een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Kerk & gemeente Pagina 55 van 57

Kerkdiensten, bijeenkomsten van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde

26 juli: Vier met alles wat in je is.

Zondag vandaag. Voor ons betekent zondag wel vaak, maar niet altijd, ‘kerkdienst’. Vorige week bijvoorbeeld zaten we in de rust en stilte van Radewijk. Toen hebben we lekker uitgeslapen en genoten van het overvloedige ontbijt van Ben.

Vanmorgen gingen we wel. Het heilig avondmaal werd gevierd. Dat is (in tegenstelling tot de Rooms Katholieke vieringen) niet elke week, dat maakt zo’n viering toch een beetje speciaal. De lezing was vanmorgen uit Marcus, het gedeelte waarin de discipelen in een storm op het meer belanden en waarin Jezus over het water naar hen toeloopt en hen geruststelt.

Wij zitten momenteel met ons leven ook in zo’n storm. De woorden van bemoediging en troost heb je dan extra hard nodig. Ook het ritueel van het stukje brood en het slokje wijn waarmee de aanwezigheid van Christus gesymboliseerd wordt voelt als een hart onder de riem.
Toch zit daar in zo’n viering voor mij niet de emotie. Die kwam tot uiting in een lied uit het oude liedboek, gezang 467. (tekst >>>) Dan is het de combinatie van een oude tekst en de melodie van een prachtige Engelse hymne die me ontroert.

Maar er was ook lied uit het nieuwe liedboek waar ik van opknapte. “Vier met alles wat in je is…”, lied 386. Een vrolijk lied bij het avondmaal op een melodie uit Jamaica. Heel aanstekelijk! Weer zo’n goede aanwinst voor de kerkmuziek uit het nieuwe liedboek. Zo bewerkstelligt een zondagse viering een lach en een traan, is er een moment van bezinning en zijn er ontmoetingen en gesprekjes met andere gemeenteleden .
We kunnen de week weer in.

Reageren

12 juli: Dopen

Vanmorgen werd ons kleine achterneefje gedoopt, zoontje van onze nicht en haar man die in Roden wonen. Voor mijn zwager en mijn schoonzus is dit het eerste kleinkind.
De familie verzamelde zich in de hal. Voor ons altijd bijzonder om familie en bekenden in ‘onze kerk’ te ontmoeten.

Het was een feestelijke viering. Schoonzus las een gedicht,

Doop

zwager ontstak de doopkaars. De ouders hielden trots hun kind ten doop. De dopeling was al ruim een half jaar oud en reikte met z’n kleine handje verlangend naar het water in het doopvont. We zongen een lied op melodie van Morning has broken, we zongen een ‘negro-spiritual’ en één lied liep gierend uit de hand omdat de gemeente massaal een geheel verkeerde melodie zong. De organist staakte uiteindelijk zijn spel en na het opnieuw vaststellen van de goede melodie werd het lied alsnog uit volle borst meegezongen. Heerlijk als er af en toe ook eens iets fout gaat!

Ook al was het een moderne dienst, de doop is en blijft een oeroude traditie. De woorden zijn eeuw na eeuw vernieuwd en aangepast aan de tijd, maar de essentie is hetzelfde gebleven: welkom in Gods handen, het water is een teken van zijn eeuwigdurende liefde en trouw.

In deze dienst was ook aandacht voor het overlijden van een gemeentelid. Haar naam werd genoemd en de datum van de afscheidsdienst. Bij mij bleef naderhand deze zin hangen. “Dat haar nagedachtenis tot zegen mag zijn.”
In een kerkelijke gemeente gaan blijdschap en verdriet, in dit geval doop en afscheid, altijd samen op. Waar de ene familie blij en gelukkig bij het doopvont staat, heeft een andere familie verdriet om afscheid en gemis.

Wij hebben zelf ook al in zeer verschillende rollen voor in de kerk gestaan. Als dopeling, als bruid en bruidegom, als ouders van een dopeling, als kind van een overleden ouder. Altijd staat er een gemeente om je heen. In Oldenzaal, in Hoogersmilde en in Roden. En altijd is er de kerkdienst met een vaststaande liturgie, waar de bijbehorende rituelen aan worden opgehangen, maar waarvan je de inhoud voor een groot deel zelf bepaalt.

Dat is de kerkelijke traditie waarin wij zijn opgegroeid en die ons houvast geeft in ‘goede en kwade dagen’. Vanmorgen was er vooral aandacht voor de liefde: verspreid zo veel mogelijk liefde.
Zoveel liefde (dacht ik later in de dienst) dat je nagedachtenis tot zegen mag zijn. Wat een waardevolle tip!

Reageren

3 juli: Ziet in blinde razernij

Gisteravond hadden we ‘afsluiting van het seizoen’ met de gespreksgroep ’93. Ik schreef al over deze groep op 22 april >>>. We verzamelden op de Brink en vertrokken rond 19.00 uur voor een fietstocht richting Norg. Wij dachten recht te hebben op een droge en warme fietstocht, maar buienradar hield zich niet aan de afspraken. Om 19.30 uur stonden we onder druipende bomen in de buurt van Langelo. Maar het was warm en we maalden niet om een nat pak, toen we verder fietsten droogde het wel weer op.

Op een heerlijk terras in de bossen van Norg genoten we van koffie mét gebak en ik kwam aan de praat met een gespreksgroepvriendin die ik al ken zolang we in Roden wonen. We hebben ongeveer dezelfde achtergrond, al groeide zij op boven in het Groningerland en ik in Drenthe. Als we met elkaar in gesprek komen zijn er altijd raakvlakken: jeugdclubs, actief in de kerk, moeite met ouder wordende ouders, zelfde scholen (MAVO/HAVO).

Gisteravond beleefden we samen een hilarisch moment. We hadden het over het kinderkoor waar wij in onze kindertijd allebei bij zaten. Zij bij de “Boet’ndiekstertjes”, ik bij ‘de Schakeltjes’. “Laatst keek ik nog weer eens in die map” vertelde ze. (Zij kan kennelijk ook niets weggooien, ik heb mijn kinderkoormap ook nog….) Ze ging verder: “als je dan kijkt wat voor teksten we toen zongen:
Ziet in blinde razernij……” “Tuimelen de vloeden!” vulde ik aan. Wij veroorzaakten ernstig burengerucht met ons gelach.
Heerlijk om zo oude herinneringen op te halen met iemand waarmee je niet je jeugd hebt gedeeld, maar die wel hetzelfde heeft meegemaakt.

Ondertussen rommelde het op de achtergrond. Daar werd ik erg onrustig van, want we moesten nog van Norg naar Roden fietsen. Iemand stelde ons gerust. “Het komt pas om 22.20 uur in Roden aan zegt buienradar.”
Maar mijn vertrouwen in buienradar had rond 19.30 uur al een flinke deuk opgelopen, daar ging ik niet op wachten. En de anderen ook niet, dus wij fietsten rond 21.20 uur richting Roden. We waren te laat. Het lied waar wij op het terras nog zo vreselijk om hadden gelachen werd werkelijkheid. De tweede regel gaat namelijk als volgt: “Hulp noch haven is nabij, in dit onweerswoeden.” Naast ons scheurde met krakend geweld een enorme tak van een boom. We beleefden angstige momenten, maar konden gelukkig schuilen op een overdekt terras van een gesloten kroeg. Gelukkig zijn we allemaal veilig thuisgekomen.

In september zien we elkaar weer. Dan beginnen we (net als met Franse les) met een ‘nulde’ bijeenkomst. Zonder onderwerp dus, met tijd om bij te praten. Want ook al kenden wij elkaar in onze jeugd niet, vanaf 1993 trekken wij al wel samen op en dan is er altijd gespreksstof genoeg. Ook zonder onderwerp.

Reageren

27 juni: Op de Brink in Sleen

Gisteren zat ik in de oude Hervormde kerk op de Brink in Sleen. Ik woonde de begrafenisdienst bij van de man van mijn nicht, hij overleed op 62-jarige leeftijd na een kort ziekbed. Naast mij zat aan de ene kant mijn moeder, met daarnaast haar jongste zus en haar man en aan de andere kant zat mijn moeders jongste broer met zijn vrouw. De hele familie op de achterste rij.

Vroeger had deze familie minstens vier rijen in beslag genomen. Mijn moeder komt uit een gezin van 10 kinderen, allemaal getrouwd en voorzien van een hele stoet neven en nichten. Als er iemand trouwde had je de zaal al voor de helft vol met de familie Boelen. Maar zoals dat vaak gaat met grote families: de ooms en tantes overlijden, familiedagen worden niet meer trouw bezocht, men ziet elkaar niet meer regelmatig en voor je het weet zie je elkaar alleen nog met begrafenissen. Zoals gistermiddag.
Intens verdriet bij mijn nicht en haar familie, maar omdat we elkaar al drie jaar niet hebben gesproken is het delen van dat verdriet minder vanzelfsprekend. Lopend in de rouwstoet over het oude kerkhof (prachtig, parkachtig mooi!) kwamen we langs het graf van mijn tante, de oudste zus van mijn moeder. Mij overviel een melancholisch gevoel van ‘voorbij’. Herinneringen aan zondagmiddagen bij oom en tante op camping ‘het land van Bartje’. Waar soms dan ook andere ooms en tantes kwamen, spelen met neven en nichtjes, samen zingen met mijn nichtje. De eerste paprika chips van Golden Wonder. Met een glas ‘spoetnik’.

Zo is het leven. Je kunt niet alles bijhouden. We hebben er destijds erg van genoten maar nu heeft onze eigen familie en gezin de prioriteit en dat geldt voor een ieder van ons.

Meneer Kaktus zou zeggen: “En spelende vrouw wat heb je nu geleerd?” Investeer in de kring van mensen die het dichtst om je heen staan. Dat hebben mijn ouders ook altijd gedaan. Dat levert een schat aan goede herinneringen en warme familiebanden op. De kring van broers en zussen van de familie Waninge/Vrieswijk en de vriendenclub hebben de plaats ingenomen van de familie Boelen. Onze eigen ‘inner circle’. Hoe belangrijk die investering is blijkt nu de ziekte van Kahler bij Gerard is geconstateerd. Van levensbelang.

Reageren

14 juni: Samen (2)

Op 29 mei >>> schreef ik over de samenwerking van twee cantorijen.
Dit weekend stond in het teken van het afscheid van één van onze predikanten: Harm Jan Meijer. Vrijdagavond was er een soort bonte avond, waarop allerlei groepen ‘iets’ deden in het kader van dit afscheid.
Toneelstukjes, cabaret, feestliederen: er kwam van alles voorbij. Harm Jan lust graag een glaasje port, praat graag en veel, is erg van de verbinding en is ‘zuunig’. Het kwam in vele verschijningsvormen voorbij.

Vanmorgen was de officiële afscheidsdienst. Om 08.55 uur verzamelde zich een indrukwekkend koor van 45 mensen voor het inzingen o.l.v. onze cantrix. Zoals gewoonlijk was dat op zich al een genoegen. Erwin Wiersinga, organist vanmorgen, vroeg vanaf zijn orgelkruk: “Wat gaan we doen?”
“Houd mij in leven!”  riep de cantrix, waarop Erwin constateerde: “Dat zou ik inderdaad graag willen ja.”.

Bij een ander lied vroeg Erica of de organist iets zachter wilde begeleiden. Een tenor zei dat hij het orgel dan niet kon horen. “Ja” merkte onze cantrix met een knipoog op “we zijn met een groot koor, dan is het misschien een idee om iets zachter te zingen?”
Het zingen met zo’n groot koor was een feest. Wat mij betreft zeer voor herhaling vatbaar.

De dienst zelf was indrukwekkend. Daar kan ik op zich nog wel een blog over volschrijven, maar dat voert te ver. Een foto-verslag van vrijdagavond en van de dienst van vanmorgen is binnenkort te zien op de website van onze kerk >>>
Wat mij ontroerde was de toespraak van de broer van Harm Jan. Hij was 15 jaar ouder en belichtte de rol van Harm Jan als jongste broertje in het gezin en wat het feit dat hij predikant was geworden voor hen had betekend. Hij was aangedaan toen hij vertelde over een zus die hen was ontvallen en die het geweldig zou hebben gevonden als ze er vanmorgen nog bij had kunnen zijn. Zijn verhaal, met een “kruudig veenkoloniaol accent” gaf ons een blik op een respectvolle en warme familieband en hoe belangrijk die voor Harm Jan en Margreet is.

Wil je het verhaal van de broer ook horen: de dienst is terug te beluisteren via kerkomroep >>>. Het is zeker de moeite waard om de dienst nog eens te horen, alleen al om de prachtige stukken die Erwin ten gehore bracht op het orgel. En natuurlijk om de twee cantorijen in gezamenlijkheid te horen zingen……!

Reageren

29 mei: Samen

Samen! Dat riep het tweehoofdige monster uit Sesamstraat altijd.  Onze kinderen hebben hem nog op hun netvlies en roepen dan in koor: “Samuh werrekuh!”
Klik hier voor een you tube filmpje >>> van het monster dat naar muziek luistert.
Gisteravond moest ik aan het monster denken. We hadden cantorij repetitie.

Voordat ik verder ga is  het misschien goed om even een stukje Rodense kerkgeschiedenis te vertellen. Voordat de Gereformeerde en de Hervormde kerk in Roden samen opgingen in de ‘PKN- gemeente Roden-Roderwolde’, hadden beide kerken een eigen cantorij. De namen werden veranderd in ‘Op de Helte-cantorij’ en ‘Catharina-cantorij’ maar het bleven twee aparte koren. Samenwerking was wel vaak de bedoeling, maar kwam nooit echt van de grond. Tot gisteravond.

Over twee weken neemt één van de predikanten afscheid en zullen we als één koor aan die dienst meewerken. Tot mijn grote genoegen was er gisteravond een invasie van gastzangers. Genieten! We zongen met 12  sopranen, 8 alten, 6 bassen. Helaas waren de tenoren zwaar ondervertegenwoordigd: welgeteld één was er, onze voorzitter. Maar hij zong wel voor twee!
Onze cantrix, eerst wat overdonderd door de grote opkomst, was weer goed op dreef.

De bassen zongen hun partij even door, maar dat klonk vierstemmig. “Volgens mij staat er maar één baspartij” merkte ze fijntjes op.
Later bedacht een stemgroep zelf een melodielijn, daarvan zei ze: “Had gekund. Maar dat staat er niet.”
In het lied “Leven als de bomen” komt de regel voor: ‘ademnood te boven, onverdeeld geluk‘.
De mannen gaven aan dat het lied voor hen nog geen onverdeeld geluk was.

Voor mij was deze avond er wel één van onverdeeld geluk.
Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik erg voor samenwerking ben.
Het begin is er!
Samen met het tweehoofdige monster roep ik dan ook “SAMEN!” en hoop op meer van dit soort samenwerkingsprojecten in de toekomst.

Reageren

24 mei: Pinksteren

Wat we vieren met Kerst is bekend: de geboorte van Christus. Door de hype rondom The Passion is voor veel mensen nu ook wel bekend wat met Pasen vieren.
Maar wat vieren we met Pinksteren? Vanmorgen in de kerk begon de dominee met deze vraag.
Hij beklom vanmorgen niet de kansel, want zijn zak-microfoontje deed het niet. Hij bleef dus bij de microfoonstander beneden staan. “Dan kunt u mij tenminste goed horen. Misschien niet zo goed zien, maar daar mist u niet zo veel aan.” Het waren zijn eigen woorden. De meningen waren daarover verdeeld, zo leerde het geroezemoes om ons heen.

Met Pinksteren herdenken we de uitstorting van de heilige geest. (Benieuwd naar het verhaal? Klik op deze link >>>)
Wij lieten onze kinderen vroeger aan tafel wel eens een gedeelte uit de bijbel voorlezen.
Maar ze lazen zelf heel andere boeken.
Dat verklaarde waarom Frea, toen ze met Pinksteren uit de bijbel ging lezen las: “Zijn dit niet allen Galliërs die daar spreken?” Te veel Asterix en Obelix invloeden…..

De dominee vertelde vanmorgen dat we de geest hebben gekregen. Hij zei: “Dat is een gave én een opgave, een opdracht’. We hebben de geest gekregen, maar we moeten erVrucht van de heilige geest wel iets mee doen. Leven ‘in de geest van Jezus’. Voor mij hoort daar een liedje van Elly en Rikkert Zuiderveld bij dat Gerard en ik heel veel in diensten hebben gezongen. Het heet ‘de vrucht van de heilige geest’ >>> en het beschrijft wat de gaven van de heilige geest zijn: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid goedheid, trouw zachtmoedigheid, en zelfbeheersing.
Hebben we gekregen.
Maar daar moeten we wel mee aan de slag!

Reageren

4 mei: Nationale dodenherdenking

Altijd weer indrukwekkend. Dit keer was ik niet bij de plechtigheid op de begraafplaats in Roden, maar heb ik het op de televisie gevolgd.
Vanmiddag om 12.10 uur vertelde Tineke de Nooy op Radio 5 dat in Hilversum al heel wat vlaggen halfstok hingen. “En zo hoort het ook!’ riep ze er achteraan.
Eén plaatje verder moest ze al op haar woorden terugkomen.
Ze waren platgebeld daar in de studio: zo hoort het helemaal niet!
De vlag mag pas om 18.00 uur buiten en hoort voor zonsopgang weer binnengehaald te worden. Nu ik dit schrijf is het 21.15 uur: oeps…… “Gerard!” Net op tijd.

Mijn vader is geboren in augustus 1932. Hij was dus 7 toen de oorlog begon en 12 tijdens de bevrijding. Hij heeft wel eens verteld dat hij de oorlog één groot avontuur vond. Op een gegeven moment konden ze niet meer naar school. Als kind maak je daar echt geen punt van! Samen met zijn broertjes spookte hij van alles uit. “Het is maor goed dat mien va en moe alles niet wussen.”
De tweede wereldoorlog heeft hem zijn hele leven beziggehouden, omdat pas later het besef kwam van hoe gruwelijk het allemaal was geweest. Hij las er veel over.
Hij nam mijn broer en mij als pubers mee naar het concentratiekamp ‘Mauthausen’, waar de douches waar de mensen werden vermoord nog in tact waren.
De beelden daarvan en de sinistere sfeer staan in mijn geheugen gegrift.
Maar hij nam ons ook mee naar begraafplaatsen in Duitsland waar monumenten stonden voor oorlogsslachtoffers met rijen namen van jonge jongens, geboren in de twintiger jaren van de vorige eeuw. “Dit waar’n ok gewoon jonge jongens die vöchten veur heur vaderland, net as die van oons. Hier was net zo goed verdriet.”

Afgelopen zondag zei de dominee tijdens de overdenking in de viering: “Tijdens en na de oorlog is heel vaak de vraag gesteld: Waarom laat God dit allemaal gebeuren? De vraag zou moeten zijn: hoe kan het dat de mensen/wijzelf dit hebben laten gebeuren?”

Reageren

3 mei: Huilen om het orgel

Bij de titel van dit verhaal zou je kunnen denken aan een vals orgel. Of aan, zoals we dat in de familie Waninge noemen: een “Bavaria-organist” (zie bijgaande link naar een hilarisch reclamefimpje uit de jaren ’80 >>>).
Maar deze keer had ‘huilen om het orgel’ een andere oorzaak.

Vanmorgen in de kerk zat ik spontaan in tranen tijdens de collecte.
Dit had niets te maken met het doel van de collecte (Nepal) en ook niet met emoties die in deze periode wat meer aan de oppervlakte zitten.
Aan het orgel zat Erwin Wiersinga en hij speelde een ontroerend klassiek stuk.
Zo mooi dat de tranen spontaan in mijn ogen sprongen.
Zo af en toe overkomt me dat, tranen van ontroering die niets met verdriet of pijn te maken hebben.

Na de dienst mailde ik Erwin, vertelde hem van de tranen, gaf hem een groot compliment voor zijn orgelspel en vroeg om de titel en de naam van de componist.
Hij mailde het volgende terug:
“Dank voor je mooie woorden. Het stuk was (natuurlijk) van de grote Bach , een bewerking van de paashymne Christ lag in Todesbanden.”

Natuurlijk. Erwin schrijft het tussen haakjes, maar het woord ‘natuurlijk’ zegt iets over hoe hij over Bach denkt.
Om te huilen zo mooi.

Reageren

26 april: Eeuwen zien op u neer….

Gisteren en vandaag woonden wij een dienst bij in een oude kerk. Gistermiddag zaten we in de ‘Siepelkerk’ op de Brink in Dwingeloo. Een begrafenis. Zagen we onze vrienden drie weken geleden nog stralend als ouders van de bruid, nu zaten ze er als verdrietige kinderen. De bruid van toen hield nu een klein toespraakje bij het verlies van opa Jan. Het zijn ontroerende bijeenkomsten. Wij zaten in de oude banken in een volle kerk met veel bekende (en ouder geworden) gezichten.

De ‘Siepelkerk’ >>> lijkt wel wat op die van ons in Roden (de Catharinakerk). Met een nergens op gebaseerde trots constateerde ik dat die van ons twee eeuwen ouder is. Maar zij hebben de kerkbanken er nog in staan, terwijl wij in Roden op stoelen zitten. Voor lange mensen (1.82 in casu) is dat trouwens een zegen, ondervonden wij gistermiddag weer eens.
Gistermiddag zongen we, helemaal in de stijl van de overledene, “Een vaste burcht is onze God” uit de bundel van 1938 op de oude melodie. En uit diezelfde bundel “Vaste rots van mijn behoud”.

Vanmorgen zong ik de alt partij bij de cantorij in de Catharinakerk. Een heel andere setting. Allemaal liederen uit het nieuwe liedboek. Met “O, Heer die onze Vader zijt” op een nieuwe melodie. Aan de gezichten van sommige gemeenteleden te zien geen onverdeeld genoegen….

Twee diensten binnen 24 uur . In oude kerken ben ik altijd extra doordrongen van het feit dat wij in een eeuwenoude traditie staan. In 1994 stonden wij met onze jongste op de arm bij het doopvont van Bentheimse zandsteen uit de 13e eeuw. De kerk heeft haar eigen rituelen, die in de loop van de eeuwen natuurlijk veranderd zijn, maar in essentie gelijk zijn gebleven. Het geeft ons houvast op de levensweg. Daar kan een lied uit een bundel van 1938 dus ook aan bijdragen. Evenals een liedje van Elly en Rikkert uit het nieuwe liedboek.

Reageren

Pagina 55 van 57

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén