een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 231 van 309

9 februari: PJAG-kwartet.

Mijn eigen ‘Morgan guitar’

Nu de Catharinacantorij niet meer bestaat doen Gerard en ik wat vaker mee aan ‘ad-hoc’-koortjes. Eén zo’n koortje is het kwartet dat we vormen met Piety (sopraan) Jaap (bas) Ada (alt) en Gerard (tenor). We zijn de door ZWO gevraagd of we met z’n vieren wilden zingen in de  door hen voorbereide vesper op zondag 18 februari, volgende week zondag.

Vanaf half januari komen we op woensdagavond bij elkaar om te repeteren bij ons aan de keukentafel. Ik hoef vast niet uit te leggen dat dat zeer genoeglijke avonden zijn.
Er staat een keyboard op tafel, Piety en ik hebben de gitaar erbij en samen zingen en oefenen we net zo lang tot het er in zit. Woensdagavond hadden we de laatste repetitie: de volgende keer zien we elkaar zondagavond de 18e om 17.30 uur.

Naast het zingen drinken we samen koffie en praten over de meest uiteenlopende onderwerpen. Woensdagavond zat Jaap te vertellen dat hij die dag bij zijn kleinzoons in de klas was geweest; er was ‘Opa & Oma-dag” op school. Ze hadden er best ver voor moeten rijden, maar ze hadden er een tweedaagse trip van gemaakt.
“Anders dan vroeger hoor!” vertelde Jaap; hij schetste hoe het er aan toe ging in de klas van de jongste kleinzoon. “Het gaat allemaal digitaal joh. Ze hebben daar ook zo’n beamer, net als bij ons in de kerk. (Jaap zit in het beam-team; een hippe opa!). Ze zien op zo’n schermpje een ‘k’ en dan komen er vervolgens autootjes langs rijden met letters er op en dan moeten ze het autootje aanklikken waar de ‘k’ op staat.”
Jaap had niet alleen naast zijn kleinzoons gezeten, want die hadden alle vier de grootouders op bezoek in de klas. Hij was leen-opa geworden voor Maarten, waarvan de eigen opa en oma niet konden komen.

Ik lette op Jaap en zag hem met terugwerkende kracht nog genieten.
We kregen het nog even over vroeger, toen hij lezen en schrijven had geleerd. Met het leesplankje; aap, noot, mies. Wat een wereld van verschil. En wat heerlijk dat je als opa en oma zo wordt meegenomen in het leven van je kleinkinderen.

We zaten woensdag zo gezellig te babbelen, dat we bijna vergaten waar we voor bij elkaar zaten. “Kom, we gaan zingen!”
Kom je ook naar ons  luisteren? Zondagavond 18 februari, 19.00 uur in de Catharinakerk op de Brink in Roden.

Reageren

8 februari: Zwaar van tong.

Gisteren schreef ik over mijn Franse spreekbeurt en hoe moeilijk dat vroeger voor mij was omdat ik stotterde.
Als kind heb ik daar veel last van gehad.

Ik kan mij herinneren dat ik op de kleuterschool al ‘spraakles’ kreeg.
Dan moest ik naar een apart kamertje (het kamertje van juf Idzerda) en dan moest ik dingen noemen die op plaatjes stonden.
Appel. Koe. Boom. Het was een hele lieve mevrouw en bij haar had ik nooit zoveel last van dat stotteren.

Achteraf was het bij mij ook geen spraakgebrek; het had alles te maken met zenuwen en zelfvertrouwen.
Het stotteren bepaalde mijn jeugd. Stukjes hardop voorlezen in de klas, spreekbeurt, iets zeggen in de kring: hoe langer ik tijd had om na te denken over wat ik zou gaan zeggen, hoe meer ik stotterde. Daardoor werd ik heel bedreven in het verzinnen van synoniemen en het anders samenstellen van zinnen. Voorbeeld: op zaterdagmorgen ging ik voor mijn moeder naar de supermarkt en stond ik bij Meintjes bij de vleeswaren op mijn beurt te wachten; dan bedacht ik van te voren wat ik moest zeggen.
“Eén ons boterhamworst alstublieft.” Daarna bedacht ik, al wachtend, dat ik dat vast niet kon zeggen “Mag ik wel één ons boterhamworst?” was vast gemakkelijker. Hoe langer ik daar weer over nadacht, hoe moeilijker die ‘m’ in mijn gedachten werd. “Ik wou graag één ons boterhamworst”.

Ada, Lagere School 1970

Toerloos kon ik daar in mijn hoofd mee bezig zijn. Op het moment dat ik aan de beurt was begon ik van de opgelopen, zelfgecreëerde spanning sowieso te hakkelen. De meest nare herinneringen heb ik aan het hardop voorlezen in de klas. Het zweet brak me uit als ik aan de beurt was en ik hoor nog het onderdrukte geginnegap van de andere leerlingen als ik er weer eens niet uit kwam.
Toch werd ik daar niet echt mee geplaagd; als ik al werd nageroepen ging het over mijn lengte (is ’t kold daorboven?) of mijn haarkleur ( Hé, witte!)
Het stotteren werd voor mijn twintigste langzaam minder. Ik kwam er achter dat ik niet stotterde als ik zong. Verder gaf het zingen mij meer zelfvertrouwen; bij het praten in groepen en werd ik rustiger en lette ik beter op mijn ademhaling, net als bij het zingen eigenlijk.

Bij de jeugdclubs van de kerk was het de gewoonte dat we tijdens een jaarfeest toneelstukjes opvoerden en als clublid was het min of meer verplicht dat je daaraan meedeed. Toen ik 13, 14 jaar was, waren dat voor mij bezoekingen. Bibberend stond ik achter de coulissen te wachten tot ik op moest, met maar één grote angst: als ik maar niet stotter! De andere kinderen die met mij achter die deur stonden waren ook zenuwachtig.
Dat vond ik altijd heel gek: als je nou niet stottert, waar ben je dan zenuwachtig voor!

What does n’t kill you makes you stronger; een waarheid als een koe.
Toen ik het stotteren onder controle kreeg nam mijn zelfvertrouwen toe en podiumangst heb ik bijna niet meer.
Want als je nou niet stottert……

Reageren

5 februari: Tikkie, jij bent um!

Gistermorgen was de ‘Ik-zie-jou’-viering in Op de Helte.
Voor de eerste keer met medewerking het ‘Af&Toe-koor’; ik schreef er eind januari al eens over. (zie >>>)
Zo’n laagdrempelige viering begint al anders dan anders: eerst koffie.
Ontmoet en groet zeg maar. De zangers waren er vanmorgen al om 08.45 uur om in te zingen, dus de koffie viel bij ons goed in de smaak.

Voordat de kinderen naar de kindernevendienst gingen leerden ze van de dominee een nieuw spelletje: Elisa-tikkertje. Eén kind was Elisa en alle anderen speelden dat ze ziek waren, ze hadden bijvoorbeeld een zeer been. Als je dan getikt werd door Elisa was je been weer beter. Sommigen konden nog verrassend hard lopen met hun zere benen voordat ze getikt werden……

Er waren wat bijzondere elementen in deze viering. Om te beginnen zagen we een video die prachtig in beeld bracht wat ‘Omzien naar elkaar’ in de praktijk kan betekenen.
(klik hier >>> om naar de video te gaan).
Verder werd de eerste schriftlezing gedaan in ‘vertel- vorm’: twee mannen zitten op het podium en de één vertelt het verhaal van Elisa aan de ander. (Ook benieuwd naar het verhaal? Klik hier 2 Koningen 4: 8-21 >>>  voor het voor het verhaal zoals het in de basisbijbel staat.)
De schriftlezing uit het nieuwe testament kwam tot ons in hoorspelvorm. (Bijbeltapes).
De overdenking begon met een interactief moment: organist Arjan werd ondervraagd over zijn werk bij een letselschadebedrijf. De kern van zijn verhaal was dat schadevergoeding begint met erkenning van wat het slachtoffer is overkomen.
We leerden vanmorgen dat we ‘um’ allemaal zijn. Kijk naar de ander; waar kun je helpen? Raak hem vervolgens aan, erken de problemen en probeert er voor hem/haar te zijn en de helpende hand te bieden.

Omdat het Af&toe koor er vanmorgen bij was, zongen we een aantal liederen die niet in het liedboek staan. “Laat zo je licht maar schijnen” van Elly & Rikkert zongen we met de hele gemeente in canon. Verder zongen we “With a little help from my friends’ van the Beatles en de gospel ‘We are one in the spirit”, dit alles begeleid door de gitaren van Piety en Fokelien en Arjan Schippers op de piano. Ondanks het feit dat we licht gespannen waren (we stonden per slot van rekening voor het eerst in deze samenstelling te zingen)  ging het zingen goed.
De reacties na afloop waren hartverwarmend. Er was zelfs iemand die vond dat ‘Af&Toe’ wel mocht veranderen in “Wel-wat-vaker”.
De volgende keer dat het koor te horen en te zien is zal op Palmzondag zijn, 25 maart.
Ken je iemand of ben je iemand die ook mee wil zingen in ons koor en met naam en emailadres in mijn kaartenbak wil? Geef het door!

Dan nog even dit: bij  een blog met deze titel hoort natuurlijk dit fimpje, Bert is um! >>>

Reageren

4 februari: Bah!

Gistermorgen werden we wakker in een witte wereld.
Altijd weer sprookjesachtig.
Gerard en ik zeggen dan altijd even tegen elkaar: “Bah….!”

Hiernaast een bladzijde uit Frea’s fotoboek. De foto is genomen in januari 1988.
Voor deze wandeling had ze doodstil op de bank naar buiten staan te kijken naar de vallende sneeuwvlokken. Observerend, zoals kindjes van één jaar dat kunnen. Toen draaide zich om naar mij, zuchtte een keer diep en zei met een ernstig snoetje: “Bah…!”.

Onze tuin ziet er prachtig uit met sneeuw. 
De Koreaanse zilverspar is de zomer een plaatje, maar als er sneeuw valt lijkt het wel een andere boom; winters mooi.
In mei schreef ik een blog over deze boom in onze tuin, kijk voor de aardigheid eens naar de weelde van kleuren toen en vergelijk het met deze ‘winteruitvoering’.
Zomer in mei >>>

Naast sprookjesachtig is sneeuw natuurlijk ook gewoon BAH! Wat een zooi heb je d’r gelijk weer van. Gistermorgen gingen we even met de auto op pad; naar Haren, naar Leek en daarna terug naar Roden. Glibberend over de wegen, pompend remmend en bijna doorschuivend op de rotonde. Maar verkeer op de rotonde heeft voorrang. Was het maar weer mei.

Reageren

3 februari: Nostalgisch zingen.

Donderdagavond loste ik een belofte in.

In september had ik een kavel aangeboden op de ZWO-activiteitenmarkt onder de titel “Een avond nostalgisch zingen”. 7 mensen hadden zich opgegeven, maar 2 moesten afhaken omdat er iets tussen gekomen was en één deelnemer viel op de avond zelf nog  af door overmacht.   Met z’n  vijven zaten we rondom onze keukentafel; 2 verzoeknummers had ik van de deelnemers doorgekregen,  de andere 12 had ik uit mijn eigen archief gezocht.

Wat is nostalgisch zingen?  Het zingen van liederen waar je warme,  nostalgische gevoelens bij krijgt. Whispering hope,  Surabaya, Cent mille chansons,  Yesterday,  De Troubadour: uit volle borst werd het meegezongen. Naast zingen deden we vanavond twee ‘rondjes ‘: 1. Wat is je naam en waar komt die vandaan en 2. Waar ben je geboren en hoe kom je in Roden terecht.  Het leverde prachtige verhalen op en we leerden elkaar wat beter kennen. Surabaya van Anneke Grohnloh hadden we aan het begin van de avond al gezongen, maar tijdens de koffie kwam het verhaal van iemand die tot haar negende in Surabaya had gewoond. Jappenkamp had overleefd, maar toch ook hele goede herinneringen had aan die stad. Aan het eind van de avond zongen we ieders favoriete lied van de avond: toen we op haar verzoek Surabaya nog eens zongen kwam het wel even binnen….

Iemand uit Amsterdam had gekozen voor ‘aan de Amsterdamse grachten’. Zij zong het in plat Amsterdams en zong zelfs één couplet solo.  Wat een leuk lied om zo samen te zingen! We zongen ook een oud Duits volkslied, De Lorelei. Ik vertelde over de Groningse versie van dit lied, De Knaolster Lorelei. (benieuwd? Klik hier voor een artikel over dit lied op de Nederlandse Volksverhalen Bank >>>)  Een van de deelneemsters kende dit lied ook,  van haar moeder, die kwam uit Musselkanaal. Samen hebben we deze Groningse versie voor de anderen gezongen.

Nieuw voor mij was het zingen van ‘Tout les garcons et les filles’ van Francoise Hardy, een verzoeknummer van één van de deelnemers. Donderdagmiddag had ik daar de akkoorden nog bij gezocht; het was wel lastig om de Franse woorden goed uit te spreken en goed op de melodie te krijgen; ondanks meer dan 10 jaar Franse les.

La Mama van Corry Brokken vond ikzelf het hoogtepunt  van de avond.  Met veel gevoel voor dramatiek zongen we met z’n vijven deze vertaling van het emotionele chanson van Charles Aznavour.
Maar onze uitvoering haalde het qua drama niet bij die van Corry Brokken.
Hierbij een link ‘La mama’>>> naar een YouTube-video waarop ze het zingt.
Ga er maar eens goed voor zitten: ademloos kijk en luister je naar deze zangeres.
Over nostalgie gesproken.

….het staat zelfs in de krant!

Mensen, wat hadden wij een fantastische avond; heerlijk!
Samen zingen is zo goed voor je humeur en voor je hart,  het is puur genieten.
Volgend jaar weer!  Ik heb al vier deelnemers voor 2019.

P.S. Vanmorgen kwam de krant met een artikel onder de kop ‘Zingen moet. Zelfs als je het niet kunt.”
Zie je nou wel!?

Reageren

2 februari: Meisje, van harte gefeliciteerd!

Iedereen in mijn omgeving weet dat ik een aanhanger ben van ons koningshuis.
Afgelopen woensdag, toen Beatrix 80 jaar werd, kreeg ik een app van een vriendin: “Meisje, van harte gefeliciteerd met de verjaardag van Beatrix; dat wordt smullen voor de TV vanavond!” Nou, dat was het inderdaad. De hele week al eigenlijk. Het ging er over bij Jinek en Umberto, er stond een mooi artikel over Beatrix in de krant en op internet kwam ook van alles voorbij. Woensdagmiddag belde ik nog even met mijn tante (die waar ik de Oranje-liefde mee deel) die mij nog  attendeerde op de Vijf-uur show, waar ook twee koningshuis-deskundigen waren aangeschoven. Toen konden we het er nog even fijn over hebben.

Het doet ons namelijk erg goed dat we Beatrix zo zien genieten van haar vrijheid.
Dat ze oma kan zijn voor haar kleinkinderen.
Dat ze alleen maar officiële dingen doet die ze écht leuk vindt.
En dat ze zo mooi en waardig oud wordt; geen botox en fillers voor Beatrix.
Ook niet voor Irene en Margriet trouwens. 
Iedere rimpel verdiend en niets om je voor te schamen.
Eigenlijk hoopten tante en ik dat ze na het overlijden van Claus nog een leuke vriend zou vinden, maar dat zit er kennelijk niet in.

Gistermorgen bij de Jumbo trakteerde ik mezelf op een Royalty; ga ik dit weekend even heerlijk voor zitten.
Op internet verschenen gistermiddag wat nieuwe foto’s van Beatrix. We zagen haar ontspannen met haar kleinkinderen (foto boven)  en met haar hond.
Het genieten van het leven in de luwte is haar van harte gegund!

Reageren

29 januari: Broeder Waninge.

Gistermorgen was er een bijzondere viering in Op de Helte.
Er werden nieuwe ambtsdragers bevestigd; Hadewich Schimmel als pastoraal ouderling en ‘mijn’ Gerard als ouderling met een bestuurlijke taak.
Bij de ingang werd iedereen welkom geheten door ds. Walter Meijles en wij werden begroet als ‘broeder en zuster Waninge’. Dan schiet ik al in de lach; het past zo niet meer in de huidige omgangsvormen binnen onze kerk, al voelen we ons natuurlijk wel als één grote familie met elkaar verbonden.

Het was een feestelijk gebeuren gistermorgen. Er was familie (dochters,  schoonzoon,  twee broers/schoonzussen) en het was een mooie viering.
De liederen die we zongen pasten goed bij het bijzondere karakter van de viering en de orgelbegeleiding van Erwin Wiersinga was weer prachtig.
De bijeenkomst begon met een vrolijke noot: er ging iets mis.
(Vind ik stiekem altijd erg leuk; als gemeentelid dan. Als het jezelf betreft is het ineens een stuk minder grappig……)
De dominee kondigde aan dat we Psalm 11 gingen zingen, Erwin speelde ook psalm 11, maar op de beamer verscheen Psalm 111. Na één regel stopte het orgelspel, de gemeentezang was halverwege de regel al in schoonheid gestorven.
Erwin hing vervolgens over de balustrade bij het orgel: “Wat ging er mis?”
De voorganger vroeg aan Erwin: “Wat heb je ingestudeerd?”
Dat is geen goede vraag aan een gelauwerd organist. Kostelijk was zijn reactie: “Ingestudeerd?!? Het is u vraagt wij draaien….”
Daarna zongen we Psalm 111.

In de overdenking vergeleek de voorganger de nieuwe ambtsdragers met de profeten in het oude Israël.  Er waren nogal wat overeenkomsten.
– Een aanvankelijke weerstand tegen de roeping, maar na enige druk toch de schouders er onder zetten.
– Je taak niet voor eigen rijkdom uitvoeren. Sterker nog: het kost nogal wat investering van je eigen tijd en energie en wat je er voor terug krijgt? Je mag hopen dat het in balans is.
– Hun handelen toont hun ware aard.

Na de preek was de korte plechtigheid van de bevestiging, beide ambstdragers lieten een duidelijk ‘Ja’ horen en kregen de zegen.

Bloem van de kindernevendienst. 

De kinderen van de nevendienst hadden een mooie bloem gemaakt voor de nieuwe kerkenraadsleden (het thema van de viering was “Je hoeft niet bang te zijn”) en ze kregen ook een roos ‘gemaakt door  de Schepper’  zoals de dominee treffend opmerkte. Na viering waren er veel felicitaties en goede woorden van  de andere gemeenteleden.
Na de koffie namen we de familie nog even mee naar huis voor een drankje en om nog even na te praten.
Zwager Jan vond één lied qua tekst bijzonder goed bij de viering passen, lied 345 ‘Gij hebt uw woord gegeven’, met name de woorden van het tweede couplet.
Nu ik U heb gegeven mijn woord op deze dag,
geef dat met heel mijn leven ik daarvoor instaan mag, 
dat ik het in mijn daden waarmaak aan iedereen.
Maak zichtbaar uw genade door mij en om mij heen.

Inderdaad, erg toepasselijk.
Maar, broeders en zusters, dat geldt niet alleen voor kerkenraadsleden.

Reageren

28 januari: “Assen calling!”

Zaterdagmorgen rond half 11.
Laat ontbijt, krantje op het aanrecht, Sudoko.
Op de achtergrond Radio 2, Bert Haandrikman.
Druk met cijfers in de weer (als hier die acht komt….) hoor ik opeens een heel bekende stem roepen: “Assen calling!”
Dat kan maar één zijn: Sinet.
Eén van de acht.
Van de vriendenclub van Hoogersmilde.

Sinet doet mee aan de quiz “Be-ja of Be-nee” over onze vorige koningin prinses Beatrix.
Bij het tweede wat ze zegt weet ik zeker dat het onze Sinet is “Douze points!”
Dan is er haar nog niets gevraagd, hè?
Heeft ze zelf al dikke lol.
De eerste vraag heeft ze fout, maar de andere 5 allemaal goed, dus ze wint een aantal prijzen. Voorwaarde is dat ze kaartje stuurt aan onze oude vorstin omdat die woensdag 80 wordt.
Tuurlijk, dat zie ik haar zo doen.

Sinet is op de radio precies dezelfde als met de vrienden onder elkaar.
Ze zat ook al eens bij Gerard Ekdom in het programmaonderdeel Dokter Pop en ook op Radio Drenthe was ze al regelmatig te horen.
Gistermorgen feliciteerde ik haar via de groeps-app.
Leve de koningin!
Leve Beatrix!
Bravo Sinet: trots op je.

Reageren

27 januari: Stof in de wind

Gistermiddag had ik een afspraak bij de kapper in Een. Het was goed weer, dus ik ging op de fiets.  Je fietst dan door een mooi stukje wereld in de kop van Drenthe, met (een beetje  verscholen in de bossen) het prehistorische hunebed D1.
Meer weten? Op de website ‘Hunebedwijzer’>>> vind je alle informatie.

Altijd als ik daar langs fiets ben ik doordrongen van het feit dat hier 5 eeuwen geleden al mensen woonden.  Dat gevoel is alleen maar sterker geworden door het boek ‘Dricka en de nomaden van de kwelder’ dat ik eind 2015 las. Benieuwd naar Dricka? Lees dan mijn blog van 12 januari 2016 Hier. In Roden. Maar dan 5000 jaar geleden >>>
Sindsdien heb ik er zelfs beelden bij in mijn hoofd en realiseer ik me hoe zwaar het leven was voor de mensen die in die tijd leefden. Overleefden zeg maar.

Op de terugweg maakte ik een foto van het hunebed vanaf de weg.  Je kunt het nu als je vanaf Een komt nu goed zien liggen omdat er geen blad aan de bomen zit.

Even mijmeren…..

Ik fietste er naar toe, maakte nog een foto van dichtbij en stond nog even te mijmeren naast m’n fiets. Toen werd de rust verstoord door schreeuwende  hondenuitlaters en stapte ik weer op.

Tijdens het tochtje onderweg naar Roden kwam het lied ‘Dust in de wind’ van Kansas op de oortjes voorbij. “All we are is dust in the wind” zingen ze.
Same old song, just a drop of water in an endless sea
All we do crumbles to the ground though we refuse to see
Dust in the wind, all we are is dust in the wind

(vertaling: Hetzelfde oude liedje, slechts een druppel water in een eindeloze zee
Alles wat we doen verkruimelt, hoewel we het niet willen zien
Stof in de wind, alles wat wij zijn is stof in de wind.)

Kippenvel kreeg ik er van. En dat kwam niet van de buitentemperatuur.
Nooit had ik me verdiept in die tekst en vanmiddag ineens kregen de Engelse woorden die ik al zo lang meezing betekenis.
Het deed me denken aan een regel uit Jesaja 40: “In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op de weegschaal”.
Luister hier >>> naar Kansas ‘Dust in the wind’.

Reageren

26 januari: Af&Toe-koor.

Gisteravond zaten we met 14 mensen in Op de Helte; 3 bassen, 2 tenoren 5 sopranen en 4 alten.  En drie gitaren en een tamboerijn.

Het was de eerste bijeenkomst van een nieuw koor in onze PKN gemeente.  Een experiment. Het idee is dat ik een digitale kaartenbak beheer met mensen die wel eens willen zingen in een koor.  Als de gelegenheid zich voordoet en een predikant graag een koor bij een viering wil, schrijf ik een mail naar mijn bestand ‘Kaartenbak Af&Toe’ met de datum van de viering, wat we gaan zingen en op welke data we repeteren.

Wie kan op die data en de uitgekozen liedjes leuk vindt meldt zich aan; bovengenoemde groep dus.  We zaten aan het begin van de avond in een kring om de tafel en het leek wel een verjaardag van de familie Waninge: de mannen bij elkaar en de vrouwen ook. Bij het verdelen van de stemmen kwam dat goed uit.  Gisteravond verkenden we met elkaar de drie liedjes die we gaan zingen.

Leuk was het; ik heb er van genoten. Het zingen heeft een half jaar op een erg laag pitje gestaan door de zorgen rondom mijn moeder. Nu is er weer ruimte voor dit soort activiteiten en ik haal m’n hart er aan op.

Samen zingen, samen lachen en  musiceren. Schutteren met de partijen bij de piano. We hadden midi-files gekregen van Tom om thuis  te oefenen, maar dat had niet iedereen gedaan. We kwamen er trouwens best goed uit; na een uur hadden we de drie liedjes twee keer doorgezongen.  Maandagavond is de volgende repetitie. Eėn bas kan er dan niet bij zijn: een kleine ingreep aan zijn hoofd betekent een dagje huisarrest.  “Kun je maandag als jullie oefenen in de kerkzaal de apparatuur van ‘kerkradio’ aanzetten?  Dan kan ik thuis meezingen.”
Wat zullen wij van deze dingen zeggen? Dat het fijn is dat mensen zo fanatiek zijn en zo graag willen zingen!

Zondag 4 februari gaan we zingen in de Ik zie jou viering om 10.00 uur. We hebben er zin in!
Woon je in Roden en omstreken en wil je in mijn digitale kaartenbak? Je kunt een reageren onderaan dit blog.

Reageren

Pagina 231 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén