een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 204 van 309

30 januari: Welke pet heb je op?

Op mijn werk zijn we met een groepje secretaresse’s lid van het blad ‘ManagementSupport’. Meestal blader ik het even door en geef het al snel door aan de volgende; dat heeft te maken met heel veel modern managementsgeneuzel, veel te veel reclame en mijn leeftijd.
Gisteren stond er een artikel in met de titel: ‘Welke pet heb je op?” Het begon zo:
Het hoeft niet altijd zichtbaar te zijn  zijn; iedereen draagt ze: petten. Het zijn de rollen die je in het leven vervult. Hoeveel petten je ook draagt, het is goed om er geregeld naar te kijken: wat is hun gewicht en hoe draag ik dat gewicht?

Je houdt ze niet allemaal je hele leven; soms komen er nieuwe bij, bijvoorbeeld als je moeder wordt, of vallen ze weg, als je stopt met je vrijwilligerswerk. Maar je hebt vast wel eens momenten gehad waarop je dacht: nee, niet ook dát nog erbij! Overbelast is iedereen weleens. 

Toen vroeg ik me af: welke petten heb ik eigenlijk op?
Echgenote. Moeder. Vriendin. Betrokken familielid. Gemeentelid. Managementassistent bij Lentis. Lid van Gespreksgroep ’93. Leerling bij Franse les. En dan heb ik nog niet alles benoemd. Tot 2017 was ik ook nog kind, maar die pet heb ik nu niet meer op.
Al die petten vullen mijn agenda van dag tot dag.
In het artikel werd gewaarschuwd voor overbelasting omdat de verschillende petten soms te veel stress veroorzaken.

Toen ik de ‘kind-pet’ nog op had was het (vooral de laatste maanden van mijn moeders leven en die periode daarna) wel eens veel te gek. Maar dan heb je niet veel keuze; dan is de situatie er naar en doe je je best. Als je tollend van de vermoeidheid in bed valt weet je zelf ook wel dat het eigenlijk te veel is, maar het is even niet anders.
Maar waar het in dat bewuste artikel over ging is andere stress.
Dat je moeder bent en dat je de ‘Moeder-pet’ op je werk ook op hebt omdat ’thuis’ regelmatig aan de telefoon hangt, appt en/of mailt.
Dat je thuis je ‘Werk-pet’ ophoudt omdat je je mail blijft lezen en apps van je baas en de groepsapps van je afdeling blijft beantwoorden.
De petten worden niet meer afgezet, met andere woorden: je staat constant aan.

Het advies was: stel  bij al je petten drie vragen:
– Heb ik deze pet zelf op mijn hoofd gezet of heeft iemand anders dat gedaan?
– Wat levert deze pet mij op?
– Zit deze pet me nog wel goed?

Het artikel werd afgesloten met de zin: “Stilstaan bij de petten die je draagt, professioneel en privé, is een goede manier om te kijken of de balans tussen al die petten voor jou nog voldoet, of juist bijstelling nodig heeft.”
En dan volgde er een uitnodiging voor een workshop ‘In balans’.

Daar heb ik dan weer niet zo’n hoge pet van op.
Meestal is het huilen met de pet op, omdat sommige deelnemers er met de pet naar gooien, maar dat houdt men meestal onder de pet.
Petje af voor mensen die tóch de balans weten te vinden zonder workshop!

Reageren

29 januari: De laatste dans.

Vorig jaar op 2 augustus  bezochten Gerard en ik de musical ‘Was getekend: Annie M.G.’ in het DeLaMar-theater in Amsterdam. (zie 2 augustus >>>).

Daarin werd onder anderen het nummer ‘de Laatste dans’ vertolkt uit de musical Foxtrot.
Het lied had ik wel eens zijdelings gehoord, maar de inhoud was kennelijk aan me voorbijgegaan. Ik was onder de indruk van wat ik op het podium zag aan dans en beweging, van de zang en van de tekst. “Dansen op een vulkaan” zongen ze.

Het lied is gesitueerd aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam.
De wereld staat bijna in brand, iedereen ziet het aankomen, maar het gewone leven gaat gewoon door. Het is geschreven in de jaren ’70 en de maatschappelijke problemen uit die jaren komen ook in de tekst naar voren.
Maar ik luisterde met andere oren. Het was 5 maanden na de by-pass-operatie en de tekst kwam behoorlijk binnen. De vaatziekte waaraan ik lijd is verraderlijk: het kan zomaar weer toeslaan. “Dansen op een vulkaan” zongen ze en ik zat ik in tranen naar het toneel te kijken; ze bezongen wat ik in augustus heel sterk voelde.

Eenmaal thuis zocht ik op internet naar ‘De laatste dans’.
En wat kwam in beeld? Anja. ‘De laatste dans, die moet je mij nog schenken….!”
Oh jaaah! Ik klikte het aan en ik was weer in 1969.
Woordelijk kon ik de smartlap meezingen, als meisje van 8 kende ik de tekst al uit m’n hoofd en samen met nichtje Jannette van ome Jan en tante Jantje galmde ik dit op mijn slaapkamertje aan de Servatiusstraat. En ook op vele andere momenten in huis; mijn vader en moeder werden er wel eens simpel van.
Sweet memories.
Ook even meezingen? Klik hier>>>

Maar dat zocht ik niet.
Naderhand vond ik de uitvoering van ‘de laatste dans’ uit de musical Foxtrot.
Inmiddels zijn de scherpe kantjes er wel af.
De angst voor een volgend infarct is weer tot hanteerbare proporties teruggebracht en ik luister zonder grote emoties naar ‘Dansen op een vulkaan ‘.
Benieuwd naar het nummer? Klik hier voor video op You Tube >>>
Wat een kunstenares was die Annie M.G.

Reageren

27 januari: I hope the Russians……

Dinsdagavond hadden we onze Cantorijrepetitie in het kerkje in Roderwolde; dat was omdat we daar vandaag meewerkten aan een viering.
Weet je nog hoe zulk weer het dinsdagavond was? Sneeuw. Veel sneeuw.
En wie had aangeboden wel te willen rijden en zou Ilse, Jaap en Joop ophalen?
Aaltje. En Aaltje is een ‘schieterd’ als het om rijden bij gladheid gaat.
De hele middag had ik gehoopt dat de voorzitter zou bellen met de boodschap: “Het is idioot dat wij met zoveel mensen uit Roden allemaal naar Roderwolde moeten glibberen met dit weer, laten we de repetitie in Op de Helte houden!”
Maar er kwam geen telefoontje; wij glibberden naar Roderwolde.

Het was koud in de kerk dinsdagavond.
Toen we eenmaal opeengepakt met de jassen aan en sjaals om (ik mocht mijn handschoenen niet aan houden van Ilse) stonden te zingen vergat ik op slag het barre weer en de kou: wat is het toch weer heerlijk om vierstemmig in een koor te zingen.
Eigenlijk ging het heel beroerd. We bakten er als alten niks van, maar cantor Ubo Jan had engelengeduld en liep met ons alle alt-riedeltjes even door.

Vanmorgen ging het allemaal goed.
Wat heerlijk was het om weer met elkaar zingend de viering op te luisteren.
We hoorden vanmorgen over de snode plannen die Haman smeedde tegen het volk Israël,  omdat Mordechai, een Jood, weigerde te knielen als Haman langskwam; het staat beschreven in het bijbelboek Ester.
Benieuwd naar het hele verhaal van Ester, haar oom Mordechai, koning Ahasveros en Haman? Klik hier voor een link naar het hoofdstuk in de basisbijbel >>>.
“Het lijkt op een sprookje, maar dat is het niet” vertelde voorganger Marieke Pranger vanmorgen.
Het verhaal gaat over volkerenmoord.
Over diepe haat tussen bevolkingsgroepen.
Er was gekozen voor deze lezing vanmorgen, omdat vandaag de Nationale Holocaust herdenking plaats vindt, met o.a. een stille tocht en een kranslegging in Amsterdam.

Het lijkt een oud verhaal, maar het is ook nu nog aan de orde van de dag.
Wat mij bij zal blijven uit deze viering, is het verhaal dat Marieke ooit optekende uit de mond van een Zweedse predikant, die aanwezig was bij vredesbesprekingen tussen Joden en Palestijnen. Muurvast zaten ze in de tegenstellingen en diepgewortelde haat jegens elkaar. Totdat één deelnemer een foto van zijn gezin liet zien aan een ander. Ook anderen deden dat en ineens ging men met andere ogen naar elkaar kijken.
Je bent kwetsbaar als je laat zien wat je lief en dierbaar is.
Bij dit verhaal moest ik denken aan het lied van Sting: “I hope the Russians love their child’ren to0” dat hij schreef op het hoogtepunt van de koude oorlog tussen Amerika en Rusland. Klik hier>>>  voor een YouTube weergave van het lied.

Met de cantorij zongen we een lied van Henk Jongerius dat perfect bij deze viering paste.
Met de laatste twee coupletten van dit lied sluit ik dit blog voor vandaag af.
Laat de woorden vooral goed op je inwerken.

Wie weerloos voor het goede kiest
weet dat hij schijnbaar macht verliest:
maar tedere bewogenheid,
beschaamt het onrecht, wint de strijd.

Wie kwetsbaar in het leven staan
zij zullen niet ten onder gaan:
in hen ontwaakt de levenskracht
die slechts uit God wordt voortgebracht.

‘What might save us, me and you, is if the Russians love their children too.’

Reageren

25 januari: Hij kwam er altijd weer bovenop.

Gistermiddag was de afscheidsplechtigheid van oom Henk; samen met mijn broer ging ik naar Hoogeveen.
Neef Michel nam zelf aan het begin van de plechtigheid het woord.
Hij vertelde dat ze de zondag na oom Henks overlijden tussen de papieren een uitgeknipt gedichtje hadden gevonden van Toon Hermans.
“Dit gedicht zegt alles over de liefdevolle relatie die mijn ouders hadden.”
Hij las het voor.

Als de stilte komt. 

Nu ’t rouwrumoer rondom jou is verstomd,
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten,
nu voel ik dat er ’n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten.
En telkens weer zal ik je tegenkomen,
we zeggen veel te gauw: het is voorbij.
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen,
niet wie je was en ook niet wat je zei.
Ik zal nog altijd grapjes met je maken,
we zullen samen door het stille landschap gaan.
Nu je mijn handen niet meer aan kunt raken,
raak je mijn hart nog duidelijker aan.

Toon Hermans

Ontroering maakte zich meester van de aanwezigen.
Later hoorden we het levensverhaal van oom Henk; verder had zijn kleindochter een hele lieve brief geschreven over de goede herinneringen aan opa en van zoon Carlo werd een zelfgeschreven tekst voorgelezen over het moment dat je moet aanvaarden dat het echt niet meer goed komt.

Het was namelijk altijd nog goed gekomen met oom Henk. Hij had een paar keer een hartstilstand gehad, had een pacemaker en een nieuwe hartklep gekregen, was geopereerd aan een grote tumor in zijn rug en kampte de laatste tijd met problemen aan zijn galblaas.
Daar zou hij deze week aan geopereerd worden en dan zou het weer goed komen.
Toen ik voor de vierde keer werd getroffen door een hartinfarct beurde oom Henk mij voor de telefoon op. “Niet bij de pakken neer gaan zitten! Kijk maar naar je ouwe oom, ik heb al zoveel doorstaan en ik kom er altijd weer bovenop. Kop op!”
Tante Ann en de kinderen wisten vrijdagmiddag al dat het deze keer niet goed zou komen.

De plechtigheid was sober, maar deed recht aan oom Henk, ik herkende hem uit wat er over hem werd verteld. Een vriendelijke, plichtsgetrouwe en zeer sociale man met een groot rechtvaardigheidsgevoel en een onverwoestbaar optimisme.
En een liefhebbende echtgenoot en vader en een fantastische opa.
Het was moeilijk om te zien hoe intens verdrietig de familie was.
Wat zullen ze hem missen.

In de familie Boelen gaan we zijn verbindende rol missen.
Hij had contact met de meeste neven en nichten en vertelde altijd de laatste familienieuwtjes.
Als neven en nichten constateerden we dat we elkaar alleen nog maar zien bij dit soort verdrietige gelegenheden. Eén nicht van mij had ik al zo lang niet gezien, dat ik even dacht  dat mijn tante Tinie binnen kwam, maar het was haar dochter.
“Eigenlijk zouden we elkaar ook eens moeten ontmoeten bij een borrel en bitterballen.”
Met die positieve belofte gingen we uit elkaar.
Inmiddels hebben we samen al van die bitterballen genoten: hierbij een link naar het blog over de Boelen Bitterbal Bijeenkomst.

Reageren

24 januari: Maak tijd.

Op mijn eerste werkdag na de kerstvakantie lag er op mijn bureau een envelop met een kaart erin. Van collega Pieky! Ze was in het Heymanscentrum geweest, want haar schilderijen hangen daar op dit moment in de gang. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien, want zoals je hebt kunnen lezen in haar blog als ‘Lezer van de maand’ is ze nog aan het revalideren in Beatrixoord.

Er zat een kunstwerk van haar in de envelop met de wens: ‘Een fijn, gezond, gezellig & creatief 2019!’
Een klein werkje van eigen hand met koffie- en theekopjes en de tekst: ‘Maak tijd”.
Onderaan stonden nog de woorden: ‘eindeloze druildagen’.
Net als zij heb ik in 2018 ook eindeloze druildagen gehad. Met een lichaam dat gebutst en gehavend uit de strijd kwam en zijn best moest doen om weer te herstellen.
Met een geest die dat proces niet snel genoeg ging, wat resulteerde in frustratie en onmacht.  Geduld oefenen en daar geen zin aan hebben. Tijd had ik genoeg……. en gelukkig ook een breed netwerk dat tijd maakte voor mij. Koffie kwam drinken, een dag met me op stap ging, mij luisterende oren bood en me af en toe een hart onder de riem stak.

Maak tijd.
Tijd is relatief.
‘Maak tijd’ staat bij mij voor het bewust omgaan met de tijd die je gegeven is.
Na de hartoperatie die mijn leven redde was ik zo blij dat mij ‘de tijd’ gegeven was; toen ervoer ik het als een groot cadeau.
En natuurlijk zwakt dat euforische gevoel in de loop van de maanden weer af en glipt de tijd soms weer door mijn vingers, maar ik blijf alert op waar mijn tijd blijft.

Het kaartje van Pieky helpt me daarbij.
De andere kerst- en nieuwjaarskaarten heb ik al weer opgeborgen, maar deze hangt aan ons prikbord.
Maak tijd!

Reageren

23 januari: Gesprekjes bij de soep.

Vandaag had ik een gewone werkdag. De druk is van de ketel, alle bila’s en overleggen voor 2019 staan in de agenda’s en de kwartaalrapportage-besprekingen zijn allemaal gepland: tijd om even wat dingen op en rond mijn bureau op te ruimen en rustig de tijd om de email-berg weg te werken. Om 10.00 uur zat ik van een verse beker cappucino te genieten.
A normal day is a lucky day.

Tussen de middag gaan we met een paar mensen naar het bedrijfsrestaurant om ons brood op te eten en nemen daarbij altijd een kop verse soep.
Ik hou het altijd bij soep alleen, maar je kunt de heerlijkste dingen krijgen; vanmiddag was ‘de-bal-met-satésaus’ in de aanbieding.
Geert kwam aanlopen met een dienblad vol lekkers. De bal, broodjes, croissantjes, hij ging er even lekker voor zitten.
Ruud vond er wel iets van.
“Zo! Geert weet ook wel wat een gezonde leefstijl is!”
Geert verblikte of verbloosde niet en diende hem onmiddellijk van repliek.
“Waist doe wel houveul jaor ik nog waarken mot? Ik heb dit gewoon neudig. En boetendes: waor bemuist die met!”

We kregen het over het echtpaar waarvan vanmorgen een rouwadvertentie in de krant stond. Ze waren allebei begin 80, meer dan 50 jaar getrouwd en op dezelfde dag overleden. Daar hebben we het dan even over. Wat zou er gebeurd zijn?
Jan wist het toevallig, via familie van familie van buren of zo (en daar weer een neef van zou Bert Visscher zeggen…). Die meneer was overleden en die mevrouw was daar zo van in het ongerede geraakt dat ze een hartaanval had gekregen die ze niet had overleefd.
We waren het wel eens: het is nu heel hard en verdrietig voor de nabestaanden, maar voor het echtpaar zelf is dit natuurlijk een mooi einde van hun huwelijk.

Het gesprek kabbelde door over het weer, schaatsen, ijsbanen, koersballen en zo kwamen we uit bij jeu de boulen. Dat mensen dat in de winter ook binnen doen. Jan vertelde dat een oude mevrouw die niet meer zo goed kon bukken een stok met een magneet er aan had, waarmee ze de ballen zo aan de stok kon klikken en ze daarmee omhoog kreeg.
Ruud knikte enthousiast. “Ja, zo’n ding heb ik ook, handig man!”

Even viel er een kleine stilte, gevolgd door hoongelach.
“Als ik jou was zou ik dat maar niet zo triomfantelijk met de hele wereld delen!’ merkte iemand op.
Over een gezonde leeftstijl gesproken…..

Reageren

22 januari: Heel Holland bakt aan de Boskamp.

Zondagavond zaten we om 20.30 uur klaar voor Heel Holland bakt.  Harriët en Cees komen dan altijd bij ons koffiedrinken want zij zijn ook fan van het programma. Zondagavond zaten ook Frea, Jon en Carlijn bij ons op de bank; gezellig!  Voordat we HHB gingen kijken hadden de kinderen  nog een verrassing voor ons: Heel Holland bakt aan de Boskamp. Ze hadden zondagmiddag  bij Carlijn en Wim in de keuken koekjes gebakken en Gerard en ik moesten als Janny & Robert de koekjes blind proeven en beoordelen.

Er stonden 4 bakjes met koekjes op onze bar in de woonkeuken. In drie van die bakjes zaten zelfgebakken koekjes, in het vierde zaten Oreo’s, dat kon een kind nog zien. Wij proefden de koekjes en probeerden in Janny & Robert-termen te jureren.
“We missen een knappertje in dit koekje.”
“Is het wel gaar?”
“Hmmm…niet te zoet.”
“Een krokantje zou bij dit koekje passen.”
“De chocolade smaak is wat
overheersend…. “.

Het leuke was dat de kids echt benieuwd waren naar ons oordeel. We trokken ons even terug in de gang en even later gaven we onze jurering.  Frea  had cartoons gemaakt van de bakkers, ik vond ze zeer treffend.
(onder aan dit blog vind je een uitsnede van de tekeningetjes). Carlijn werd nr. 1 met haar chocolade koekjes.

Even later zaten we met z’n zevenen te kijken naar HHB.  Wat een feest.
Brosse koekjes, smeuïge creme, gare cake,  de jurk van Janny, de stress bij de bakkers,  de mislukking van Maroeska, de stabiliteit van Nicole: alles werd luidkeels becommentarieerd en bekritiseerd.
Ondertussen zorgden wij voor een borrel en chips: een fantastische avond.

Frea  en Jon hebben sinds dit weekend een kamer in Groningen. ‘Maar ik moet in het weekend wel even naar Roden!” vond Frea zondagavond.

We hebben eerst nog twee afleveringen van HHB en daarna vieren we  het ‘Februari-is-stom-feest’. Dan zijn we al weer een maand verder.
Janny  zou zeggen “We gaan het zien”.
Voor de liefhebbers: hieronder de uitsnede’s van de cartoons die Frea maakte: dan weet je even wie wie is. Van links naar rechts: Harriët, Frea, Carlijn en Jon.

         

Reageren

20 januari: De rust van de zondag.

Gistermorgen, ik maakte de zaterdag-sudoku tijdens het ontbijt, belde mijn neef Michel met een verdrietige medeling: zijn vader, mijn oom Henk was die ochtend overleden. Hij had vrijdagmiddag een hersenbloeding gehad, was nog naar het ziekenhuis gebracht, maar men had niets meer voor hem kunnen doen.
Wrang detail is dat Michel gisteren 50 werd: er zou een groot feest zijn.
Oom Henk was de jongste broer van mijn moeder; hij is 77 jaar geworden.

Wat verloren zat ik na het telefoongesprek met m’n kopje thee aan de bar in onze woonkeuken.
Het bericht bracht me terug naar het plotselinge overlijden van mijn vader in 2008: zij zitten er nu net zo  voor.
De wereld vóór en de wereld ná het overlijden van je vader.
Een andere wereld.

De hele dag speelde oom Henk door mijn hoofd.
Deze week zal ik dus een gedeelte van de familie van moeder weer zien in verdrietige omstandigheden. Al weer, want de laatste keer was tijdens het afscheid van mijn moeder.

De viering vanmorgen in Op de Helte bracht mij niet wat ik er van had gehoopt.
De voorganger, een gastpredikant, was niet goed te verstaan; maar wat er gezegd wordt is wel een essentieel onderdeel van een kerkdienst, daarom ging de zeggingskracht verloren. Jammer.

silhouet van de Catharinakerk vanaf het wandelpad naast de Spijkerzoom.

De waarde van de dag werd bepaald door de rust van deze zondag.
Vanmiddag maakte ik een wandeling door de winterkou. Tegenover de ijsbaan wandelde ik het bos in, om achter de golfbaan langs weer naar voren te lopen. Dan kom je uit bij de Spijkerzoom achter de kerk.
Halverwege de wandeling werd ik ingehaald door een vrouw met een loslopende, zwarte hond.  In de verte kwam ook een vrouw met een  witte hond aanlopen, ook zonder lijn. Toen de honden elkaar in het vizier kregen renden ze naar elkaar toe en zochten contact. De witte ging er vandoor en de zwarte rende er achteraan.
“Abby! KOM HIER!”
“Jacob (uitgesproken als Djeekop) HIER!’
Geen reactie van de honden.
Er werd op fluitjes gefloten, geroepen en geschreeuwd, maar Abby en Jacob waren in geen velden of wegen te bekennen.
De dames verdwenen in looppas uit mijn blikveld, achter hun honden aan. In de verte zag ik tenslotte het gevecht van de baasjes met hun honden om ze aan de lijn te krijgen.

Soms kun je blij worden van iets wat je niet hebt.

Reageren

19 januari: Speculaas maken tegen spierpijn.

Gistermiddag tijdens de FysiYoLates vroeg Trijntje ons of we ons wilden voorstellen dat we een lappenpop waren. We lagen op onze buik, moesten het rechterbeen over het linkerzwaaien, zodat je, draaiend over je heupgewricht, in de zithouding kwam. In het begin mochten we daarbij onze handen/armen gebruiken om omhoog te komen, maar als ‘lappenpop’ moesten we de benen en het heupgewricht het werk laten doen en de armen alleen maar mee laten zwieren.
Nou hadden die benen en dat heupgewricht daarvoor ook al enkele pittige oefeningen moeten doen, dus je begrijpt: deze lappenpoppen konden ook zuchten.
Met dat gedraai van ons ons lichaam leken we overigens in mijn ogen meer op wentelteefjes dan op lappenpoppen…..

Toen ik na de thee opstond voelde ik mijn rug en mijn spieren al.
“Ik moet even in beweging, anders wordt ik alleen maar stijver” vertelde ik aan Gerard en bedacht dat ik wel iets kon bakken.
Van vriendin Jeannette uit Woudsend had ik bij haar laatste bezoek ‘speculaas-mix’ gekregen. “Dit is beslist eenvoudiger klaar te maken dan dat suikerbrood van toen” zei ze erbij. (lees hierbij ‘Sûkerbole’ van 8 december 2015 >>>)>

Bij de speculaasmix die in het pakje zat hoefde ik alleen maar boter en drie eetlepels water te doen. Dan alles tot een deegbal kneden en met een deegrol uitrollen tot een plak van ongeveer een halve centimeter. Daarna bestrijken met losgeklopt ei en dan 25 minuten in de oven op 170 graden. Een stuk simpeler dan wat de kandidaten in ‘Heel Holland bakt’ moeten doen en het is wonderwel gelukt. Op de foto links zie je de uitgerolde deegplak, ik sneed er ruitjes van.
Ook geïnteresseerd in de speculaasmix? Je hoeft er niet voor naar Woudsend, je kunt het online bestellen:  hierbij een link naar de website van de Molen ’t Lam>>>.

Toen Jon gisteravond rond 17.00 u thuis kwam uit Groningen (hij heeft sinds 1 januari een kamer en gaat binnenkort verhuizen) hadden we koffie voor hem én verse speculaas.
Die lag af te koelen op het aanrecht.
Na één stuk leek het hem beter dat ik de speculaas even ergens anders neerlegde.
Gisteravond hadden we speculaas bij de koffie.
“Als één zo’n stuk je te groot is, mag je het ook doormidden doen, hoor” merkte ik op.
Wim en Jon: “Ha, ha! Te groot!  Ha, ha!”

Jon heeft zich inmiddels, net als Wim, al helemaal aangepast aan de familie Waninge.

Reageren

18 januari: De wereldwinkel.

In december kreeg ik een bon voor een workshop die ik had gegeven; altijd leuk!
Deze bon mocht ik besteden bij de Wereldwinkel.
Op ‘Dit is Roden.nl’ had ik gezien dat er een grote opruiming gaande was in de Wereldwinkel onder de naam ‘De bezem erdoor!’ en ja hoor: toen ik zaterdagmiddag aankwam stond de bezem al bij het reclamebord dat voor de deur staat.

Daar stond ik dan. Een mooi bedrag te besteden aan cadeautjes voor mezelf.
Rondlopend in de winkel bekeek ik van alles. Aan mijn arm hing ik alvast een mooie tas. Er waren sfeerlichtjes in verschillende kleuren, beelden, doosjes, mandjes, sieraden, schalen, vazen, tasjes, te veel om op te noemen. En toen sloeg de twijfel toe.
Want wat moet je dan kopen? Keuzestress!

Nou blijf ik daar nooit te lang in hangen, want dat vind ik zonde van de tijd.
Uiteindelijk nam ik drie dingen mee: een sfeerlichtje, een beeldje dat symbool staat voor gezin/familie en een portemonnee. De tas die ik het eerst had gepakt hing ik weer terug.

Het sfeerlichtje is gemaakt van capiz. Dat is een zeeschelp, ook wel pareloester genoemd. Het lichtje is gemaakt in op de Filipijnen.  Meer weten? Hierbij een link naar meer informatie >>> over deze lichtjes/schelpen op de website van de Wereldwinkel in Delft.
Het sfeerlichtje stelt een lotusbloem voor. De achterliggende gedachte hierbij is: de lotusbloem is een waterplant die zich nestelt in de modder onder water en van daaruit krachtig naar het licht groeit. Hij wortelt in een moerasachtige bodem, maar zonder dat de bladeren en bloemen er ooit modderig uitzien.  Het zelfreinigende vermogen van de bladeren wordt wel het lotus-effect genoemd. Dit is de reden waarom de lotusbloem symbool staat voor zuiverheid.

Het lichtje staat inmiddels op onze salontafel, midden in een krans van gedroogd herfstmateriaal.

Het beeldje dat ik zaterdagmiddag ook kocht krijgt een eigen blog.
Binnenkort in dit theater.

Reageren

Pagina 204 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén