De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

1 november: Casa Grada in de herfst.

Vorige week hadden Gerard en ik allebei vrije dagen opgenomen voor een week herfstvakantie in onze eigen provincie: een hele week waren we met z’n tweeën in Casa Grada in Westerbork.
We hadden bedacht dat we mijn verjaardag voor familie en vrienden  in ons vakantiehuis gingen houden; dat konden we dan gelijk combineren met een ‘housewarming’.

Onder het motto ‘het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers haken en ophangen’ had ik mijn zelfgehaakte vlaggetjeslijn in een hoek van de kamer opgehangen;  die vlaggetjes zorgden ervoor dat het de hele week een beetje feest was.
We ontvingen af en toe wat gasten, laafden en voedden hen,  lieten met gepaste trots ons huis zien en tussen de bezoekjes door verkenden we op de fiets de omgeving en genoten we in en om het vakantiepark van de oktober-herfst kleuren.
Als je klikt op de afbeelding krijg je een vergroting, dan zie je het terras en de herfstkleuren rond een deel van het meer.

Ondertussen maakten we een lijstje van klusjes die nog moeten gebeuren, daarvoor gaan we een deel van een volgende vakantie gebruiken.
Broodrooster riekt en moet even worden nagekeken, gaat mee naar Roden.
De snoeren van de lampen in de keuken hangen wat rommelig boven de tafel; binnenkort maar even naar IKEA.
Er zouden eigenlijk wat lampjes in de tuin moeten; als je ’s avonds nog even naar het water wilt lopen zie je geen hand voor ogen.
Een tegelpaadje over het gras naar het water zou ook wel fijn zijn…..

Uitzicht vanaf het terras.

Schreef ik in september nog dat er helemaal niemand in ons gastenboek had geschreven, deze keer lazen we leuke verhalen over een familiefeestje en een gezinsweekend, over vissers en hunebedbezoekers,  over een gebroken colaglas met excuses, geluidsoverlast van graafwerkzaamheden in de buurt, maar ook zinnen als “Wat een heerlijk huis. Onze mannen hebben eindeloos gevist, maar wij (de dames kennelijk) hebben genoten van de sauna en hebben ons laten verwennen in ’the Beauty & Wellness’!'”
Een ander stel schreef: “Een snoek kwam ons ‘begroeten’, maar daar bleef het bij…..”
Wat leuk; dat was nou precies de bedoeling van het gastenboek.
Zelf schreef ik over ons openhuis/feestweek; voor ons is het op deze manier een soort dagboek.

En nu is het weer maandag.
Gisteravond de spullen uitgepakt, vanmorgen werd ik weer om 08.30 uur op het werk verwacht.
De ervaring leert dat je zo weer in je ritme zit.
Maar toen ik vorige week dinsdagmorgen aan de koffie zat met m’n breiwerkje zei ik tegen Gerard: “O, wat is dit fijn. Als Lentis nog eens met een goede regeling komt waardoor ik eerder met pensioen kan, dan ga ik daar in ieder geval over nadenken……”

Reageren

31 oktober: Keltische oudejaarsdag.

Vorige week werd op Radio 5 in een middagprogramma de geschiedenis van “Halloween”  uitgelegd.
Het woord komt van Hallow-e’en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), dat is de avond voor 1 november.
Bij de oude Keltische volken begon het jaar op 1 november, dus 31 oktober was het oudejaarsavond.
Men had de oogst binnengehaald en had het zaaigoed voor het volgende voorjaar al klaarliggen, tijd voor een vrije dag en feest!
Het Keltische Nieuwjaar of of Samhain (spreek uit als Saun) is het Ierse woord voor de maand november.

De Kelten geloofden dat op 31 oktober de geesten van alle mensen die dat jaar gestorven waren terugkwamen; om de geesten goed te stemmen werd er eten voor hen neer gelegd voor de deur.
Maar men had natuurlijk geen belang bij boze geesten; om die af te schrikken droegen de Kelten maskers.
Toen de Romeinen Groot-Brittannië in bezit namen vermengden sommige tradities zich met elkaar, maar All Hallows Eve bleef bestaan.
In de 9e eeuw staken christelijke Europanen over naar Engeland en namen het katholieke ‘Allerzielen’ mee, dat gevierd werd op 2 november. Dan gingen in lompen gehulde christenen bij de deuren langs en bedelden om zielencake, een soort brood met krenten.  Als ze dat brood kregen beloofden ze dat ze zouden bidden voor het zielenheil van familieleden van de goede gever die al waren overleden. Hierin ligt misschien wel de oorsprong van de hedendaagse trick-or-treattocht.

In Amerika kwam het feest pas in zwang in de tweede helft van de 19e eeuw, toen grote groepen Schotse en Ierse immigranten het land binnen kwamen.
In die tijd ontstond ook het bekendste symbool van Halloween, de uitgeholde pompoen die op een gezicht lijkt.
(Meer weten? zie Jack-o’-Lantern).
In de 20e eeuw was het vooral een kinderfeest. De kinderen gingen onder begeleiding van een volwassene verkleed  langs de deuren om te vragen om iets lekkers (trick or treat). Daarbij was het de bedoeling is om degene die opendeed een beetje bang te maken.
Als een bewoner rekende op deze ‘gasten’ was zijn huis herkenbaar aan halloweenversieringen.
Vanaf de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd Halloween steeds meer een feest voor volwassenen en werden het griezelaspect en het het verkleed- en schminkgebeuren steeds belangrijker.

En nu komt het feest dus weer vanuit Amerika terugwaaien naar Europa.
Vandaag vieren we dus eigenlijk de Keltische oudejaarsdag: Samhain.
Geschiedenis kan zo leuk zijn 😉

Al eerder schreef ik over Halloween, toen ging het vooral om halloween bloemstukken: hierbij de links.
Foeksia en halloween 1
uit 2015
Foeksia en halloween 2
uit 2018

Reageren

30 oktober: De 5e Aaltje in de rij*.

Aaltje Waninge-Vrieswijk

In onze familie worden namen van geslacht op geslacht doorgegeven; dat geldt voor de familie van Gerard en voor die van mij.
Mijn ouders gaven mij de naam Aaltje, genoemd naar de moeder van mijn vader.
Ze hadden zelf bedacht dat mijn roepnaam Alie zou worden, maar iemand van de zorgverleners in de kraamtijd had gezegd: “Over twintig jaar zijn het allemaal Alie’s. Je kunt er ook iets anders van maken, Ada misschien?” Zo kom ik aan mijn naam.

Aaltje Vrieswijk-Pasveer

Mijn oma, waar ik naar ben genoemd, heb ik nog goed gekend.
Af en toe benoemde ze onze namen.
“Nou gaon de Aoltjes eem samen lopen”; ik herinner me dat ze me toen een arm gaf en wij samen ‘naor veuren’ liepen.
‘Noar veuren’ stond voor de winkelstraat bij de Dordtse brug in Klazienaveen.
Mijn oma heette Aaltje Vrieswijk-Pasveer, ze was geboren in 1908.

Aaltje Pasveer-Niemeijer

Haar moeder, mijn overgrootmoeder, heb ik ook nog gekend; zij heette Aaltje Pasveer-Niemeijer en was geboren in 1887.
Van háár moeder, mijn bet-overgrootmoeder, heb ik ook nog een foto: haar naam was Aaltje Niemeijer-De Vos, haar geboortejaar is 1860.
De vijfde Aaltje is mijn bet-bet-overgrootmoeder Aaltje Johanna de Vos- de Vries, geboren in 1819. Zij was dus al veertig jaar toen dochter Aaltje werd geboren.

200 jaar geleden.
Wie weet hoeveel generaties daarvoor ook al Aaltjes voortbracht?
Dit vond ik over de naam Aaltje op internet:

Aaltje Niemeijer-de Vos

Herkomst en betekenis Aalt. 
Aalt is een jongensnaam die, net als de vrouwelijke variant Aaltje, waarschijnlijk afkomstig van Adelwald.
Deze Germaanse naam bestaat uit twee naamstammen: ‘adel’, met de betekenis ‘edel’, en ‘wald’, ‘heersen’.
Samen betekent het ‘edele heerser’.
Het is ook mogelijk dat de naam terug te leiden is naar het Friese Aaielt, dat vermoedelijk een afleiding is van Agiwald.
‘Ag’ betekent ‘zwaard, punt van een zwaard’, dus die naam betekent ongeveer: ‘heerser met het zwaard’ of ‘machtig met het zwaard’.
Verder kan Aaltje afstammen van Adelheid.
Dit is eveneens een Germaanse naam, de betekenis is ‘vrouw van edele gestalte of aard.

Hmm.
Germaans, adel, heersen, zwaard…..
Laten we het maar gewoon bij Ada houden.

Naschrift: De titel van dit blog zou eigenlijk ‘De 6e Aaltje in de rij….’ moeten zijn.
Lees daarvoor de reactie van Petra uit 2023 onder dit blog.

Reageren

29 oktober: Stad in tijd.

Toen ik eind september met mijn broer in Zutphen was, kwamen we op onze wandeling door de stad langs een gebouw waar een gedicht op stond.
Geen idee wat voor gebouw dat was of hoe oud het was, maar wat me aansprak was het gedicht dat op de zijkant van het gebouw op een blinde muur stond.
Links een foto van het gebouw, rechts een uitsnede van het gedicht.

Het gedicht beschrijft het gevoel dat ik wel eens probeer uit te leggen als ik weer in zo’n mooie oude stad geweest ben.

Reageren

28 oktober: Gotland 13 – De eerste dag na de laatste dag.

We schrijven donderdag 26 augustus.
Het is de eerste dag na de laatste dag van onze indrukwekkende vakantie naar Gotland.
Na verre reizen, zoals Canada en Lanzarote bijvoorbeeld, heb ik last van ambivalente gevoelens.
Aan de ene kant blij en opgelucht dat ik weer thuis ben en dat alles goed is gegaan onderweg, aan de andere kant een heimwee-achtig/spijtig gevoel dat het voorbij is.

Fysiek is het voor mij beter dat ik zulke reizen niet maak; mijn lichaam is gewend aan een vrij regelmatig ritme van dagen en weken, af en toe onderbroken door een feestje of een leuke activiteit.
De dagelijkse pilates/yoga schiet er op zulke vakanties nogal eens bij in, het reizen en ontdekken van nieuwe gebieden is doodvermoeiend en we wijken vaak af van het verantwoorde eet- en drink patroon. Mijn stoelgang is daardoor helemaal ‘oet örder’. Het enige dat niet anders is dan thuis is het aantal voetstappen per dag: moeiteloos haal ik de 15.000.
De voordelen van ‘weer lekker thuis’ zijn o.a. je eigen wc en douche, geen stress om files, verse groente uit de tuin (bonen, sla, andijvie), gewoon brood,

Maar op zo’n eerste dag na de laatste dag zit mijn hoofd nog zo vol met ‘hoe leuk het was’ en wat we allemaal hebben beleefd.
Bij alle tassen die ik uitpak vind ik dingen waar een herinnering aan kleeft.
Bijzondere stenen, opgeraapt van het strand op Faro.
Als ik de zakken leeghaal van de broeken en jasjes die in de wasmachine gaan vind ik servetjes met Zweedse logo’s en een boardticket van Stena Line. En mondkapjes.
Een kastanje, nog in de bolster, meegenomen van een boom na een heerlijke maaltijd in een hippe bistro in the middle of nowhere.
Een papiertje met uitslagen van het nieuw geleerde kaartspel klootzakken.
Smeerkaas in een tube.
Lege snoeppapiertjes uit een Zweedse supermarkt.
Een plattegrondje van de binnenstad van Visby (dat kaartje veroorzaakte echt even een kriebeltje in mijn maag…) en een bevestigingsmail van een boeking voor een nacht voor drie personen van een hotel in Trelleborg.

Als alles is opgeruimd, één was buiten hangt te drogen en een volgende was staat te draaien ga ik met een kop koffie achter m’n toetsenbord zitten om dit blog te schrijven.
Ook één van de voordelen van thuis zijn.
Vanmiddag ga ik even weer accordeonspelen, die had ik ook niet mee 😉
Mijn vakantie duurt nog een dag of drie, de ervaring leert dat ik na twee dagen, morgen dus, weer gewoon functioneer.
Dan is ook Gotland een herinnering geworden.

Dit is het 13e en laatste deel van de blogserie over de afstudeervakantie van Carlijn naar Gotland.
Wil je ook de andere delen lezen?
Klik dan naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste
Deel 8 gaat over het torentje op de afbeelding.

Reageren

27 okober: Stom! 3

In dit digitale tijdschrift ligt de nadruk op het positieve in mijn leven: ik bekijk de dingen graag van de zonnige kant, zodat het lijkt alsof mijn leven een aaneenschakeling is van leuke dingen.
Het zal je niet verbazen dat dat niet zo is: ook ik moet door vervelende periode’s, heb vaak genoeg klussen die ik uitstel omdat ik er geen zin in heb en ook ik wordt ’s morgens wel eens wakker met het idee: was deze dag maar voorbij. Heel af en toe sta ik mijzelf toe om een blog te schrijven over dingen waar ik me aan stoor en wat mijn ergernis opwekt. In de geschiedenis van deze website heb ik dat twee keer gedaan: in december 2015 en in februari 2018.

Ann0 2021 vind ik dit STOM:

  •  dat er te veel leuke handwerkdingen zijn op het gebied van breien, haken en borduren en dat ik daar niet genoeg tijd voor heb.
  • dat de Catharinakerk op de Brink in Roden al twee zomers niet open is geweest voor bezichtiging in verband met COVID 19, terwijl we in andere plaatsen overal in de kerk naar binnen konden, zelfs voor een rondleiding.
  • dat er ’s morgens om 07.40 uur, het drukste moment in de spits, een enorme trekker met een grote vracht zand van Roden naar Groningen rijdt. 40 kilometer per uur en bijna geen gelegenheid om in te halen, want er is onophoudelijk verkeer vanuit de tegenovergestelde richting én er zijn grote stukken wegdek voorzien van een dubbele, doorgetrokken witte streep.
  • dat de snoertjes van mijn oortjes altijd in de war zitten als ik ze wil gebruiken, terwijl ik zeker weet dat ik ze keurig heb opgerold toen ik ze opborg.
  • het liedje ‘Visite’ van Lenny Kuhr; ik kan er gewoon niet naar luisteren.
  • dat je een net mandarijnen hebt gekocht en dat de eerste die je afpelt  droog is met harde velletjes én pitten. En dan heb je er nóg 15……
  • slakken. En dan vooral slakken die op je versgewassen ramen kruipen en een slijmerig spoor achterlaten.
  • dat de voedingsadviezen steeds veranderen. Heb ik na jaren eindelijk de gewoonte ontwikkeld om twee stuks fruit te eten bij het ontbijt, blijkt dat de norm voor mensen met een hoog suikergehalte in hun bloed één stuk fruit per dag is. Er zitten teveel natuurlijke suikers in.
  • dat Jan Rietman de vaste vervanger is voor alle presentatoren van alle Radio 5 programma’s.
    Je dag is goed met Jan Rietman..!
    Nee.

Benieuwd naar wat ik in de voorgaande blogs met deze titel stom vond?
Hierbij twee links:

december 2015 – Stom! 1

februari 2018 – Stom! 2

Reageren

26 oktober: Hoe kan dat?

Op 12 oktober schreef ik over de podcast ‘De Nedersaksen‘; inmiddels heb ik deel 2 ook beluisterd.
Daarin ging het o.a. over het taalgebied van de Nedersaksische taal: Zuid-Zweden, Denemarken, Noord Polen, Noord Duitsland, Groningen, Drenthe, Overijssel & Achterhoek.
Nedersaksisch werd gesproken in de tijd van het Hanzeverbond van de 12e tot en met de 15e eeuw.
Lees wat ik er over vond op Wikipedia:
Het Zweedse eiland Gotland was aanvankelijk het centrum waar handel met lokale handelaren werd gedreven door kooplieden uit Denemarken, Lubeck, en Westfalen.
Van Gotland uit werd ook handel gedreven met Engeland, Vlaanderen en Novgorod, dat al in 1190 een Duitse vestiging had.
Hele artikel lezen? Hierbij een link.

De heren die in de podcast aan het woord komen verbazen zich over het feit dat de Nedersaksen zelf eigenlijk helemaal niet weten dat ze met hun volksaard en taal onderdeel uitmaken van zo’n rijke en bloeiende cultuur, die heel veel invloed heeft gehad in Noord Europa.
Als je even nadenkt over die vraag, dan is het antwoord bijna logisch.
Het komt omdat aan dat deel van de vaderlandse geschiedenis op school nooit aandacht werd besteed.
Het ging vooral over ‘onze’ grote daden in de Gouden Eeuw, die zich voornamelijk voltrok in het westen van ons land.
De VOC, WIC, Piet Hein en admiraal De Ruyter: groot, groter, grootst, rijk, rijker rijkst.
Het politieke en bestuurlijke zwaartepunt van ons land is daarna in het westen, de huidige randstad, gebleven en in de loop van de eeuwen ontstond het idee dat het Nedersakisch minderwaardig was ten opzichte van het Algemeen Beschaafd Nederlands.

Even terug naar de podcast: daarin kwamen jonge gasten aan het woord, die (net als onze kinderen) de streektaal niet meer hadden geleerd van hun ouders, omdat dat vanaf de jaren ’70 niet wenselijk werd geacht,.
Eén van hen vertelde dat iemand uit de wereld van de popmuziek tegen hem had gezegd dat hij ‘nog wel wat tips voor hem had om van dat accent af te komen’.
In de studio vroeg men zich hardop af: “Waarom? Je kunt je goed verstaanbaar maken, alleen het klinkt wat anders, nou én. Hoe groot is Nederland nou helemaal. Hoe erg is het dat onze taal niet hetzelfde klinkt? We begrijpen elkaar toch? Friezen, Zeeuwen, Brabanders, Noord Hollanders: allemaal hebben ze een accent, waarom moeten we allemaal net zo praten als de mensen in het westen, die overigens ook allemaal hun eigen accent hebben?”

Het klonk mij allemaal als muziek in de oren.
Wat een fijne ontwikkeling; ik wou dat mijn vader dit nog had mogen meemaken.
Die sprak zijn streektaal zodra hij maar een zweem van een Nedersaksische tongval bespeurde.
Letterlijk zei hij dan: “Lao’we maor plat praoten; wij bint ja allemaol Nedersaksen under mekaar….!”

Reageren

25 oktober: Ja. Die bedoel ik.

In 2012 bezocht ik de tentoonstelling ‘Vikingen!’ in het Drents Museum in Assen.
Een prachtige tentoonstelling, waar ik destijds erg van heb genoten.
In een vitrine zag ik een stel zilveren armbanden die uitgeleend waren door Gotland Fornsal Museum in Visby waarvan ik destijds zei: “Zo eentje bedoel ik nou!”
Een mooi bewerkte, zilveren armband, die wou ik ook nog eens hebben.
Maar je weet vast wel hoe dat gaat: je hebt iets voor ogen wat je hebt gezien en je speurt alle vitrines af op ‘mooi bewerkte, zilveren vikingarmband’, maar wat je ziet is het net niet.
Te breed. Te glad. Lelijk. Te smal. Geen mooi patroon. Te lomp.
Jaren gingen voorbij en ik zocht nog steeds, maar niet fanatiek.

In 2018 bezochten we met Harriët en Cees de kerstmarkt in Bremen en verzeilden op de ‘Schlachte Zauber’, een middeleeuws aandoend deel van die kerstmarkt waar een zilversmid stond.
Midden in zijn kraampje lag mijn armband.
“Kijk! Daar ligt zo’n armband als ik bedoel!”
Handgemaakt, versierd met heel fijn zilverwerk.
“Mal probieren?” vroeg zilversmid aan de andere kant van de kraam.
Het lukte eerst niet om hem om te krijgen, maar toen de mevrouw van het kraampje zei: “Uber den knochen vieleicht..?” schoof ik hem zo om mijn pols.
Verkocht.
Zo kreeg ik mijn zilveren vikingarmband; ik had hem bijna altijd om.

Maar zoals altijd als je spullen draagt: het slijt en het gaat soms kapot.
De armband werd gemangeld tussen een muur en kast die we verzetten.
Hij brak niet, maar had wel een knauw gehad.
Daarna bleef ik er eens mee haken; we bogen hem weer recht, maar het werd wel een zwakke plek.
Vorig jaar bleef ik weer eens ergens achter zitten en kwam er een breekpunt in. Toen heb ik hem definitief afgedaan.

Toen Gerard vroeg wat ik voor mijn verjaardag wilde, vroeg ik de restauratie van mijn armband.
Ik wil geen andere, ik wil deze, ik vind hem nog steeds prachtig.
Voor onze vakantie naar Gotland bracht ik hem naar  Huisman & Kromme, siersmeden hier in Roden.
Zij hebben hem verstevigd en weer prachtig gemaakt.
Vandaag kreeg ik hem cadeau op mijn verjaardag.
Verguld ben ik er mee; verzilverd in dit geval.

In het Gotland Fornsal Museum was er één kamer helemaal vol met voorwerpen van zilver en goud.
Daar zag ik de armbanden weer die ik in 2012 in Assen ook had gezien.
Ja.
Die bedoelde ik.

Reageren

24 oktober: Willem Barentsz in Harlingen.

Dit weekend kwam Cor, de zoon van mijn broer en schoonzus, een nacht bij ons logeren.
Met hem gaan we in de zomer vaak een dagje uit, maar deze zomer was nog lang niet alles mogelijk, dus we schoven het op naar de herfstvakantie.
Wat gaan we dan doen? Cor is nog jong, maar is erg geïnteresseerd in geschiedenis en wou graag een bezoek brengen aan de Stichting Expeditieschip Willem Barentsz.
Zoiets moeten wij dan eerst opzoeken.
Wat is dat dan? En waar? Harlingen dus.

We trokken er een hele dag voor uit: ’s morgens een stadswandeling in Harlingen en ’s middags een bezoek aan het expeditieschip en het bijbehorende bezoekerscentrum.
Harlingen is één van de oudste steden van Friesland en is altijd een belangrijke havenstad geweest.
We wandelden met z’n driëen door de historische binnenstad langs grachten met monumentale panden, liepen langs grote zeilschepen in de verschillende havens en liepen even binnen in de Sint Michaëlskerk: niet een heel oude kerk, maar wel imposant.
Na de lunch liepen we naar het doel van onze reis: het nagebouwde schip van Willem Barentsz.

De boot, de Witte Swaen, is niet zo groot als bijvoorbeeld de Batavia, maar wel helemaal met de hand gemaakt: een ontzagwekkend project.
Vanaf 2015 is er met man en macht gewerkt om de boot te bouwen. Sinds 2018 ligt de boot in haven en zijn er masten opgezet.
We werden welkom geheten door Betty en Bert, vrijwilligers die ons veel vertelden over  de reis van Willem Barentsz in 1596.

We kennen allemaal het verhaal van het Behouden Huys op Nova Zembla, maar dan gaat het altijd over hoe de mannen de donkere winter en de vrieskou overleefden, maar dat is maar een klein onderdeel van de geschiedenis van Willem Barentsz.
Van onze gidsen hoorden we die middag het hele verhaal.
Waarom gingen ze eigenlijk op weg voor zo’n barre tocht?
Het doel was het vinden van de noordoostelijke doorvaart; een zeeweg rond de noordkust van Azië naar het Verre Oosten.
Er was al lang een zuidelijke doorvaart, maar daar hadden de Nederlandse koopvaardijschepen last van de Spanjaarden en Portugezen, die niet zaten te wachten op de Nederlanders.
Als zeelieden er in slaagden de noordoostelijke doorvaart te vinden, lag voor hen een beloning van duizenden guldens in het verschiet: één zo’n reis volbrengen en je was destijds binnen en hoefde je nooit meer te werken.

Op het werkelijk prachtig gemaakte schip vertelde Betty dat ze in 1596 met 17 mensen vertrokken.
Dat ze in augustus al vast kwamen te zitten in het kruiende ijs. Dat ze een ijsbeer vingen,  poolvossen aten en dat ze maanden geen zon zagen.
Brrrr.
Als je op de boot in het ruim staat (zie afbeelding rechts) komt het avontuur van Willem Barentsz heel dichtbij.
Op reis naar een gebied dat toen nog niet in kaart was gebracht.  Waar begin je aan….

Het bezoekerscentrum was eigenlijk dicht vanwege te weinig vrijwilligers, maar omdat Cor zo enthousiast op de boot en de verhalen  reageerde werd het hek speciaal voor ons even opengemaakt en konden we  op ons gemak langs alle informatieborden lopen.
Wat een geslaagd uitje! (klik op de foto’s voor een vergroting)

Meer weten over dit mooie project?
Hierbij een link naar hun website: Stichting Expeditieschip Willem Barentsz 
Het is de bedoeling dat het schip ook echt naar Nova Zembla gaat varen.
Ze zoeken nog vrijwilligers voor die reis….

Reageren

23 oktober: Bollerootje.

Deze week staat voor mij in het teken van de herinnering aan mijn moeder.
Op 23 oktober 1931 is ze geboren, 16 oktober 2017 is haar sterfdag.
Vier jaar geleden al weer; ze zou anders vandaag de leeftijd van 90 jaar hebben bereikt.

Mijn ouders worden steeds meer onderdeel van de geschiedenis.
Ze leven nog door in onze verhalen en herinneringen, maar er zijn al weer heel wat feesten en familiebijeenkomsten geweest waar zij niet meer bij waren.
Soms denk ik: “Kon ik dit nog maar even met ze delen” maar even zo vaak ben ik blij dat ze dingen niet meer mee hoeven maken.
Corona bijvoorbeeld; daar zou mijn moeder veel last van gehad hebben.
Mijn broer en ik constateerden tijdens ons dagje uit naar Zutphen dat haar die pandemie gelukkig bespaard is gebleven.

Vandaag een mooie foto van mijn moeder (met de geblokte jurk) samen met haar schoonzusje.
(klik op de foto voor een vergroting).
Mijn moeder hield van mooie kleren; ze staat op deze foto te stralen op splinternieuwe, witte pumps en in een nieuwe jurk met een bolero-jasje erop.
Hartstikke hip begin jaren ’60.
Mijn moeder en haar zussen noemden zo’n jasje een bollerootje, met de klemtoon op roo.
Het duurde jaren voordat ik ontdekte dat die twee begrippen voor hetzelfde jasje stonden.

Vanavond gaan we uit eten met mijn broer en schoonzus; dan denken we nog even terug aan de vele verjaardagen die we nog wél met mijn moeder hebben mogen vieren.

Reageren

Pagina 160 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén