een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 97 van 309

7 februari: Eten & zingen.

* een slieve

Zondagmiddag stapte ik rond vijven in de auto met een pan kokend hete groentesoep die ik (in een tas) voor de bijrijdersstoel zette.  De pan was in handdoeken gewikkeld en er zat al een plankje onderin de tas,  dus hij kon in Op de Helte zo op de bar gezet worden: slieve* der in,  scheppen maar. Om 19.00 uur begon de vesper waaraan wij als cantorij meewerkten en we hadden het plan opgevat om voor het inzingen samen te eten. Er was nóg een pan soep, hartige taart en  pizza : lekker en gezellig. Wat een leuk begin van een kerkdienst!

Om 18.00 uur zongen we onder leiding van Karel alles nog even door.
Als we meewerken aan een viering is er altijd wel een lied waar een lastig dingetje in zit, waar Karel op de repetitieavonden veel aandacht aan heeft besteed.
Bij de regel ‘laat ons maar zingen’ bijvoorbeeld zat een tel rust voor ‘laat’. Maar die zagen we niet, tenminste, niet iedereen.
Karel loste dat op door tijdens het dirigeren op die tel een klap op de piano geven ‘die Gij zijt KLAP laat ons maar zingen’. Dat hielp op den duur wel. In mijn partituur had ik er met potlood  ‘klap’ bij gezet. En dan nog was er af en toe een koor lid dat net een tel te vroeg ‘laat..’ zong. Maar zondagavond ging het goed!

Verder was er één lied waarbij wij als alten in het laatste couplet in de laatste noot een halve toon hoger moesten zingen.
Dan klinkt het ineens anders; iets met terts.
Maar je raadt het al, dat vergaten we in het begin ook steeds.
Karel liep dus uit voorzorg halverwege het vierde couplet naar onze stemgroep en begon stralend naar ons te glimlachen.
Dan denk je ‘Wat is er met die man?’ maar dan weet je het ook al weer: ‘Oh ja, de terts in de laatste noot!”

Het mooist vond ik de ‘gouwe ouwe’ (uit 1979) Alles wat adem heeft’ van Antoine Oomen, met de ‘slaande cymbalen en klinkende cimbels’.
Een lied dat zangvereniging Halleluja uit Hoogersmilde (waar Gerard en ik in de jaren ’80 bijzaten) ook al zong en ook de Catharinacantorij had het op haar repertoire.
Na afloop had ik het daar nog even over met een ex-alt die al een tijdje niet meer met ons meezingt.
“Dat lied ken ik nog woord voor woord; wat heerlijk om dat nog eens samen met jullie te zingen!”

Samen zingen; het tilt je een beetje uit boven de dagelijkse sleur.
Vanavond sta ik weer in de laatste rij naast Klaas en Saakje.
Dan leveren we alle muziek van zondag weer in en krijgen we nieuwe muziek: we gaan ons voorbereiden op Pasen.

Reageren

6 februari: “Dat gestink in huus…..”

De titel van dit blog zijn woorden van mijn moeder, die ze altijd uitsprak als we wilden gourmetten.
Want ….. het is niet erg bevorderlijk voor de luchtcondities in je huis.
Gerard kwam een paar weken geleden met het idee om een soort afzuiginstallatie boven de keukentafel te monteren.
Daar zag ik nou helemaal niks in: het ziet er niet uit, zo’n kolos boven je tafel en het maakt best veel lawaai.
Het idee waaide weer over. Gelukkig maar.

Zaterdagmiddag 21 januari liet hij mij een plaatje op zijn tablet zien.
“Wat vind je hiervan dan?”
Het was een gourmetstel/grill-plaatje met een mini-afzuigkapje er boven.
Dat was nog niet zo’n raar alternatief voor het ding in de eerste alinea.
“Waar verkopen ze die dan?” vroeg ik.
Gerard belde met de enige leverancier van zo’n ding hier in de buurt (Jan van Peer in Emmen), vroeg of ze het apparaat op voorraad hadden en of hij het kon komen bekijken.
Ja hoor, hij kon langs komen.
Hij stapte in de auto en drie uur later was hij weer terug, met het voornoemde apparaat, een colbertjasje en een overhemd.

We hebben het die zondagmiddag de 22e gelijk in gebruik genomen met Wim en Carlijn en afgelopen zaterdagavond hadden we mijn broer en schoonzus uitgenodigd om bij ons te komen eten.
Het gedoe met die pannetjes en minstens twee uur doen over  kleine beetjes vlees, groente, kleine pannenkoekjes, salades en stukjes stokbrood: ik hou er van.
Alle tijd om heerlijk bij te praten en ondertussen genieten van al het lekkers dat op tafel staat.
Eigenlijk net als in een Tapas-restaurant, maar nu maak je het gewoon zelf.
Ik koop nooit zo’n schotel met vlees; het gehakt kruid ik zelf en maak er kleine hamburgertjes van en de kip marineer ik met knoflook en ketjap.
De speklapjes maak ik lekker met peper en kerrie; de schnitzel paneer ik soms ook zelf, maar gisteren kocht ik één gepaneerd exemplaar die ik in stukjes sneed.
De verse zalm knip ik in kleine stukjes en maak ik klaar met viskruiden.
Op de bakplaat kun je zo’n stukje lekker bakken, maar je kunt het ook stoven in een aluminiumfolie-pakketje.

En nu hebben we dus een gourmetstel met een mini-afzuigkapje er boven!
Het maakt niet heel veel lawaai, maar het werkt als een tierelier.
Je hoort mij niet zeggen dat je niks meer ruikt, maar de overweldigende baklucht die anders in het huis hing is er niet meer.
Op de doos staat dat het ding voor 8 personen is.
Maar die heten dan niet Waninge of Vrieswijk.

Reageren

5 februari: Kom uit die pot!

Vanmorgen sliepen we uit. Vanavond zingen we met de Cantorij in de vesper van 19.00  uur, dus we gingen niet naar de kerk.
Maar ik luisterde wel digitaal naar de viering; breiwerkje en een kop koffie erbij.
“Wie zijn wij dan? Waarom zijn wij er dan?” Die vraag stelde voorganger Sijbrand van Dijk na het verhaal over een vader die in de rampnacht in Zeeland in 1953 zijn koeien nog wilde lossnijden en niet meer terugkwam. En een verhaal dat vrienden hadden verteld over een dorp dat was weggevaagd door modderstromen en dat mensen die er eerst nog waren er opeens niet meer waren. Als we zomaar kunnen verdwijnen, wat stellen wij als mensen dan voor?
Het antwoord was: “We zijn er vanwege de liefde.”
Hij gebruikte daarbij de woorden van Jezus: “Jij bent het zout en jij bent het licht”.
Je doet er toe, door er alleen maar te zijn.
Omzien naar een ander, er voor hem of haar zijn.

En wij waren er niet.
Ineens trof mij het beeld: jij bent het zout.
Zout maakt het eten smakelijker en jij maakt het verschil in het dagelijkse leven.
Maar dit zout zat op de bank met het breiwerk en de koffie.
Dit zout zat in de pot.
Laatst hoorde ik een collega vertellen dat ze na corona niet meer naar de kerk ging.
“Ik kijk thuis naar de kerkdienst, dat vind ik wel net zo gemakkelijk; het scheelt me een hoop tijd!”
Maar als je deel uit maakt van een kerkelijke gemeente en je blijft altijd thuis, dan zit jouw zout nog in de pot.
Het is wel zout, maar het doet niks.

Bovenstaande verklaart gelijk de ietwat bijzondere titel van dit blog.
Dus mens: kom uit die luie stoel, zout: kom uit die pot!
Neem deel aan de maatschappij, ga er uit, spreek andere mensen en ‘wees er’.
En die oproep geldt niet alleen voor kerkmensen: onze maatschappij schreeuwt om deelnemers, vrijwilligers, helpende handen en luisterende oren.
Wees het zout.

Reageren

4 februari: Nu nog?!? – 17 Hij komt niet mee.

Gistermiddag om 15.15 uur maakte ik weer deel uit van het maandelijkse ritueel:
“Mevrouw Waninge.”
“Meneer Egges.”
Vervolgens wandelen we samen naar de spreekkamer en worden de oude beugelbitjes verwijderd.
De volgende stap in het ritueel is dan dat er nieuwe bitjes op mijn tanden worden gedrukt, maar dat ging even iets anders.
“Hij komt niet mee…” verzuchtte de tandarts; hij doelde op recalcitrante hoektand in mijn onderkaak.
Maar Martijn zucht nooit lang.

“We gaan het anders doen.”
Aan zijn assistente vroeg hij: “Wil je me de stripper even aangeven?”
Dan wil ik toch wel graag weten wat  een stripper is en wat hij dan gaat doen.
Een stripper is een soort schuurapparaatje waarmee er wat ruimte wordt gemaakt tussen de tanden.
“We gaan even wat stapjes terug. Ik druk er nu weer een oude beugel van u op. De hoektand heeft nu wat meer ruimte gekregen, ik denk dat hij nu alsnog meekomt. In plaats van over 4 weken wil ik u graag over 2 weken weer zien.”
Dat verlangen is niet geheel wederzijds, maar ik pas me aan: we maken een afspraak.
Dan gaan we bekijken of de tand al wat is meegekomen en of we weer een stapje verder kunnen.
In januari kreeg ik setje 11 en 12 mee, vanmiddag kreeg ik van setje 13 dus alleen het bovenkaakgedeelte opgeklikt en setje 14 is nog niet in mijn bezit.
Als we het oude schema zouden aanhouden zou ik nu nog 8 weken te gaan hebben, maar ik vrees dat dat te optimistisch is.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

3 februari: Gezusters. Drie? Of zeven?

“Wat weet je van de zeven zussen?”
Dat vroeg Philip Freriks gisteravond in ‘de Slimste mens’ aan Janke Dekker.
“Een café of een kroeg in Groningen? Iets met studentenverenigingen?”
Meer kwam er bij Janke niet uit. Kandidaat Erik dacht dat het de zussen van de zeven dwergen waren en Haroon dacht dat het een gebergte in Engeland was.
Geen van de drie deelnemers kwam op de succesvolle boekenreeks van Lucinda Riley waar deze website een apart hoofdstuk aan heeft gewijd.
Na die vraag ging het nog even over de Drie Gezusters in Groningen. “Maar dat zijn er maar drie” vertelde Freriks, die als kind ‘ien Stad’ woonde.
Dat is toch een hele mooie vorm van reclame voor de beroemdste kroeg van Groningen! Zegt ook iets over hun naamsbekendheid.

Iedere avond zitten Gerard en ik na het Journaal én het Watersnoodjournaal klaar voor de aflevering van de Slimste mens; het is één van onze favoriete televisie programma’s.
We hebben de afgelopen week genoten van de deelname van de Vlaamse Erik van Looi; hij was de smaakmaker waar we al een tijdje  op zaten te wachten.
Hij was geopereerd aan zijn oog, maar zat diezelfde avond doodleuk met ooglapje op en een pleister op de plaats waar het infuus had gezeten weer op zijn kandidaten-plaats.
Droogkloterig grappig en bloedfanatiek te zijn. Zat opzichtig te flirten met Janke Dekker en zat ontzettend te genieten van het spelletje en de entourage.
Gisteravond klapte Maarten uit de school. Hij was gevraagd om een slechterik te spelen in The Passion. Dat had hij geweigerd; waarom verbaast ons dat nou niet. Hij vindt die hele Passion niks. “Ik denk dat de here niet heeft gezongen op weg naar het kruis.”

Wat dit seizoen nieuw is, is De Slimste Podcast*.
Ik ben al verkocht.
Napraten met Bram Douwes en een kandidaat uit voorgaande jaargangen en een kleine toelichting van Nynke de Jong op een feit uit ons collectieve verleden.
Ze bellen met afvallers en bespreken de afzonderlijke afleveringen.
Heerlijk. Ze zeggen dezelfde dingen die Gerard en ik ook tegen elkaar zeggen.
“Dat ze dat nou niet weten!’
“Die galerij is veel moeilijker dan die vorige, dat is eigenlijk niet eerlijk..”
“Ja hoor, hij laat zich er onder zakken!”
Je komt ook te weten wat deelname aan ‘de Slimste mens’ voor de kandidaten heeft betekend, hoe zenuwachtig ze waren en hoe leuk men het heeft tijdens de opnames.

Deze week was de laatste reguliere spelweek, volgende week is de finale.
Wij missen geen aflevering en ik mis ook geen podcast.
We krijgen het er nog druk mee volgende week, want vanaf maandag 6 februari begint Herman ook weer met ‘Met het mes op tafel’.
En…… het is dan ook week van jaren ’60 op Radio 5: ik kijk er naar uit!

* Ook luisteren? Hierbij een link naar hun pagina naar de website van NPO1/KRO-NCRV, waar je alle afleveringen kun beluisteren.
Je vindt hem ook op Spotify en op Apple- en Google Podcasts.

Reageren

2 februari: Soepkippenweer.

Vanmiddag om 15.15 uur zat ik in de auto; ruitenwissers aan, want soepkippenweer.
Grijs, somber, zwaarbewolkt, regen.
Geen dag voor een uitje zou je zeggen, maar dat was nou net wat ik vandaag had: een ex-duo-baan-collega-uitje.
Al twee jaar maak ik deel uit van het secretaresseteam van Team290, maar daarvoor deelde ik een baan met Jacquelien.
We hebben nog regelmatig app-contact en af en toe zoeken we elkaar op.
Voor deze ontmoeting had haar uitgenodigd voor een dagje Westerbork.
In deze koude en kille wintermaanden wordt Casa Grada niet verhuurd, dat geeft ons gelegenheid om in deze periode af en toe eens mensen mee te nemen om het huis te bekijken.

Jacquelien woont in Veendam; we spraken af om elkaar te ontmoeten op de carpoolparkeerplaats ‘de Haar ‘ bij Assen-Zuid, van daaruit gingen we met onze auto verder.
Natuurlijk wil ik dan weten waarom het ‘de Haar’ heet daar.
‘Haar’ is de naam van een hoge rug in het landschap, begroeid met grassen en struikgewas. Bij de aanleg van een militaire oefenterrein, dat nu nog in gebruik is, zijn de huizen die daar stonden (het hoorde bij de buurtschap Laaghalerveen) afgebroken.
Voordeel van samen in één auto: dan kun je tijdens de reis alvast beginnen met kleppen.

Begin deze week had Jacquelien al ge-appt: “Ik neem wat lekkers mee voor bij de koffie.”
Toen we in de huiskamer aan de koffie zaten haalde ze de lekkernijen uit een papieren zakje van de warme bakker: hazelnootschuimgebak!
Daarvoor klik ik de beugel van mijn tanden; Jacquelien kent mij al een tijdje.

Veel meer dan dat kleppen waar we ’s morgens al mee begonnen hebben we ook niet gedaan.
Huis en omgeving bekeken, ingewikkeld haakpatroon van haar sjaal besproken, wandelingetje gemaakt op het park (met paraplu’s) en heerlijke club-sandwiches gegeten bij Diggels.
Op de terugweg maakten we een kleine omweg langs Hoogersmilde, waar we langs mijn ouderlijk huis reden en langs de andere huizen waar Gerard en ik samen gewoond hebben.
De televisietoren, het icoon van mijn jeugd, konden we niet volledig zien: het bovenste gedeelte zat in de wolken.

Om 15.10 uur namen we afscheid van elkaar bij ‘de Haar’: Doeoeoeoeg! Wiekiepintuts!
En toen was het op de weg naar Roden maar raar stil in de auto met alleen het geluid van de automotor, de ruitenwissers en het soepkippenweer.

Reageren

31 januari: Oranje tulpen.

Bij het opruimen van kasten vond ik eind vorig jaar nog wat waardebonnen, ik schreef er al over begin deze maand.

Eén van die bonnen was van Abutilon, een bloemenzaak in Roden; ik mocht voor een tientje iets kopen.
Na kerst gingen de bomen en kerststukken allemaal de deur uit en toen was het opeens zo kaal….voor die bon kocht ik een voorjaarsmandje met bolletjes.
Daar heb ik de afgelopen maand van genoten.
Eerst allemaal groene sprieten die steeds langer werden en later blauwe druifjes, narcissen en hyacinten.
Twee dikke, uitgebloeide hyacinten had ik er al eens afgeknipt, want die ruiken zo sterk.
Vanmorgen zag ik de mand op de keukentafel staan; ontploft en bijna uitgebloeid: hij kon wel naar buiten.
Daar staat hij nu in al zijn sprieterigheid de laatste bloemetjes er uit te persen.

Vanmorgen na het boodschappen halen kocht ik bij de Jumbo een aanbieding: twee bosjes tulpen voor € 6,=
Eentje gaf ik weg, de andere zette ik op de lege plek in de keuken.
Oranje tulpjes.
Want prinses Beatrix is jarig vandaag, ze wordt 85.
De Rijksvoorlichtingsdienst deelde vanmorgen op hun website een nieuwe serie foto’s van de jarige prinses, koning Willem Alexander en kroonprinses Amalia.
Mooie foto’s weer.
Ook even kijken?
Hierbij een link naar plaatjes.
Ook geïnteresseerd in het koningshuis?
Dan ben je, net als ik, vast blij dat het programma Blauw Bloed weer terug is op zaterdagavond.
Afgelopen zaterdag begon het weer.
Heb je het gemist?
Hierbij een link naar hun vernieuwde website, daar kun je de aflevering terugkijken.

Meer blogs lezen over Beatrix?
2015 – Beatrix
2016 – Verjaardag van de koningin
  (met een link naar het prachtige eerbetoon van Birgit Kaandorp) 
2018 – Meisje, van harte gefeliciteerd!
2020 – Eerlijk verdiend

Reageren

30 januari: Wijsheid – geen kennis, geen slimmigheid.

Wat is wijsheid?
Paulus heeft het daarover in zijn brief aan de Korinthiërs.

In het kader van dat onderwerp citeer ik vandaag twee delen uit de viering van onze PKN-gemeente gistermorgen, die ons iets zeggen over wijsheid.
Het eerste is een klein gedeelte uit de overdenking van voorganger Sijbrand van Dijk, die een voorbeeld aanhaalde over een bovenmeester en oud leerling.

Wat wijsheid in de kern raakt, is dat wijsheid een levenshouding is, waarmee je de ander zoekt.
Het is geen kennis; je hoeft niet heel erg gestudeerd te zijn.
Het is ook geen slimmigheid, dat je de weggetjes kent, maar het is een soort aardsheid: ik ben een mens en daarom herken ik jou zo en vormen wij samen een gemeenschap.
Een aantal jaren geleden overleed in het dorp waar ik toen woonde de echtgenote van de voormalige bovenmeester.
Over die bovenmeester waren heel veel verhalen. Geen heel erg positieve verhalen. Het was nogal een moeilijke man en veel van zijn leerlingen waren bij hem te kort gekomen, door hem gekleineerd. Velen van hen hadden daar in hun latere leven last van gehad en voelden dat hij hen niet groot had gemaakt.
Bij de begrafenis van zijn echtgenote was één van die leerlingen ouderling van dienst.
Ik wist hoeveel moeite hij met die meester had gehad, maar die hele dag was hij voor zijn voormalige bovenmeester hartelijk en warm; in de consistoriekamer bad hij een werkelijk ontroerend gebed voor die bovenmeester.
Ik vroeg later aan hem: “Vond je het niet moeilijk om zo persoonlijk en intiem voor hem te bidden?” en toen zei hij: “Nee,  ik vond het niet moeilijk, want toen ik daar stond dacht ik: Ja jij bent ook een man die nu zijn vrouw is verloren en toen moest ik aan mijn eigen vrouw denken en hoe ik van haar hou en hoe kwetsbaar het is.” Toen schoot hij even vol en zei: “Toen ik dat besefte kon ik  voor hem bidden met heel mijn hart.”
Als je bidt voor een leraar die jou te kort heeft gedaan, omdat je ziet dat hij een mens is net als jij, dat is denk ik een grote wijsheid.

Het tweede gedeelte is de brief die Sophie had geschreven op de kindernevendienst: wat zou jij willen schrijven aan de gemeente als het over God gaat?

Beste mensen,

Wat vindt God belangrijk voor mensen?
Dat er vrede is, dat we lief zijn voor elkaar, dat we elkaar helpen, dat we niet liegen en dat we er voor elkaar zijn.

Sophie kreeg spontaan een applaus van de gemeente.
Ergens in de bijbel staat: ‘Wat voor wijzen en verstandigen bleef verborgen, is aan kinderkens geopenbaard.’
Het is geen kennis, het is geen slimmigheid.
Het is een levenshouding waarmee je de ander zoekt.

Reageren

28 januari: Een eclipskleed.

Vanmorgen tussen 10.45 en 11.15 uur deden Gerard en ik mee aan de Nationale Tuinvogeltelling.

Zaten we met z’n tweeën aan de keukentafel naar buiten te kijken en te turven, koffie en een breiwerkje er bij.
“Nee,  die heeft een zwart kopje, dat is een koolmees. De pimpelmees heeft een blauw kopje.”
We hebben veel mussen in de tuin, maar die zien er niet allemaal hetzelfde uit.
“Is dat nou een huismus of een heggenmus? ”
We zochten het op op de website van de Nationale Tuinvogeltelling. Een heggenmus is beige en iets langer, de huismus is meer bruin en het nekje zit wat korter op de romp; ziet er iets dikker uit dan de heggenmus. Gerard vond dat de huismus niets in de heg te zoeken had, die was voorbehouden aan  de heggenmus.
Het was allemaal niet erg spectaculair wat we zagen; vrijdag  had ik nog een bonte specht gezien bij het vogelhuisje,  maar die liet zich vandaag niet zien.
Een puttertje kwam ook niet voorbij….

Merels, mussen, mezen, een roodborstje en twee houtduiven, daar bleef het bij.
Het is beslist leuk om die vogels een poosje gade te slaan: het onderlinge gekissebis  en het gefrot tussen de dode bladeren.

Dit weekend hoorde ik trouwens nog een mooi verhaal over vogels waar wij mensen iets van kunnen leren.
Op vrijdagmiddag ga ik altijd naar het FysiYoLates-klasje van Trijntje Hagenauw.
Van 13.30 – 14.30 uur, een combinatie van yoga, pilates en lekker bewegen.
Gistermiddag deden we van alles met ballen: kaatsen, gooien, vangen, rollen, je kunt het zo gek niet bedenken.
Aan het eind van de les is er aandacht voor ademhaling en ontspanning en soms leest Trijntje dan een verhaal voor.
Heerlijk.
Voorgelezen worden, terwijl je ontspannen op een matje ligt, wat een luxe.

Gistermiddag hoorden we een verhaal uit het boekje ‘de 22 levenslessen die vogels ons leren’.
Het heette ‘Accepteren dat je soms kwetsbaar bent’.
De mens werd in dit verhaal vergeleken met een vogel.
Die komen jaarlijks in ‘de rui’, een periode waarin ze een nieuw verenkleed krijgen. Als hun veren uitvallen krijgen ze een zogenaamd ‘eclipskleed’; dan houden ze zich even gedeisd, want dan kunnen ze meestal niet goed vliegen.
Mensen zouden zichzelf ook vaker zo’n rui-tijd moeten gunnen om te herstellen van geleden verliezen en periodes van rouw.
Liggend op mijn matje ervoer ik het als een erg troostrijk verhaal, een soort parabel waar je nog een tijdje over blijft nadenken.

Van Trijntje kreeg ik foto’s van de hele tekst die ze had voorgelezen; dat heb ik uitgeschreven en een PDF van gemaakt.
Je kunt het hier lezen: 2023.01 Eclipskleed

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

25 januari: Storm.

Dinsdagmorgen kreeg ik een telefoontje van de huisarts.
Dat is wat mij betreft niet de goede volgorde; als ik iets mankeer bel ik de huisarts en niet hij mij.
Voor de staaroperatie was er ter controle een ECG gemaakt in het Wilhelminaziekenhuis; men had daar op geconstateerd dat het afweek van wat normaal was.
“We moeten één en ander even naast elkaar leggen. Kunt u morgen langskomen voor een afspraak?”
Ik regelde een tijdstip voor mijn werk aan: 08.00 uur ben ik er.

Vorige week schreef ik al: ik ben helemaal niet dapper als het om mijn hart gaat.
Dus ik maakte me na bovengenoemd telefoontje ernstige zorgen.
Wat zou er zijn?
Is er iets niet goed?
Als er maar niet…..
Kan die staaroperatie nou wel doorgaan?
Het hart zat me in de keel.

Gelukkig had ik gisteren afleiding genoeg; ik deed wat huishoudelijke klussen en luisterde twee interessante podcasts, dat helpt om de zinnen even te verzetten.
Gisteravond had ik cantorij, dan ben ik aan het zingen en heb ik mijn aandacht bij de noten en de melodieën.
Vanmorgen was ik de eerste patiënt.
Ik hoopte dat mijn bloeddruk niet gemeten zou worden; die was van de stress vast torenhoog……
“Het ECG laat inderdaad afwijkingen zien. Overleg met de cardioloog in het Martiniziekenhuis wijst echter uit dat het ECG niet anders is dan in 2014 en 2018 en de ECG’s die hier in de praktijk om het half jaar worden gemaakt. Die afwijkingen zijn ontstaan door de infarcten in het verleden, toen het hart een aantal beschadigingen heeft opgelopen.
Het gaat dus achteraf om een storm in een glas water.”

Wát een opluchting!
Ik kon de man wel zoenen; maor dat doe’j ja niet.
“Kon je die gegevens van het laatste onderzoek dan niet gewoon naar Assen sturen? Alles was immers kortgeleden nog gecontroleerd” vroeg ik hem.
Nee, dat kon nog niet.
Het probleem bij dit soort dingen is dat men aan de ene kant (het WZA in dit geval) het zekere voor het onzekere neemt en alles moet controleren. Als er tijdens zo’n staaroperatie namelijk dingen fout gaan en men is uitgegaan van uitslagen die zijn gedaan door een ander ziekenhuis, dan kunnen er verzekeringstechnisch grote problemen ontstaan.
Ik legde uit wat het telefoontje en het maken van de afspraak met mij gedaan had en dat dat helemaal niet goed voor mijn hart is.
Dat vond hij begrijpelijk; “maar het gaat wel om je hart, daarmee kun je niet voorzichtig genoeg zijn. ”
Zo ist.
Niet zeuren, Vrieswijk, wees blij dat ze je zo goed in de gaten houden.

Vandaag was een bewolkte, sombere dag, maar in mijn hart scheen de hele dag de zon!

Reageren

Pagina 97 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén