een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 232 van 309

25 januari: A normal day

Het thema van deze website laat me regelmatig nadenken over de vraag: “Wat was nou vandaag voor mij van waarde?”
Als je ouder wordt merk je dat het leven nooit alleen maar bestaat uit toppen van geluk.
Bij niemand. Ook al zou je dat met die ‘heppie-de-peppie”-social media van tegenwoordig wel denken.

Er zijn fantastische dagen, hoogtepunten, waar je intens van kunt genieten,
Maar er zijn ook dieptepunten, ook daar moet je mee om zien te gaan.
Vandaag was voor mij een doodnormale dag.
Een kleine opsomming van kleine waardevolle momenten:
– de sneeuwklokjes komen alweer op in de wintertuin.
– de doktersassistente vertelde me dat de cholesterolwaarden prima waren; mooi zo deur gaon.
– Mijn stoere E-bike vervoerde zoals elke week mij én drie zware boodschappentassen en het weer werkte mee. (note bij de boodschappen: twee lege wijnflessen en géén plasje onderin de tas….)
– Verse broodkapjes bij de koffie, Arbeidsvitaminen op de Radio, een paar huishoudelijke klussen en tussendoor even spelletje op de computer.

A normal day is a lucky day.

Meer lezen over zo’n normale dag?
De eerste dag na de vakantie   in de zomer van 2020.
De eerste normale dinsdag  na een corona-lockdown, september 2020.

Reageren

22 januari: De laatste zoetjes.

In mijn huishouden zijn na het overlijden van mijn moeder nogal wat boodschappen opgenomen. Pakjes, zakjes, doosjes, flesjes…..we zijn nu drie maanden verder en af toe gooi ik een verpakking weg waarvan ik denk: “Die kwam nog bij ma uit de kast.”
Er was één doosje dat ik iedere dag in de handen kreeg: de zoetjes.
Die had mijn moeder al best lang: ik was de enige die zoetjes gebruikte, dus die raakten niet op. Toen ik ze mee naar huis nam was het half november. Vorige week zei ik nog tegen Gerard: “Het busje lijkt het kruikje van de weduwe van Sarfath wel …….de inhoud schijnt  onuitputtelijk te zijn.”
Maar vanmorgen nam ik de laatste twee zoetjes in mijn kopje thee.

Gistermiddag waren we bij mijn moeders broer, mijne ome Henk, op de thee. We haalden herinneringen op en bekeken samen met hem en mijn tante ons fotoboek van het laatste jaar. Mijn moeder kwam regelmatig voorbij, maar je zag haar gedurende het bladeren op de foto’s steeds zwakker worden. Het is goed om het er dan nog even met elkaar over te hebben. Over haar huisje dat nu zo tevreden bewoond wordt door de nieuwe bewoonster. Over hoe goed mijn moeder het heeft gedaan nadat mijn vader is overleden. Over oude familieverhalen en over honderd-en-één andere ditten en datten waar je zo fijn met je familie over kunt praten.

Nu staat mijn eigen Natrena-zoetjes-doosje weer bij de suiker en de koffiemelk.
Weer een stukje.

Reageren

21 januari: Een sobere viering in Roderwolde.

Spekglad was het vanmorgen.  Wij hadden het plan opgevat om in Roderwolde naar de kerk te gaan; daar is één keer in de maand een ‘ochtendgebed’ in plaats van een gewone viering. Dit wordt gedaan omdat de kerk (in verband met minder predikanten) anders te vaak op zondag dicht zou zijn. Glibberend maar zonder ongelukken kwamen we aan.

Door onze Hoogersmildiger achtergrond voelt het  kerkje altijd vertrouwd. Het kleine orgel,  de houten banken,  de klok waarvan je het touw hoort schuren en de collectezak aan een steel met een belletje er aan; waar dus ook nog mee ‘gehengeld’ wordt langs de kerkgangers. Ons kent ons in deze gemeenschap. Schijnt de zon door één van de kerkramen hinderlijk  in je ogen, dan loop je zelf even naar voren om het gordijn dicht te doen. Dat deed de man die twee banken voor ons zat; hij gebaarde even naar de anderen “Die ook?” Ja, die ook.

“Wat is eigenlijk een ochtendgebed?” vroegen wij ons af.  We kregen een papiertje met de orde van dienst en constateerden dat het een sobere viering is, georganiseerd door gemeenteleden. Er werden enkele liederen gezongen,  de schriftlezing werd uit twee vertalingen voorgelezen, er werd gebeden, gecollecteerd en af en toe was er stilte,  een moment van bezinning. Het deed me denken aan wat vroeger door monniken in kloosters werd gedaan: de metten. Meer weten van de metten? Zie metten >>>

Geen preek of andere meningen, alleen een paar verzen uit de bijbel en alle ruimte voor eigen interpretatie. Vanmorgen lazen we het gedeelte uit Marcus waarin Jezus Simon, Andreas, Jacobus en Johannes roept.  Ze gooien hun netten neer,  laten iedereen achter en volgen hem.  Ik vroeg me af wat voor impact het op mijn leven zou hebben als ik dat zou doen. Zou ik dat doen?

Bijzonder in Roderwolde is het klokgelui tijdens het Onze Vader; een mooie traditie. Mensen in het dorp die niet in de kerk zijn,  weten dan dat op dat moment het Onze Vader wordt gebeden.

Na de viering (die maar een half uur duurde) was er koffiedrinken in het jeugdgebouw.
Dat was uitermate gezellig: we spraken wat oude bekenden, maakten kennis met mensen die we nog niet kenden en dronken ondertussen twee koppen koffie. Dat koffiedrinken duurde langer dan hele viering. Toen we naar huis gingen was het al lang niet meer glad…..

Reageren

20 januari: In alle rust….

Wij zijn aan het rommelen in huis. Carlijn woont al sinds augustus samen met haar Wim in Groningen en haar grote kamer wordt MIJN kamer; een eigen kamer voor mevrouw. Gerard heeft al een eigen kamer, dat is de oude kamer van Harriët, maar bij hem heet die kamer ‘kantoor’. Zo gaat die van mij natuurlijk niet heten. Kantoor heb ik op mijn werk wel.

Het is leuk om te bedenken wat ik dan allemaal in die kamer ga neerzetten en hoe ik hem zal inrichten. Van de week hebben Gerard en ik behang, verf en saus uitgezocht en sinds vorige week is Gerard in de kamer bezig: behang van de muren, schuren etc.

Mijn yoga-oefeningen doe ik tegenwoordig in Gerards kantoor, want in de grote kamer van Carlijn is het nu erg ongezellig.
Meestal is dat ’s morgens heel vroeg. Op mijn telefoon staan wat bestanden met mijn favoriete, voor de yoga rustige muziek en zo begint mijn ochtend altijd kalm.
Dat was ook vanmorgen de bedoeling. Maar Gerard had zich voorgenomen om voor de koffie ‘al iets te doen’, dus toen the Brothers Four heel zacht zongen “Come to my bedside my darling” begon Gerard in de andere kamer een klein stukje van de deur af te schaven met een schaafmachine. Want die deur klemde een beetje.

JIIIING! JEENNGG!
De lieverd zei dat hij uit voorzorg de deur al even dicht had gedaan……

Het is voor het goede doel.
En het wordt prachtig.
Weet je niet wie the Brothers Four zijn?
Kijk dan op ‘Mijn kant van het bed’ >>> en Where are you going my little one? >>>

Reageren

19 januari: Yoga met een verhaaltje.

Toen mijn moeder in haar laatste jaren steeds meer zorg en aandacht nodig had, stopte ik met de yoga-lessen die ik volgde bij de sportschool op maandagochtend; in december 2016 was dat.
Nu mijn leven weer in een wat rustiger vaarwater is gekomen wilde ik het weer oppakken. Vriendin Bea vertelde over een yoga-clubje waar zij bij zat: een combinatie van yoga en pilates. Dat ging ik ook eens uitproberen.

De vorige yogalessen en deze zijn niet met elkaar te vergelijken.
De entourage is eerst al heel anders; we doen onze oefeningen niet in een hippe sportschool, maar in de oude gymzaal van de voormalige basisschool in Roderesch.
Verder is het groepje deelnemers kleiner en onze yoga-juf Trijntje gebruikt geen microfoon en staat niet op een podium. Verder is de muziek erg aangenaam: hele rustige gitaar- of pianoklanken.

Bea had al gezegd dat de oefeningen iedere week anders zijn; vorige week volgden we inderdaad een heel ander programma dan vanmiddag. Nu kregen we allemaal een stok waar we verschillende oefeningen mee deden.
Het enige dat niet anders is ben ik zelf: ik ben er nog steeds niet heel goed in.
Ondanks mijn dagelijkse yoga-riedeltje stond ik ook vanmiddag weer te schutteren. De oog-hand-been coördinatie was niet in orde; “nu  linkerbeen over de stok zwaaien, rechter hand stok vasthouden en nu afwisselen.” Als Trijntje het zegt en voordoet lijkt het heel eenvoudig, maar dat is het met rechts en links nooit voor mij.
Verder moesten we achterover rollen en proberen met onze voeten de grond te raken.
Het rollen ging goed, prima zelfs, maar toen mijn voeten de grond raakten kraakte er iets in mijn nek. Die beweging had ik kennelijk jaren niet gemaakt, dus dat kraken was vooral ongewoonte.

Er wordt hard gewerkt tijdens de les, maar aan het eind mag je ontspannen. 
De les wordt afgesloten met een klein verhaaltje. Vanmiddag las juf een verhaal voor van Toon Tellegen over de tor en de krekel.  Voorgelezen worden; wat heerlijk!
Wel moet ik er voor waken dat ik aan het einde van een drukke week niet in slaap sukkel tijdens de ontspanningsoefeningen.

Na afloop is er een kopje thee (gember-citroen: nog nooit gehad!) en zitten we even gezellig een kwartiertje te beppen.
Het komende half jaar ga ik deze lessen volgen.
Tenminste…. als mijn nek dat met mij eens is.

Weten hoe die yoga er bij de sportschool uitzag? Lees Yoga (3) >>>, op die pagina staan ook linken naar Yoga (2) en Yoga (1).)

Reageren

18 januari: Goede wensen.

Zo halverwege de januarimaand lijkt kerst alweer heel lang achter ons te liggen,  maar eigenlijk is het nog maar 4 weken geleden dat er iedere dag een aantal kerst- en nieuwjaarsgroeten op de mat lagen.
Goede dingen werden ons toegewenst; een gezond en gelukkig 2018 was de strekking.

De kaarten zette ik allemaal in de kast. Af en toe vielen ze als domino-steentjes om en begin januari was ik er alweer helemaal klaar mee. De kaarten heb ik verzameld en allemaal in twee grote glazen vazen gedaan: kleurige accessoires in de vensterbank, een goede vervanging voor de ballen, slingers en kaarsen van de kerstvakantie.

Maar niet iedereen stuurt een papieren kaart; we kregen ook nogal wat digitale wensen.
Op één daarvan, van een website-collega, stond een mooie quote die me erg aansprak en die inmiddels ook in mijn ‘deze-moet-ik-bewaren’-schrift staat.

Geluk is de kunst een boeket te maken met de bloemen waar je bij kunt.

We wensen elkaar rondom de jaarwisseling allemaal een gelukkig nieuw jaar.
Maar waar wordt je gelukkig van?
Bovenstaand tekstje noemt geluk een kunst.

Al eerder schreef ik op deze website over geluk.
Benieuwd? Lees dan Wat is nou geluk? (december 2017)  en Sommige mensen. (maart 2017).

Reageren

17 januari: Nu weet ik het weer.

De dag begon anders dan anders vandaag.
Voor het werk aan moest ik bloedprikken bij Certe en dat kan pas om 07.30 uur.
Zit ik normaal gesproken al om 07.00 uur in de auto, nu zat ik eerst in de wachtkamer met een blauw nummertje 76.
Doodse stilte.
Alleen als er iemand binnenkomt of weg gaat ‘Moi.’

Er waren maar vijf mensen voor mij, dus ruim voor achten stond ik al weer buiten.
Dan mag je ontbijten; heerlijk! Dan geniet ik extra van mijn beschuitje en kopjes thee. Kwart over acht stapte ik de deur uit: moest ik nog krabben; de autoruit was besneeuwd en aangevroren.
Dankzij Sinterklaas ben ik nu in het bezit van een ijskrabber met een handschoen erom heen en kunstbont er in.
De sneeuw krulde net als anders over de krabber heen, met dit verschil dat ik nu geen koude, natte hand meer had.
Dat je op de vroege morgen zo blij kunt worden van kleine dingen!

Eenmaal op weg naar Groningen kwam ik in een wereld die ik niet echt ken: filerijden, langzaamrijdend en stilstaand verkeer.
Vanaf Roden zag ik één lange sliert van rode lichtjes voor mij.
Remmen, optrekken, kolonnerijden.
De snelweg ging ik maar niet eens op…. halverwege Peizermade stonden we al stil.
Op de rotonde bij het nieuwe busstation bij Hoogkerk kun je nu rechtsaf naar de nieuwe woonwijk Ter Borgh.
Dan kom je van de andere kant achter het Martiniziekenhuis terecht.
Wel een ommelandse reis vergeleken met de snelweg, maar nu kon ik in ieder geval doorrijden. De foto links is denk ik alleen interessant voor mensen in Roden en omgeving: de groene lijn is de route over de snelweg en en rode lijn is over de Ter Borchsingel.

Om 09.00 uur begroette ik mijn verbaasde collega’s: “We dachten al dat je ziek was!”
Nu weet ik weer waarom ik op werkdagen mijn wekker om 06.00 uur heb staan.

Reageren

16 januari: Het komp met de jaoren…..

Nou bin ik toch al ruum boven de vieftig, maor of en toe zo’j dat niet zeggen.
Soms stao ik van mien eigen stommigheid te kieken.

Maondagmorgen.
Bosschuppen doen.
Briefie maken, lege flessen in een grote, gele Jumbo-tasse.
Een lege wienflesse en een lege portflesse; wij waren het weekend thuus.
Twee puuten met olle kleren veur ’t Leger in de fietstassen, tasse met lege flessen, bosschuppenbriefie en portemonnee an ’t stuur.
Eem bij de dokter langes, ik mus een Certe-formulier ophalen.

De twee puuten met olle kleren gooide ik in de daorveur bestemde containers; toen kun die bungelende tasse an ’t stuur mooi eem in de fietstasse.
Op het moment dat ik de Jumbotasse op de zied in de fietstasse prop denk ik: “As d’r nou nog een ressie wien of port  in die flessen zit löp het mij in de tasse…’
Toen ik de flessen in glasbak gooide zag ik het al: een klein rood plassie under in de tasse.
Het bosschuppenbriefie was de klos, mien portemonnee een klein beetie en het Certeformulier bleef net dreug.

Kopschuddend over zoveul stommiteit op de maondagmörgen poets ik mien portemonnee schoon met een old zaddoekie dat nog in de jasbuze zit en ik dep de tasse dreug.
Dan loop met een rose/vlekkerig briefie de winkel in. As ik bij de kassa de tasse lös doe um ’t spul d’r in te doen slag mij de wien-walm tegemoet.
Gelukkig stiet d’r gieniene echt dichtbij mij.

Van de weke moet ik met dat formulier hen Certe.
Gelukkig zit daor gien vlekken op; wat een indruk maak ie dan a’j joen cholesterol moet laoten controleren.

Nou: spanning en sensatie op de maondagmörgen.
En het argste is: het was niet iens de eerste keer dat mij dit overkwam; leeftied hef niks met verstaand te maken.
Ok al zegt ze dat dat met de jaoren komp.

Reageren

15 januari: Niet helemaal bij de les. Helemaal niet eigenlijk.

Vorig jaar gingen we op zondag 15 januari even naar mijn moeder voor een kop koffie.  Op 15 januari 1960 waren ze getrouwd (zie 2015 >>>),  maar sinds mijn vader was overleden was er weinig feestelijks meer aan de datum. Maar het werd nog altijd wel even benoemd; soms  haalden we wat herinneringen op, maar soms was ook alleen er zijn al voldoende. Nu staat hun mooie trouwfoto in onze kast en hoeven we niet meer naar Hoogersmilde.

Daar dacht ik aan toen we gistermorgen in de Catharinakerk zaten. Het verhaal van de  bruiloft te Kana stond centraal. We zagen een mooie foto van Willem Alexander en Maxima op hun trouwdag en we hoorden het verhaal uit het boek van Winnie de Poeh over Teigetje die gaat trouwen met het bos. Verder werd natuurlijk het verhaal voorgelezen over de bruiloft waar de wijn op was.

Het overkomt me niet vaak,  maar gisteren kon ik mijn aandacht niet goed bij de viering houden.

Eerst werd ik al bepaald bij de bovengenoemde trouwdag van mijn ouders waarbij mijn gedachten met me op de loop gingen.  En toen de voorganger aan zijn overdenking begon,  veronderstelde hij dat Maria al wist wat Jezus in zijn mars had. Net zoals moeders van nu soms al in hun kinderen zien waar hun sterke punten liggen en wat ze daarmee in het leven kunnen doen. Toen dwaalden mijn gedachten naar onze dochters en popten er daarna weer allerlei zijstraatjes op  in mijn hoofd. Flarden van het verhaal van de predikant kreeg ik mee, maar ik kwam er niet goed in.  Zelfs het zingen ging minder als anders, het leek wel of ik er niet helemaal bij was.  Dat is jammer maar niet onoverkomelijk; van anderen hoor ik dat iedereen daar wel eens last van heeft.

Wat ik mee zal nemen uit deze viering is de opmerking van de dominee over onze eigen rol. Net als bij Maria en Jezus verwachten mensen soms iets van ons. Er zijn genoeg situaties in mensenlevens waarbij de wijn even op is. Kun jij niet….? Kunnen wij niet?

De preek niet gehoord en er toch iets van meenemen. Dat was al eens eerder gebeurd, heel toevallig ook met het verhaal van de bruiloft te Kana als thema. En met bijna dezelfde conclusie:  omzien naar elkaar,  luisterende oren bieden en je handen laten wapperen. Benieuwd naar dat verhaal?  Zie 18 januari 2015 >>>. Toen zongen we nog met de Catharinacantorij!

Reageren

11 januari: Weer een stukje.

Vanmiddag ging ik op bezoek bij mij schoonzusje in Hoogersmilde.
Kwam ik vorig jaar minstens eens per week in het dorp van mijn jeugd (voornamelijk bij mijn moeder), de afgelopen weken ben ik welgeteld één keer over ‘de Smilde’ gereden.
Voordat ik aan de thee zat bij mij schoonzus ging ik langs bij het appartementencomplex waar mijn moeder heeft gewoond.
Bij de bel stond inmiddels een andere naam en je kon aan de gaten in het kozijn zien waar mijn moeders sleutelkluisje had gezeten.
In Roden had ik een voorjaarsbloemstukje gekocht en dat bracht ik naar de nieuwe bewoonster van mijn moeders huisje; ze waren met de hele club aan het koersballen en de nieuwe mevrouw deed al dapper mee.

Ze nam me even mee naar haar nieuwe huis; ‘kom maor eem binnen’.
Met een dubbel gevoel stapte ik over de drempel. De vloerbedekking was vervangen door laminaat, de meubels waren van blank hout en het was lichter en ruimer dan toen mijn moeder er woonde.
Het was vervreemdend om daar te zitten en tegelijkertijd was het ook goed.
De nieuwe bewoonster was erg content met haar nieuwe plekje; op het kaartje bij het bloemstuk had ik gezet dat we hoopten dat ze met net zoveel plezier in het huis zou wonen als mijn moeder. Ik liep nog even mee naar de koersballers en wenste iedereen ‘nog de beste wensen’.

Na de thee ging ik nog naar de begraafplaats in Hoogersmilde.
De enige krans die nog op het graf lag was bijna vergaan; bruin en stokkerig zag het er uit. De krans heb ik weggegooid, daarna zag het er maar kaal uit. De cementen balk waar de steen straks op komt lag tegen de kant; op het zwarte zand zal straks weer gras groeien.
In mijn eentje op het kerkhof overvalt mij altijd een wat verloren gevoel. Het is er stil en je wordt overspoeld met herinneringen aan die vele keren dat we hier al bij diverse begrafenissen zijn geweest.
Toen ik me omdraaide trof me het prachtige uitzicht. Dat zal niet iedereen met me eens zijn, maar als je in Hoogersmilde bent opgegroeid is de aanblik van de televisietoren en het oude Joodse kerkhof ‘een mooi gezicht.’ (klik op de foto voor een vergroting).

Vandaag sloot ik weer een stukje van het rouwproces af. De volgende keer als ik het graf bezoek zal de steen er op staan.
Maar voor mij zijn mijn ouders daar niet.
We houden de herinnering aan hen levend met verhalen, foto’s en dierbare spulletjes.
Mijn moeder zit in het verhaal van onze dochter die het fornuis van haar heeft gekregen.
“Ik maak het steeds heel goed schoon; het is immers van oma geweest!’
Op m’n werk drink ik uit haar koffiekopjes.
En als we een chocolaatje nemen, pakken we dat van haar schaaltje.
We koesteren de herinneringen; sweet memories.

Reageren

Pagina 232 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén