een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Sweet memories Pagina 2 van 5

Muziek en herinneringen

24 juni: Internationale dag van de fee.

Iedere dag heeft tegenwoordig wel een bijzonderheid.
Vanmiddag hoorde ik in de auto op de radio dat het vandaag de internationale dag van de fee is.
Als ik dan alleen in de auto zit komt er bij zo’n onderwerp van alles naar boven in mijn hoofd.
Toverfeeën, goede feeën; in mijn kinderwereld waren veel sprookjes aanwezig en dus ook feeën.
Mijn eigen affectie met sprookjes heb ik behoorlijk kunnen uitleven op de kinderfeestjes die we organiseerden voor onze dochters.

Sprookjesfeestjes, heksenfeestjes en feeënfeestjes: in het kader van deze dag vandaag een blog over zo’n kinderfeestje met feeën.
We maakten op dit feestje eerst van goudkleurig karton een feeënhoed met zo’n gordijntje eraan.
In dit geval geknipt van de gele bloemengordijntjes van onze tent.
Die we nooit gebruikten omdat ik gordijntjes in een tent quatsch vond.
Op zulke feestjes kwam de zak met oude kleren altijd goed van pas: een oude jurk van mama was voor een kleutertje een lange feeënjurk!

Op de afbeelding hiernaast zie je de feetjes die het feestje bevolkten opgesteld voor de groepsfoto.
Iedereen had ook een eigen toverstokje met een ster er aan; die ster hadden ze zelf uitgeprikt en aan het stokje geplakt.
Met het maken van de hoed, het toverstokje en met het verkleden waren we al een flinke tijd zoet.
Natuurlijk las ik dan een verhaal voor waar een fee in voorkwam en we deden ook ‘ezeltje-prik’, maar dan met een fee.
Feetje-prik dus. In plaats van de staart aan de ezel moesten de kinderen dan geblinddoekt een sluiertje aan een getekende feeënmuts prikken.
Grote lol natuurlijk toen één van de gasten de sluier op de achterkant van de fee prikte….. “Haha! Je prikt hem op de kont!”
We deden een estafette met alle fee-attributen op en aan: we hebben er video-opnames van. Wapperende rokken die in de weg zitten, hoeden die bijna afvallen: de kinderen schreeuwen bij de aanmoedigingen hun longen uit hun lijf.

Onze dochters en wij bewaren goede herinneringen aan die kinderfeestjes.
Ik zeg met opzet ‘wij’, want Gerard hielp ook altijd mee met de voorbereiding en was er die middag bij.
Als de patat op was en alle gasten weer naar huis gebracht zaten we ’s avonds helemaal uitgeteld maar tevreden aan de koffie.

Vanmiddag in de auto popten die beelden even weer op: sweet memories.

Reageren

24 maart: Die Brabanders…..

In het begin van de jaren ’70 gingen wij in de zomer als gezin twee weken op vakantie naar het buitenland; we hadden een vouwwagen en we stonden altijd op een camping.
Ooit stonden wij op zo’n camping in de buurt van een stel Brabanders.
Ze kwamen uit Goirle en stonden in een groep, zodat er een soort binnenplaatsje werd gecreëerd.
Volgens mij waren het drie broers, allemaal met hun gezin op vakantie en mijn broertje (8) en ik (12) maakten al gauw kennis met de kinderen van de buurgroep.

De leefstijl van de Brabanders week nogal af van die van ons.
Wij waren een gezin uit het noorden en mijn moeder hield ook op de camping de structuur van het huishouden vast, dus er werd op tijd koffiegedronken, gekookt, gegeten en (af)gewassen.
Zelfs de tent werd om de andere dag helemaal schoongeveegd.
Mijn ouders keken vanonder hun luifel toe hoe het er bij de buren aan toe ging en dat veroorzaakte op z’n minst opgetrokken wenkbrauwen, met name bij mijn moeder.
Ze zaten amper aan tafel, af en toe werd er eten uitgedeeld en een ieder deed wat goed was in zijn of haar ogen. ‘Volgens mij doet ze maor wat’ constateerde mijn brave moeder en dacht er het hare van.
Af en toe werden ’s avonds na het eten gitaren en andere muziekinstrumenten uit de tenten gehaald en gingen ze met elkaar op hun binnenplaatsje zingen; iedereen die wilde mocht meedoen.
Hun enthousiasme werkte aanstekelijk en ik bewaar goede herinneringen aan die avonden.
Ze deden ook heel gek soms.
Dan deden de mannen de nachtponnen van hun vrouwen aan, stonden ze zich met elkaar te bescheuren van het lachen en zongen nog een raar lied.
Als kind keek ik er naar met ogen op stokjes.
Wat een lawaai de hele tijd en wat een plezier!

Veel is weggezakt in mijn herinnering, maar naast ‘Meisjes met rode haren’ is er één liedje dat ik me ben blijven herinneren van die muziekavonden op de camping.
Het was een smartlap in de ware zin des woords en de mannen zongen het lied met veel gevoel voor drama.
Het heette ‘Zij was mijn kleine Marianne’.
En die ging dood.
Ik wist toen niet zo goed of de mannen het lied nou serieus zongen of er de draak mee staken.
Nu denk ik dat er al enige pilsjes genuttigd waren en dat ze het ‘over the top’ zongen ter leringhe ende vermaeck.

Toen ik deze week zocht naar een lied over Marian kwam ik op YouTube een video tegen van Ben Steneker met de titel ‘Zij was mijn kleine Marianne’.
Zou het…..!?!?
Ja. Toen ik het hoorde kon ik grote delen zo weer meezingen en zat ik weer in kleermakerszit bij de vrolijke muzikanten uit Goirle.
Hierbij een link naar de video van Ben Steneker op YouTube. 
Nu weet ik ook wat de term ‘werkt ’s nachts voor haar geld bij het raam’ betekent en begrijp ik de overspannen reactie van de zanger beter.
Voortschrijdend inzicht.
Sweet memories.

Reageren

6 maart: Zacht als fluweel….

Tegenwoordig zien we de dochters weer af en toe: één op één en buiten. Dinsdag ging ik een wandeling maken met Carlijn; deze keer zou ik naar Groningen komen.
Ze woont aan de West Indische kade en kijkt uit op de Gerrit Krol-brug.
Aan de andere kant van het water is een industrieterrein, dus toen ze vertelde dat we de brug gingen oversteken vroeg ik me af of dat nou wel zo leuk wandelen was….?
Na de brug liepen we rechtdoor en kwamen eigenlijk gelijk in een bos met brede fiets/wandelpaden en had je helemaal niet meer door dat je in een stad liep.
Al wandelend kwamen we van alles tegen: een weiland met paarden, een veld met veel bulten, kuilen en hellingen voor skateboarders, een pluktuin waar iedereen ’s zomers vruchten en planten mag plukken en een ‘oerspeeltuin’.
Dit bevindt zich allemaal naast de Groningse wijk Beijum en aan de andere kant ligt het grote sportcomplex Kardinge.
Tijdens de wandeling voelde ik me soms een provinciaaltje in de grote stad.
Ten eerste was het ontzettend druk met hardlopers, fietsers en wandelaars; je moest uitkijken waar je liep.

…. in de open lucht bewegen…

Ten tweede: als je normaal gesproken je dagelijkse ommetje maakt langs sportcomplex ‘de Hullen’ (in Roden) dan kijk je je ogen uit bij Kardinge.
Er staat een grote klimwand van tientallen meters hoog waarlangs waaghalzen langs naar boven klimmen, er is een enorme hal voor zwemmen/schaatsen en er zijn plaatsen om in de openlucht te bewegen.
We liepen langs de oevers van de Kardingerplas waar we een bijzondere vorm van watersport konden bekijken: wakeskaten.
Dat is een combinatie van snowboarden, wakeboarden en skateboarden; een wakeskate is een soort skateboard, maar dan voor op het water.

De wandeling voerde ons dus door ‘Kardinge’, een natuurgebied van Natuurmonumenten.
Bij het woord Kardinge dacht ik alleen maar aan ‘overdekt zwemmen, kun je nagaan.
Hierbij een link naar de website van Natuurmonumenten met meer informatie.
We genoten van het mooie weer, van de verrassend mooie omgeving en van het gesprek dat we even weer samen konden voeren.
Toen we bijna weer thuis waren gingen we op mijn verzoek nog even bij het water van het Van Starkenborghkanaal staan.
Zo’n kanaal met grote boten doet me altijd mijn vader denken, die op een schip is geboren en altijd ‘hang’ naar water en schepen had.
De foto links is gemaakt door Wim vanuit het raam van hun appartement. (klik op de afbeeldingen voor een vergroting).

Op de terugweg kwamen we langs een wilg waar overvloedig ‘katjes’ aan groeiden.
Het deed me ineens aan mijn moeder denken, die zo’n katjestak prachtig vond.
Mijn vader nam die in het voorjaar altijd voor haar mee, want achter de steenfabriek stond zo’n boom.
Zondag waren we nog bij hun graf, maar daar zijn ze voor mij niet.
Ze zitten verankerd in mijn herinnering en er gaat bijna geen dag voorbij dat ze niet even in mijn gedachten voorbij komen.

Carlijn en ik plukten er allebei één katjestakje af.
Voor thuis.
Nu staat die tak bij ons op tafel.
Af en toe aai ik heel voorzichtig over de katjes.
Zo zacht als fluweel…….sweet memories.

Reageren

16 januari: TBONTB 15 – Van ergernis naar ontroering.

Voor ieder hoofdstuk in het boek had ik een nieuw blog geschreven; in de rubriek ‘Sweet memories’ vond ik dit een toepasselijk verhaal.

In deze rubriek vind je verhalen over herinneringen aan fijne momenten die gekoppeld zijn aan muziek, boeken, foto’s en soms zelfs geuren; ik ben mij er van bewust dat ik  tot nu toe zo’n fijn leven heb geleid dat er veel sweet memories zijn.
Wat ik bijzonder vind is dat zelfs de herinneringen aan ergernissen kunnen omslaan in ontroerende momenten.

Daarbij moet ik in de eerste plaats denken aan het lied Junge, komm bald wieder van Freddy Quinn.
Mijn vader en moeder vonden dat prachtige muziek. Zij gingen vroeger naar alle films waar Quinn in speelde en hadden zoete herinneringen bij die muziek. (afbeelding: uit de film ‘Heimweh nach Sankt Pauli’.)
Ik niet.
Oubollig vond ik het in de jaren ’70.
Niet meer van deze tijd.
Zat mijn vader te genieten van die jaren ’50 muziek, dan liep ik daar mopperend bij weg.
Mijn vader overleed plotseling in 2008 en ik herinner me nog de eerste keer dat ik Junge, komm bald wieder weer hoorde. Tranen met tuiten.
Zelfde verhaal met “mijn Jezus, ik hou van U”, een lied dat mijn moeder graag zong.
Not my cup of tea.
Maar nadat het op haar begrafenis is gezongen kan ik er niet meer met droge ogen naar luisteren, laat staan het zelf zingen.

Heel veel dingen die mij als puber zo irriteerden ben ik later als waardevol gaan zien.
Dat alles in huis een vaste plaats heeft: de beruchte ‘organieke plaats’ waar mijn vader ons mee opvoedde. Als je iets kwijt was had je het niet op de organieke plaats gelegd.
De rust en de regelmaat van een schoon en opgeruimd huis die ons door mijn moeder werd voorgeleefd.

Vorige week deed ik een nieuw plastic afvalzakje in het prullenbakje in de douche.
Het was het laatste zakje van de enorme voorraad die ik vanuit mijn moeders erfenis meenam naar huis. Ze overleed half oktober 2017, vorige week was 13 augustus 2020.
“Waarom heb je toch overal zoveel van op voorraad!” mopperde ik vroeger.
Nu kan ik er om glimlachen……ma met haar acht flessen Glorix.
Sweet memories.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

15 januari: TBONTB 14 – Sweet memories.

Onder het tabblad ‘Geschiedenis’ vind je op deze website een submenu met de titel ‘Sweet memories’.
Als je daarop klikt kom je op een pagina waar ik beschrijf wat deze zoete herinneringen voor mij betekenen.
Op dit blog vandaag een paar voorbeelden van ‘Sweet memorie-blogs’ uit de afgelopen zes jaar.

Als puber in de jaren ’70 was ik helemaal idolaat van de glamrockgroep Mud.
Mijn hele kamer hing vol met posters van Les, Rob, Ray en Dave; er hing zelfs een poster van de mannen aan het plafond: dat was het eerste wat ik zag als ik ’s morgen wakker werd.
In april 2015 schreef ik een blog over ‘sweet memories & Mud: hierbij een link naar dat verhaal.  

Aan onze dochters hangen ontzettend veel zoete herinneringen.
Slaapliedjes bij het naar bed brengen, verhaaltjes voorlezen, te veel om op te noemen.
De baby-herinneringen aan hen vallen samen met onze jaren ’60-kinderwagen; een blauw-witte wagen met een ruime bak die mijn ouders in 1960 splinternieuw kochten.
Over die kinderwagen en wie daar allemaal in hebben gelegen schreef ik in 2018 een blog onder de titel ‘Onze oldtimer’.

Rond het overlijden van mijn moeder in 2017 schreef ik destijds blogs over het rouwproces.
Hoe er steeds stukjes werden afgerond en hoe ik dat destijds beleefde.
In januari 2018 schreef ik over een bezoek aan Hoogersmilde. Ik ging even langs bij de nieuwe bewoonster van haar oude appartement en ging naar het kerkhof om het graf te verzorgen, waar toen nog geen steen op stond. Het blog heet Weer een stukje.

Voor het boek schreef ik een blog over hoe ergernis over dingen na jaren overgaat in ontroering.
Morgen in dit theater.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

17 december: Kerst-kitsch.

Toen Gerard en ik in maart 1983 trouwden namen we allebei onze eigen LP’s en cassettebandjes mee.
Eén van de eerste LP’s die we samen kochten was een kerst-LP van BZN, ‘We wish you a merry Christmas’.
Iedere kerst kwam de plaat op de draaitafel van de platenspeler te liggen en hoorden we Jan & Annie zingen over Mary’s boychild en de Jingle bells.
Jarenlang schalden de kerstklanken van BZN door ons huis; we tuigden de kerstboom er bij op, knipten er met de kinderen papieren sterren bij met een tafel vol lijm en zilverglitters en dronken er op 1e kerstdag met mijn ouders de toen heel hippe Irish Coffee bij.
“We zetten nog even een kerstmuziekje op.”
We zongen alle teksten blijmoedig mee.

Totdat de CD-speler zijn intrede deed.
De LP’s stonden eerst nog in de kamer maar kwamen ten langen leste in een koffer op zolder te staan en we vergaten de kerstmuziek van BZN.
We kochten andere kerstmuziek en de kinderen brachten hun eigen kerstliedjes mee.
Pentatonix  bijvoorbeeld gaf aan het begrip ‘kerstlied’ een geheel nieuwe invulling.
Ik ontdekte de klassieke muziek en we luisterden graag naar Christmascarols.

‘Sleep my little angel…’ hoorde ik jaren niet meer, totdat ik vorig jaar toegang kreeg tot Spotify.
Daar kun je alles op vinden, zelfs ‘We wish you a merry Christmas’ van BZN.
Mmmmmmm.
Deze LP zou ik nu niet meer kopen.
Maar hoe fout deze jaren ’80 muziek me nu ook in de oren klinkt: ik smelt er nog steeds helemaal bij weg.
Dus als er niemand in de buurt is zet ik de Volendammers even op.
Geen idee hoe het klinkt? Klik hier voor een video van ‘The sleighing song’.

Kerst-kitsch.
Sweet memories.

Reageren

3 december: Klus geklaard.

Gisteren stond er een foto van mijn overgrootvader op deze website.
Die kwam ik tegen toen ik het foto-archief van mijn ouders onder handen nam.
(Eerdere blogs over dit onderwerp: Foto’s en melancholie en Een baby uit 1932)
Zaterdagmiddag legde ik de laatste hand.
Toen had ik:
– alle foto’s uit alle oude albums gehaald
– alle foto’s op chronologische volgorde gezocht.
– twee albums gemaakt  met foto’s van het leven van mijn ouders: één tot 1980 en één tot 2017.
– alle oude albums uit elkaar gehaald: kaften/omslagen bij het restafval, fotobladen bij het oud papier
– de foto’s die ik niet in de albums hebt geplakt verdeeld over de mensen die er op stonden: het gezin van mijn broer en ons gezin.

Wat een klus mensen; maar wat waardevol om te doen.
Afgelopen weekend kwamen mijn broer en schoonzus op bezoek en samen hebben we de albums bekeken.
Twee levens en één huwelijk in foto’s gevangen.
Verliefd, verloofd, getrouwd, kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen.
Gewone levens van gewone mensen, maar voor ons heel bijzonder.
De albums komen straks in het familiearchief, bewaard voor het nageslacht.

Op dit blog twee foto’s die ik zelf al vergeten was: een tweejarige Ada in de tuin van de woning bij de steenfabriek waar wij tot 1963 woonden.
Spelen in de ‘sambak’.
Sweet memories.

Reageren

20 juli: L’Orre Bietjé.

In Hoogersmilde, het Drentse dorpje waar ik opgroeide, heb je heel veel campings, omdat het grenst aan het Nationaal park ‘het Drents Friese Wold’;  één van die campings is de Horrebieter.
Vroeger gingen we daar wel eens patat halen of we liepen er overheen als we gingen wandelen, maar meestal sta je niet met een tent op een camping in je eigen dorp.
Toen we een jaar of 8 in Roden woonden hebben we er met ons gezin wel eens een jaar gestaan met de caravan van mijn ouders.
Wij waren ons huis toen grondig aan het verbouwen; Gerard was dan overdag met een paar vrijwilligers (o.a. mijn vader) aan het bouwen en kwam ’s avonds ook naar Hoogersmilde. Zo hadden de kinderen toch even twee weken vakantie ergens anders. Op de foto links staan Frea en ik bij een houten versie van de legendarische horrebieter, een Drents fantasiebeest ontsproten aan het brein van de gebroeders Bruggink, toenmalige eigenaren van de camping.
Als mensen vroegen waar we heen gingen op vakantie grapten we: ‘Naar : L’ Orre Bietjé!’
Klonk exotisch Frans, was Drents dichtbij.

Dit jaar staan Frea & Jon en Carlijn & Wim een week op die camping.
“Komen jullie dan ook een dag?”
Tuurlijk, leuk! Zondagmiddag togen we naar Hoogersmilde.
We namen het fotoboek mee waar de vakantie in 1997 op de Horrebieter in stond; de dames bekeken het samen en genoten van het ophalen van de gezamenlijk herinneringen.
Eén verhaal kreeg wat extra aandacht. Wij gingen in die vakantie één dag met mijn ouders fietsen; mijn vader wist in het bos een grote berg schelpen  te liggen die gebruikt werd voor de schelpenfietspaden. Bij de foto van Carlijn met opa bij de schelpenberg vertelde Frea: “O ja, ik weet nog dat jij toen zei mama: Hè pa, doe dat nou niet, straks denkt het kind dat schelpen uut ’t bos komt.”
Was ook zo. Twee weken later wilde Carlijn (3) weer schelpen zoeken. In het bos……
De kinderen namen weet ik hoeveel mooie schelpen mee naar de camping en maakten met hun kinderfantasie een heus schelpenmuseum: ze zochten grote takken uit het bos en etaleerden de schelpen op de takken naast onze tent.
Het was een gratis museum; ze mochten van ons alleen de mensen op het veldje uitnodigen die natuurlijk wel iets lekkers meenamen als dank voor het bekijken van het museum.
Sweet memories.

Wij waren dus weer eens een dagje op de camping: wat heerlijk!
Op een grasveldje in het bos theewater koken in een pan op een campinggasstelletje. Koffie zetten met datzelfde theewater gefilterd in een keukenrolpapiertje omdat er geen filterzakjes zijn.
Groente, krieltjes, hamburgers en vega-balletjes bakken op papa’s skottelbraai, vermengd met de geur van de barbecue van de buren.
Niet heel koud bier drinken uit blik en zoete witte wijn geserveerd krijgen in afzichtwekkelijke plastic wijnglazen.
Het mocht de pret allemaal niet drukken.
Het was weer oké op L’Orre Bietjé!

Reageren

11 juli: Sienus Grobben

Oldenzaal, de Twentse  stad waar ik ben geboren.
Gisteren was ik er met de jongste zus van mijn vader, tante  Trijn.
Zij heeft daar met mijn opa en oma gewoond van haar 4e tot haar 11e.
“Wat zou ik nog graag een keer kijken in de Plechelmus; daar ben ik als kind zo vaak geweest!” zei ze toen wij daar vorig jaar waren geweest. (lees voor meer info het blog ‘Geboorteplaats’ uit 2019).

Dat zij daar vaak is  geweest, is op z’n minst vreemd.  We hebben het hier over een meisje dat opgroeide in een streng gereformeerd gezin, waarbij de vader met grote weerzin kennis nam van alle ‘uitwassen van die katholieken’ in de jaren ’50. “Als het carnaval was liepen we altijd honderden meters om om bij onze eigen kerk te komen, dit om te voorkomen dat we iets van de optocht zouden zien” vertelde ze daarover.
De waarheid is dat mijn opa helemaal niet wist dat zijn dochtertje zo vaak in die katholieke Plechelmus basiliek te vinden was; instinctief voelde ze aan dat ze dat beter niet kon vertellen.  Haar lagere school stond tegenover de oude kerk en zij ging met haar vriendinnetje heel vaak even naar binnen. Gistermorgen stonden we voor de deur van die oude school. “Hier was het schoolplein, dat liep tot aan de kerk. Dan gingen we altijd door die deur de kerk binnen.” We liepen verder de kerk in. “Hier staken we dan altijd een kaarsje aan. En daar was het wijwaterbekken, daar schepten we een beetje water,  sloegen een kruis en keken dan naar alle glitter en glim,  schilderijen en beelden.”

Er kwamen veel herinneringen terug.  Maar ook het besef dat er niemand meer is om deze herinneringen mee te delen.  Ook nu staken we allebei een kaarsje aan, ontroerd, omdat onze gedachten natuurlijk uitgingen naar al die dierbaren die ons al ontvallen zijn.  Wat kwamen ze nog vaak voorbij de verhalen van gisteren.

Op de markt, vol met terrassen,  herinnerde tante Trijn zich het cafétaria van Sienus Grobben in een zijstraatje. ” Daar gingen je vader en moeder altijd naar toe voor een gehaktbal met uien”.

O ja.
Ineens herinnerde ik mij dat mijn vader altijd trots vertelde dat hij ooit een seizoen kampioen gehaktballenvreter was geweest in dat beruchte cafetaria. Hij was er altijd nog

Familie Vrieswijk 1961

een beetje trots op. Je kon, als je de warme maaltijd bereid had en daarbij gehaktballen met uien serveerde,  geen groter compliment krijgen dan dat ze bijna net zo lekker waren als die van Sienus Grobben.

Haar ouders en broers, mijn ouders en opa en oma.
Ons familieverleden; oeverloos kunnen we het er over hebben.
Gisteren waren ze allemaal weer even heel dichtbij.
Sweet memories.

Meer weten over de foto?
Lees hierbij het blog ‘Familiedag‘ uit 2016’.

Reageren

5 april: Jesse uit Sneek.

Vandaag is het zondag 5 april: Palmpasen. Vanmorgen zou het Af&Toe-koor meewerken aan de feestelijke viering in Op de Helte. Donderdag 12 maart had ik hierover overleg gehad met ds. Walter Meijles en we hadden uitgezocht wat het koor zou gaan zingen. Maar vrijdag 13 maart tekende zich aan de horizon al af wat nu realiteit is: intelligente Corona-lockdown. Geen gewone kerkdienst, geen palmpasenstokken maken en geen Af&Toe-koor.

Maar wel een viering,  zij het in sterk afgeslankte vorm, te volgen via kerkomroep.
Gerard en ik bekeken hem vanmorgen in de huiskamer.
In de loop van de week was gemeenteleden gevraagd om foto’s te sturen van palmpasenstokken uit het verleden of van nu; in de viering kregen we die te zien: wat leuk! Ook zagen we een tv-opname van de IKON uit 2002 waar onze eigen gemeenteleden, maar dan 18 jaar geleden, het lied ‘Hef op, uw hoofden’ zingen.
Een prachtige bijdrage was er van een jong gemeentelid: Lieke Venema. Zij speelde voor ons op een zelf opgenomen filmpje op piano ‘Stairway to heaven’.

In zijn overdenking vergeleek ds. Walter Meijles de situatie in Jeruzalem destijds met die van ons in Coronatijden.
Hij nam ons mee in zijn fantasie en vroeg ons ons voor te stellen dat het oktober 2020 is. De samenscholings-maatregelen in Nederland zijn al een stuk versoepeld en we bevinden ons op de Dam in Amsterdam. Dan komt iemand op een brommertje het plein op gereden met heel veel mensen erbij die met hun jassen zwaaien en groen van de bomen trekken;  daar krijgen ze dan achteraf een boete voor. Het is een tumult van jewelste.  De Amsterdammers  verzamelen zich en vragen zich af: “Wie is die man?”
“Dat is Jesse uit Sneek,  in Friesland! Hij heeft een vaccin ontwikkeld tegen het Coronavirus!” Nou, dat vindt men natuurlijk interessant. Mensen verzamelen zich voor het Nationaal Monument waar Jesse de mensen toespreekt. “Mijn medicijn is niet van deze wereld,  maar  het is van de geest. Saamhorigheid, gerechtigheid, gulheid en liefde zullen de gevolgen van het coronavirus  oplossen en ons zo genezen”.
Iemand uit het publiek roept: “Heb je geen spuiten bij je dan?”
“Nee” zegt Jesse “maar ik kan jullie injecteren met dit visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.”
“O. Laat dan maar, malloot.” De mensen lopen weg en gaan over tot de orde van de dag.

Wat leren wij van dit spiegelverhaal?
Dat medemenselijkheid, liefde, trouw aan elkaar en zorg voor elkaar de bouwstenen zijn die wij kunnen aandragen en daarmee ons steentje kunnen bijdragen aan het oplossen van de Coronacrisis.
Wil je deze viering ook beluisteren/bekijken?
Kerkomroep – 5 april – Catharinakerk – 09.54 u.

Als bonus op dit blog vandaag een opname van het Oecumenisch Kinderkoor Roden (opgericht door Gerard en mij in 1992). Het koor zingt op een kinderkorenfestival in 1996 het palmpasenlied ‘Wij zwaaien met takken’ van Elly en Rikkert Zuiderveld. Dat lied hadden wij anders vandaag met het Af&Toe-koor gezongen. Onze oudste dochters staan vol overgave te zingen,  temidden van hun toenmalige vriendinnetjes/medekoorleden.

Het gaat hier om een stukje van een oude videoband uit ons privé-archief, de kwaliteit is niet zo goed. Maar wel sweet memories.
Als je op onderstaande link klikt, verschijnt er links onder in je scherm een tabje waar je op kunt klikken.
Kinderkoor op het festival in Westerbork

Reageren

Pagina 2 van 5

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén