een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 93 van 311

1 mei: Eén dag eensgezind.

Gisteren was het 10 jaar geleden dat Willem Alexander koning werd.
Tot 2013 was Beatrix koningin; tot het moment dat zij haar aftreden bekend maakte was er in de media kritiek op haar en werd er gezeurd.
Te afstandelijk, geen warme persoonlijkheid, een hooghartige majesteit.
Nu Willem Alexander tien jaar koning is zijn er weer bergen kritiek.

Veel te gewoon, geen afstand, jetset gedrag, sociale blunders, je hoeft de krant maar op te slaan en het gaat er over.
In de praatprogramma buitelen de zure deskundigen over elkaar heen.
De meesten hebben een boek geschreven over het koningshuis en hopen door hun deelname aan zo’n show nog wat extra boeken te verkopen.
Wat Willem Alexander ook doet: het is niet goed of het is verkeerd. Of in ieder geval had het anders gemoeten.
Hij werkte mee aan een podcast met Edwin Evers en wat gebeurt? Hoon is zijn deel.
“Bedacht door de RVD, niet spontaan, wat een slecht idee.” hoorde ik letterlijk iemand zeggen. Toen ik vroeg of de spreker al een aflevering van de podcastserie had beluisterd was het antwoord “Nee. Maar naar wat ik er over lees in de media stelt het niet zoveel voor.”
Terwijl ik het heel leuk vind! Iedere donderdag kijk ik weer uit naar het volgende deel; het medium podcast is juist heel geschikt voor Willem Alexander, omdat het een soort radio is. Er zijn geen camera’s bij en dat zorgt voor een ontspannen sfeer tijdens de gesprekken. Dan vind ik het jammer dat de algemene tendens op voorhand al negatief is.

Ik beschouw mijzelf als een voorstander van het koningshuis.
Ons koningspaar vertegenwoordigt naar mijn mening Nederland op een goede manier in het buitenland en ze proberen er te zijn voor iedereen, voor het hele volk.
Maar het moet wel een beetje te doen blijven voor het koninklijk gezin.
Misstappen worden hen nog jaren nagedragen, hun positieve inzet voor Nederland wordt amper opgemerkt en ondertussen wordt er een meisje van 19 zo bedreigd, dat ze niet eens een normale studententijd kan beleven.
Wij hebben drie dochters uit zien vliegen en weten hoe fijn het is dat ze onbelemmerd hun vleugels konden uitslaan.

Inmiddels ben ik zo ver dat ik denk: wat doen we die mensen aan?
Moeten we dit nog wel doen?
Willem Alexander heeft wel eens gezegd dat hij koning blijft zolang er draagvlak is in Nederland.
Ze mogen van mij hun onderdanen blijven ‘verbinden, aanmoedigen en vertegenwoordigen’, maar het moet ook voor hen te doen zijn.

Op koningsdag zat ik in Casa Grada met een grote, oranje roomsoes naar de beelden uit Rotterdam te kijken.
Wat een feest! Burgemeester Aboutaleb zei: “364 dagen per jaar verschillen we in dit land over van alles van mening. Dit is de enige dag waarop we als Nederlanders eensgezind zijn: we vieren samen koningsdag!”
Ik hoop dat we nog heel lang ‘het oranjefeest’ mogen vieren.
Want Nederland zonder koningshuis? Zonder de franje van Oranje?
Je weet pas wat je mist als het er niet meer is.

Reageren

30 april: Een streling voor het oor.

De waarde van de dag is vandaag een cadeau dat we kregen in de kerkdienst vanmorgen.

Johann Sebastian Bach

Door onze vakantie van afgelopen week had ik me helemaal niet beziggehouden met de viering van vanmorgen. Tot mijn grote verrassing zag ik dat er een cantate van Bach op het programma stond, uitgevoerd door koor en orkest van de Asser Bach Cantategroep.
De cantate BWV 146 “Wir müssen durch viel Trübsal” zou in de dienst worden opgenomen, voorganger was Sijbrand van Dijk.
Deze cantate is geschreven bij een tekst uit Johannes 16, waar Jezus zegt: ‘Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen’.
Dat hoor je terug in de muziek en de teksten: eerst luister je naar het Trübsal (moeilijkheden, tegenspoed, beproevingen), maar het stuk eindigt vreugdevol: ‘Wie will ich mich freuen’.

Toen we even voor tienen in de kerk gingen zitten zag ik op de orde van dienst ook solisten staan; en geen countertenor, maar tot mijn grote genoegen een vrouwelijke alt: Elske Tibben.
Het eerste stuk van de cantate ‘Sinfonia’ deed me een beetje denken aan het gelijknamige eerste stuk van de Bachcantate ‘Ich habe meine Zuversicht’ dat ik een tijdje als ringtone op mijn telefoon had. Het is heel moeilijk om zo’n stuk als koor, orkest en organist goed onder elkaar te krijgen: je raakt elkaar in de brij van noten zomaar kwijt, maar dirigente Marion Bluthart had de touwtjes stevig in handen.
Wat het lastig maakte was dat organist Wietse Meinardi met zijn rug naar de dirigente toe zat, maar dat was opgelost door een koptelefoon en een eigen camera die beeld en geluid synchroon in zijn oren liet horen.
En wat zit je dan te genieten dat het goed gaat!

De solisten waren jonge mensen met evenzo jonge stemmen.
Moeiteloos haalden ze de hoge noten en vulden de kerk met hun prachtige zang.
Bach laat altijd een paar instrumenten samen ‘zingen’ met de solisten en vanmorgen hoorden we violiste Josien Rijkmans en alt Elske als het ware een duet zingen.
Met zulke mooie muziek krijg ik ‘Matthäusachtige’ gevoelens: de fluit die samen met de sopraan Aaike Nortier het ‘Ich säe meine Zähren’ ten gehore bracht en het mooie duet van tenor Twan van der Wolde en bas Jitze van der Land ‘Wie will ich mich freuen’. Minder bekende werken dan ‘Erbarme Dich’, maar ook een streling voor het oor.

Natuurlijk was er ook een preek vanmorgen, maar er ging voor mij nog meer zeggingskracht uit van een kort gesprekje dat ik had met iemand na de kerkdienst.
Hij had troost geput uit de mooie muziek, maar vooral ook uit de preek. In het verleden was een kind van hem overleden wat onnoemelijk veel verdriet had veroorzaakt. Daarna waren er nog twee kinderen in hun gezin geboren; vanmiddag kwamen ze allemaal bij hem en zijn vrouw langs; ‘wie will ich mich freuen’.
Trübsal en Freuden horen allebei bij het leven.

Wil je preek toch even horen? Of ook even genieten van de cantate?
Je kunt de viering terugluisteren via Kerkomroep: PKN Roden, Op de Helte, 30 april, 09.46 uur.
Meer weten over de Asser Bach Cantategroep? Hierbij een link naar hun website.

Reageren

29 april: Frank. Voor Ina.

Na onze vakantie in  Westerbork lag er een rouwkaart bij de post op de deurmat. Soms weet je al dat iemand niet lang meer te leven heeft, maar dit overlijden was onverwacht.

Harmke Catharina / Ina
1961 – 2023.

Het nichtje uit de familie Boelen waar ik mijn hele jeugd mee optrok.
In het begin omdat we van dezelfde leeftijd waren; onze moeders lieten ons bij elkaar logeren.
Later omdat we het samen erg goed konden vinden.
Dat we nichtjes waren was overigens onze enige overeenkomst.
Zij was koperrood,  ik was blond; onze moeders waren zussen maar wij leken op onze vaders.
Haar ouders gingen niet naar de kerk,  de mijne wel.
Zij praatte plat Emmercompascuums, ik plat Smildigers, maar we verstonden elkaar prima,  letterlijk en figuurlijk.
Ik vond school en leren leuk,  zij helemaal niet .
Zij vond huishoudelijke klussen fijn om te doen,  ik had er een broertje dood aan.
In mijn handen had ik altijd een haak- brei- of borduurwerkje,  zij snapte niet wat ik er aan vond en zelfs onze muzieksmaak kwam niet overeen: ik volgde de Top 40 op de voet, zij had oudere zussen en luisterde naar heel andere muziek, Frank Ifield bijvoorbeeld. Brrrr.

En toch: kop en kont. Giebeldegiebel samen door de puberteit.
Samen logeren bij elkaar, bij tante Trijn, opa en oma Boelen en oom Albert en tante Lammie.
Samen op vakantiespelweek en samen naar het Blauwe Meer: zwemmen, geiten en flirten.
De eerste keer dat ik  op vakantie ging zonder mijn ouders was met Ina: twee weken stonden we samen op een camping in Ommen.

Toen Gerard en ik in 1983 trouwden was ze er de hele dag bij als vriendin van de familie, maar daarna liepen onze levenswegen steeds verder uiteen. Allebei werk,  gezin, kinderen; we zagen elkaar nog op familiedagen en feestjes en af en toe gingen we een dagje met z’n tweeën op stap: winkelen,  koffiedrinken en een gezellig etentje.

Ze scheidde van haar eerste man en ging met een nieuwe man in Noord Holland wonen.
Daar ben ik nog een paar keer geweest,  maar het werd niet meer zoals vroeger.
Ze kwam niet meer op familiedagen en ook bij begrafenissen liet ze zich niet meer zien; ze liet de contacten van vroeger bewust ‘verwateren’.

En dan ligt daar een rouwkaart. Wat jong! Wat is er gebeurd?
Ik belde haar zus, nicht Janny.
Ina was zomaar op de bank in elkaar gezakt. Hartverlamming.
Ook de zussen hadden geen noemenswaardig contact meer en waren niet betrokken bij haar afscheid.

Ina s overlijden heeft me behoorlijk beziggehouden. Ze speelde geen rol meer in mijn leven en toch was ik er door geraakt.
Het is iemand die vervlochten is met mijn jeugdherinneringen en deel heeft uitgemaakt van mijn leven.
Dat we uit elkaar zijn gegroeid is niemands ‘schuld’,  zo gaat het in mensenlevens.
Ik koester de herinneringen aan wat we samen hebben gedeeld, een stukje Boelen-familiegeschiedenis dat ik ter herinnering aan haar vandaag deel met mijn lezers.

Bij dit ‘In Memoriam-blog’ hoort een liedje van haar favoriete zanger, Frank Ifield met de toepasselijke titel ‘I remember you‘.

Reageren

28 april: Zilverdraden tussen ’t goud.

Natuurlijk hadden we ons 40-jarig huwelijksjubileum op Gran Canaria al gevierd, maar dat was alleen met de kinderen. We nodigden onze familie en vrienden uit voor zaterdag 22 april in Museumrestaurant ‘De Ar’ in Westerbork voor een gezellig feest met een warm- en koud buffet.  Wij namen die vrijdagavond daarvoor al onze intrek in Casa Grada; we hadden de hele koningsdagweek een voorjaarsvakantie voor onszelf gepland.
Toen ik ons trouwfotoalbum tevoorschijn haalde vond ik voorin het boek de rekeningen van 25 maart 1983: de bloemen, de fotograaf en de zaal waar de bruiloft was.
Heel leuk om even terug te lezen wat het toen allemaal gekost had.  Toen vonden we het allemaal heel duur….

We verrasten onze gasten op 22 april door als ‘bruidspaar van 25 maart 1983’  ten tonele te verschijnen. We hadden de rekeningen van het feest bij ons en deden net of we pas getrouwd  waren. We zagen het fotoboek liggen en complimenteerden de fotograaf van die middag (de vader van Wim)  met het feit dat het boek al klaar was!  Maar hij hielp ons uit de droom: wij waren 40 jaar vooruit in de tijd gestapt en hij was de vader van onze schoonzoon. Schoonzoon?  Hebben wij kinderen dan? Drie!?!  Toen hadden Gerard en ik gelijk al weer discussie: ik wilde toch maar twee? En Gerard eigenlijk vier? Het was heerlijk om toneel te spelen en aan de hand van dat gegeven alle gasten even bij langs te gaan.
Zijn onze broers (Roelof en Henk) nog getrouwd? En wonen we niet meer in Smilde? Waarom niet?!? En natuurlijk moesten we toen nog even met elkaar zingen: de smartlap ‘zilverdraden tussen ’t goud’.
We vroegen de aanwezigen om het vooral luid en hartverscheurend mee te zingen, maar sommigen moesten zo lachen dat zingen niet meer lukte… Toen was het buffet geopend en genoten we met elkaar van een heerlijke maaltijd.

Rond 21.00 uur waren we weer in Casa Grada met de kinderen en verraste Wim ons: zijn vader had een We Transfer bestand gestuurd en we konden alle 387 foto’s die hij die dag gemaakt had bekijken op de tv. En toen kwam de hele dag in afbeeldingen voorbij…de fotoshoot die die middag was gemaakt van ons gezin met het water op de achtergrond, koffie/thee met chocola op het terras, de aankomst van de gasten in ‘de Ar’,  de  cadeautjes en de gezelligheid: wat een rijkdom dat we deze mijlpaal met ‘allen die ons lief en dierbaar zijn’ hebben mogen vieren.

Zondagmorgen de 23e zaten we nog met ons gezin aan een gezamenlijke brunch en na de middag zwaaiden we ze uit en strekte een vrije vakantieweek in Westerbork zich voor ons uit.
Geen werk, geen kerk, geen vaste computer: iemand in onze omgeving noemde het al een korte vakantie in onze ‘datsja’.
Tsja.
Bij ons heet het UBB: ‘uutrusten en bijkommen in Börk”.
Daar is geen woord Russisch bij; of het moet al het boek zijn wat Gerard las deze week…… (zie deze link)

Ook even nostalgisch zwijmelen bij Max van Praag en zijn zilv’ren draden tussen ’t goud?
HIerbij een link naar een YouTube-video.
Wij zongen trouwens maar vier regels…..meer dan genoeg!

Reageren

26 april: Gran Canaria 8 – Playa del Ingles

Het strand van de Engelsen: dat is letterlijk vertaald Playa del Ingles,.
Het ligt een paar kilometer verder dan San Agustin waar wij zaten.
Het is de grootste badplaats op Gran Canaria en staat symbool  voor het massatoerisme.
Deze ‘stad’ bestaat alleen maar uit hotels, appartementencomplexen en bungalows en tussen al dat beton in staan er een paar winkelcentra die aan elkaar zijn verbonden door een eindeloze boulevard.
Dit  strandgebied in het zuiden van Gran Canaria telt meer dan honderdduizend hotelbedden en heeft maar één onderwerp: zon – zee– toeristen.

Dat wilden wij ook eens meemaken.
Op onze trouwdag gingen wij met z’n tweeën ’s avonds ‘even kijken’, we hadden die huurauto nog tot de volgende morgen 09.00 uur.
Het was een combinatie van Rodermarkt, Zandvoort en Parijs.
We vonden een plekje voor twee bij een bar en bestelden een drankje.
We zaten nog maar net of er kwam al een meneer die horloges te koop had. En handtassen. En ringen.
Daarna kwam er een mevrouw die ons op de foto wilde zetten: “Me take romantic picture?”
Nou nee, we maakten wel een selfie.
We appten de kinderen over onze belevenissen; die werden toen eigenlijk wel nieuwsgierig.

Kluwen

Die maandag daarop lieten we ons met een shuttlebus vanuit ons hotel naar Playa del Ingles brengen.
Op het strand huurden we 8 parasols en 8 ligstoelen.
Het duurde even voordat iedereen een plekje had gevonden, was ingesmeerd en zich had geïnstalleerd: op de afbeelding zie je de wanordelijke kluwen die ons gezin veroorzaakte in de in twee-aan-twee opgestelde rijen strandstoelen.
Ook nu waren de Atlantische Oceaan en de golven in de branding weer sensationeel.
Gerard en ik maakten een strandwandeling en verbaasden ons over de zonnende mensen die al zo rood als een kreeft waren: zouden die niet weten dat dat niet zo gezond is?

Om 17.00 uur zou de laatste pendelbus naar het hotel vertrekken, maar dat lieten we op een gegeven moment maar los: we wilden nog even een stukje langs die beroemde boulevard lopen en we vertrouwden erop dat we met het gewone openbare vervoer ook wel weer bij het hotel zouden komen. (dat is prima gelukt: de taxi’s zijn daar goedkoper dan de bussen van het openbaar vervoer)

…. verkeerde keuze’s……

Wat een wereld, mensen.
Hier in Nederland is men erg voorzichtig met het bebouwen van de duinen en de kust, daar in Gran Canaria zijn in de jaren ’70 echt verkeerde keuzes gemaakt.
De duinen staan helemaal vol met gebouwen…..!
Net als bij het restaurant bij de botanische tuin bestelden we twee schalen met tapas bij een drankje op de beroemde boulevard.  Het is bijna niet te geloven,  maar daar lagen stukjes frikadel  op!  En mini-loempias! Het was een wonderlijke mengeling van hapjes van over de hele wereld, net zo divers als de duizenden toeristen die daar over de boulevard flaneren.
Je moet het een keer gezien hebben, maar ik heb een ander beeld bij  ‘genieten aan het strand’.

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1; onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

 

Reageren

24 april: Afstudeervakantie – Granada met Frea.

In januari vorig jaar had ik het al aangekondigd: over de afstudeervakanties van Frea en Harriët ga ik ook nog verslag doen.
Frea koos na het behalen van haar master voor Granada in Zuid Spanje: daar had ze tijdens haar studie een half jaar gewoond (2007-2008) en er was heel veel wat ze ons wilde laten zien; in februari 2011 maakten we de reis.

Voordat we uitstapten op het vliegveld van Malaga vertelde ze al dat ze zich al verheugde op de geuren in Spanje.
“Het ruikt daar heel anders dan in Nederland, vooral in de stad”.
Op het vliegveld merkten wij daar nog niet zo veel van, maar toen we eenmaal in Granada waren des te meer.
We zaten in een pension midden in de stad, vlak bij de kathedraal. (zie 24 december 2018.)
Over dat pension alleen kan ik wel een blog schrijven; het was niet zo duur als een hotel, maar het betekende wel dat we min of meer bij een Spaanse familie in huis woonden met een eigen kamer en een gedeelde douche/wc. Opa en oma bivakkeerden overdag op de gang in grote stoelen met een dekentje over de benen en keken televisie. Even voor het beeld van het pension. Afbeelding links: ons uitzicht vanuit het pension.
Maar we zaten wel in de binnenstad!

De eerste avond maakten we al een stadswandeling naar het beeld van Isabella de Catholica en gingen we op zoek naar koffie.
“Koffie is hier wel anders dan in Nederland” vertelde Frea. Je kunt maar het best café con lache bestellen, mama.’
Niet alleen de geur en de koffie waren anders dan in Nederland, alles was anders dan in Nederland.

Frea kende de stad al, ze sprak Spaans en nam ons mee naar alle plekjes die voor haar iets betekend hadden.
De universiteit, de plek waar ze met het koor repeteerde, het El Albaicin (een Arabische wijk in Granada) waar ze zo graag doorheen slenterde en natuurlijk het Alhambra: dat moesten we zien.
Wat ik me nog goed herinner was plek in het El Albaicin waar je het mooiste uitzicht op het oude fort/paleizencomplex had, daar kon je de mooiste foto’s maken; twee keer gingen we er heen. En natuurlijk kon je daar ook horloge’s kopen……
Natuurlijk hebben we ook een bezoek gebracht aan het Alhambra, maar dat past allemaal niet in één blog, daarover in een volgend blog meer details.

Naast alle bijzonderheden die we bezochten was er tijd voor uitgebreide gesprekken.
Op terrasjes met tostada’s in de binnenstad, bij een theesessie in een Marokkaans theehuis met Spaanse koeken in het El Albaicin en bij een wijntje in de kroeg met tapas; daar hadden wij toen nog nooit van gehoord…!
Heel bijzonder om mee te maken vonden wij optreden van een flamencodanseres in een ondergrondse kroeg, een soort kelder, begeleid door een enthousiaste gitarist en een zanger die ritmisch klapte en oude, Spaanse muziek zong.

Deel 5 van de 7-zussen-serie van Lucinda Riley speelt zich gedeeltelijk af in Granada.
Toen ik dat las kwam deze reis regelmatig terug in mijn gedachten.
Als je dat boek ook hebt gelezen snap je waarom!

Reageren

20 april: Kedoogie.

Vorige week plaatste ik een reactie op Lentisnet (een soort intranet/informatieplatform voor medewerkers) onder de titel ‘Kedoogie’; daarin bedankte ik voor de leuke attentie die we voor de paasdagen kregen.
Op Goede Vrijdag kregen alle werknemers namelijk een pakketje in de brievenbus waar een cadeautje in zat; een dinerbon ter waarde van € 25,=.
Op het kaartje dat er bij zat stond o.a. ‘de voorjaarszon gaat weer schijnen, een goed moment voor een gezellig moment met z’n tweeën op een terras. Deze bon is voor een lunch, koffie met gebak en high tea en nog veel meer.’  Een bedankje voor onze inzet.

Gisteren kreeg ik weer een ‘kedoogie’, want vandaag is het secretaressedag.
Hoe hier aandacht aan wordt besteed is heel erg afhankelijk van je teamleider/manager.
Hierover schreef ik in de loop van de jaren al een aantal blogs, een overzicht* daarvan vind je onderaan dit blog.

Vorig jaar was het vergeten;  toen kregen we met kerst nog een leuke attentie.
Het maakt mij niet zoveel uit.
Toen ik nog als managementassistent werkte heb ik wel eens gezegd tegen mijn manager destijds dat ik een goed jaargesprek belangrijker vond dan een bos bloemen op secretaressedag.
Een compliment als je even hard hebt moeten werken met elkaar, een waarderend woord af en toe: dat is veel belangrijker dan een ‘verplicht bloemetje’ omdat het secretaressedag is.

Sinds januari hebben we op onze afdeling een nieuwe teamleider die mijn collega en mij gistermiddag volledig verraste: ze had een persoonlijk cadeautje voor ons allemaal gekocht met daarbij een kaart met een leuke, toepasselijke tekst, voor iedereen anders. Wij kregen het gisteren al, omdat we vandaag niet op kantoor waren.
En hoe hard ik ook altijd riep dat het mij niet zoveel uitmaakt: wat is het leuk als je zo’n attentie krijgt.
Het was ‘de Waarde van mijn dag’.

*
16 april 2021 – Zeurgedachten en gemengd paars over secretaressedag midden in de coronapandemie. Leuk om terug te lezen hoe je toen een afspraak moest maken om naar de Hema te mogen…..

15 april 2020 – Werken in coronatijd. Een blog over een pakje dat werd bezorgd, waarvan ik zeker wist dat het niet voor mij was.

21 april 2017 Secretaressedag.  Zit je even niet op te letten: verrassing!

21 april 2016 Een dag niet gelachen…. Geen cadeautje, maar een hele secretaressedag met alle secretaresses van Lentis.

 

Reageren

19 april: Nu nog?!? – 18 Wij?

Begin februari schreef ik voor het laatst een blog in deze ‘Coronation Street’-achtige* serie over het beugeltraject, vandaag is het tijd voor deel 18.

In dit laatste deel van het beugelgebeuren ligt de focus vooral op het ondergebit, waar de ene hoektand zich toch langzaam gewonnen lijkt te geven.
Dat betekent dat ik steeds hetzelfde bovenbitje hou en om de twee weken een nieuw onderbitje opgeklikt krijg.
Gistermiddag was ik weer bij tandarts Martijn Egges voor een controle-afspraak.
“We zijn tevreden!”
Martijn spreekt in de meervoudsvorm, maar spreekt niet namens mij.
Niet dat ik niet tevreden ben, hoor, maar het duurt me te lang en mijn motivatie laat af en toe te wensen over.
Op Gran Canaria brak mijn bovenbitje doormidden.
Ach, wat jammer nou.
…….

Inmiddels heb ik weer braaf de plastic beugels in en ik wil er ook niet te veel over zeuren.
Het is.

Hoeveel…?

Net als het weer.
Eerlijk gezegd ben ik de tel van de setjes een beetje kwijt, doordat de bovenkant al niet meer mee doet.
De afspraken lopen nu tot begin juni, het lijkt er op dat het dan klaar is.
Nog twee maanden dus……

*Coronation Street is een langlopende Britse soapserie, de eerste aflevering was in december 1960.
In 2020 werd de tienduizendste aflevering uitgezonden; ik denk niet dat het bij mij zo lang duurt.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

18 april: Gran Canaria 7 – Jardin Botanica

Op de dag dat we ’s morgens Aguïmes bezochten reden we ’s middags naar het noorden voor een bezoek aan de botanische tuin ‘Jardin Botanica’.
De tuin is opgericht en ingericht door de Zweedse botanicus Erik Ragnar Svensson (overleden in 1973) die het beschouwde als zijn levenswerk.
Hij ligt zelfs begraven in de tuin.
Hij heeft lang gezocht naar een plek waar zoveel mogelijk inheemse planten, bomen, bloemen en cactussen konden gedijen. Hij vond tenslotte dit gebied (met natuurlijke watervallen en grotten) in de barranco de Guiniguada.
Hij begon met de aanleg in 1952, in 1959 was de officiële opening.

In de tuin vind je zo’n 500 planten.
Ik zal eerlijk zijn: we hebben ze niet allemaal gezien, sterker nog, we hebben niet in alle 27 hectares van het park gewandeld, maar wat we er van hebben gezien was prachtig.
Op dit blog een aantal afbeeldingen waarop je een idee krijgt van wat we die middag hebben beleefd.
(Klik op de afbeeldingen voor een vergroting. )

Aan het begin van het park was een klein gedeelte ingericht voor een stukje geschiedenis.
We vonden o.a. een fossiele boomstam en men had een ’tagoror’ nagebouwd.
Dat was een ontmoetingsplaats die gebruikt werd door de ‘Guanches’* , de oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria.
Kijk, dat vind ik dan weer interessant.

Tagoror

De eerste Spaanse bezoekers (lees: veroveraars c.q. kolonisten) van de eilanden in de 15e eeuw troffen een inheemse bevolking aan, die zich heftig verzette tegen hun aanvallers. Maar met hun pijlen en speren verloren ze van de harnassen en buskruitwapens van de Spanjaarden. In de eerste beschrijvingen van het eiland wordt door de overwinnaars gesproken over openbare pleinen voor samenkomst en rechtspraak waar zo’n tagoror stond, maar net als bij de andere kolonisaties werd de inheemse cultuur teniet gedaan. Altijd hetzelfde liedje……

Het was warm en we wilden wel even ergens zitten voor een drankje.
Er wezen bordjes naar ‘Restaurant Jardin Canaria’, maar die uitspanning bevond zich tientallen meters boven ons.
Die meters zagen wij onszelf niet overbruggen met een urenlange wandeling in de brandende zon; maar als je zelf beslist om naar een warm, zuidelijk land op vakantie te gaan, mag je over de hitte niet zeuren, dus moet je oplossingsgericht denken.
Met de auto waren we er zo!
We bestelden een ijskoud drankje en een paar schalen met Spaanse tapas: o.a. vers brood, kaaskroketjes en gefrituurde repen aubergine met een zuidelijk sausje. Grote jum!
We genoten van het mooie uitzicht op de botanische tuin onder ons en waren blij dat we hadden afgezien van een wandeling naar boven in de hitte van de namiddag. We moesten immers nog wat energie sparen: in San Agustin was men toen al weer bezig met de voorbereidingen voor het diner die avond.

* meer weten over de geschiedenis van Gran Canaria en de oorspronkelijke bewoners?
Hierbij een link naar interessant artikel hierover op de website ‘Canarische Eilanden’.

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1; onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

Reageren

15 april: Koffie met Gradus.

Vrijdagmorgen 14 april.
Een vrije dag met helemaal niks op de agenda.
Dat heb ik niet zo vaak, dus daar geniet ik van.
10.15 uur, boodschappen binnen, koffie.
Waar ik donderdagmiddag nog in regen en koude wind prei uit de tuin haalde, scheen nu de zon uitbundig ‘en de veugelties fleuten zo mooi’.
Even verderop zat een duif rustig te koeren; ik nam mijn koffie mee naar buiten, haalde een stoelkussen uit de schuur en nestelde me in de zon met mijn borduurwerk.

De waarde van de dag: de eerste lentedag waarop ik weer buiten achter het huis kon zitten.
Zon op het gezicht en een goed gesprek met Gradus, die sinds 2019 onder de Koreaanse zilverspar de wacht houdt.
Verder maakte ik een nieuwe foto voor de omslag van dit digitale tijdschrift: bovenaan deze website prijkt nu een foto van de zonnewijzer met onze tuin zoals die er op dit moment uit ziet: struiken en bomen botten uit en de rode tulpen staan te stralen aan de rand van het tuinpad.

Stilte vermengd met tuin- en buurtgeluiden.
Zen.

Reageren

Pagina 93 van 311

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén