een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 5 van 310

22 maart: Een date om 17.00 uur.

Al vanaf dat Gerard en ik getrouwd zijn spreken we ieder jaar af met mijn neef Jan en zijn vrouw Janny. Dat is dus al vanaf 1983 en we kwamen altijd bij elkaar op een zondag.
“Waarom spreken we eigenlijk niet op een zaterdag af?” vroeg Janny de laatste keer dat we elkaar zagen “dan kunnen we ’s middags even het dorp in, dan neem ik je mee naar de handwerkwinkel.”
Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Zeg ‘handwerkwinkel’ en ik ben al onderweg.
Gistermorgen, zaterdag 21 maart,  zaten wij al om 09.00 uur in de auto richting Epe.

Wat weer een genoeglijke dag.
Eigenlijk deden we hetzelfde als wat we anders op een zondag doen (koffie, borrel, eten, foto’s kijken en oeverloos kleppen), maar nu vertrokken de dames rond half 3 richting het dorpscentrum. Op weg naar de handwerkwinkel kwamen we nog van alles tegen waar ik graag nog even wilde kijken, zoals een HEMA, een boekwinkel, kledingwinkels, kringloopwinkels én…… een kerk! Daar wilde ik ook in, maar die zat op slot. Jammer ja.
Op het info-bordje bij de deur stond wat summiere informatie o.a. dat de kerk stamde uit de 12e eeuw. Het gebouw was gewijd aan de heilige sint Maarten en sinds de reformatie in de 16e eeuw een Hervormde kerk. Meer weten? Hierbij een link  naar een artikel over deze kerk op Wikipedia.

Voor de kerk stond nog een ander informatiepaneel dat mijn aandacht trok, dat ging over een grafheuvelrij. Daar wilde ik meer van weten, dus eenmaal thuis zocht ik het op: op ‘Mijn Gelderland’ vond ik een duidelijk verhaal. In de gemeente Epe liggen zo’n 150 grafheuvels. Ongeveer 50 daarvan liggen in één rechte lijn tussen Niersen en Epe. Vanaf de Nieuwe Steentijd (± 5300 tot 2000 voor Christus) tot aan het begin van onze jaartelling vormden deze heuvels de laatste rustplaats voor de prehistorische bewoners van Epe.
Maar eigenlijk waren we op weg naar de handwerkwinkel…..

Toen we  eenmaal bij Singer Kreatief waren vergat ik op slag de kerk en de grafheuvelrij: wat een walhalla voor een liefhebber van handwerken!
Borduren, haken, breien, kleinvak en stoffen: ze zijn van alle handwerkmarkten thuis, ik keek er mijn ogen uit.
Ik was op zoek naar een bolletje garen van een specifieke kleur en een specifieke dikte (hierover in een volgend blog meer) en ik liep er zo naar toe. Verder was er een ontstellende hoeveelheid knopen, garen, band, kant, gespen: je kunt het zo gek niet bedenken of ze hadden het.
Hierbij een link naar hun website.

Aan het eind van de middag hadden we een date.
Janny en ik zaten om 17.00 uur in Casa Sarda in Epe, waar een vriendelijke ober vroeg: “Dames! Wat willen jullie drinken?”
“Wij wachten nog even”; onze date was er namelijk nog niet.
Ze zouden toch wel komen…?
Maar na 43 jaar weten wij dat wel zeker: na vijf minuten voegden onze mannen zich bij ons en we sloten de gezamenlijke dag af met een heerlijke pizza.
In mijn geval nummer 44, de pizza Caravaggio met o.a. gorgonzola, spek, ui, salami.
Heerlijk gegeten, aangenaam gezelschap: waardevolle dag!

Reageren

20 maart: Een waardevol familie-lijntje.

Nadat mijn moeder overleed in oktober 2017 waren er geen familiemomenten meer waarop mijn ooms en tantes Boelen en Vrieswijk elkaar zouden treffen.
Jarenlang zagen de twee families elkaar immers  op de verjaardagen van mijn ouders; door de jaren heen werden ze haast een beetje familie van elkaar, maar het groepje werd wel steeds kleiner.
In de jaren zeventig zaten we soms met dertig mensen in de kleine woonkamer aan de Servatiusstraat. Pratend, (soms schreeuwend), rokend en drinkend: in mijn herinnering altijd knoetergezellig. Geen idee?  (zie 16 november 2014).
Maar het leven gaat door en ook deze families werden getroffen door ziekte en overlijden.

Na Ma’s begrafenis zei tante Trijn: “Het zou fijn zijn als ik de familie Boelen nog af en toe zou spreken; we hebben zoveel jaren met elkaar opgetrokken . . ”
In 2018 organiseerden we de eerste ‘eigenlijk-geen-familiedag‘ met tante Lammie (zus van mijn moeder) en oom Albert, oom Henk (broer van mijn moeder) en tante Ann en tante Trijn (zus van mijn vader) en we probeerden om ieder jaar zo’n bijeenkomst te organiseren.
In 2019 overleed oom Henk en aan het eind van 2021 overleden oom Albert en tante Lammie 3 weken na elkaar.
Daarna ontmoetten de twee overgebleven tantes Trijn & Ann en ik elkaar één keer per jaar. De laatste keer was in april vorig jaar.*

In december is tante Trijn ons ook ontvallen.
“Maar ik kom gewoon naar je toe in maart, we hebben al weer zoveel om over bij te praten” zei ik tegen tante Ann toen ik haar na begrafenis van tante Trijn telefonisch sprak.
Gistermorgen was ik rond de klok van tien in Hoogeveen.
En wat kun je iemand dan missen; de stoel waar ze altijd in zat bleef leeg en de hele dag kwam ze af en toe in de gesprekken even voorbij.
Na de koffie genoten we samen van een glas wijn ‘zullen we een ‘zoetje’ doen? Daar hield ze altijd zo van….’, klonken met de blik schuin naar boven ‘op haar’ en haalden herinneringen op aan voorgaande keren.

Wat anders was dan voorgaande keren: we konden gewoon lopend de stad in.
Tante Trijn was erg slecht ter been, maar tante Ann loopt nog als een kievit, dus we konden met de benenwagen naar Grand Café Marron waar ik voor het eerst een ‘Egg Benedict’ kreeg mét gerookte zalm en tante Ann genoot van haar kroketje.
In Hoogeveen is best een groot winkelcentrum, dus wij boemelden met z’n tweeën even door de HEMA, de C&A, een 2e-hands boekenmarkt en zo’n grote drogist met een Duitse naam.
Wat niet anders was als anders: de tijd was omgevlogen en tot mijn schrik was het al bijna vier uur toen we aan de thee zaten.
We beloofden dat we met elkaar in contact blijven; een waardevol familie-lijntje dat we allebei niet kunnen missen.

* daarover schreef ik toen het blog Wat doe je dan de hele dag?
Van daaruit kun je teruglinken naar de blogs uit 2024, 2023 en 2022.

Reageren

18 maart: Woest en ledig, mild en overvloedig.

Halverwege januari zocht ik een lied van Daniël Lohues.
Je kent het wel: er speelt een zinnetje door je hoofd dat je kent van een liedje, maar je weet niet welk liedje het ook maar weer was.
“…..ok mien vertrouwen in het lot, het veul mij allemaol kapot…”
Van Lohues, dat wist ik, maar welke?
Ik typte bovenstaande woorden in op Google met als toevoeging Daniël Lohues en tadaaaah….. daar was het: ik kwam op een artikel in het Nederlands Dagblad onder de titel ‘Woest en ledig, mild en overvloedig.
Hierbij een klein stukje uit dat artikel waar de woorden die ik zocht in staan:

In het liedje ‘Herinnerings’ zingt hij:
‘Zölfs ’t geleuf dat ik geleufde, ok mien vertrouwen in het lot, het veul mij allemaal kapot, niks meer van over as herinnerings…..’

Je bent ‘klaar met religie’, meldde je. Maar in drie van de twaalf liedjes op ‘Hout Moet’ gaat het over geloof. Hoezo klaar?

‘Ja, ik besef heel goed dat je er nooit los van komt, dat geloof. Ik ben ermee opgegroeid. Het was nooit een dwangbuis; het zit zo in je systeem. Ook veel niet-gelovigen zijn bezig met religie en veel gelovigen kennen hun twijfels. Ik ben gewoon van het geloof afgeraakt doordat ik veel las over de evolutie en zo. Maar het gekke is dat iets waar je niet in gelooft, best kan bestaan. Jezus heeft bestaan, de kruisiging is echt gebeurd. God bestaat niet, maar ik wou dat het wel zo was. Het is fijn om ergens in te geloven, ook al is het verzonnen. Het is zoals Willem Wilmink een keer zei: de liedjes van Jacques Brel en de veertigste van Mozart zijn ooit verzonnen, maar ze bestaan wel. Zo is het ook met de hemel; die is ooit verzonnen en bestaat dus.’

Lohues heeft voor een ex-gelovige veel heimwee en daarbij een voorliefde voor koppige doorbijters. Op Allennig II gaat ‘Hij wul de klokken laoten luuden’ over pastoor Harm Schilder uit Tilburg. In ‘Bij de hemel in de rij’ schetst Lohues louter personen die zich hebben ingezet voor anderen:

‘Bij de hemel in de rij, Staon zulken vaok ok nog achteran  Ze wullen zich weer niet opdringen Maor dan begunt de hiele rij Te wiezen en te wenken en te zingen…’

Niks wrok of mildheid. Je bent je geloof verloren, maar je zou er zomaar tussen willen staan.
‘Ja. Ik was onlangs eens bij het geboortehuis van Franciscus van Assisi. Dat vind ik inspirerend. Zo iemand zou ik graag willen zijn. Een weldoener.’

Hierbij een link naar het hele artikel.

Afbeelding: Theatertournee 2022/2023

Het is een interview uit 2011, het jaar dat Lohues 40 werd. Inmiddels is hij 55 en ik vind het mooi om te lezen dat hij nog steeds dezelfde dingen zegt.
En welk liedje was het nou?
‘Herinnerings’.
Ik had er zelfs al eens blog over geschreven, hierbij een link naar dat verhaal: Een klank, een smaak, een kleur…
Wil je het lied ook even beluisteren? Klik dan hier.
Ken je het lied ‘Bij de hemel in de rij’ nog niet?
Hierbij een link naar een YouTube video van dat nummer.

En vandaag?! Was er een podcast over zijn nieuwe album ‘Jager’. Klik hier om die te beluisteren.

Reageren

17 maart: Pinokkio.

Op maandag 23 februari vertelde de Historische scheurkalender mij iets over Pinokkio.
Walt Disney maakt Pinokkio geschikt voor tere kinderzieltjes‘ stond op het blaadje.
Wij hadden die video natuurlijk ook vroeger.
Met Japie Krekel, Gepetto, de goede, blauwe fee en de ‘verschrikkelijke walvis’ Monstro.
Best nog wel spannend, ook voor tere kinderzieltjes.

De film van Walt Disney kwam uit in februari 1940, gebaseerd op het boek ‘L’aventure di Pinocchio’ van Carlo Collodi uit 1883.
Maar de Italiaanse auteur had het boek niet speciaal voor kinderen geschreven: het is een sprookje voor volwassenen.
Zo wordt Pinocchio een keer opgehangen, wat hij gelukkig overleeft, omdat een houten pop niet kan stikken en de pop maakt continu sarcastische opmerkingen.
Schrijver van het boek, Collodi, was een vrijmetselaar en wilde met zijn boek waarschijnlijk de starre en weinig buigzame samenleving van die tijd op de hak nemen.
De verandering van een ‘bespeelde pop/marionet’ naar een mens met een eigen wil zou daarvoor symbool staan.
De gegoede burgerij had het dan ook niet zo op met Pinocchio. Het boek zou kinderen, net als Pietje Bell in Nederland, verleiden tot ongehoorzaam gedrag.
Maar ondanks die publieke opinie werd het boek een enorm succes: het werd in verschillende talen vertaald.

Met de versie van Walt Disney is de lange neus voorgoed verbonden met de houten pop die een echte jongen wil worden.
Dat verhaal richtte zich wel op kinderen; alle grove scenes werden er uit gehaald, een groot deel van de karakters werd geschrapt en Pinocchio zelf werd een stuk serieuzer.

Op het kalenderblaadje stond een plaatje van de eerste Pinokkio uit 1883, die in bijna niets lijkt op de versie die Disney er van gemaakt heeft.
Maar……… toen Disney begon met dit verhaal leek de houten pop wél meer op de slungelige versie uit het boek uit 1883.
Dat weet ik, omdat ik in 2023 met onze dochters de tentoonstelling ‘Disney telling timeless stories’ bezocht in het Forum in Groningen.
In het blog dat ik daarover schreef staat o.a. Zo had je ook een wand met tekeningen van Pinokkio.
Wij kennen hem als het kleine, mollige ventje, maar op de eerste tekeningen was hij langer en slungeliger, meer een jongetje van een jaar of 11.
Op dat blog had ik daar toen geen foto bij, maar die had ik nog wel in mijn archief, je ziet die eerste versie op de afbeelding links.

Wil je meer weten over het boek uit 1883?
Hierbij een link naar een artikel daarover op Wikipedia.

Reageren

16 maart: Achilling?

Zundag kreeg ik een mail van Johannes.
In het Nederlands, want wij mailt ja nooit in het Drents.
Dit schreef e mij:

Hoi Ada,

Zaterdag waren  we in Mensinge waar we de expositie van Evert Musch* bezochten.
Ik las daar een heel lief gedichtje in het Drents, zie bijlage.
In dat stukje kwam het woord achilling een paar keer voor.
Uit het verband begrijp je wel wat het betekent, maar ken jij daar een Nederlands woord voor?

Groeten, Johannes.

Van het gedicht haar Johannes een foto (eem op klikken veur een vergroting) maakt, de titel was ‘Verlangen’,  maor die is deur het bewarken van de ofbielding  wegvallen.
Eerst maor eem wat over de dichter Harm Koops: die hef een eigen pagina op het Huus van de Taol, hierbij een link naor dat artikel.
Daor stiet o.a. dit:  Zien Drents is zuver en hiel natuurlijk. Aj bedenkt dat ’t mieste wark ontstaon is in de vieftiger jaoren, toen Harm Koops al tien jaor oet Drenthe vort was, dan kuj je verwondern over zien taolgebroek.

En dat verklaort ok geliek het woord achilling in het gedicht: het is een woord dat bijna niet meer gebruukt wordt door luu die nou Drents praot, maor het komp nog wel veur.
Een vorm van dat woord heb ik wel ies heurd bij een aomnd met Roelof & Harm in een conference: ‘Hij wus agil niet dat dat gebeurd was….’
Verder kwam ik het woord nog tegen in een Drents karstverhaoltie, schreven door E.E. Brink uut Rol.
Daorin weur een karstvassie zungen:

O denneboom, jouw sparregruun
stiet hier te pronk in huus en tuun.
In ’t bos veul jij agil niet op
maor nou versierd, een piek in top!
O denneboom, jouw sparregruun
stiet hier te pronk in huus en tuun.

Wo’j ’t hiele verhaol eem lezen? Klik dan hier.

De vertaoling van het woord agil is ‘hielemaol’.
Het komp in het old-Drents is verschillende vormen veur, o.a. as agil, gil, gillijk, aigillies, agillig en dus ook het achilling van Harm Koops.

* In het Museum Havezathe Mensinge in Roden is de tentoonstelling van Evert Musch nog te zien tot 3 mei 2026; daor ku’j dus nog mooi eem hen.
Hierbij een link naor de website van RTV Drenthe met meer informatie over Musch en de tentoonstelling: ‘Hij was verliefd op Drenthe.’

 

Reageren

15 maart: Stukjes netwerk.

Toen de zondag begon, midden in de nacht om 12 uur, feliciteerden wij onze vriendin met haar 65e verjaardag. Toen zaten we al vanaf 20.00 u in gezelschap van de vriendenclub van Hoogersmilde; zelfgebakken appeltaart, lekkere hapjes en gesprekken die werkelijk alle kanten op gaan.
Fijn dat Gerard er weer bij kon zijn, maar we waren niet met z’n achten.
De tia die één van ons trof, waardoor we ons 45-jarig jubileum niet op Kreta konden vieren, veroorzaakt nog steeds problemen als het gaat om prikkelverwerking en tekort aan energie, zodat er ’s avonds nog wel eens een feestje moet worden afgezegd.
We maakten een afspraak voor een volgende verjaardag in april; dan zien we elkaar aan het begin van de middag voor een High Tea. Dan is ze er hopelijk weer bij!
Een waardevol begin van de zondag.

In de PKN-viering van vanmorgen leerden we dat wij mensen altijd alleen maar naar de buitenkant kijken.
En dat de manier waarop wij kijken gekleurd is door onze opvoeding, onze ervaringen en onze vooroordelen.
We zagen bijvoorbeeld een kikker, maar je kon ook iets anders zien als je anders keek.
Benieuwd naar de kikker en ‘het andere’? Klik hier

David door Samuel tot koning gezalfd.

We hoorden het verhaal van David die door God was uitgekozen om koning te worden van Israël.  (zie basisbijbel 1 Samuël 16 ).
Zeven zonen werden ten tonele gevoerd in een soort Mister Universe-verkiezing.
Samuel liet zich leiden door wat hij zag: grote, sterke kerels.
Uitermate geschikt om koning te worden.
Maar, hoorden we, God ziet het hart aan.
Daarom werd herder David, de jongste en achtste zoon, uit het veld gehaald; hij werd de nieuwe koning van Israël.

Hoe kijk je? Wat zie je? Kijk je naar de mens achter de buitenkant? Er werd nog weer eens benadrukt dat God niet ver weg is, hij ziet ons zoals wij zijn.
Als we ons hart laten spreken is God er bij.

Na de dienst tijdens het koffiedrinken feliciteerde ik iemand met haar 90e verjaardag en had ik een gesprek met iemand over haar overleden moeder die ze in deze tijd zo mist.
Gezellig aan de koffie met elkaar, maar ondertussen ook lief en leed delen.

Vanmiddag gingen we een spelletje doen bij het gezin van nicht Lianne en aten we een kom soep met lekkere burrito’s.
Ondertussen hoorden we van alles over de trampoline waar salto’s op gemaakt werden, over een boekbespreking en de eindmusical met groep 8.

Drie ‘stukjes netwerk’ op één dag.
Een paar uur in gezelschap van mensen die bij onze kring horen.
Hoe gaat het met je? En met jouw naasten? Luisteren, praten en delen.
Van onschatbare waarde.

Reageren

14 maart: Bergbeklimmers.

Het was 1976, ik was 15 jaar; ik werd door Arend, die ik kende van de club en de zondagsschool, gevraagd om mee te gaan naar een repetitie van gospelgroep ‘The Mountaineers’ in Smilde. Iets meer dan een half jaar heb ik er op gezeten en meegezongen, maar ik voelde me er niet thuis; dat had vooral te maken met de leeftijd van de andere leden, die minstens 3 jaar ouder waren en sommigen waren al begin twintig. Op die leeftijd is dat veel.

Begin dit jaar kreeg ik een mail van Arend: hij nodigde me uit voor de reünie van The Mountaineers.
Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat de zanggroep werd opgericht
Even was er twijfel; ik zat er maar zo kort op, ik zong niet mee op de LP die ze maakten, maar ik gaf me toch op.
Gistermiddag om 14.00 uur werden we verwacht in Het Kompas bij de Koepelkerk in Smilde.

De eerste die ik sprak was Han. We liepen samen naar binnen; ik herkende hem wel maar hij mij niet. Toen ik later vertelde dat ik getrouwd was met Gerard Waninge kwam die naam hem wel bekend voor: “Daar heb ik nog mee gevoetbald!”
Binnen was er koffie/thee met ‘smulcake’ en zo’n dertig oud-koorleden.
Het leeftijdsverschil dat in de jaren ’70 zo’n barrière was geweest, viel nu helemaal weg.
Of je nou 65, 70 of 72 bent maakt nu helemaal niks meer uit.
Ook was er nu wél aansluiting met de andere koorleden. Dat kwam omdat er ook veel mensen waren die ik kende vanuit ons kerkelijk netwerk in Hoogersmilde, of die inmiddels familie zijn geworden (schoonzus Lammie) of de zus van een vriendin, of vroegere buurtgenoten, kortom: goed dat ik gegaan ben.

Maar we kwamen niet alleen maar om te kletsen: we gingen ook zingen!
We kregen een boekje met teksten (wij zongen vroeger alleen met teksten, zonder noten!) en Klaas de Jonge (die tegenwoordige Emile heet) nam plaats achter de piano.
Hij was destijds de koorleider en onder zijn bezielende pianospel zongen we een aantal liederen.
Een bijzondere ervaring. Wát een teksten stonden wij daar toen te zingen.
En we wisten het ook zo zeker allemaal wat we de wereld toezongen….
Het koor noemde zichzelf ‘mountaineers’ omdat het dagelijks leven werd gezien als het beklimmen van een berg waarbij je een gids (Jezus) nodig hebt.
Dat stond ook op de LP: ‘Luister naar Hem en laat je leven door hem leiden’.
Na de lunch sloot Lammie de bijeenkomst af met een gedicht waaruit ik deze zin heb onthouden: de echte bergen moesten nog komen.

Herinneringen opgehaald en veel mensen gesproken.
En over die echte bergen: wie ik ook sprak, niemand is ongeschonden door die vijftig jaar gekomen.
Er waren zelfs al een aantal leden overleden.
Ons geloofsleven zag er inmiddels ook heel anders uit dan vijftig jaar geleden; wij zelf ook 😉

Na afloop liep ik nog even naar de oude MAVO en stond te mijmeren op het schoolplein.
Daarna deed ik het boek ‘Smilde’ weer dicht.
Zonder heimwee weer naar Roden.

Reageren

13 maart: Niet veelvuldig prikken en roeren.

Gistermorgen belde Enny.
“Heb jij vanmiddag al wat? We hebben van ons wijkteam van de kerk vanmiddag een lezing in Op de Helte over ‘Opstanding in de kunst’. Ga je met me mee?”
Mijn antwoord was nee; ik wilde ’s middags gaan wandelen, moest wc’s soppen en nog boodschappen doen.
Toen ik aan het eind van de morgen de boodschappen binnen had dacht ik: “Nu ben je met pensioen, nu kun je naar dit soort dingen die je leuk vindt en dan ga je niet.”
Gelijk na 13.00 uur maakte ik de aan mijzelf beloofde wandeling en appte naar Enny dat ik me had bedacht: ruim voor 14.30 uur zat ik aan de thee voor de lezing.

We luisterden naar ds. Jan Willem Nieboer. Hij is predikant* in de stad Groningen.
Hij vertelde ons over kunstwerken die in de loop van de eeuwen zijn gemaakt over de opstanding van Christus.
Hij liet via de beamer afbeeldingen zien en begon met een afbeelding uit de Romeinse catacomben.
Hij betrok ons bij de uitleg; vroeg aan ons wat wij erin zagen en vertelde daarbij bijzonderheden over het schilderij.

Hij vertelde bijvoorbeeld over het Isenheim altaarstuk van Matthias Grünewald in de kerk van Colmar.
Dat is een groot drieluik dat in twee stappen geopend kon worden, waardoor telkens een ander tafereel zichtbaar werd.
Benieuwd? Hierbij een link naar meer informatie.

Het werk ‘De opstanding’ van Rembrandt kwam voorbij en ook ‘De graflegging’, één van de kruiswegstaties van Aad de Haas.
Daarvan vond ik een mooie video op YouTube, hierbij een link.

Wat ik van deze middag zal onthouden is een modern kunstwerk met de titel ‘Doubting Thomas’.
Ongelovige Thomas in het Nederlands.
De kunstenaar Michael Landy (geb. 1963) was uitgenodigd om hedendaagse werken te maken als reactie op de collectie oude meesters van de National Gallery in Londen.
De stukken werden samen tentoongesteld in de expositie ‘Saints Alive’ in 2013.
Als je wilt weten hoe die twee oude meesters de ongelovige Thomas  zagen en wat Landy er van heeft gemaakt, moet je hier klikken, dan snap je het vervolg van dit blog beter.

De kunstenaar maakte met tandwielen, veren en pijpen een drie-dimensionale weergave van het torso van Christus en de hand van Thomas.
Bezoekers werden uitgenodigd om op een voetpedaal te drukken, waardoor een mechanisme werd geactiveerd dat ervoor zorgde dat de vinger in de wond prikte.
Een stuk metaal dat aan de vinger was bevestigd, boorde uiteindelijk een groot gat in de torso, dat tijdens de tentoonstelling meerdere keren moest worden vervangen.
Het kunstwerk was na de tentoonstelling dan ook kapot.
De achterliggende gedachte bij dit kunstwerk was volgens Jan Willem: ‘Je moet niet te veelvuldig prikken en roeren in het mysterie van het geloof, dan maak je het kapot’.

Wat een mooie aanvulling op de kerkelijke activiteiten in deze 40-dagen-tijd; ik had deze middag niet willen missen.
Die wc’s sop ik vandaag wel.

*Jan Willem verzorgt ook het themacollege ‘Geschiedenis van het beeld in en buiten de kerk’ bij TVG Groningen.
(TVG=Theologie Voor Geïnteresseerden, hierbij een link naar de website).

Reageren

12 maart: Dat moet jij doen.

Onze voorganger Sybrand van Dijk verloor in november zijn partner Henk; daarover schreef ik toen een blog onder de titel ‘Henk en Jakob’.
Een dominee speelt bij een overlijden een grote rol, waar de nabestaanden veel steun van ondervinden.
Maar hoe gaat het als een dominee zélf nabestaande wordt?
Sybrand steekt niet onder stoelen of banken dat dat moeilijk is.
Als je luistert naar zijn preken van de laatste maanden hoor je tussen de regels door over het verlies, de leegte, het gemis en de troost.

Gisteren kwam de nieuwe editie van ‘Kerknieuws’ uit: het maandblad dat uitgegeven wordt voor onze PKN-gemeente met overzichten van de kerkdiensten, activiteiten, verslagen en nieuwtjes.
Op de voorpagina staat altijd het hoofdartikel, meestal geschreven door één van de voorgangers.
Die van deze maand is geschreven door Sybrand onder de titel ‘Omarm het leven’.
Toen ik maandag de digitale versie alvast kreeg voor het invullen van de kerk-website schoot ik vol van zijn verhaal.
Wát herkenbaar.
En wat een hart onder riem.

Hij schrijft over Lazarus, die door Jezus wordt opgewekt uit de dood.
Een paar citaten uit zijn verhaal:

Jezus vraagt om de steen van het graf te rollen.
Het is geen vraag. Het is een gebod. ‘Haal de steen van het graf’.
Jezus doet niet alles.
De omstanders zijn als eerste aan zet.
Wat er ook tegenin gebracht wordt: dat het lichaam al riekt, dat het al zo lang geleden is, dat het het niet kan, Jezus blijft bij zijn woorden.
Die steen moet weg en dat moet jij doen.

Na een groot verlies kun je niet verder.
Je wereld is op z’n kop gezet.
Niets is meer wat het was.
De waarde van de dingen is onherkenbaar geworden.
Wat belangrijk leek is niets.
Het meeste is niets.
Er is tijd nodig.
Om te beseffen wat is gebeurd.
Om er taal voor te vinden.

Sybrand besluit zijn verhaal met ‘en dat verder gaan, dat zullen wij zelf moeten doen. Wij worden uitgenodigd om het aan onszelf toe te staan.
Dat doet pijn. Maar pijnlijker nog is de steen voor het graf te laten en niet te leven, de tijd die ons is gegeven’.

Dit verhaal was mijn waarde van de dag; daarom deel ik het vandaag met mijn lezers.
Je kunt het hele artikel lezen als je klikt op deze link: 2026.03.12 Omarm het leven
Met dank aan Sybrand.

Reageren

9 maart: Breekpunt wordt kantelpunt

Vorig jaar kocht ik ‘Toegift’, een boek geschreven door Hotske Postma. Zij was predikant in Roden van 1992 tot 2003.
Voor mij was Hotske een voorganger die veel indruk maakte door wie ze was en hoe ze deed.
Als je benieuwd bent naar de inhoud van het boek, moet je het zelf kopen: op dit blog deel ik wat het met mij deed.
Gerard las het boek eerst en het viel me op dat hij het bijna niet kon wegleggen.
“Het is geschreven door iemand die ik goed gekend heb en als ze schrijft over haar tweede gemeente Roden komt het heel dichtbij.”

Hotske is net als ik 1960 geboren en ze begint met haar jeugd in een hervormd gezin het Friese dorpje Exmorra.
Ik las mijn eigen verhaal. De kleine lagere school, de kerk waar je op zondagmorgen met het hele gezin naar toe gaat, het poesiealbum: ze schetst een prachtig tijdsbeeld.
Ze schrijft dat haar kindertijd doordesemd is van kerk en geloof in een kleine samenleving waarin mannen de dominante rol hebben en bijna alle beslissingen nemen.
Zo herkenbaar!

Ze was de eerste vrouwelijke dominee die ik leerde kennen en ik heb destijds veel van haar geleerd. Wij waren in 1989 in Roden komen wonen en moesten al erg wennen aan het enorme verschil van de Hervormde gemeente vergeleken bij die van Hoogersmilde.
Hotske richtte de Gesprekgroep Jong-volwassenen op en vertelde ons over het evangelie van Maria Magdalena. Dat dat er was, maar dat dat in de door mannen geregisseerde kerkelijke wereld geen plek in de bijbel heeft gekregen.
Zij vroeg mij om ouderling te worden en zij inspireerde mij op meerdere gebieden.
Zij was de eerste dominee die niet ‘boven’ mij stond, maar naast mij.
Als je het niet eens was met wat ze zei, dan kon je dat gewoon zeggen en we konden het op een gelijkwaardige manier over het geloof hebben.
Ze vond dat we in de laatste zin van ‘Geest van hierboven’ niet moesten zingen ‘dat wij Gods zonen zijn’, maar ‘dat wij Gods kind’ren zijn’.
Ze was een enorme verbinder en ze leerde ons met een vorm van bibliodrama dat we ons konden inleven in een figuur uit de bijbel.
Ze liet mij in de huid van Maria kruipen en ik weet nog hoe bijzonder die belevenis was.
Ze organiseerde een soort ‘vijf broden en twee vissen’-picknick na een kerkdienst die in mijn geheugen gegrift staat.
Zij was een frisse wind door mijn geloofsleven en toen….. ging ze weg.

Hoe het voor haar is geweest weet ik nu.
Hoe zij het beleefde, wat er in haar gezin gebeurde en hoe ze worstelde met bepaalde zaken.
Ze kreeg een burn-out, moest met vervroegd emeritaat en is daarna kwetsbaar gebleven.
Ze schrijft dat ze die burn-out lang heeft gezien als een breekpunt in haar leven, maar dat ze er nu naar kijkt als een kantelpunt.
Als iets breekt is het kapot, als het kantelt kun je er anders naar kijken.
Ze heeft veel voor mij betekend: wat een zegen dat ik een klein stukje op haar levensweg met haar heb mogen meewandelen.

Reageren

Pagina 5 van 310

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén