een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Geschiedenis Pagina 1 van 24

13 februari: Een halster & een heilige.

Afgelopen woensdag kwam ik Alie tegen; ze stapte even van de fiets.
“O, ik kom net bij jullie weg” zei ze “ik heb een kaartje in de bus gedaan voor Gerard van de ‘Koffie-tijd’-groep. Hoe is het nu met Gerard?”
De eerste berichten die we afgelopen dinsdag kregen van de hematoloog waren positief: de behandeling lijkt aan te slaan, we mogen voorzichtig optimistisch zijn.
Een opluchting voor ons. “We hebben de kop weer door het halster” zei ik tegen haar.
“Nou, dat is toevallig, kijk maar eens wat voor kaart ik net in jullie bus heb gedaan!”
De uitdrukking ‘de kop weer door het halster hebben’  betekent dat de grootste problemen achter de rug zijn, dat het ergste is geweest en dat je weer op de goede weg bent na een lastige tijd. Het stamt uit de 19e eeuw, waarschijnlijk uit het Nedersaksisch dat in Groningen en Drenthe wordt gesproken.

Van Alie kreeg ik nog veel meer kaarten: ze had een stapeltje ‘over’-kaarten bij ons in de bus gedaan met afbeeldingen van vooral landschappen.
Er was één kaart die mijn aandacht trok; je ziet links een afbeelding van de kaart.
Het was een kaart uit 1988, gemaakt door Fotografie Burggraaff uit Buurmalsen.
Achterop de kaart stond:
‘De heilige Jacobus’
Eén van de muurschilderingen in de N.H.Kerk te Buurmalsen, (daterend uit 850).
Op de website ‘Mijn Gelderland’ vond ik een mooi artikel over deze muurschildering, hoe die is ontdekt en wat er daarna gebeurde: de herontdekte schildering van Jacobus was reden om de kerk weer op te nemen in de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

Jacobus is een erg bekende heilige, maar ik weet er eigenlijk heel weinig van.
Wie was Jacobus eigenlijk?
Hij was één van de vissers die geroepen werd als discipel van Jezus samen met zijn broer Johannes: zij zijn de zonen van Zebedeus.
Samen met Petrus en Johannes was hij bij bijzondere gebeurtenissen in het leven van Jezus: bij de verheerlijking op de berg toen Mozes en Elia naast Jezus verschenen en in Getsémané nam Jezus die drie mannen mee verder de tuin in om samen met hem te bidden.
Hij is in 42 na Christus onthoofd door Herodes en werd daarmee na Stefanus één van de eerste martelaren.
Je leest meer over deze heilige in dit artikel op de website van de KRO/NCRV.

Volgens de overlevering ligt Jacobus begraven in Santiago de Compostella, het eindpunt van de beroemde pelgrimsroute de Camino de Santiago.
Zijn lichaam zou, nadat hij was onthoofd, in een stenen boot zijn gelegd waarin twee van zijn discipelen meereisden. De boot bereikte uit zichzelf de Galicische kust; het lichaam zou zijn begraven in de berg Libredon. Op het graf bouwde men een grote basiliek.
Jacobus wordt altijd afgebeeld met een Jacobsschelp; op de kaart zie je schelp boven zijn hoofd in zijn haar.
Die schelp is het symbool geworden van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella.
Meer weten?
Dit  artikel vond ik erg interessant.

Misschien toch maar eens in Buurmalsen kijken…..!

Reageren

10 februari: Paleis Soestdijk (2) – De hofstede aen Zoestdijck

In mei 1818 schrijft Anna Palowna (de Russische vrouw van koning Willem II) in een brief aan haar broer (grootvorst Constantijn):
Wij zijn sinds 12 dagen ingetrokken in het prachtige landgoed dat de Hollandse staten Willem hebben geschonken en waar we zeer gelukkig zijn. 
De lucht is droog en heel gezond en het is een heerlijke plaats; dat geldt zowel voor het huis als voor de bossen en de omgeving en in het geheel is het landgoed fraai en plezierig om te vertoeven.”
Anna heeft het over paleis Soestdijk.

Anna Palowna in de hal van Soestdijk

In 1650 bouwde burgemeester De Graeff van Amsterdam een buitenhuis tussen Baarn en Soest; die weg heette de Soesdijc.
Hij noemde het ‘De hofstede aen Zoestdijck’, die in 1674 werd gekocht door stadhouder Willem III die enorm van jagen hield.
Maar de familie verloor het jachtslot: onder de Franse invloed werd het staatseigendom en werd het zelfs een kazerne voor Franse militairen.
Maar Soestdijk kwam in 1815 toch weer terug bij de Oranjes. Na de Franse overheersing was Nederland een koninkrijk geworden en kroonprins Willem II kreeg het jachtslot cadeau vanwege zijn heldhaftige optreden tijdens de veldslagen tegen de Fransen.

Willem en Anna maakten van paleis Soestdijk een zomerpaleis; het ging behoorlijk op de schop.
Er werden aan weerskanten grote zijvleugels aangebouwd en het werd helemaal ingericht in de empire-stijl.
Het paleis werd tot 1937 door de Oranjes gebruikt als zomerpaleis; koningin-regentes Emma kreeg van de Nederlandse bevolking voor haar 70e verjaardag een bijzonder cadeau: elektrisch licht op paleis Soestdijk.
Na hun huwelijk in 1937 namen prinses Juliana en prins Bernhard intrek in Soestdijk en werd het permanent bewoond.
Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen vertrok het gezin naar het buitenland.
En net als in de Franse tijd: ook nu verbleven er militairen in het paleis, want Duits officieren gingen het bewonen.
Na de bevrijding kwamen Juliana en Bernhard weer terug. In 1948 werd Soestdijk een koninklijke residentie.

De eetkamer van het gezin

Met de Royaltygezusters bezochten we de grote wintertentoonstelling ‘De smaak van Soestdijk‘ over de kunst van eten en gastvrijheid, culinaire tradities en koninklijke tafelmomenten.
Tijdens onze rondgang door het paleis kwamen we o.a. in de eetkamer van het gezin. Er stond een gedekte tafel zoals er toen werd gegeten en aan de muur zag je een foto van het gezin aan die tafel.
Verder was er een chique eetzaal ingericht, waar een enthousiaste gids ons van alles vertelde.
We liepen langs tafels/vitrines met historische serviezen, prachtig tafelzilver, tafellinnen met ingeweven koninklijke namen en bekeken álle foto’s van de koninklijke familie die overal langs de route waren ophangen.
We stonden achter de openslaande deuren van HET bordes en realiseerden ons dat de hele familie zich hier destijds opstelde om op dat bordes het defilé af te nemen.
Je loopt op zo’n dag door de geschiedenis van ons koningshuis.

In de Oranjerie waar we koffie dronken, was de brief van Anna aan haar broer te lezen.
Je ziet de brief op de achtergrond op de foto hiernaast.
Op de voorgrond zie je de gebaksvitrine.
Daarover meer in het volgende blog in deze serie.

Meer weten over de geschiedenis van Paleis Soestdijk? Hierbij een link naar een mooi artikel daarover op de website van Blauw Bloed.

Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

24 januari: Terug in de tijd

Onze dagen en avonden verlopen heel rustig.
Voor ons ongewoon rustig, maar we kunnen ons er prima aan overgeven.
Donderdagavond keken we naar ‘Dial of Destiny’, de laatste film in de Indiana Jones-reeks.
Hij kwam uit in 2023, maar wij hadden hem nog niet gezien.
Waar gaat het over?
In een race tegen de klok moet Indiana Jones een legendarische wijzerplaat vinden die de loop van de geschiedenis kan veranderen.
Al snel komt hij tegenover Jürgen Voller te staan, een voormalige nazi die voor NASA werkt.
Klik hier om de trailer te bekijken.

Het was spannend en onzinnig tegelijk, maar we hebben er van genoten.
Voor mij zijn de geschiedenis-aspecten in deze reeks het leukst.
Aan het begin zat ik al op mijn telefoon te zoeken naar de ‘Speer* van Longinus’, het wapen waarmee een Romeinse soldaat die Longinus zou heten in de zijde van Jezus had gestoken.
Die kwam voorbij omdat de Duitsers die voor Hitler wilden bemachtigen.
Maar het ging in deze film over een archeologisch voorwerp uit de Griekse oudheid: de Antikythera.
Hierbij een link  naar een artikel over ‘de oudste analoge computer ter wereld’: het bevat op elkaar afgestemde tandwielen die gezamenlijk een mechanische weergave van de toen bekende hemel vormen.
In de film kunnen ze met dat ding door de tijd reizen en willen ze ermee terug naar augustus 1939, maar ze komen in 212 voor Christus terecht, midden in het Beleg van Syracuse.

Door de tijd reizen.
Sinds ik het fantastische boek van Thea Beckman  ‘Kruistocht in spijkerbroek’ las in de jaren ’70 heeft me dat gefascineerd.
Dat was al begonnen met verhalen in de Donald Duck, want ook daarin kwamen regelmatig tijdmachines voorbij, uitgevonden door Willy Wortel, waardoor Donald en de neefjes de wonderlijkste avonturen beleefden in een oud kasteel in de middeleeuwen in Schotland, bij de Inca-stad Machu Picchu of bij Archimedes aan de tekentafel.
In de Indiana Jones-film zitten de hoofdrolspelers in 212 voor Christus midden in een oorlog, het wemelt van de Romeinse soldaten en aan de rand van de belegerde stad Syracuse hebben ze een ontmoeting met Archimedes, de uitvinder van de Antikythera.
Stel je nou toch eens voor dat dat zou kunnen!
Toen ik in Oostenrijk over de eeuwenoude noordgrens van de Romeinse limes**  fietste bedacht ik: ‘Hoe zou het het hier toen hebben uitgezien? O, wat zou ik graag even om het hoekje van de tijd kijken….”
En die gedachte heb ik ook bij hunebedden, ruïnes en oude kerken.

Maar goed dat het niet kan.
Want wat moest je dan kiezen?
Jan Rot zong over dit gegeven ooit het prachtige lied ‘Stel dat het zou kunnen’; daarover schreef ik in 2016 dit blog
De essentie van dat lied is: geniet van en investeer in je naasten zo lang ze er nog zijn.
De geschiedenis kun je niet meer veranderen, maar je hebt wel invloed op je herinneringen aan gebeurtenissen die nu nog toekomst zijn.
Maak ze.

* Lees hier meer informatie over de zogenaamde Heilige Lans.
** Het hele verhaal over de Romeinse weg langs de Donau vind je in dit blog uit 2023.

Reageren

23 januari: Waarom noemen we iets OK?

Martin van Buren – afbeelding: Wikipedia

Vandaag een blog over een bewaard kalenderblaadje uit 2023 van de scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad.
De vraag op de voorkant van het blaadje was: ‘Welke Amerikaanse president zou een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het woordje oké?’
Martin van Buren (1782-1862) was de achtste president van de Verenigde Staten en regeerde van 1837 tot 1841.
Hij was de eerste president van niet Britse komaf. Thuis sprak hij Nederlands en als hij in het openbaar een hartstochtelijke speech gaf was in zijn Engels een Nederlands accent te bespeuren.
Hij werd geboren in een eenvoudig gezin in het dorpje Old Kinderhook in de staat New York; dat dorpje was in de 17e eeuw door Nederlanders gesticht.
Als advocaat maakte hij snel carrière in de Amerikaanse politiek. Hij hielp een coalitie te vormen die Andrew Jackson steunden in de presidentsverkiezingen van 1828, een coalitie die zou uitgroeien tot de Democratische Partij.
Jackson beloonde Van Buren door hem eerst minister van Buitenlandse Zaken en daarna vice president te maken; in 1837 werd Van Buren zelf president.
Aan het begin van zijn ambtstermijn kreeg hij te maken met de grootste economische crisis tot dan toe in de Amerikaanse geschiedenis: de paniek van 1837. Van Buren probeerde de crisis aan te pakken, maar was daarin weinig succesvol. Door zijn tegenstanders werd hij daarom ook wel ‘Martin van Ruin’ genoemd naar het Engelse woord voor ruïneren

Maar hoe zit het nu dan met dat OK?
Het begon allemaal in de zomer van 1838 in de stad Boston, waar een afkortingenrage losbarstte onder inwoners en journalisten. Ze ontwikkelden een soort premoderne sms-taal, waarbij ze woorden volgens de uitspraak en niet volgens de spelling opschreven. All right, bijvoorbeeld, kortte men niet af als A.R., maar als O.W., naar de uitspraak Oll wrightOll wright was de directe voorganger van O.K. De afkorting O.K. – dat stond voor het verkeerd geschreven Oll Korrekt – verscheen voor het eerst op 23 maart 1839 in de Boston Morning Post. In de zomer van 1839 waaide de woordjesrage over naar New York, en in de herfst naar New Orleans. Deze steden pikten ook de afkorting O.K. op.

Ongetwijfeld zou O.K. vergeten zijn, maar de aanhang van Martin van Buren, die sinds 1837 president was, gebruikte de afkorting in de strijd om een tweede ambtstermijn. Van Buren’s bijnaam was The Fox of Old Kinderhook, verwijzend naar zijn geboorteplaats. De Democraten kozen Old Kinderhook als hun geuzennaam en richtten op 23 maart 1840 The Democratic O.K. Club op.
Als president signeerde hij zijn documenten namelijk met ‘OK’, de afkorting van zijn geboorteplaats Old Kinderhoek.

Hierbij een link naar een artikel over Martin van Buuren op Wikipedia.
Daarin staat geen woord over bovenstaand OK-gebeuren, maar het is wel een erg interessant artikel waarin je meer te weten komt over de Amerikaanse politiek in de 19e eeuw.
Dan lees je even wat anders over een Amerikaanse president: de blèrbek die er nu zit in de 21e eeuw komt ons inmiddels de neus uit……!

Reageren

26 november: 100 jaar kruiswoordpuzzels.

Mijn vader was niet iemand die zich gauw verveelde. Hij las graag, hield van spelletjes, leg-puzzelen, knutselen, prutsen en woordpuzzels.
Kruiswoordpuzzels en cryptogrammen en zo. De laatste jaren maakte hij het liefst doorlopers.
Hij kocht eens in de zoveel maanden een puzzelboekje en hij genoot van het gegoochel met woorden.

Als je ziet hoeveel van die boekjes er tegenwoordig verkocht worden, kun je je haast niet voorstellen dat het dit jaar nog maar 100 jaar geleden is dat de eerste puzzel in deze soort werd gepubliceerd in een Nederlandse krant.
Van een kalenderblaadje van de geschiedenisscheurkalender die in 2023 in ons kleinste kamertje hing leerde ik wanneer de eerste moderne kruiswoordpuzzel werd gepubliceerd.

De eerste moderne kruiswoordpuzzel begon met de omschrijving ‘What’ bargain hunters enjoy’ Het antwoord was ‘sales’. Het was het antwoord op de bovenste vraag van de eerste moderne kruiswoordpuzzel die op 21 december 1913 door de redacteur Arthur  Wynne (1862 – 1945) in New York World werd gepubliceerd. Hij was mogelijk geïnspireerd door het satorvierkant, een palindroom dat in de ruïnes van Pompeï was aangetroffen.
Wynnes puzzel, ruitvormig en nog zonder zwarte vakjes, was bedoeld als een eenmalige bijdrage in de ‘Fun’-bijlage van het kerstnummer . De puzzel werd echter zo enthousiast ontvangen dat het een wekelijks onderdeel van de zondageditie werd.

Hoewel de New York Times de kruiswoordpuzzel in 1924 nog ‘een primitieve vorm van mentale oefening’ noemde, begon de puzzel al snel de wereld te veroveren. De eerste Nederlandse variant verschenen in 1925 in het Algemeen Handelsblad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Britse inlichtingendienst een kruiswoordpuzzel als test bij het rekruteren van codekrakers.

Wist ik allemaal niet; vind ik dan erg leuk om te lezen.

afbeelding: Wikpedia

En gelijk denk ik er dan achteraan: “Wat is dan het satorvierkant van Pompeï?”
Maar dat is weer een hééĺ ander verhaal!
Hierbij een link naar een artikel op Wikipedia waar dat verhaal uit de doeken wordt gedaan.
De afbeelding hiernaast haalde ik van die pagina.

Reageren

10 oktober: Even weer op de kleuterschool.

Woensdagmorgen 8 oktober; ik zit in de auto op weg naar mijn werk.
Op Radio 5 hoor ik Henri Schut in de ochtendshow in gesprek met een mevrouw uit Arnhem.
Daar hebben ze een oplossing bedacht voor de vreselijke drukte met auto’s in de buurt van een basisschool als de kinderen gebracht en gehaald worden.
De oplossing heette ‘de schoolslinger’.
In een wijk van Arnhem lopen alle kinderen samen in een steeds groeiende slinger naar school onder begeleiding van een volwassene.
Dit doen ze als experiment één keer in de week, de kinderen die meedoen worden door ‘de schoolslinger’ van huis gehaald.

Helemaal in de verte zie je de kleuterschool. Afbeelding: Oude kaarten Hoogersmilde

Wat een goed idee.
In gedachten ben ik weer terug in 1966, toen ging ik als 5-jarige naar de kleuterschool.
Destijds woonden we in de nieuwe nieuwbouw van Hoogersmilde, aan de kant van de Drentse Hoofdvaart waar de kerk staat.
De kleuterschool stond toen in de oude nieuwbouw, aan de kant van de televisietoren en langs die vaart liep de drukke rijksweg van Meppel naar Assen. De A28 was er toen nog niet.
De jonge kinderen die naar de kleuterschool gingen moesten dus ’s morgens die Rijksweg oversteken en over de PH-brug naar de andere kant van de vaart lopen.  Een gevaarlijk punt, want ook alle dikke vrachtwagens van en naar de steenfabriek van Roelfsema kwamen over die brug.

In Hoogersmilde hadden we destijds een oplossing voor dat probleem: Tante Siet, voor niet Hoogersmildigers mevrouw S. Hatzmann-Vos.
Ze woonde met haar gezin in de Schultestraat (vlak bij de Rijksweg) en haar dochtertje Hilda, één jaar ouder dan ik, ging ook naar die kleuterschool.
“Breng die kinder ’s morgens maor eem bij mij, ik zet ze dan wel in ien keer over de straote” had tante Siet gezegd tegen de andere moeders uit de nieuwe nieuwbouw. Zo liep tante Siet ’s morgens met een groepje kleuters naar de Rijksweg en zette ze ons veilig over naar de andere kant en bracht ons naar school.
Toen haar dochtertje naar de Lagere School ging en niet meer over de Rijksweg hoefde te worden gezet, bleef tante Siet de kleuterschoolslinger begeleiden.
Dat heeft ze volgens mij gedaan tot de kleuterschool een nieuw gebouw kreeg aan de Ulehakestraat, aan de andere kant van de vaart.
Mooie herinneringen aan het dorp uit mijn jeugd.

Inmiddels heeft Henri het volgende liedje alweer aangekondigd en rijd ik de parkeerplaats van mijn werk op.
Om 10.00 uur heb ik mijn ‘einde-dienstverband-gesprek’ met iemand van HR.
Het kleutertje dat in de jaren ’60 over de Rijksweg werd gezet hoeft allang niet meer naar school.
En binnenkort ook nooit meer naar haar werk.
Time flies.

Zat ik de hele dag met die kleuterschool in mijn hoofd.
’s Avonds zocht ik op internet naar foto’s van de het oude schoolgebouwtje en in de albums van mijn ouders zocht ik naar foto’s uit die tijd.
Vond ik warempel een groepsfoto van een kleuterschoolreisje; ik zat kennelijk in de gele groep, getuige de gele versiering op mijn jurkje.
Nog veel bekende gezichten!
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

Reageren

26 september: Popeye & Donald Duck

Wat hebben Popeye en Donald Duck gemeen? Ze waren allebei bij-figuren in een populair stripverhaal en werden beroemder dan de strip waarin ze debuteerden.

Donald Duck is voor het eerst te zien in 1934. Hij speelde de rol van buurman in het Disneyfilmpje ‘The wise little hen’, een deel van de serie Silly Symphonies: korte tekenfilmpjes met veel muziek.
Donald kan de kip niet helpen met het oogsten van de mais, want hij heeft buikpijn.
De woedeaanvallen en het gekke gekwaak van de eend valt op: Walt Disney kreeg nogal wat brieven of die schreeuwerige eend niet wat vaker in beeld kon komen.
Vervolgens kreeg hij al snel een rol in de filmpjes van de beroemde Mickey Mouse. En de rest is geschiedenis: in Nederland werd Donald Duck zo populair dat hij een eigen stripblad kreeg: De Donald Duck. Vast onderdeel van mijn jeugd en een schat aan mooie herinneringen.
Meer weten over deze eend?
Hierbij een link naar zijn eigen pagina op de website ‘Duckipedia.

En hoe zit het dan met Popeye?
De Amerikaanse cartoonist Elzie Segar (1894-1938) bedacht een nieuwe strip:  Thimble Theatre.
Het stripverhaal verscheen in 1919 voor het eerst in de New York Journal.
De tekeningen gingen over Olive Oyl (in het Nederlands bekend als Olijfje), haar broer Castor Oyl en haar vriend Ham Gravy, die samen bijzondere avonturen beleefden.

Na 10 jaar deed een nieuwe figuur zijn intreden in Thimble Theatre.
In de strip van 17 januari 1929 zochten Castor en Ham een zeeman om een boot te besturen.
Op de kade zag Castor een norse man staan met een matrozenjasje, een matrozenpetje en een tatoeage van een anker.
Castor Oyl riep: “Are you a sailor?”
Onverschillig antwoordde de zeeman: “Ja think I’m a cowboy?”

Zo deed Popeye zijn intrede. Hoewel de zeeman aanvankelijk een bijfiguur was, werd hij al snel een vaste gast in de strip.
De zeeman is sindsdien niet meer weg te denken uit de cartoon-geschiedenis.

Deze informatie heb ik van een scheurkalenderblaadje dat ik heb bewaard omdat ik het een leuk verhaal vond in de categorie ‘Geschiedenis’.
Hij komt van de de Historische scheurkalender die in ons toilet hing in 2023.
Geschiedenis is beslist niet alleen maar kerken, jaartallen en oude gebouwen.
Die Popeye…… wordt in 2029 100 jaar!

Reageren

29 augustus: Het mirakel van Amsterdam

Twee blogs schreef ik al over ons bezoek aan de zandsculpturen in Garderen; vandaag een verhaal over ‘Het mirakel van Amsterdam’.
Er was een heel podium ingericht voor dat mirakel.

Dit is het bijbehorende verhaal.
In een huis aan de Kalverstraat lag in maart 1345 een doodzieke man in bed.
Door een priester werd hem het heilige sacrament toegediend: de stervende kreeg een hostie (een broodrondje van ongezuurd tarwemeel), maar de zieke braakte die hostie weer uit en het braaksel werd in het vuur gegooid.
Maar na verloop van tijd zweefde de nog gave hostie boven het vuur! De bijzondere hostie werd naar de Sint-Nicolaaskerk (die heet nu de Oude Kerk) gebracht, maar het ding kwam op onverklaarbare wijze terug naar de Kalverstraat. Daarna bracht een groep geestelijken de hostie weer naar de kerk, maar opnieuw verscheen de hostie in de Kalverstraat. Toen werd duidelijk dat het hier om een wonder ging, een ‘mirakel’.
Op de afbeelding rechts zie je de beeldengroep waarop je ziet dat de hostie ongeschonden uit het vuur wordt gehaald.

Een jaar nadat het wonder zich voltrok werd het door het stadsbestuur al erkend en de Rooms Katholieke kerk ging daarin mee: wie als pelgrim de plaats van het mirakel bezocht, kreeg van de kerk een aflaat. Dat betekende vermindering van straf voor al je zonden in het hiernamaals.
Door de jaren heen ontstond er op de eerste woensdag na 12 een zogenaamde ‘mirakel-processie, een jaarlijks terugkerend hoogtepunt in het stadsleven van Amsterdam.
Je leest het hele verhaal, hoe het is afgelopen met de kapel waar de haard uit de ziekenkamer in was opgenomen én wat dit wonder te maken heeft met de keizerskroon op het stadswapen van Amsterdam in dit artikel dat ik vond op de website Historiek.
Die processie wordt ‘De stille omgang’ genoemd en vindt nog steeds plaats.
Op de afbeelding links zie je hoe de zandkunstenaars die processie hebben vormgegeven, met daarachter de muren van de Sint Nicolaaskerk.

Met dit blog besluit ik mijn verhalen over onze belevenissen in de Beeldentuin in Garderen.
Nou…… nog één spreekwoord dan.
Er stond daar een bij een tafereel over middeleeuwse straffen (met een levensgrote beul) ook een schandpaal.
Misdadigers werden voor straf in het openbaar in een schandblok gezet; daar komt het spreekwoord voor paal staan vandaan.
Iedere voorbijganger mocht de tentoongestelde nog meer straffen door hem  te bekogelen met viezigheid. Geen tomaten of eieren of zo, die waren toen veel te duur…… je werd bekogeld met dode muizen, ratten en paardenvijgen. Ook mocht iedereen naar je spugen of tegen je aan plassen. Dan was je het pispaaltje.
En ja, er is een foto van Jan die in dat schandblok staat en Gerard staat er triomfantelijk bij.
Wat was er aan de hand?
Wat gebeurde tijdens de wandeling tussen de zandsculpturen in Garderen blijft tussen de zandsculpturen in Garderen 😉

Reageren

23 juli: Markestenen.

Op de afbeelding hiernaast zie je een kruispunt van (fiets)wegen in Drenthe waarop veel te zien is: ik maakte deze foto zondag 13 juli op onze fietstocht tijdens ons zonnige zomerweekend in Westerbork.
Je ziet fietsknooppunt 05 en je ziet het routebordje dat wijst naar de knooppunten 03 en 11.
We fietsen het Nationaal Park Drentse Aa in, volgens het bordje van Staatsbosbeheer mag je hier vrij wandelen.
Er staat een ANWB-paddenstoel waarop je kunt zien dat Hooghalen nog 3,1 km is en Zwiggelte 4,2 en er ligt een vrij grote zwerfsteen waar een informatiebordje bij staat. Op dat bordje staat de volgende tekst:

Toen de mensen in de middeleeuwen op een vaste plek gingen wonen, ontstonden er dorpen. De venen, heide, weilanden en bossen rondom het dorp waren van alle inwoners samen. Dit was hun gemeenschappelijk bezit en samen reguleerden de boeren het beheer en gebruik van die gronden. Het dorp vormde, samen met het omliggende gebied, de Boermarke. Eeuwenlang bepaalden de boermarken hoe de Drentse dorpen bestuurd werden.
Op diverse plekken in de provincie Drenthe liggen markestenen. Deze stenen markeerden eeuwenlang de grenzen tussen de verschillende boermarken. De steen hiernaast ligt op de plek waar vroeger de grens was tussen de boermarken van Hooghalen en Zwiggelte.

Een klein stukje geschiedenis van deze stenen en de boermarken haalde ik van de website van de Vereniging Drentse Boermarken:
De boermarken kunnen worden beschouwd als de voorloper van onze huidige gemeenten. De verdeling van Drenthe in boermarken is vanaf de 13e eeuw tot aan de Franse tijd begin 1800 van kracht geweest. Napoleon heeft door het instellen van de gemeenten een eind aan de hegemonie van de Boermarken gemaakt. Vanaf 1815 tot aan 1880 hebben de Boermarken min of meer gedwongen hun gemeenschappelijk bezit onder de aangesloten eigenaren de gronden moeten verdelen. Er waren echter een aantal uitzonderingen, gronden die niet waren te verdelen, namelijk de brinken en de toegangswegen naar de verdeelde landerijen. Veel van deze objecten zijn later overgeheveld naar gemeenten.

Die markestenen liggen dus nu nog overal; ‘marke’ betekent letterlijk grens of scheiding.
Mooi om te weten dat grote zwerfkeien in Drenthe in het verleden niet alleen maar voor funderingen en hunebedden werden gebruikt!

Geïnteresseerd in de Boermarken en bijbehorende markestenen?
Hierbij een link naar de website waar ik bovenstaand citaat vanaf heb gehaald.

Reageren

16 juli: Mokum in Meppel.

In 2014 stonden wij, toen nog met de caravan van mijn ouders, op een boerencamping in Nijeveen. We wilden toen een stadswandeling doen in Meppel, maar het was die dag Mokum-in-Meppel-dag. Toen we de stad in fietsten schalden Hazes en tante Leen ons al tegemoet; dat ging ik niet een hele dag aanhoren, dus wij gingen iets anders doen: een fietstocht naar de ooievaars in De Wijk.

“Waarom zou je in ’s hemelsnaam een Amsterdamse dag in Drenthe organiseren?” vroeg ik me destijds in arrenmoede af. Toen we eind juni van dit jaar met Happen en Trappen in Meppel waren kreeg ik, elf jaar later, antwoord op die vraag. Aan de muur van herberg ’t Plein waar wij ’s morgen koffie dronken hingen twee informatieborden met een en interessant en onverwacht verhaal over de band tussen de steden Meppel en Amsterdam.

Vroeger ging de handel tussen Meppel en Amsterdam over de Zuiderzee, na 1932 over het IJsselmeer.  Die handel nam al grote vormen aan na 1600.  In Holland was de turf die voorhanden was in die regio allemaal opgestookt en daarna werd die brandstof uit Drenthe gehaald: turf was in Drenthe nog volop voorradig en vanuit Hoogeveen, Emmen en Groningen werd het naar Meppel vervoerd.  Rond  1650 leefde ongeveer de helft van de bevolking in Meppel van de scheepvaart; het machtigste gilde in die tijd was het schippersgilde.  Turfschepen en beurtveren voeren heen en weer over de Zuiderzee; ze namen naast turf ook slachtvee, zuivel, graan, geweven stoffen en zeildoek mee. Het was heel normaal dat op de markt van Amsterdam brood, meel, boter en stoffen uit Meppel te koop waren.  Op de terugreis werden dan luxe producten zoals specerijen noten en rijst  meegenomen om vanuit hier weer door te verkopen; nog steeds vind je in Meppel veel pakhuizen.
In 1870, toen de provincie verordonneerde dat alle straten, pleinen en kaden een naam moesten krijgen kregen de kades van het kanaal deftige Amsterdamse namen zoals Prinsengracht en Keizersgracht.

In de loop van de eeuwen ontstonden er hechte contacten tussen Meppel en Amsterdam; dat kwam onder andere door de vaste scheepvaartdiensten van de veerbooten en vrachtschepen op Amsterdam. Schippers uit Meppel hadden familie in Amsterdam en meisjes en vrouwen die een betrekking zochten bij een rijke familie trokken veelal naar Amsterdam.
Het kwam zelfs voor dat arme jonge vrouwen van de diaconie in Meppel geld kregen voor een enkele reis naar Amsterdam om zo hier de armoede te ontvluchten; daar konden ze een man vinden en de familiebanden tussen Meppel en Amsterdam werden er alleen maar sterker door. Andere keerden toch terug om in Meppel te trouwen, maar ook dan bleven er banden bestaan met Amsterdam.

Mooi verhaal!
Dat ik nu de reden van de Mokum-in-Meppel-dag weet, wil natuurlijk niet zeggen dat ik daar heen ga.
Lijkt het jou wel leuk?
Dit jaar is het op 14 augustus ‘Mokum in Meppel!’

Reageren

Pagina 1 van 24

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén