een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 247 van 309

26 juni: Acclimatiseren

Afgelopen vrijdag waren we om 13.00 uur thuis; de terugreis vanuit Canada was begonnen op donderdagmiddag om 12.00 uur. Dan heb je dus een nacht gemist. In een vliegtuig doen ze erg hun best om je te laten slapen, maar dat was niet zo goed gelukt.
Hoe om te gaan met een jetlag? Wij waren gewaarschuwd. “Je moet de dag gewoon afmaken. Hoe moe je ook bent, pas ’s avonds gaan slapen!” Dus dat deden we. Tollend van vermoeidheid lieten we ons om 21.30 uur in bed vallen. We sliepen tot de volgende morgen 09.00 uur.

Eigenlijk was het toen al weer goed.
Gistermorgen zaten we weer voor het eerst sinds tijden in de Catharinakerk voor de viering van 09.30 uur. Het was een verademing na vier volle weken vakantie-drukte.
Ook in Canada waren we met de familie naar een kerkdienst geweest, maar dat is niet te vergelijken met wat we hier gewend zijn.

Toch moest ik daar gistermorgen weer even  aan terugdenken. De voorganger in Canada besprak met ons vier voorbeelden uit de bijbel die werden geroepen om iets voor God te doen; Mozes, Gideon, Jeremia en Paulus. Allemaal mensen die zichzelf absoluut niet geschikt vonden.
Gistermorgen kwam Jeremia weer voorbij. We zagen twee schilderijen die de profeet verbeeldden, één van Rembrandt en één van Michel Angelo.
Nu zagen we een vermoeide Jeremia. De schilders laten hem in overpeinzing treuren over de verwoesting van Jeruzalem.

Maar deze Jeremia heeft de boodschap van God wel van de daken geschreeuwd en dat was ook voor ons gistermorgen de boodschap: laat zien en horen wat de verhalen uit de bijbel voor je betekenen, wat de stem van God in jouw leven doet. De overdenking werd vervolgens door de voorganger  in twee zinnen samengevat in het dankgebed.
Dank u voor Uw woord van liefde. Dank dat daarin Uw stem te horen is die het goede met ons wil delen. De zegeningen van de gewone dingen van alledag die ons hoop geven, de liefde en het vertrouwen dat we met elkaar delen.

Na vier fantastische, enerverende weken beginnen wij vandaag weer aan de gewone dingen van alledag. We zijn dankbaar dat we veilig zijn teruggekeerd op Nederlandse bodem. Dat we ons ‘Canada-avontuur’ mochten beleven zonder moeilijkheden en dat we de banden met de familie mochten aanhalen.

Vanmorgen zat ik in m’n eentje aan de maandagmorgenkoffie en schreef dit blog.
Eén van de kleine zegeningen van de gewone dingen van alledag.

Reageren

25 juni: Canada 3 – Overdonderend.

Tijdens onze reis door Canada werden we door Margaret en Luuk meegenomen naar de Niagara watervallen.
We begonnen de dag met het bezoeken van een sluis in het Wellandkanaal tussen het Lake Ontario en het Lake Erie. Dat is begin vorige eeuw gegraven omdat men niet over de natuurlijke waterwegen kon vanwege de enorme watervallen. Negen sluizen zitten er maar liefst in.

Daarna zochten we de rivier op, enkele kilometers na de waterval. Luuk liet ons zien hoe sterk de stroming daar nog was.

….whirlpool….

Daarna gingen we kijken bij de whirlpool. Nadat het water zich in grote hoeveelheden van de waterval heeft gestort, moet het zich door een ravijn wurmen. Dat gaat gepaard met zoveel kracht, dat zich een draaikolk heeft gevormd waar de rivier een bocht van 90 graden maakt.

Twee kilometer voor de watervallen bezochten we ’the White Water Walk’. De rivier kolkt daar met zoveel kracht door het smalle ravijn dat het water wild en woest alle kanten op spat. Door de rotsen die in de bedding liggen vormen zich soms golven van wel twee meter hoog. We wandelden op houten vlonders langs de rivier en verbaasden ons over de snelheid van het water. Bekijk het filmpje hieronder maar eens (op het driehoekje klikken)

Dan denk je dat je al heel wat natuurgeweld hebt gezien.
But we ain’t seen nothing yet.

Uiteindelijk kwamen we aan bij de Niagara Falls. Wat een belevenis. Je ziet plaatjes, je ziet filmpjes, maar het is niet onder woorden te brengen hoe mooi en overweldigend het is. Ademloos hingen we over het hek.
Eén  van de mooiste dingen die dag was was de boottocht naar de watervallen toe.
We kregen allemaal een regenjas aan, want (zo bleek later) je wordt klets-kliedernat.  Maar het was zo mooi.
Je krijgt een idee bij het filmpje hieronder.

Het vlekje voor de waterval is de boot……

Als klap op de vuurpijl gingen we chique dineren helemaal bovenin het restaurant van de Skylon Tower, dat heel langzaam ronddraait. We zagen de zon ondergaan, we zagen de lichtjes in de stad langzaam aangaan en we zagen de watervallen drie keer voorbij komen: één keer in het licht, één keer in schemering en één keer in het donker.
“Het lijkt wel of ik droom ” zei schoonzus Lammie.

Precies.
Zulke dagen heb je niet zo vaak…….
‘Overwhelming’ is de Engelse term hiervoor.
Overdonderend; letterlijk en figuurlijk.

Reageren

24 juni: Canada 2 – Slordig Nederlands…?!?

Drie weken in waren wij in Canada. De eerste dagen werden we gastvrij onthaald door familie van Gerard: in de jaren  ’50 emigreerden tante Roelie (een zus van Gerards vader) en ome Rieks naar Canada.
Zij kregen vier kinderen. De eerste jaren leefde het gezin redelijk afgezonderd van de buitenwereld en de ouders spraken Drents met elkaar en met hun kinderen. Oudste dochter Margaret vertelde dat ze in het begin op de lagere school heel weinig begreep van wat de juf zei omdat ze nog haast geen Engels had geleerd.

Door het Drents dat wij onderling spraken kwam bij de familie de taal uit hun jeugd ook weer naar boven. Derde zoon Fred spreekt nog echt Drents, compleet met het inslikken van de e; ‘He’j al eet’n?’
Margaret is getrouwd met Luuk. Hij weet nog dat zijn ouders destijds (hij was toen 5) verhuisden van Limburg naar Canada. Luuk spreekt dus Nederlands met een prachtig Limburgs accent.

Het was een heerlijk koeterwaals dat we met elkaar spraken, Drents, Nederlands en Engels. Maar we begrepen elkaar heel goed; na een dag of twee maakten we zelfs grapjes. Wij gebruiken nogal wat spreekwoorden en gezegden maar als je die letterlijk vertaalt kom je voor verrassingen te staan. “Hij valt door de mand”, letterlijk vertaald als “He falls through de basket” bijvoorbeeld.
Het duurt tien minuten voordat je hebt uitgelegd wat dat betekent…….
‘Ie lacht je de buze uut’ vonden wij na weer een misverstand over oude koeien. “We laugh ourselves the pocket out” riepen de Canadezen en lachten zich vervolgens inderdaad de buze uut.
“Dat doet hij met twee vingers in de neus!” riep één van ons tijdens een gesprek. Met afgrijzen werd het door de Canadezen aangehoord. “Two fingers in the nose!?!”
Schoonzus Lammie vertelde dat zij en ik tot de ‘koude kant’ van de familie behoren. Dat leverde opgetrokken wenkbrauwen op. Neef Fred constateerde dat dat wel wat meeviel: hij vond de onderlinge contacten allesbehalve koud , hij merkte er helemaal niks van.
Andersom leerden we ook een Canadees spreekwoord: ’the nice guy allways finishes last’: als je te aardig bent bereik je minder.

een Schotse winkel naast een Nederlandse winkel

Bijna iedere Canadees heeft roots in een ander land. Hun nationaliteit is Canadees, maar daarnaast zijn ze bijvoorbeeld Schots, Engels, Italiaans, Frans of Nederlands, waar hun voorouders dan ook maar vandaan kwamen. Daarom zijn er in iedere grote stad ‘specialiteiten-winkels, met alleen producten uit een bepaald land.
In een winkel met enkel Nederlandse producten (we keken onze ogen uit) werden mijn schoonzus en ik aangesproken op ons taalgebruik; de mevrouw achter de toonbank vond dat wij ‘slordig Nederlands’ spraken.
Pardon?!? Drents slordig Nederlands?
Wij dachten: “Slordig Nederlands? Wat ’n verstaand!
He’j joezelf wel ies heuren praoten mit joen big fat Canadian accent!”
Maar dat zeiden wij niet.
Wij zijn per slot van rekening beleefde Drenten.

Nog even een klein grapje uit de Nederlandse winkel:

Reageren

23 juni: Canada! (1)

De afgelopen drie weken verbleven wij in Canada.
(Daar hebben de blog lezers niets van gemerkt, want ik had het afgelopen jaar af en toe wat verhalen ‘gespaard’.)
Wij gingen naar Canada met Gerards broer Jan en schoonzus Lammie.
‘Spannend’ is een understatement; we vonden het één groot avontuur; de vliegreis heen en terug, het huren van ‘een dikke SUV’, daarmee rijden in een vreemd land, het logeren bij familieleden die we niet zo goed kennen, het past allemaal niet zo goed bij mij. Ik ben niet zo goed in ‘loslaten’ en heb graag alle touwtjes zelf in handen.

Tijdens onze reis heb ik een klein dagboekje bijgehouden en we hebben foto’s gemaakt. De komende tijd zal ik regelmatig een blog vullen met een ‘Canada-verhaal’, een beschrijving van de waarde van onze vakantiedagen.

De eerste vijf dagen verbleven we bij de familie: kinderen van tante Roelie, de zus van Gerards vader. Jan en Lammie logeerden bij Margaret en Luuk in Elora, wij bij Henri en Lynn in Fergus (onder de rook van Toronto).
We praatten over de familiebanden, over de ouders, de familiegeschiedenis en over wat ze nog wisten van vroeger. We leerden ze op deze manier echt beter kennen.

Henri en Margaret namen ons op één van de eerste dagen mee naar ’the Gorge’, (het ravijn) bij Elora. Dat is een toeristische trekpleister: de rivier Grand River heeft daar tussen twee rotspartijen een bedding uitgesleten; helemaal onder in het ravijn stroomt de rivier met kleine stroomversnellingen.
Eén rotspunt die boven de rivier uittorent heet ‘Lovers leap’. De legende vertelt dat een indianenmeisje zich van deze rots naar beneden stortte toen ze hoorde dat haar verloofde door de vijand was gedood.

Je kunt met trappen en rots-treden helemaal afdalen en onder bij de rivier op de rotsblokken klimmen.
Het was prachtig. Maar het kwam nog meer tot leven door de verhalen van Margaret en Henri die daar als kind hadden gespeeld, in bomen hadden geklommen die gevaarlijk over het ravijn heenbogen en heuvels waar ze vanaf hadden gesleed.

Op dat moment was ik ‘de touwtjes in mijn handen’  al lang kwijt.
Het voelde heel vrij, de drukte van Nederland was helemaal weg.
Ik zat op een rotsblok in de rivier en hoefde alleen maar te genieten……

Hierbij een overzicht van alle blogs die ik schreef over deze vakantie in Canada:
1. Canada!
2. Slordig Nederlands?!?
3. Overdonderend – over de Niagarawatervallen.
4.  4 Drenten in Toronto
5. Geen stadsmensen.  niet een grote stad maar Gananoque
6. In de boot – een spannend kanoavontuur.
7. Rabarbermuffins – recept van Lynn
8. Parkeerplaats voor koetsjes
9. Dieren in Canada
10. Nederland in Canada
11. Niet met de bus – Quebec
12. My way
13. Doedelzakken en kippenvel  – onze avonturen in Ottawa
14. Zo zijn onze manieren – over verschillende gewoontes
15. Kerst in de zomer een winkel waar het altijd kerstfeest is….

Reageren

21 juni: Ome Jo en Rudolf Schock

Vandaag een blog over een femilielid van vaderskant, de Vrieswijken. De breurs en zusters van mien va en moe waren allemaol  trouwd, behalve de jongste breur van mien va; de ienigste vrijgezel in tussen allemaol echtparen. Hij hiette Johannes, ofkört as Jo.

Hij speulde een geheel eigen rol in oonze femilie. Hij haar niet veul op met wichter. Ik kreeg van ome Jo bijveurbeeld nooit een kussie as wij kwamen of afscheid namen.
Wichter hadden het kennelijk vrogger behoorlijk verbruid bij ome Jo. Het was wat een onverschillige man; tenminste, zo leek het. Hij at en drunk wat e lekker vun. Dat had natuurlijk gevolgen veur zien omvang, maor ok dat kun hum nie veul schelen.

Hij zee dat verjaordagen flauwekul waren. Maor hij was d’r altied. Altied wat mopperig en altied wel wat plaogerige steken under water veur deze of gene.
Hij haar ok niks op met familiedagen. Maor hij hef in al die jaren niet ien familiedag mist. Hij zat d’r bij, geneut van het eten en het drinken en uutte tussendeur graanzerig zien ongenoegen over van alles en nog wat.

1964: bij Ome Jo achterop de brommer

Het lek nou as of het een onaangename man was, maor dat was beslist niet het geval. Het was gewoon ome Jo; hij heurde d’r bij en ie kunnen ok verschrikkelijk  met hum lachen. Vrogger, toen hij nog bij opa en oma thuus woonde en ik as kleinkind daor was te logeren, mug ik wel ies wat van zien plaaties draaien. Rudolf Schock bijveurbeeld . Het Wolgalied van Franz Lehar. Eerst vun ik het hielemaol niks. Maor ome Jo vertaalde de tekst veur mij en vertelde over de soldaat die an het Wolgastrand stiet en zo eenzaam is dat e vrag of God een engel naor hum toe wil sturen. Zielig vun ik. De muziek weur d’r mooier van toen ik begreep waor het over gung.

Ome Jo is niet old worden. Op zien 62e is e overleden an de gevolgen van zien levensstijl. Hij was de eerste van de vief en zien overlieden veroorzaakte groot verdriet bij zien femilie. Toen wij op de dag van de crematie bij de aula ankwamen was d’r al behoorlijk wat volk. “Zollen die allemaol veur ome Jo kommen?” vreugen wij oons of.
Dat bleek Inderdaod het geval. Vrienden, collega’s en een groep mensen uut Noord Duutsland die hum kenden as Jan. Hij had zien hiel eigen plek in dizze wereld, de femilie maakte daor maor een klein onderdiel van uut.
Of en toe komp Rudolf Schock nog wel ies veurbij op mien MP3-speuler en daormet de herinnerings an ome Jo.

Hierbij een link >>> naor een muziekfragment van het Wolgalied van Lehar in de uutvoering van Rudolf Schock.
Ik vin het nog steeds zielig……

Reageren

17 juni: Mens, durf te leven!

In maart luisterde ik op een zaterdagmorgen naar Wekker Wakker weekend op radio 5. Te gast was Marc de Hond, zoon van opiniepeiler Maurice. Hij kreeg op jonge leeftijd een dwarslaesie door een rugoperatie.
Marc heeft zich ontwikkeld tot succesvol rolstoelbasketballer en toerde dit voorjaar door het land met de voorstelling “Wie bang is krijgt ook klappen”.

Die voorstelling heb ik niet gezien, daar kan ik niet veel over vertellen, maar er was wel iets dat me trof tijdens dat studiogesprek. Marc is een positief ingesteld mens. Toen hem werd gevraagd wat die dwarslaesie met hem had gedaan zei hij: “Het gaat in het leven niet om wat je overkomt, maar het gaat er om hoe je er mee om gaat.”

Verder vertelde hij over de angst die mensen in zijn greep houdt. “Mensen zijn heel bang voor aanslagen in ons land. Maar de kans dat jij echt getroffen wordt door zo’n aanslag is procentueel gezien maar heel klein. Als individueel mens kun je aan die dreiging helemaal niets doen.
De kans dat je getroffen wordt door een hartaanval of een andere ziekte is veel groter. Daar kun je als individuele mens wel wat aan doen. Stoppen met roken, minder eten, meer bewegen, minder alcohol.
Maar dat doen de meeste mensen dan weer niet.”

Tot zover het verhaal van Marc. De rest van de zaterdag zat dit gesprek in mijn hoofd en pakte ik er mee om.

Angst is een slechte raadgever.
Angst is een uitstekende verkoper.
De hele verzekeringswereld is gebaseerd op de angst om iets te verliezen.

Onze maatschappij is nog nooit zo veilig geweest als nu, maar we laten ons bang maken door terrorisme en door de media. Angst is natuurlijk op zich geen verkeerde emotie. Het zorgt ervoor dat je gevaar uit de weg gaat. Maar angst mag je functioneren niet in de weg staan.
Mensch, durf te leven.

Reageren

15 juni: Een longarts met een verhaal.

Vorig jaar op 15 juni >>> schreef ik over Sander de Hosson.
Hij is longarts in het Wilhelminaziekenhuis in Assen en hij schrijft columns op de website van ‘Agora; leven tot het einde’ en ook in de bijlage Gezondheid & Co die af en toe verschijnt bij het Dagblad van het Noorden.
Ik volg de blogs van Sander al meer dan een jaar, hij staat bij mijn favorieten.
Eens in de twee á drie weken schrijft hij een nieuw verhaal, maar allemaal met hetzelfde onderwerp: het levenseinde.

Een onderwerp waar we het in dagelijkse leven liever niet over hebben. We weten allemaal dat we een keer komen te sterven, maar daar over praten is voor ons moeilijk. Te emotioneel. Hoe vaak hoor je niet dat mensen, zelfs na een ziekbed, niet met hun partner hebben kunnen praten over het naderende einde.
“Het kwam er gewoon niet van”.
“Het was te emotioneel.”

De columns van Sander laten elke keer weer zien dat je de dood wél bespreekbaar moet maken, hoe moeilijk het ook is.
Want later heb je altijd spijt dat je het onderwerp uit de weg bent gegaan.
“Wist ik nou maar hoe hij/zij hierover dacht, nu kan het niet meer vragen…”

In de week van 2 mei (toen ik schreef dat ik al 37 verkering met Gerard heb) las ik het verhaal ‘Boodschap’ op het blog van Sander.
Mij trof de zin : ‘jouw leven was het allermooiste stukje van mijn leven’.
Het blog vertelt over iemand die door de omstandigheden gedwongen alleen blijft en pas op het laatst van zijn leven de liefde vindt.
Sander is niet alleen een goede longarts, hij verstaat de kunst van het schrijven met gevoel zonder heel sentimenteel te worden.
Als je zo’n verhaal leest als je zelf al zo lang ‘verkering’ hebt realiseer je je dat het delen van je leven met een ander niet zo vanzelfsprekend is als het soms lijkt.
“Jouw leven was het allermooiste stukje van mijn leven”.
Wat jammer dat het bij hen maar zo’n klein stukje mocht zijn……

Van het blog van Sander heb ik een PDF gemaakt, je kunt het lezen als je hier Boodschap – Sander de Hosson klikt.

Reageren

12 juni: Nederlands. Maar dan anders….. (1)

Onze dochters zijn ’talig’; ze zijn beter in taal dan in rekenen en schrijven heel behoorlijk Nederlandse teksten (vergeleken met hun leeftijdsgenoten).
Wij hebben ‘gezinslol’ om verhaspelingen van spreekwoorden en gezegden of enorme taalfouten.
Die sturen we elkaar toe via de gezins-app.

Een bloemlezing:
– ik heb een donkerbruin verleden.
– de gulle middenweg
– we moeten wel even door poten
– de wc ruikt weer naar bloemetjes en bijtjes
– dat loont de moeite waard
– dat zet geen soda aan de dijk
– ja….. en dan zit ze op de hete rapen
– huilen met de kraan open.
– dat doet je de nek om!
– ik wil geen slapende koeien wakker maken.

Gerard doet ook af en toe een duit in het zakje,
Hij hoorde iemand zeggen dat hij met een kastje in het riet werd gestuurd.
Op de radio hoorde ik een misdaadverslaggever zeggen: “zo hardnekkig, dan duikt het toch weer de kop op.”
Jeroen Pauw interviewde een bekende schrijver en merkte op: “En nu hangt de hele wereld aan je voeten!”

Met ex-collega Gineke kon ik om zulke dingen ook verschrikkelijke lol hebben.
“Aan de noodklok trekken” is er één die ik van haar heb.
Haar naam is ook ooit eens vreselijk verbasterd door iemand.
Ze heet Gineke Woltjes, maar er was iemand die vroeg naar Gonneke Wieltjes…… we piesten bijna in de broek van het lachen.

Ooit hoorde ik bij “Spijkers met koppen” een mevrouw die een Instagram-account had waarop ze al dit soort dingen optekende uit de mond van treinreizigers. Zij ging gewoon in de trein zitten met een notitieblokje en schreef op wat er zoal aan versprekingen en verhaspelingen voorbij kwam. Het was een erg vermakelijk item.
Wat ik daar van heb onthouden:
– Ik zal dit even in chronische volgorde zetten.
– Het leverde een staande ovulatie op!
– Dat slaat de spijker volledig mis.
– Dat is dus dweilen met de emmer open…..
Hierbij een link naar dat account op Instagram, het heet treintaal >>>

Dit blog over taal sluit ik af met een voorbeeld hoe moeilijk Nederlands eigenlijk is.
Een collega van mij komt uit een ander land en laat mij af en toe een tekst lezen om te kijken of het Nederlands allemaal goed is.
“Ik vind het belangrijk dat alle neuzen op één kant staan” had hij geschreven.
Ik vertelde hem dat dat niet helemaal goed was.
“Ik vind het belangrijk dat alle neuzen één kant op staan”.
Onbegrijpelijk vond hij.
“Eén kant op” en “op één kant” is dus iets anders, alleen omdat het woordje ‘op’ ergens anders staat?!?!
Onbegrijpelijk eigenlijk…..

Reageren

10 juni: Werken? Of niet werken?

In 1986 werd onze eerste dochter Frea geboren.
Een geboren moeder was ik niet, maar in de loop van de jaren heb ik het moederschap op mijn eigen manier vorm kunnen geven en kan ik zeggen dat ik er van heb genoten.
In 1986 werkte ik nog bij justitie in Assen.
In ons milieu was het nog niet echt gebruikelijk dat je als vrouw bleef werken, dus ik bleef thuis bij Frea.
Na de eerste onwennige weken ging het steeds beter en toen ze ging lopen en praten hadden we samen een fantastische tijd.

In 1989 werd Harriët geboren. Vlak na haar geboorte verhuisden we van Smilde naar Roden en daar moest ik erg wennen. Ook toen heb ik geen moment gedacht om weer aan het werk te gaan: met de baby en de peuter had ik het druk zat en er was tijd voor de kinderboerderij en samen koffiedrinken met ‘mama-school’.
Gerard had een baan en we konden ons redden van één salaris.

In 1994 kregen we Carlijn.
Drie dochters, een huishouden draaiend houden, vrijwilligerswerk: ik verveelde me geen moment.
Was er een kind ziek: geen probleem, ik was immers thuis.
Een vriendin die wel werkte vond dat altijd het moeilijkst. Want wat doe je dan als je kind ziek is?

Toen Carlijn in groep 3 zat ging ik 8 uur in de week werken bij Beatrixoord.
Twee jaar later werkte ik twee dagen bij Christine Brons in Groningen en in 2008 begon ik bij Lentis voor drie dagen in de week.
Tegenwoordig worden er in de bladen en  op internet verhitte discussies gevoerd over kinderen en opvoeding.
Wanneer ben je een goede moeder? Een greep uit wat ik zoal lees:
“Als ik alleen maar thuis zou zijn en geen werk zou hebben, dan zou ik diep ongelukkig zijn en dus geen goede moeder kunnen zijn”.
“Altijd dat haasten en rennen, geen tijd, op zo’n manier kan ik geen goede moeder zijn.”
“Je moet je kinderen zelf opvoeden en het niet aan de grootouders of de crèche overlaten”.
“Kinderen van moeders die thuisblijven lopen een sociale achterstand op omdat ze niet met andere kinderen leren omgaan.”
“Kinderen van werkende moeders groeien in een veel te drukke en lawaaierige omgeving op, dat is niet goed voor de ontwikkeling.”
“Moeders die thuis blijven voor de kinderen zijn mutsen.”
“Moeders die werken besteden niet genoeg tijd aan hun kinderen.”

De maatschappij is inmiddels ingrijpend veranderd. Als Gerard en ik nu kinderen zouden moeten opvoeden was ik denk ik ook part-time blijven werken. Had ik vast ook heel leuk gevonden. Wat volgens mij vooral belangrijk is dat je doet waar je jezelf goed bij voelt.
Voornoemde werkende vriendin vertelde dat ze op mooie zomerse dagen wel eens jaloers dacht aan mij: met de kinderen in de tuin met een zeemeermin-zwembadje, een kopje thee en een tijdschrift.
En op druilerige dagen met bergen was en een huis vol rotzooi dacht ik wel eens afgunstig aan haar: lekker op kantoor met een grote stapel administratie om weg te werken.

Er is altijd een ene kant en een andere kant.
Het belangrijkst is dat de kinderen genoeg liefde en aandacht krijgen.
Hoe je dat organiseert is een persoonlijke keuze; gun elkaar daarin de ruimte.

Reageren

8 juni: Spookgebouwen.

Zo af en toe zie je ze wel eens: spookgebouwen.
Huizen of gebouwen die leeg staan en niet meer worden gebruikt.
In Hoogersmilde, het dorp waar ik vandaan kom,  staat bijvoorbeeld het pand van Garage Van Dam (zie foto hier linksonder). De auto’s uit de jaren zeventig staan er nog in. De erven hebben onenigheid over de bestemming van het pand en nu staat het al drie decennia leeg.
Het staat inmiddels bijna op instorten.
Mijn vader (die in 2008 is overleden) maakte zich destijds namens Dorpsbelangen al druk om de verwaarlozing van het pand en het zegt iets over de  daadkracht van de gemeente Middenveld dat er nog steeds niets met het pand is gebeurd.
Het is een puist in het aanzicht van Hoogersmilde, dat het moet hebben van het toerisme.
Er is een aanlegplaats voor plezierboten met uitzicht op (je raadt het al…) Garage van Dam.
Update 2024: dit is het laatste nieuws over dit pand dat ik vond op RTV Drenthe.

Toen wij op Koningsdag in Bergen aan Zee incheckten in Hotel Victoria verbaasde ik me over het verpauperde pand dat er naast stond. Aan de Zeeweg, de hoofdstraat in Bergen aan Zee, staat een vierkante kolos, een uitgewoond gebouw. We zetten onze fietsen achter hotel Victoria en kwamen daarbij door een steegje langs het verlaten pand.
Gerafelde gordijnen, kapotte ramen, verstofte rotzooi……. het waren de restanten van wat ooit een mooi hotel is geweest. Op de foto hier rechts zie je uiterst rechts nog de letters HO van Hotel Victoria. Je zal er naast zitten met je nering.
Onvoorstelbaar. In zo’n badplaats pal aan de Noordzee, zo’n krot.
Dat intrigeert mij dan. Eenmaal thuis ging ik zoeken op internet.
Ik kwam er achter dat het ooit Hotel Monsmarem was geweest.
De hele gemeenschap van Bergen aan Zee ergert zich groen en geel aan de bouwval, maar het is in handen van een projectontwikkelaar die niet te bereiken is.
Inmiddels zijn er plannen: in april is er een gemeenteraadsvergadering geweest waarop een voorstel is ingediend. Ik kon niet achterhalen of er nou daadwerkelijk iets gaat gebeuren.

Tijdens ons verblijf in Bergen aan Zee werden mijn ogen als door een magneet toegetrokken naar het spookhotel. Spannend. Eng. Wat is dat dan voor een gebouw. Waarom staat het zo leeg? Ik heb een rijke fantasie en ook al een paar griezelverhalen gelezen over dergelijke leegstaande huizen. Waar vroeger een moord is gepleegd en de ziel van het slachtoffer niet wil dat er nieuwe bewoners komen……
Of waar nog wel één hele rare zonderling woont die zich zo heel af en toe laat zien en de hele gemeenschap de stuipen op het lijf jaagt…..
De echte reden is meestal heel triviaal.
Geld.
Update 2024: in juli waren we weer in Bergen aan Zee en het zag er heel anders uit.
Benieuwd? Lees dan het blog ‘Kerstin aan Zee‘.

Reageren

Pagina 247 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén