De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

3 maart: Merklap wordt tablet-hoes.

Op 21 januari schreef ik over de handwerkerfenis van Jansje die Holy Stitch kreeg van Jaap.
Inmiddels hebben de verschillende spulletjes uit die erfenis hun weg gevonden.
Er was o.a. een borduurwerk waar allemaal vuurtorens op stonden.
Geke (van Holy Stitch) had die lap mee naar huis genomen en gebruikt de afzonderlijke vuurtorens voor het maken van kaarten.
Hiernaast vind je een afbeelding van wat ze er van heeft gemaakt.

Zelf had ik van de stapel borduurwerkjes van Jansje een merklap gehouden met allemaal huisjes.
De lap was nog niet klaar: de rechterbovenhoek moest nog worden geborduurd.
Op de afbeelding rechts zie het je lege stukje.
Met de rand rechtsboven was ik toen al bezig: die moest vanaf het midden van de zijkant nog geborduurd worden.
Het is best raar om met het borduurwerk van iemand anders verder te gaan.
Borduren is namelijk iets heel persoonlijks.
Van onze vroegere handwerkjuf Dini de Vink moesten bij een kruissteek-borduurwerk alle steekjes de zelfde kant op wijzen (een borduurster weet wat ik bedoel) en de achterkant van het werk moest ook toonbaar zijn “….dus niet kris kras over elkaar heen borduren en netjes en zonder rafels en knoopjes afhechten, meisjes!”
Het garen dat je gebruikte moest gesorteerd worden op kleur en in een papieren of houten houder met gaatjes worden bewaard; het garen dat je al had afgesplitst bewaarde je ook bij de goede kleur op de houder.

….. haile boudel in toeze…..

Jansje had kennelijk geen les gehad van ‘een juf De Vink’.
En als ze wel een strenge handwerkjuf heeft gehad, dan deed ze niets met de dwingende adviezen.
Het garen dat bij de huisjes-merklap hoorde zat in elkaar gefrommeld bij de lap in gevouwen, zie afbeelding rechts.
Na enig uitgezoek vond ik de goede groene kleurtjes voor de rand en voor het plaveisel onder de huisjes.
En dan zit je te borduren met Jansjes naald (zat er nog in) en vraag je je af: wat zou ze er nog bij hebben willen borduren?
Had ze al een huisje in haar hoofd?
Waar zou ze het voor willen gebruiken?
Het borduurwerk vulde ongeveer een kwart van de hele lap; zou ze nog meer op die lap hebben willen borduren?
Al bordurend bedacht ik dat ik Carlijn zou vragen om van deze lap een hoes te maken voor mijn laptop; op de afbeelding hiernaast zie je hoe het is geworden. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Het hoesje gebruik ik dagelijks.
Als herinnering aan de vrouw die ik graag wat beter had leren kennen, maar er was haar geen tijd meer gegund.

Nu zijn er zijn nog twee prachtig geborduurde schilderijen met een historisch onderwerp (nog niet ingelijst) over van de erfenis van Jansje; zie de afbeelding onder dit blog.
Mocht je belangstelling hebben, zoek dan even contact met mij via de reactie-mogelijkheid onderaan dit blog, dan spreken we iets af over de verzending.
Komt er geen reactie, dan breng ik ze na de Holy Stitch van de maand maart naar de kringloop.

Romeinen 50 x 50 cm

Grieken 50 x 50 cm

Reageren

2 maart: Gastblog Remmelt – Rode koeien.

Dit schilderij kocht ik om het motief, een landschap met koeien. Dat spreekt mij altijd aan.
De kleurschakeringen zijn bijzonder in het schilderij. De koeien, de weide, de bomen, maar vooral de oranje wit blauwe lucht. Dat kan duiden op een warme zomerse dag voorafgaande aan of na een onweersbui. De koeien rusten in de schaduw van de bomen.

Onderzoek leert dat de maker van het schilderij een Friese kunstenaar is. Friesland staat bekend om zijn hoogwaardig zwartbonte stamboekvee, maar ook bestaat het roodbonte Friese vee. Er was veel belangstelling voor dit schilderij. Een goede kennis, die mij volgt op internet, belde mij direct.
“Je moet het schilderij voor mij vasthouden, ik wil het geven aan mijn vrouw, die binnenkort jarig is.”
Hij kwam langs en kocht het schilderij. 

Joh. Elsinga 1893-1969
Landschap met rode koeien – Olieverf op paneel

Johannes (Joh) Elsinga, Wommels 1893-1969 Leeuwarden, was een belangrijk Fries impressionist, schilder en aquarellist van figuren, landschappen, stadsgezichten en bloemen.
Hij volgde zijn opleiding tot schilder aan de Rijksacademie in Amsterdam, onder leiding van Nicolaas van der Waay. Ook volgde hij lessen aan de academie in Den Haag.
Vanaf 1921 woonde hij weer in zijn geboorteplaats Leeuwarden; Elsinga maakte vele reizen o.a. naar Noord-Afrika, Spanje en Engeland. Elsinga wordt wel beschouwd als een nabloeier van de Haagse School. Zijn coloriet is echter warmer, door het gebruik van veel aardkleuren en diepe roden voor toetsen en accenten.

Afbeelding: Dorpsarchief Grou

Naschrift Ada: Op de website ‘Dorpsarchief Grou‘ vond ik een mooie foto van deze schilder met één van zijn werken.
Elsinga woonde dan wel niet in Grou, maar had daar samen met een vriend een boot liggen. Schilderen was hun gezamenlijke hobby; ze kwamen op het idee om samen een boot te kopen om het landschap vanaf het water vast te leggen. In 1926 kochten ze een zeilschip dat in Grou kwam te liggen.
Op bovengenoemde website lees je wat Harry Elzinga zich nog herinnert van die tijd en vind je een schilderij van het schip.

Op de website van Kunstgalerie Arnold zie je nog een ander werk van Elsinga: ‘Bosgezicht met boerderij’.
Daar lees je ook dat hij het jammer vond dat de meeste mensen hem vooral als Friese schilder kenden en dat hij graag vertelde dat hij regelmatig buiten Friesland had gewerkt. Het artikel eindigt met een mooie beschrijving van de schilder Elsinga:
‘Elzinga stond niet op de barricaden, van –ismen moest hij niets hebben. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en etste onverstoorbaar door in een stijl die hij zich eenmaal had eigen gemaakt. Zijn landschappen, bloemen en portretten hebben in het algemeen een zonnig, impressionistisch karakter, maar ook donkere wolkenpartijen boven lage horizonnen schuwde hij niet.

Ik hoop dat de vrouw van de goede kennis van Remmelt ‘Het landschap met rode koeien’ een mooi verjaardagscadeau vond!
Zulke dure cadeautjes krijg ik meestal niet…..

Remmelt heeft een eigen pagina op deze website onder de titel ‘Remmelts liefde voor de schilderkunst.
Op die pagina vind je een overzicht van alle blogs van zijn hand tot nu toe.

Reageren

1 maart: Wàt een cadeau!

Op mijn 65e verjaardag kreeg ik van onze dochters een  workshop cadeau: ‘Archeologische objecten in een modern jasje’ in het Archeologisch Museum in Houten.
“We gaan vrijdagmorgen richting Houten; na de workshop gaan we naar Landgoed De Horst waar we voor ons allemaal een hotelkamer hebben gereserveerd.
’s Avonds gaan we dan ergens eten en zaterdag de 28e gaan we ’s middags ergens genieten van een drankje en een borrelplank.”
Dat hoorde allemaal bij het cadeau: meer dan 24 uur met z’n vieren!

De workshop was voor mij een feest.
Er stonden twee tafels klaar: op de ene stonden bakjes met scherven en stukjes van dingen uit verschillende periodes uit onze geschiedenis.
Er is inmiddels in die omgeving zoveel archeologisch materiaal  opgegraven dat er dozen met restanten ‘weg’ kunnen.
Vrijwilliger Lenie Baars van het Archeologisch museum vond dat eigenlijk wel jammer en bedacht in corona-tijd deze workshop, waar je een sieraad maakt van een archeologisch object.
Op de andere tafel kon je materiaal uitzoeken om je werkstuk mee in elkaar te zetten: allerlei soorten leer, kettinkjes, bandjes, kralen, te veel om op te noemen.

Houten lag op de Romeinse limes en uit het doosje ‘Romeins’ zocht ik voor mijn sieraad een scherf; een van de dames vertelde dat die afkomstig was van een zogenaamde rib-kom, een soort aardewerk dat de Romeinen gebruikten. Van de andere tafel koos ik een stukje rood leer en ik vond een ketting met kralen die er goed bij pasten en daar liet ik het bij. Aan de slag.
Lenie voorzag ons van adviezen en bood hier en daar de de helpende hand.
Mensen die ons gezin niet kennen moeten wel wat wennen aan onze gewoontes; wij roepen soms gelijktijdig een quote uit een film of zo en soms heffen we spontaan een lied aan.
Toen Lenie zei: “……dat mag je dan zelf bedenken!” moesten wij collectief denken aan Cowboy Billie Boem en zongen: ” en dan mag je zelf bedenken wat voor beest dat is geweest!”
Maar verder viel het mee hoor.
We maakten mooie dingen. Carlijn maakte oorbellen die een voor- en een achterkant hadden, (zie afbeelding hiernaast). Harriët maakte een broche van verschillende scherfjes met groentinten en Frea een ketting met een dubbele scherf; toen het allemaal klaar was waren we dik twee uur verder.

We kregen nog een korte rondleiding door het museum en daarna zetten we koers naar Landgoed de Horst in Driebergen. Dat is een complex dat vooral gebruikt wordt voor vergaderingen en trainingen. We hadden allemaal een eigen kamer waar we trouwens niet heel veel zijn geweest.
De dames hadden bedacht dat we gingen eten bij ‘Zusje‘ in Veenendaal. Dat is een restaurantketen die bekend staat om het ‘Bourgondisch-genieten- concept’; je kunt de hele avond kleine tapas-gerechtjes bestellen in een sfeervol, oud gebouw.

Daar zat ik met mijn dochters.
De workshop was net wat voor mij en erg gezellig, maar meer dan 24 uur met z’n vieren was het mooiste cadeau.
Wordt vervolgd…..

Reageren

28 februari: Paleis Soestdijk (4) – Upstairs – Downstairs.

De term ‘Upstairs – Downstairs’ kennen we van de Britse TV-serie in de jaren ’70.
Daarin maakten we kennis met de aristocratische familie Bellamy en hun bedienden in een vijf verdiepingen tellend statig herenhuis.
De adellijke familie woonde ‘upstairs’, ‘downstairs’ was het souterrain, het domein van de bedienden.

Die term kwamen we ook tegen tijdens onze rondgang door paleis Soestdijk. Bij de grote trap die van de kelder leidt naar de begane grond waar de koninklijke familie woonde stond  een informatiebord met de titel ‘Upstairs – Downstairs’; daarop stond o.a. het volgende te lezen:

Deze trap verbind het domein van de bedienden downstairs met de wereld van de Oranjes upstairs.
Waar het beneden een gezellig geroezemoes is met voetstappen die klinken door de gangen, het rinkelen van servies en de geuren van vers gekookte maaltijden, moeten medewerkers die naar boven gaan zich rustig gedragen, voorzichtig lopen, geen herrie maken en vooral niet opvallen.
Wie deze trap naar boven is opgelopen betreedt een andere wereld: de wereld van de Oranjes met geschreven en ongeschreven regels,  gebruiken en tradities.
Lange tijd zijn deze twee werelden strikt gescheiden. De vertrekken van de medewerkers zijn in het souterrain, op zolder of in huisjes op het terrein.

Vanuit een klein halletje, waar de kleine voedsel-lift op uit kwam (zware dingen hoefden dus niet die trap op te worden gedragen), daalden we af naar de benedenverdieping: het domein van het personeel.

De keuken, zoals die er nu uit ziet, werd destijds voor Juliana en Bernhard gemaakt en werd gezien als voorbeeld van het nieuwe comfort dat werd aangebracht en waarmee het paleis permanent bewoond kon worden.

Het souterrain was nu ingericht als keuken; het was helemaal betegeld en er was van alles te zien: grote fornuizen, mooie serviezen en ook nog een paar stukken van het servies van Willem Alexander & Maxima.
In een artikel in de Gooi & Eemlander vond ik nog een paar uitspraken van mevrouw Jansen: zij poetst al bijna 36 jaar de royale keuken, de statige zalen, de kroonluchters en de eikenhouten vloeren. Nieuw personeel werkte zich letterlijk op: van het souterrain via de gastenverblijven naar de slaapkamer van Bernhard en Juliana. Dat was volgens haar het hoogst haalbare. Dat vond Jansen in het begin best spannend. ‘Je zit wel aan hun spullen. Maar uiteindelijk zijn het gewoon mensen zoals jij en ik, met hun dagelijkse beslommeringen. De prins en de prinses drinken ook koffie, en eten ook een boterham.’ Mevrouw Jansen maakt het paleis nog steeds vijf dagen in de week schoon.  Juliana en Bernard hadden geen schellekoord met belletje meer in hun kamers; op de afbeelding links zie je het destijds ultramoderne lampjes-paneel.

Tenslotte: wie vonden wij tot onze stomme verbazing in de tuin van het paleis?
Onze Bartje!
Hoe komt die nou daar terecht?
Hierbij een link naar een YouTube-filmpje uit 1973: aan het eind van die video weet je het antwoord op die vraag.

Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

27 februari: Massief koud.

In het blog over het boek ‘De ontgroening van een eerstejaars gepensioneerde’ schreef ik: het laatste hoofdstuk van het boek bracht mijn van mijn stuk. Daarin beschrijft hij het overlijden van zijn vader. Vandaag, op de sterfdag van mijn vader, het in dat blog beloofde vervolg. In het boek beschrijft hoofdfiguur Maarten dat hij op een avond wordt gebeld door zijn broer met de mededeling; ‘Vader is dood’ en vervolgens beschrijft de auteur wat dat met hem doet.

Ik was op slag in totale verwarring. Jij dood? Jij overleden? Het idee was te grotesk om te accepteren. Natuurlijk wist ik dat het moment ooit zou komen, dat ook jij het eeuwige leven niet had, maar ik had het onbewust ergens in een vage verre toekomst geplaatst, op zijn vroegst over 10 jaar of zo. Zo oud was je immers nog niet, nog maar net 77!

Dit bracht mijn weer terug naar 27 februari 2008, toen ik ’s morgens op kantoor werd gebeld door de buurvrouw van mijn ouders; we moesten onmiddellijk naar Hoogersmilde komen.
Toen we aankwamen was mijn vader overleden; hij was nog maar 75.
Het is één van breekpunten in mijn bestaan: er is een leven vóór en een leven ná zijn overlijden.
De plotselinge dood wordt als volgt beschreven:

Je werd van binnenuit gevloerd. De hoofdschakelaar werd omgedraaid en alles viel pardoes stil, het ene moment was je er nog, het volgende was je verdwenen. Geen paniek, geen pijn, geen angst, geen laatste woord.

Mijn broer en ik hebben later wel eens gezegd: ‘Op voorhand zou Pa hiervoor getekend hebben.’
Voor degene die komt te overlijden is het een mooie dood, voor de achterblijvers is het verschrikkelijk.
Wat mij in tranen bracht was de passage waarin Maarten in doodse stilte naast de kist zit, hopend op een levensteken.

Toen ik heel zachtjes met de rug van mijn hand je voorhoofd aanraakte schrok ik van de massieve koude.”

Die woorden.
Massieve koude.
Dat was ook wat ik voelde toen ik in de dagen voor zijn begrafenis elke dag nog even zijn handen streelde.
Zó herkenbaar allemaal, ook de alinea waarin anderen vinden dat de schrijver zo rustig blijft.

De schok en de chaos brachten van alles bij me teweeg , maar Anna vertelde later dat ik heel rustig bleef. Dat was dan alleen aan de buitenkant, want van binnen huilde ik tranen met tuiten.” 

Je moet immers wel rustig blijven: er moet zoveel geregeld worden, er komt van alles op je af en het schiet allemaal niet op als we maar blijven jammeren en huilen.
Ik zocht mijn troost in de muziek: de Theresiënmesse van Haydn is voor mij het zelfgekozen requiem dat bij het overlijden van mijn vader hoort.

Door het laatste hoofdstuk in het boek kwam het allemaal even in alle hevigheid terug, maar het ebde ook even zo snel weer weg.
Er is veel om dankbaar voor te zijn en na 18 jaar zijn het vooral de mooie herinneringen die overheersen.

Over deze sterfdag van Pa schreef ik al eerder op deze website.
Hierbij een link naar één van die blogs uit 2017  van daaruit kun je linken naar blogs uit 2016 en 2015.

Reageren

26 februari: Vitaminen A, D en V.

Vandaag werd het lijstje dat ik had ingestuurd naar Radio 5 uitgezonden bij de Arbeidsvitaminen tussen 09.00 en 12.00 uur: vitamine A voor Aaltje.
Zo bijzonder dat de liedjes die ik had aangedragen werden gedraaid.
Mijn lijstje telde 20 liedjes, 11 daarvan waren geselecteerd.
Gerard vroeg rond kwart voor negen of ik het spannend vond, maar dat is niet het goede woord.
Blij, opgewonden, benieuwd welke jaren ’50 liedjes zouden worden gedraaid.
Rond half tien kwam Gerard naar beneden met de oortjes op: “Nou, je kunt wel horen welke muziek van jou komt….”
Nina & Frederik.
Freddy Quinn.
Catharina Valente.
Genoten heb ik.
Maar geen woord over mijn suggestie om eens een hele dag aan muziek uit de jaren 50 te wijden….

Gisteren hadden we al wat andere vitaminen opgedaan: vitamine D.
Het was hier in het noorden prachtig weer en wij maakten een fietstocht naar Leek.
Daar zetten we de fiets neer bij de borg Nienoord en wandelden een rondje op het historische landgoed.
Naast de Borg vonden we een bankje in de zon.
Dat was wel even fijn, want het gaat al weer een stuk beter met Gerard, maar de energie moet nog wel wat verdeeld worden, dus we lasten een kleine rustpauze in.
De vogels lieten ook al weer flink van zich horen, dus ik zette de Merlin-bird-app aan op mijn telefoon.
In de winter hoor je ze haast niet, maar gisteren detecteerde de app al weer meer dan 10 vogels!

Daarna fietsten we van Leek naar Nieuw Roden, waar we onderweg lammetjes zagen.
LAMMETJES!
Op 25 februari.
Wat vroeg!
Dan moeten we even van de fiets af.
Ze waren nog heel klein en bleven veilig dicht bij mama, maar wij konden er toch even heerlijk van genieten.

Omdat het mooie weer aanhield gingen we vandaag even kijken bij Casa Grada in Westerbork.
Dit weekend komen er gasten en wij wilden even de ‘waar-de-schoonmaak-ploeg-niet-aan-toe-komt’-klusjes doen. Een doekje over de buitentafels en -stoelen, een zoompje van een gordijn weer vastzetten, huisraad allemaal weer op de goede plek en de stofzuiger even door de hoekjes áchter de meubels. En moet die stofzuigerzak al haast worden vervangen?
Op de foto hiernaast zie je op de voorgrond één van de eerste madeliefjes in het gras van Casa Grada; op de achtergrond zie je Gerard (in de vaagheid) aan het water zitten.
De bomen waren nog helemaal kaal, maar het was een graad of 16 en we proefden even aan de lente.
Vitamine V! Van Voorjaar!

In de banner van deze website zie je dat de sneeuw weer is verdwenen; die heeft plaats gemaakt voor de sneeuwklokjes.
Het is al bijna maart…..

Reageren

25 februari: Spoken

Twee weken geleden stond in de weekendbijlage van onze krant een kop waarvan ik in eerste instantie dacht ‘Fout. Moet met dt.’
Ik was in de veronderstelling dat het ging over spoken. Dat je meedoet aan een griezelspeurtocht en dat je loopt te spoken in een donker bos.
Dat bedenk ik dan in een halve seconde, want in die andere helft denk ik ‘wordt is…?’
Dan kijk ik goed naar wat er eigenlijk staat.
Een kop in een Nederlandse krant die uit 7 woorden bestaat, waarvan één woord echt Nederlands is: EN.
Dan vind ik al weer van alles.
En lees ik het artikel niet.

’s Middags kwamen Frea en Jon op bezoek: we gingen met z’n vieren de pizzarette weer eens gebruiken.
“Kijk nou wat bij ons in de krant stond” en ik duwde haar de katern onder de neus.
“O, wat leuk!” en ze vertelde enthousiast over deze kunstvorm.
‘Spoken word’ is een voordrachtskunst, waarbij verhalen, poëzie of zelfs maatschappijkritiek met emotie en ritmisch wordt voorgedragen.
Het is een mengvorm van theater, literatuur en rap, waarbij de manier waarop het wordt voorgedragen net zo belangrijk is als de tekst zelf.
Meer weten over Spoken word? Hierbij een link naar de website ‘Schrijven on-line‘.

Van onze taalkalender van vorig jaar heb ik nog twee leuke taal-weetjes met betrekking tot het Engels: het eerste gaat over herrie en hurry.
Herrie betekent lawaai en hurry betekent haast. Die twee woorden komen van hetzelfde Engelse werkwoord ’to hurry’, wat zich snel voortbewegen betekende. Als zelfstandig naamwoord betekende het ‘drukte, opschudding, lawaai’, dingen die gepaard gaan met opschudding en snelle beweging, haast.
De betekenis ‘lawaai’ is in het Engels nu verouderd, maar het is rond 1800 waarschijnlijk door mondelinge contacten tussen Nederlandse en Engelse matrozen in het Nederlands overgenomen.
Tegenwoordig kun je in Nederland herrie schoppen, maar ook ‘in een hurry’ zijn….

Een ander buitenlands woord dat we uitgelegd kregen is ‘bootleg’
Dat is een illegaal geproduceerde muziekopname, een onofficiële opname of kopie van auteursrechtelijk beschermd materiaal, dat zonder toestemming van de artiest of het platenlabel wordt geproduceerd en verspreid.
Maar wie weleens naar Amerikaanse films uit de jaren ’20 van de vorige eeuw heeft gekeken weet ook dat bootleg ‘klandestien gestookte sterke drank’ betekende.
Die betekenis stamt uit de periode van de drooglegging (oftewel prohibition) toen in de Verenigde Staten de productie en verkoop van alcohol verboden waren.
Die betekenis is ouder dan de moderne illegale muziekopname, maar waar komt dat woord bootleg nu vandaan?
Het is een samenstelling van ‘boot’ en ‘leg’, laars en been dus.
Het betekent eigenlijk ‘schacht van een laars’; in zo’n schacht kon je gemakkelijk een mes of pistool verbergen of een fles sterke drank.
Dat laatste gebeurde tijdens de drooglegging zo vaak dat ‘bootleg’ de betekenis ‘smokkelwaar’  of ‘illegaal geproduceerde producten’ kreeg.
En zo ging men een illegaal geproduceerd bandje een bootleg-tape of bootleg-recording noemen, of kortweg bootleg.

Engels in het Nederlands: we are coming there not more under out 😉

Reageren

24 februari: Kruiswegstaties.

Toen ik als kind op vakantie ging met mijn ouders bezochten we ook altijd de kerk in het dorp waar we op de camping stonden, want mijn vader vond dat je aan een kerk en het bijbehorende kerkhof de geschiedenis van het dorp kon aflezen.
Wij kwamen dan als protestants opgevoede kinderen in een katholieke kerk en keken ons de ogen uit.
Wat een kleuren en geuren, beelden, altaren, schilderijen: zo anders dan het kerkje in Hoogersmilde waar wij ’s zondags zaten.
Mijn vader liet ons dan in zo’n kerk de kruiswegstaties zien (of liet ze ons zelf opzoeken) die in iedere Rooms Katholieke kerk te vinden zijn; soms geschilderd en soms gebeeldhouwd.
Kruiswegstaties zijn 14 of soms 15 afbeeldingen of reliëfs aan de zijmuren in katholieke kerken die de lijdensweg van Christus uitbeelden.
Je ziet hoe het Jezus vergaat vanaf de veroordeling door Pilatus tot de graflegging door Jozef van Arimatea. Die staties zijn bedoeld als ‘devotieoefening’ om in gebed stil te staan bij Jezus’ lijden, sterven en (in de 15e statie) verrijzenis.

De Catharinakerk op de Brink is van oudsher ook een katholieke kerk, maar sinds de reformatie zijn daar geen kruiswegstaties te zien.
Maar Béa Sportel Bolt heeft daar verandering in gebracht: in deze 40-dagen tijd heeft zij in de oude kerk op de Brink de tentoonstelling ‘De kruiswegstaties’ ingericht.
Het zijn 15 door haar geselecteerde zeefdrukken uit het werk van haar partner Peter Gerrits die zij heeft voorzien van een korte beschrijving/gedicht; het is haar impressie van het laatste stukje van de goede/stille week met als rode draad het verhaal vanaf Getsemané tot en met de graflegging.

Gerard en ik brachten gistermiddag tijdens ons dagelijkse ommetje een bezoek aan de Catharinakerk.
Béa was zelf aanwezig om uitleg te geven en er was een kopje thee of koffie voor de liefhebbers.
We zagen werken van Peter waar we zo op het eerste gezicht geen ‘beeld’ van de kruisweg bij hadden, maar we kregen een klein boekje met verklarende teksten.

Deze expositie is vanaf vorige week tot met zaterdag 4 april dagelijks te bezoeken tussen 14.00 – 16.00 uur.
De kerk is alle 40 dagen open: je kunt vrij binnenlopen en je bent van harte welkom!
“Ben je hier dan iedere dag?” vroeg ik Béa gistermiddag.
“Ja. Voor mij is dit de invulling van de 40-dagen-tijd: iedere middag om 13.40 uur trek ik mijn jas aan en ga ik naar de kerk.
Iedere dag ontmoet ik mensen, er zijn fijne gesprekken en ik geef keer op keer uitleg bij de zeefdrukken van Peter.”

In De Krant van vorige week stond een mooi artikel over deze tentoonstelling: hierbij een link naar dat verhaal.
Daarin zegt Bea o.a.:

In 2026 is de gemeente Noordenveld culturele gemeente van Drenthe. Het is passend dat dit nu hier kan worden getoond in de Catharinakerk in Roden in de veertigdagentijd voor Pasen om zo ook uit te kunnen leggen wat kunst betekent voor die periode.
De uitgebeelde statiën met de uitleg erbij in het boekwerkje geven een mooi inzicht, samen met veertien gedichten die de lijdensweg weergeven.

Reageren

23 februari: Een hele week Arbeidsvitaminen!

Bij Radio 5 hebben ze af en toe een themaweek en deze week staat de zender helemaal in het teken van de Arbeidsvitaminen; vorig jaar wijdde ik daar ook al een blog aan.
Voor de invulling van deze week werd er begin dit jaar een oproep gedaan: ‘Stuur je lijstje met favoriete muziek in!”
Dat heb ik in het verleden al twee keer gedaan en twee keer werd een selectie uit mijn lijstje gedraaid*.
Deze keer stuurde ik deze mail:

De Arbeidsvitaminen is sinds jaar en dag mijn favoriete radioprogramma. Ik ben geboren in 1960 en bij ons thuis stond de radio altijd aan: als jong meisje luisterde ik naar ‘Kleutertje luister’ en daarna kwamen de Arbeidsvitaminen. Mijn hele leven ben ik blijven luisteren. Eerst nam ik muziek op met de bandrecorder van mijn vader, later op mijn eigen superhippe radio-cassetterecorder.
Toen ik vorig jaar aan het stemmen was voor de toplijst van de jaren ’60, wilde ik mijn stem ook uitbrengen op Jo Stafford met ‘Thank you for calling…”, zo’n heerlijke smartlap. Stond niet in de lijst. Hè? O. Opgenomen in 1954.
Catharina Valente dan, met ‘Spiel noch einmal für mich, Habanero? 1958.
‘Bye bye love’ van de Everly Brothers? 1958.
Les Paul en Mary Ford met ‘Vaya Condios’. 1953.
Zou het niet een goed idee zijn om op Radio 5 een keer aandacht te besteden aan muziek uit de jaren ’50? Ik heb zo een lijst gevuld…….
Met jullie vraag om een lijstje in te sturen voor de week van de Arbeidsvitaminen zie ik mijn kans schoon: hierbij mijn lijstje met alleen maar muziek uit de jaren ’50! Misschien zet het mijn idee kracht bij om eens een week te besteden aan muziek uit de 15 jaren na de oorlog? Met één dag ben ik ook al tevreden!

Ben je benieuwd welke nummers er op mijn lijstje staan?
Klik dan hier voor een PDF met het overzicht.
Vorige week kreeg ik een mail van Wannes Dirven, Redacteur Radio.

Beste Ada Waninge-Vrieswijk,

Donderdag 26 februari wordt er een selectie van jouw verzoeken verwerkt in de muziekmix van de week van de Arbeidsvitaminen.
De uitzending is van 09:00 tot 12:00u op NPO Radio5 bij Hans Schiffers.
De redactie van Schiffers kan nog eventueel mailen met de vraag om extra info.

Wat leuk!
Nou ben ik natuurlijk razend benieuwd welke liedjes van mijn lijst worden gedraaid.
En of de redactie van Hans mij ook nog gaat mailen om extra info; als je bij de zoekterm van deze website het woord ‘Arbeidsvitaminen’ intikt krijg je links naar meer dan 60 blogs.
Info zat 😉
A.s donderdagmorgen zit ik vanaf 09.00 uur met mijn oor aan de radio.
Luister je met me mee?

*
2023 – Arbeidsvitaminen van mij!
2021 – Een selectie

Reageren

22 februari: Hoogtijdag.

Met ons gezin hebben we een aantal vaste feestdagen in het jaar waarop we elkaar met z’n achten zien; in deze maand vieren we altijd ons zelfbedachte ‘Februari-is-stom-feest’,* dit jaar op de 21e. Vrijdagmiddag had ik 45 knieperties gebakken en er lag nog een zak chocoladepepernoten die was overgebleven van 6 december.
Gerard had van te voren gevraagd of onze gezinsleden wilden helpen met het leeghalen van onze garage die we willen aanpakken; met z’n tweeën doen we daar een halve dag over, met acht man ben je in drie kwartier klaar.

Ieder jaar willen we op deze dag een spelletje doen, maar ook dit jaar kwam het er niet van.
Toen we met kerst met elkaar carols hadden gezongen en we de muziek weer opborgen ‘voor volgend jaar’ opperde iemand: “We hoeven toch niet persé kerstliedjes te zingen? Er is toch ook genoeg andere leuke muziek!”
Was ook zo. Het idee bleef in de vaagheid hangen, maar begin deze week werd er een nieuwe app-groep in het leven geroepen: ZINGEN.
We kregen MP3 bestandjes voor de afzonderlijke stemmen en vierstemmige bladmuziek: Harriët had het lied ‘Love of my life’ van Queen voor ons voorbereid.
Toe maar…waarom zou je de lat ook laag leggen!

Tijdens de koffie zaten we in groepsverband te mopperen hoe moeilijk de muziek voor ons was en even later zaten we met de papieren voor ons al kleine stukjes door te zingen.
Na het eten zongen we nóg een uur en toen kwam de garage aan de beurt.
“Hé, dit plankje met dat wolkjes-plastic kwam van mijn kamer. Waarom bewaar je dit?”
Tja.
Bij het verschuiven van een kast vonden op de zijkant papieren met aantekeningen: die kwam nog uit de steenfabriek van Roelfsema waar mij vader vroeger werkte. Wat weer veel herinneringen naar boven brengt.

Dit feest heeft een aantal vaste onderdelen: een eenvoudige doch voedzame lunch, na de thee een ‘dikke-plank-en-chips-op-de-bank’ en tenslotte eten bij Alida’s smulpaleis, dit alles gelardeerd met verhalen en gezamenlijke gezinslol.

Nu ik dit zit te schrijven is het zaterdagavond 22.45 uur; na de koffie vertrokken ze weer naar Groningen/Almelo.
Er zijn nog 3 knieperties en de pepernoten zijn op.
De garage is leeg en mijn stappenteller zegt dat ik meer dan 12.000 stappen heb gezet.
Bij Alida’s is de rust weergekeerd; sommigen van ons deden aan tafel de geluiden na die hun keukenmachines maken. “Onze broodbakmachine zegt ‘honkusjumpuhonkesjumpe’…”
En het mooiste: in de gezinsapp staat een opname van een vierstemmige gezins-uitvoering van ‘Love of my life’.

We hadden een fijne dag met ons gezin.
Toen we gisteravond aan de koffie zaten had ik een schaaltje met paaseitjes op tafel gezet, wat iemand de opmerking ontlokte: “Pepernoten, knieperties en paaseitjes op één dag!”
Voor mij is het Februari-is-stom-feest net zo’n hoogtijdag als Sinterklaas, Oud&Nieuw en Pasen. Na alle zorgen van de afgelopen maanden balsem voor onze ziel.

Benieuwd naar de vorige edities van dit gezinsfeest? Hierbij een link naar de editie 2025; onderaan dat blog kun je doorlinken naar de vorige edities.
* Lees hier over het ontstaan van dit feest in 2017.

Reageren

Pagina 9 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén