vismarkt: een plein om van te houden‘. Je vindt er wat leuke, oude foto’s er er worden een aantal monumentale panden beschreven.

Onder de laatste prent in deze serie staat: ‘Hooge der A met Vischbanken. Het is een tekening van J. Bulthuys uit 1773, komt groot in beeld als je er op klikt.
Over het Hoge en het lage der A lees je veel achtergrond informatie op deze Wikipedia-pagina; daar vond ik o.a. deze informatie over de geschiedenis van die plek.
De A (eigenlijk de Drentsche Aa) vormde vroeger de westelijke grens van de stad Groningen. Dit deel werd al bewoond in de 8e/9e eeuw. In de 12e eeuw werd de A-brug over de A gelegd en vanaf de 13e eeuw werden er steenhuizen en de A-poort werd in de stadsmuur aangebracht.
‘Hoge’ wijst op de hoge kade langs de A aan de oostkant, de ‘lage’ kade ligt aan westelijke oever.
Volgens overlevering werd de hoge kade gebruikt voor het lossen van schepen bij vloed (hoog water) en de lage bij eb (laag water.)
Tot 1877 waren de getijden van de zee merkbaar in de stad. De visbanken die op de afbeelding rechts te zien zijn, zijn in 1890 afgebroken.

Op beide oude prenten zien we de A-kerk; die is ongeveer 800 jaar oud.
Rond het jaar 1200 werd op de oostelijke oever van het riviertje de A een kapel gebouwd, die later werd uitgebouwd tot kruisbasiliek.
De kerk is gewijd aan de heilige Sint Nicolaas, de beschermheilige van schippers.
De kerk is katholiek geweest tot 1594, toen werd Groningen Hervormd.
Als je meer wilt weten over de A-kerk verwijs ik je naar dit artikel op de al eerder genoemde website ‘I go Groningen’ onder de titel: ‘De vijf geheimen van de A-kerk’.

*Geen idee wat ‘Gronings ontzet’ inhoudt? Klik hier.

In augustus 2023 begon ik met deze  serie over de stad Groningen, naar aanleiding van een boekje met oude lichtdrukken dat ik kreeg van Joop en Essina.
Hierbij een overzicht van de delen die aan dit blog vooraf gingen:

Deel 1: ‘Gezicht op Groningen vanaf de westzijde 

Deel 2: ‘De geschiedenis van de A-Poort.’

Deel 3 : De Grote markt en het gemeentehuis.

Deel 4: De Poelepoort 

 

Reageren

27 augustus: Heksenkring (3)

Deel 3 – Niet veilig? 

Voor Hans was deze tekst geschreven:

‘Een dierbare vriend aan het water verloren’
Anneke Tanneke

en voor Christiaan:

‘Een oude vriend is met een sprong in het diepe van mijn heengegaan ‘
Mik Mak.

“Denk je dat die advertenties iets te maken hebben met Barbara?”
“Het is wel haar stijl……”
“Ik heb er geen goed gevoel bij, Boudewijn.”
“Ik ook niet en volgens mij hebben we daar alle reden toe.”
De angst kroop langzaam omhoog in mijn keel toen Boudewijn vertelde wat hem was overkomen.
Hij voelde zich al een tijdje niet veilig en had het gevoel dat hij werd bespied.
“Drie weken geleden kwam ik een onbekende vrouw tegen toen ik een wandeling maakte langs de rivier. Ze keek mij bewust aan en ze deed me denken aan Barbara. Die kon ook zo naar je kijken: starend, nadenkend, alsof ze door je heen keek. Toen draaide ze abrupt haar hoofd weg en liep door. Het was Barbara niet want ze was een stuk jonger, maar ze joeg me met haar blik de stuipen op het lijf.”
Boudewijn begon steeds sneller te praten, hij liep helemaal leeg.
“Vorige week was er een nieuw lid op de tennisclub. Ze keek me bij onze kennismaking ook zo indringend aan, alsof ze me wilde hypnotiseren, maar even later zaten we ontspannen samen aan een glas wijn en leek er weer niets aan de hand. Dat Hans en Christiaan zo plotseling en met raadselen omgeven zijn gestorven maakt dat ik me ernstig zorgen maak.”
Hij ratelde maar door; ik kon hem door de telefoon heen horen ijsberen: “Je hoort toch wel eens van dolende zielen die op aarde rond blijven dwalen? Omdat er nog zaken zijn die moeten worden opgelost. Zoals in die film van dat jongetje dat zegt ‘I see dead people’….”

Dat ging me te ver.
‘Boudewijn, luister. Dat is een film en geesten bestaan niet. Misschien haal je je van alles in je hoofd omdat je geobsedeerd bent door wat er met Barbara is gebeurd, maar je moet dit echt van je afzetten. Dit kan niet.”
Maar als ik in mijn eigen hart keek overschreeuwde ik met mijn woorden mijn eigen angsten.
En Boudewijn kon ik ook niet overtuigen; hij haalde aan dat Barbara iets met heksen had en dat ze hem in een vertrouwelijk gesprek had verteld dat ze soms dacht dat ze zelf een heks was.
En inderdaad, over die twijfels had ze mij in net zo’n ‘vertrouwelijk’ gesprek ook verteld.
“Misschien is er toch iemand anders die heeft gezien of weet wat er in ’74 gebeurd is?”
“Ik weet haast wel zeker van niet. Dan had diegene toch veel eerder actie ondernomen?”
“Misschien hadden we toen toch naar de politie moeten gaan” opperde Boudewijn.

“Ja. Dat hadden we moeten doen. Maar we waren jong en in paniek en we hebben het niet gedaan.”
“Kan dat niet alsnog?”
“Nee! Natuurlijk niet! Dan zetten we toch veel te veel op het spel?”
Boudewijn gaf mij uiteindelijk wel gelijk.
“Ik moet proberen om het uit mijn hoofd te zetten. Volgende maand ga ik met Adriana op vakantie, we hebben een luxe cruise van Reykjavik naar Oslo geboekt. Even los van alles. Het is onze eerste vakantie na mijn pensionering: ik ga er met volle teugen van genieten!”
We spraken af dat we in principe geen contact meer met elkaar zouden hebben, maar we hadden wel elkaars nummer, dus als het nodig was konden we elkaar bellen.
Maar dat was vast niet nodig.

Op 3 september verschijnt deel 4 van Heksenkring: Wraak?
Andere delen nog niet gelezen? Hierbij een link naar deel 1, De uitnodiging
Onderaan dat blog vind je overzicht en links naar volgende delen.

Reageren

26 augustus: Het begin van een zondag….

Zondag 23 augustus.
We hebben een enerverende week gehad en zetten geen wekker op zaterdagavond.
Toch ben ik al op tijd wakker.
Rond 10 voor 8 ga ik naar beneden, zet een kopje thee, pel een mandarijntje en probeer een Sudoku te maken. Maar het lukt me niet goed om me te concentreren op de cijfers. De verhalen van de schrijfdag van gisteren spoken door mijn hoofd en ik heb nog een idee voor een blog over die heerlijke traybake van vrijdag. Het puzzelboekje leg ik weer weg en ik neem mijn thee mee naar de computer.

Een uur later ga ik naar boven om te douchen en neem Radio 5 op mijn telefoon mee.
‘Goedemorgen. Heb je goed geslapen?’
Jacques Klöters met de Sandwich.
O wat ga ik die man straks missen: ik hoorde dat het programma gaat stoppen!
Jacques begint met een gedicht van Annie M.G. Smidt.

Erwtjes
Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ‘s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo… een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Na dit gedicht draaide Jacques ‘Nature Boy’ van Nat King Cole.
O man, wat prachtig.
Het lied eindigt met de zin ‘The greatest thing you’ll ever learn is just to love and be loved in return.’
Wat een wijsheid op de vroege zondagmorgen.

Afbeelding: Ahbez & Cole. Zie: deze website

Het liedje had ik nog nooit gehoord.
Het is een bekende jazz-standard, geschreven door Eden Ahbez; hij was een soort hippie in de jaren 50 met lange gewaden, een volle baard en lang haar.
Heel raar in die tijd. Hij leefde een nomadisch bestaan en bedacht/schreef heel veel liedjes. Op een avond zong hij dit nummer voor de manager van Nat King Cole. Die liet het aan Cole horen: die was er meteen weg van en begon het in zijn live shows te zingen; het was al snel een publieksfavoriet. Cole wilde het nummer op plaat zetten, maar dan moesten ze wel eerst die vent zien te vinden die het op die avond had voorgezongen. Ahbez woonde rond die tijd in een tent; na een paar maanden hadden ze hem gevonden.
Nat King Cole zet het op plaat en maakte het nummer onsterfelijk.
Meer weten over dit verhaal? Op deze website vond ik het hele verhaal met foto’s en een video.
Alleen luisteren? Hierbij een link naar het nummer op Spotify.

Reageren

25 augustus: Liturgisch bloemstuk voor Betsy

Vorige week kregen we een digitale rouwkaart van Betsy, de moeder van Jan, één van onze vrienden.
Het gezin woonde vroeger bij ons in de straat; zij op nummer 18, wij op nummer 13.
Wij waren hervormd, zij gereformeerd, maar we zaten wel op dezelfde basisschool.
Jans broer Albert zat één klas lager dan ik, Jan zat bij mijn broer in de klas.
Betsy zat al jong in een rolstoel. Gistermiddag tijdens de rouwdienst in de kerk in Hoogersmilde hoorden we haar levensverhaal, waaruit duidelijk werd hoeveel impact die handicap heeft gehad op het leven van haar en man Jans.

Ze kon fysiek vaak niet meedoen, maar ze deed wat ze wél kon en op haar eigen manier.
Ze was heel creatief, maakte prachtige kaarten en gedenkbordjes met zorgvuldig gedroogde bloemen. Wij kregen met de geboorte van Frea ook zo’n bordje; heeft jaren op Frea’s kamer gehangen. Verder verzorgde ze jaren de nieuwsbrief voor de kerk en stond er wekelijks een liturgisch bloemstuk op de avondmaalstafel: met bloemen, kleuren en attributen verbeeldde ze het thema van de zondagse eredienst.

Gistermiddag stond er ook zo’n litugisch bloemstuk naast haar kist.
Niet gemaakt door Betsy, maar door haar schoondochters Frida en Janet.
Het was ontroerend mooi en met zorg samengesteld; alle aspecten van haar leven waren er in te zien.
Het schilderij dat ze zelf had gemaakt, dat ook de voorkant van de rouwbrief sierde.
De kleine, vilten poppetjes die ze gebruikte bij de verschillende feesten/jaargetijden en het kerkgebouw van Hoogersmilde in het centrum van de schikking.
Het boekje ‘Op weg naar het beloofde land’ was ook zo goed gekozen; Betsy verlangde de laatste weken, die erg zwaar waren voor haar, naar het einde.
Er was ons gevraagd of we allemaal een (veld)bloem wilden meenemen; ik had een blauw/roze hortensiabol uit onze tuin geplukt. Die bloem kon je op de rand van de kist in een bloemenrand prikken: toen de kist de kerkzaal werd binnengereden was Betsy omringd door een kleurig boeket van bloemen.

Een dienst in Hoogersmilde roept altijd extra emoties op door onze band met het dorp in het verleden. Het gebouw, de herinneringen aan eerdere uitvaarten (ouders, schoonouders, broers) en de mensen die we allemaal nog kennen: het voelt zo vertrouwd, ook al zijn we er al meer dan 35 jaar weg. Toen psalm 121 werd ingezet aan het begin van de dienst schoot ik vol omdat het van harte en uit volle borst werd meegezongen door de hele gemeente; dat is immers tegenwoordig bij begrafenissen lang niet altijd meer het geval. Het was een sobere dankdienst voor Betsy’s leven die paste bij bij hoe zij in het leven stond.

Janet sprak namens de familie een dankwoord uit, waarbij de nadruk lag op wat Betsy aan het eind van haar leven zo duidelijk had uitgesproken: ze was dankbaar voor alles wat ze had gekregen, voor haar leven en voor de mensen om haar heen.
Op de rouwkaart stond als koptekst: “Ik zal terugkeren naar mijn huis.”
Hoe ze dat voor zich zag had ze op het schilderij al verbeeld.

Reageren

24 augustus: Van wierde naar wierde (3) – Het wonder van Usquert.

Over onze fietstocht op zondagmiddag 9 augustus schreef ik al twee blogs*, maar ik schreef nog niet over de kerken die we onderweg tegenkwamen.
De eerste kerk die open was stond in Westerwijtwerd.
Wat mij als eerste opviel waren de mooie gewelven boven het orgel.
Als ik iets wil weten over zo’n oude kerk, dan zoek ik dat altijd op in het boek dat ik kreeg van Jacquelien waarin alle Groninger en Drentse kerken staan beschreven.
Daarin las ik dat ‘de gewelfssegmenten decoratief beschilderd zijn in een veelheid aan imitatie-metselmozaïek: kepervormen met en zonder klezoren, vlechtwerk  en ruit- en wafelpatronen.‘
Het orgel lijkt imposant, maar het is een ‘loos’ front, er staat geen orgel achter.
Het tweede aspect dat ik bijzonder vond was een primitieve muurschildering.
Later las ik dat die schildering dateert uit de 14e eeuw: het zijn kampvechters. Die vechtersbazen moeten gezien worden als de strijd tussen goed en kwaad.
De kerk wordt niet meer gebruikt voor kerkdiensten.
Dat is ook goed te zien aan de collectezakken…… de spinnenwebben groeiden er over heen!

De tweede kerk die open was was die in Usquert.
Naast de kerk stond een kunstwerk, waarop twee mensen te zien waren en een paard.
Daaronder stond: “En Liudger deed Bernlef zien”
Bernlef ken ik alleen van de aangepaste woonvorm binnen Lentis (nu Dignis) en ik ken de schrijver J. Bernlef, die het boek ‘Hersenschimmen’ schreef. Maar dat was een pseudoniem, zijn echt naam was Hendrik Jan Marsman.
De Bernlef die op het kunstwerk in Usquert staat was een blinde  zanger-dichter die leefde rond 785; hij trok met zijn harp in de regio rond en zong over de belevenissen en de dappere daden van zijn voorgeslacht.
Een middeleeuwse legende vertelt dat Bernlef van zijn blindheid werd genezen door de apostel Liudger: het wonder van Usquert!
Dat zou gebeurd zijn bij het dorpje Rottum op de wierde Helwerd.
Toen hij was genezen leerde hij van Liudger psalmen spelen op zijn harp.
Wil het uitgebreide verhaal én de achtergronden lezen, lees dan dit artikel op de website ‘Verhalen van Groningen.
De kerk in Usquert maakt onderdeel uit van ‘Het Ziltepad: dat is een pelgrimstocht langs de ruige rand van het Noorden.
De route loopt van de kop van Noord Holland van Den Helder naar het Groningse Termunten. Van de 15 etappes liggen er 6 in Groningen.
Je kunt de etappes fietsen of lopen; in de kerken kun je een stempel in je Ziltepad-boekje krijgen. Meer weten? Hierbij een link naar de website. 

Die maandag kwam ik Dini tegen bij de Jumbo.
“Leuk dat je schreef over Middelstum; onder het carillon ben ik geboren!”
Verder vertelde ze dat ze het dorp Usquert vroeger ‘Sodom en Gomorra’ noemden.
Eenmaal thuis zocht ik op waarom dat zo was: er stond immers een kerk, waarom zou je het dorp dan zo noemen?
Dit vond ik daarover: “Usquert werd vroeger ondeugend aangeduid als ‘Sodom en Gomorra’. Deze spotnaam kreeg het dorp in de 19e en vroege 20e eeuw van streng-religieuze gemeenschappen omdat er destijds in Usquert geen gereformeerde kerk stond, maar alleen een hervormde.” 

* 10 augustus: Fietsen in Wierdenland
* 11 augustus: Wakers, slapers en een ossengang

Reageren

23 augustus: Een verhaal voor Wiesneus.

“Over 6 weken weer zo’n dag” schreef ik op 13 juli. Dat blog ging over de schrijfdag die Frea, Harriët en ik hadden georganiseerd naar aanleiding van de schrijf-workshop tijdens het Buitenkunst-pinksterweekend.
Wist ik de vorige keer nog niet wat ik me bij zo’n schrijfdag moest voorstellen, deze keer had ik me er op verheugd: zaterdagmiddag ontmoetten we elkaar bij Frea aan de keukentafel.
De vorige schrijfdag resulteerde in het zomer-feuilleton ‘Heksenkring’ waarvan ik in deze periode iedere week een deel publiceer.

‘Wat is dan mijn doel bij deze sessie?’ vroeg ik me afgelopen week af.
Op ons prikbord hing nog de brief van Huus van de Taol, gericht aan ‘de schrievers’ die wel eens wat insturen voor de Zinnig en boven de brief stond: ‘Stuur een verhaal in voor Wiesneus 2027′.  Wiesneus is de naam van een educatief jeugdtijdschrift en een lespakket in Nedersaksische streektalen (zoals het Drents en Gronings) om kinderen spelenderwijs hiermee kennis te laten maken.
Huus van de Taol was op zoek naar inbreng voor Wiesneus van 2027. Het thema is ‘Spot an’  ‘Laot je inspireren deur licht, optreden, applaus, een spannend aoventuur in het duuster of wat der wieder ok maor bij dit thema past’.
Die brief hing er al vanaf begin juni; wat moet je daar nou over schrijven? En het is bedoeld voor kinderen van de bovenbouw van de basisschool; niet echt mijn doelgroep.
Wat weet ik nou van de leefwereld van kinderen in die leeftijd? De uiterlijke inzenddatum was 27 augustus en ik had me er al bij neergelegd dat ik niks ging insturen.
Geen inspiratie en geen goede ideeën.
Deze brief nam ik mee naar de schrijfdag. Mijn doel werd een verhaal voor Wiesneus; wie weet wat er nog kwam opborrelen en ik had immers nog 5 dagen voor 27 augustus.

Het was weer uitermate inspirerend gistermiddag.
Deze keer kwam we wat laat op gang: (bijpraten, lekkere muffins en poes Poewie die zich wentelde in de aandacht) maar rond 16.00 uur ging de timer op 25 minuten en zaten we alle drie met een laptop voor onze neus te typen.
De dochters werkten allebei aan een episode van het boek dat ze aan het schrijven zijn en ik begon mijn verhaal over een jongetje uit groep 8 dat bij een schoolfeest een liedje van Daniël Lohues zingt.
Na die eerste 25 minuten lazen we aan elkaar voor wat we hadden geschreven, gaven elkaar feed-back en vulden hier en daar wat aan.
Na nog een sessie van 25 minuten had ik al ¾ van het verhaal af;  ik moest alleen nog het slot schrijven, waarvoor ik nog een paar waardevolle tips en suggesties kreeg.
Frea had lekker gekookt: we kregen linzensoep en stuk Turks brood met ‘pulled chicken’ uit de slow cooker; daarna maakten we een korte wandeling door Beijum.
Het laatste uur gebruikten we voor een Dixit-opdracht: schrijf een verhaal bij deze afbeelding.
Als je er op klikt komt hij wat groter in beeld.
Dit is toch wel mijn favoriete onderdeel van een schrijfdag: net als de vorige keer waren er weer drie heel verschillende verhalen.
Wat zou jij hierbij schrijven in 25 minuten?

Reageren

22 augustus: Bliepen bij IKEA.

Op de terugweg van een bezoek aan het UMCG gingen we langs de IKEA.
Wij waren al even niet bij het Zweedse woon-warenhuis geweest.
Na de 1e verdieping gingen we naar het restaurant voor een kop thee en een cappuccino.
Bliep: IKEA-pas Bliep: bank-pas.
“Hier is uw bon en uw QR-code.”
‘Waar is die QR-code dan voor’ dacht ik, maar ik vroeg het niet.
Toen ik een kopje in het koffieapparaat zette en op ‘cappuccino’ op het schermpje drukte, gebeurde er niets.
Er stond een rood kruis onder het plaatje, dus ik dacht dat het apparaat defect was en gebruikte een andere kant.
Ook daar een rood kruis. De meneer naast mij stond net zo te schutteren.
“Volgens mij is er iets mis met de apparatuur” somberde hij.
“Nee, je moet de QR-code gebruiken, dan weten ze dat je hebt betaald” wijsneusde een puber die inmiddels links van ons stond.
Het lukte.
En met diezelfde QR-code kon je binnen 2 uur nog een gratis kopje koffie/thee halen.

Bij de kassa sta je vervolgens met je karretje te wachten tot je mag scannen.
Bliep: IKEA-pas. Bliep: bovenkastje Bliep: 3 waszakken Bliep: kussenovertrek.
Als je wilt afrekenen komen er plaatjes in beeld van wat je nog voor lekkers wilt kiezen.
Broodjes worst of ijs.
“IJsje doen?”
Bliep: ijsje. 2x.
“En nu?”
“Heb je een QR-code gekregen?”
Gerard liep met de bon naar de ijsmachine; misschien moest je daar de streepjescode tegenaan houden?
Maar nee: hij moest naar de balie.
Daar kreeg hij op vertoon van de bon 2 hoorntjes en twee muntjes.
Even later stond we genietend van ons softijs mensen te kijken.

In deze tijd zie je veel studenten die met hun ouders inkopen doen voor hun studentenbehuizing.
Als je goed kijkt zie je dat die jongeren op dat moment daar liever alleen zouden zijn, zonder gebemoei van papa en mama, maar ja, die betalen.
Verder komt het hele noorden daar inkopen doen.
“Waor mot dei kaort den veur?”
“Nein mensch! Schieben!”
“Wy hiene ommers ek iis kocht. Wèr is dat?”
“Niet janke. We doen geen ijs, het allemaal al duur zat.”
Het mooist vond ik een gezin dat een tafeltje verderop stond.
Het meisje, jaar of 3, huppelde met 3 hoorntjes en 3 muntjes naar de ijsmachine.
Papa, mama en zij kregen een ijsje, broertje van nog geen jaar zat voorin het karretje zich ontzettend te verheugen op wat ging komen.
“Aaeh!” Het mondje ging al open en de lipjes verdwenen even in de witte massa.
Slik, smak weg.
‘Aaaeh!”
Mama liet het kindje steeds een hapje van haar ijsje nemen en steeds als het mondje weer leeg was klonk het hoopvol “Aaeh!”
Het deed mij denken aan kleine vogeltjes in hun nestje die hun bekje wijd open doen als mama komt binnenvliegen met wormen.
“Aaaeh!”
Na paar minuten zat broertje van oor tot oor onder het ijs.
Het was gewoon jammer dat mijn ijsje op was; ik had daar nog wel een half uur kunnen staan.

Wat een wereld, mensen.
En wat een verschil met 20 jaar geleden; ik hoop echt dat we die veranderingen in de toekomst een beetje bij kunnen houden.

Reageren

21 augustus: 4.185

Deze website viert vandaag een klein feestje: deze maand is het 12 jaar geleden dat ik begon met dagelijks bloggen.
Dit is het 4.185e blog.
Niet te geloven eigenlijk; toen ik begon was ik 53, nu ben ik 65.

Op zo’n verjaardag kijk ik altijd even terug op het jaar dat achter me ligt: iemand anders kijkt dan naar foto’s, ik naar verhalen.
Een bijzonder jaar, want ik werd 65 en ging met vervroegd pensioen.
Ter gelegenheid daarvan keek ik terug op mijn werkzame leven in een blogserie die mijn hele carrière besloeg van 1979 tot 2025 en daarna nam ik de lezers mee naar mijn ervaringen en gevoelens als nieuwbakken PensionAda.
Ons leven veranderde, maar anders dan ik had verwacht. Dat kwam vooral omdat Gerard regelmatig naar het ziekenhuis moest voor allerlei vervelende gevolgen van de de kuur die hij kreeg tegen de ziekte van Kahler. Geplande vakanties gingen niet door en we moesten regelmatig flexibel zijn omdat de werkelijkheid onze plannen doorkruiste.
En nee, daar schrijf ik niet heel veel over; dat is een bewuste keuze. Hoe meer het er over gaat, hoe groter het wordt en het is zo al groot genoeg.

Tot en met december schreef ik iedere maand over een dagje met tante Trijn.
Tot mijn grote verdriet overleed ze plotseling op 7 december en de heimwee naar haar kan me soms overspoelen.
We hebben als gezin collectief last van het idee dat ze er niet meer bij zal zijn als Carlijn in oktober gaat trouwen met haar Wim.

Maar er was ook genoeg positiefs: ik ging bijvoorbeeld voor het eerst van mijn leven naar Buitenkunst; wat een fantastische ervaring!
Veel geleerd over comfortzones,  genieten van zingen met een grote G én magisch realistisch schrijven.

Op handwerkgebied leerde ik dit jaar een paar nieuwe dingen.
Het afscheidscadeau van Lentis was een handwerk-advents-project en kreeg mij aan het ‘kleur-werk’ breien.
Eerst vond ik het HELEMAAL niks, maar oefening baart kunst en als ik binnenkort een blog ga schrijven over een vest dat ik heb gebreid van garen dat ik kreeg uit de erfenis van Jansje zul je zien dat ik een beetje kleurwerk (lees: niet met 4 kleuren tegelijk) eigenlijk best leuk vind om te doen.
Daarnaast zette ik met schoonzus Hennie, collega-alt Ilse en oud-collega Dientje de eerste schreden op het kantklospad; daar kan ik nog jaren mee vooruit!

Iets anders dat ik leerde is altblokfluit spelen.
De basis zit er in en het is erg leuk om te doen.
De volgende stap is: op zoek naar iemand of meer iemanden die met mij in een soort samenspeelorkestje willen spelen.
Denk aan fluit, gitaar, accordeon, viool, piano…… niet om op te treden, maar gewoon samen genieten van muziek maken.
Ben je iemand of ken je iemand die dat ook zou willen en in de buurt van Roden woont?
Laat het me weten.
Wordt vervolgd.
Hoop ik.

Ga je met me mee het 13e jaar in?
Als het aan mij ligt iedere dag!

Vind je het leuk om die jaarlijkse evaluaties te lezen?
Er staat een overzicht onderaan het eerste blog dat ik schreef op 11 augustus 2014.

Reageren

Pagina 4 van 423

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén