een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 223 van 309

17 mei: TaPAS. Of TApas.

Afsluiting van het seizoen.
Met de Franse les-groep doen we dat altijd twee keer: de laatste les maken we gezellig met wijn en lekkers en in mei/juni gaan we altijd samen uit eten. (zie 24 mei Weerzien met de Franse les). Twaalf seizoenen hebben we er nu op zitten; ik realiseer me dat ik 45 jaar was toen ik met deze cursus begon. Waar blijft de tijd?

Jaren achtereen kwamen we bij elkaar in De Biechtstoel, het restaurant van de zoon van één van de leerlingen van ons Franse clubje. Deze keer spraken we af bij het zusje van dat restaurant dat er naast zit aan het Damsterdiep: Bodega y Tapas. (Klik hier voor een link naar hun website >>>). Vorige week riep ik tegen menigeen in mijn omgeving: “Volgende week ga ik taPAS eten!” Maar ik sprak het verkeerd uit. Je moet de klemtoon op het eerste gedeelte van het woord leggen: TApas.

Toen wij met Frea in Granada waren (tijdens haar afstudeervakantie) had zij ons al kennis laten maken met het fenomeen tapas.  Een tapa (meervoud: tapas) is de aanduiding voor een Spaans aperititief hapje. Traditioneel is een tapa een eetlustopwekkend hapje dat in Spaanse cafés bij een alcoholhoudend drankje (bier, wijn, sherry) wordt genuttigd. Soms worden in Spaanse cafés bij het bestelde drankje automatisch één of meerdere tapas gratis gegeven.

Bij Bodega y Tapas hebben ze een mooie kaart samengesteld met koude tapas (meestal met brood), vlees tapas, vis-schaal- en schelpdieren tapas, vegetarische tapas en desserts. Je maaltijd bestaat uit verschillende ‘rondes’ en per per ronde bestel je twee tapas. We zaten met z’n elven (de aanhang mag op deze avonden ook mee) aan een lange tafel en bestelden allerlei heerlijkheden: mini-kaasfondue, makreel met een frisse mayonaise, garnalen kroketjes, koude soep, kipspiesjes, zalm in witte wijnsaus, te veel om op te noemen.
We bestelden de gerechtjes allemaal per groep, dus als de plankjes met tapas werden geserveerd ontstond er een vrolijke chaos om de juiste pannetjes/schaaltjes bij de juiste personen te krijgen. “Wie heeft er kaaskroketjes besteld?” “We hebben hier nog geitenkaas met walnoot, wie had dat?”

Voor de laatste ronde bestelden we allemaal nog iets uit de categorie Postres (desserts).
Ik had Café España met Licor Cuorenta y tres met slagroom, geserveerd in zo’n groot glas.
Wat een heerlijke afsluiting van een ietwat gemankeerd seizoen; door ziekte en/of vakantie waren we niet allemaal iedere keer aanwezig geweest bij de lessen dit voorjaar, maar we beginnen in oktober vol goede moed aan ons dertiende seizoen met z’n achten!

Reageren

13 mei: Mokum in Roden. Wegwezen.

Afgelopen week las ik een berichtje in het streekblad ‘De Krant’.
In het kader van Kleintje Rodermarkt, een mini feestweekje in het hemelvaartsweekend, stond zaterdag 12 mei in het teken van ‘Kleintje Mokum’. Mokum in Roden zeg maar.
Er zouden Amsterdamse zangers en zangeressen optreden waar je naar kon luisteren onder het genot van Amsterdamse bitterballen en een pikketanussie.  (meer lezen? Hierbij een link naar Streeknieuws.nl >>>)

Wij wonen zo dichtbij het centrum van Roden en de muziek staat tijdens dit soort evenementen altijd zo loeihard, dat ik niet naar de Brink hoef om de Amsterdamse vocalisten te horen.
Maar mensen die mij een beetje kennen weten dat ik dat liever ook niet wil horen.
Wegwezen dus. Dan maar geen bitterballen.

Met mijn broer zocht ik onze gezamenlijke vriendin Martha op in het midden van het land. Ten eerste zitten we dan twee keer anderhalf uur samen in de auto; dat is al een aangenaam genoegen.  Ten tweede was het heerlijk om  die vriendin weer te spreken. Ze was op de begrafenis van mijn moeder;  voor die gelegenheid had ze twee pakken hagelslag meegenomen, één voor mijn broer en één voor mij.  Best ongebruikelijk bij zo’n plechtigheid, maar Henk en ik vonden het niet raar.  Martha en Henk zaten samen in de klas op de kleuterschool. Zij woonde een stukje de Beilervaart op en omdat dat voor zo’n klein kindje te ver was om tussen de middag naar huis te fietsen at ze bij ons een broodje. Met hagelslag. Altijd. Vandaar.

Martha en mijn broer hebben het altijd liefdevol over hun ‘zandbakrelatie’.  Zij en ik werden vriendinnen door onze gezamenlijke inspanningen voor jeugdkoor Hosanna (zie 21 juli 2017) .  Gisteren werden de oude banden weer aangehaald en deelden we onze herinneringen aan Hoogersmilde;  we kwamen tot de conclusie dat wonen in een klein dorp beslist niet alleen maar voordelen heeft.  We zaten heerlijk buiten in de zon en genoten van een kopje jasmijnthee, een glaasje wijn/pilsje en een heerlijke maaltijd met een aspergeschotel en zalm uit de oven.

Toen Henk mij om 22.30 u afzette aan de Boskamp tetterde de Amsterdamse vrolijkheid nog op oorlogssterkte door Roden.
Niks gemist; zelfs de bitterballen niet.

Reageren

12 mei: Hijgend als ’the hungry wolf’.

Voordat je mag beginnen aan de revalidatie in het Martiniziekenhuis moet je een fietstest doen. Met een bloeddrukmeter om, met plakkers op je lichaam en aangesloten op een computerscherm moet je dan fietsen op een hometrainer die steeds een beetje zwaarder gaat. Tot je hijgend over het stuur hangt als de ‘hungry wolf’ uit de Disneyfilm The Sword in the stone (klik hier >>> voor het tekenfilmfragmentje).

Gistermorgen om 11.10 u stond ik ingepland. In de uitnodigingsbrief stond dat ik 15 minuten van te voren aanwezig moest zijn en dat ik mijn ziekenhuispasje, mijn medicatieoverzicht én ruimzittende sportkleding mee moest nemen. En een legitimatiebewijs. Alsof iemand anders voor jou zo’n test gaat doen.
Nu loop ik al een tijdje mee in de wereld van wachtkamers en afspraken, dus ik had m’n breiwerk mee. Om 10.55 uur was ik aanwezig, om 11.35 uur (tweeëntwintig toeren verder) werd ik opgeroepen: mevrouw Wannigge.
WANINGE! Zeg maar Ada. Dat is korter en gemakkelijker.

Er werd niet gevraagd naar mijn legitimatie en het medicatieoverzicht en er werd ook niet gerept over sportkleding; de bovenkleding moest uit en de beha mocht aanblijven. Waarom zetten ze al die dingen eigenlijk allemaal in die brief…?!?
De test verliep prima, ik kon nog fietsen.
Het moment dat ik het bijna niet meer volhield is het griezeligst.
Het is toch m’n hart en ik ben tot nu toe behoorlijk voorzichtig geweest met m’n inspanningen. En natuurlijk zit ik aan de apparatuur en word ik in de gaten gehouden, maar je moet er toch niet aan denken dat er weer iets gebeurt.

Na de test liep ik nog even naar Jan (zie blog van gisteren).
We kregen halverwege de vriendendag een een foto van zijn been: de wond was weer losgegaan en er kwam nogal wat troep uit.
De vriendengroep voelde zich collectief schuldig over het bezoek met de appeltaart en het biljarten, maar dat was niet nodig. Ook zonder onze komst was die wond wel opengegaan, het was juist goed dat de druk nu van het been af was. De verpleegkundigen vonden het juist heel bijzonder dat we als groep deze jarenlange traditie in ere hielden en dat we Jan daarbij niet waren vergeten. We zijn net de drie Musketiers, maar dan met z’n achten en een stuk minder heldhaftig.

Eén voor allen, allen voor één.

Reageren

11 mei: Hemelvaartsdag Vriendendag.

Voor de 38e keer vierden we dit jaar onze Vriendendag. (Zie ‘Mijn agenda is leeg‘ voor een verslag van vorig jaar.)

Het stel dat dit jaar gastheer/gastvrouw was had in het voorjaar al een leuke activiteit geregeld,  maar toen ik in het ziekenhuis belandde hadden ze dat af moeten zeggen; het was toen al duidelijk dat ik dat niet zou volhouden. We zouden het rustig houden en gaan klootschieten, maar zelfs dat kon niet doorgaan: life is what happens when you’re busy making other plans.

Vorige week werd één van de vrienden, Jan, onverwacht opgenomen in het  Martini ziekenhuis. Hij had een bacteriële infectie opgelopen en mocht voor het Hemelvaartsweekend niet naar huis. Maar als Mohammed niet bij de berg komt, dan moet de berg maar naar Mohammed.
Om 11.00 u verzamelden we ons bij Jan op de kamer; toen het laatste stel uit de lift stapte konden ze aan het lawaai al horen waar Jan’s kamer was.  Dat is natuurlijk niet de bedoeling in een ziekenhuis, dus we zochten een plekje in het ziekenhuis paviljoen. We haalden koffie bij het restaurant; daarna verraste Nelly ons met zelfgebakken appeltaart. Uit de grote AH-tas toverde ze vervolgens gebaksbordjes, gebaksvorkjes en een tupperware-bakje met verse slagroom. Heerlijk. We hadden het een uurtje ontzettend gezellig en de mannen zagen nog kans om met z’n vieren een potje te biljarten. Toen was het voor Jan welletjes: met z’n zessen vertrokken we voor het vervolg van de dag naar Brunsting.

Soep,  broodjes, wraps met kip: er werd goed voor ons gezorgd.
De dochter van Nelly had het recept voor deze frisse wraps:
– Wraps insmeren met roomkaas
– beleggen met kipfilet (vleeswaren)
– kipfilet (vlees) in kleine stukjes snijden en bakken met kruiden of marinade (wat je maar lekker vindt)
– wraps vullen met dun gesneden ijsbergsla, komkommer en kleine stukjes kipfilet, oprollen en een cocktailprikkertje er in.
Dit gerechtje kun je een paar uur van tevoren al klaarmaken.
Daarna gingen we met z’n zessen Beamer uitlaten. De hond leefde zich helemaal uit en rende in zijn enthousiasme drie keer het aantal kilometers dat wij liepen.

Voor het eten was er een tafel voor ons besproken bij Rickkie’s Boer’n Bistro in Smalbroek. Waar de gastheer je kok is, én boer én  restaurateur. Genieten tussen koeien, wijnen en natuur staat op de website. We hebben heerlijk gegeten: aspergesoep, kip, entrecote en runderborst. Kok-boer-restaurateur Rick stond zelf te bakken achter de bar en hij had het er maar druk mee, maar het lukte prima! De dames van ons gezelschap zouden Rick ook wel eens in hun keuken achter hun fornuis willen zien staan, maar de heren riepen daar iets minder hard van. Klik hier voor een link naar de website Rickkies.nl

Het was gezellig. Maar we waren niet compleet; altijd als er één of twee ontbreken bij een bijeenkomst dan voelt het anders.  Ook nu.  Gedurende de dag apten we nog met elkaar,  stuurden wat foto’s over en weer,  maar met z’n zessen is niet met z’n achten.
Het lijkt allemaal zo gewoon,  maar 38 jaar elkaar bijna maandelijks zien is een unicum,  dat moeten we koesteren.  Onze volgende afspraak is in juni, Gerards verjaardag.

D.V.

Reageren

10 mei: Onze ‘oldtimer’.

Deze week ben ik eens in mijn foto-archief gedoken en heb wat oud materiaal opgezocht waarop onze kinderwagen een hoofdrol speelt.

1961.
De eerste foto van de wagen staat in mijn eigen fotoboek; hij is destijds gemaakt door mijn vader.
Later ben ik er nog heel vaak mee geplaagd: “Toen kon je die lange benen al niet binnenboord houden!”
De kinderwagen kochten mijn ouders in 1960. Het was één van de eerste modellen waar je de bak van het onderstel af kon halen.
Er zaten van die grote vleugelmoeren aan de zijkant, als je die losdraaide kon je de bak er zo af tillen.
1964
In augustus 1964 werd mijn broer Henk geboren. Ook hij stond regelmatig in de kinderwagen buiten; dat was toen heel gewoon. Een stukje vitrage erover tegen de insecten en de baby’s stonden de hele zomer lekker in de tuin. Was gezond. 
Op de foto staat de kinderwagen met Henk er in achter ons huis aan de Servatiusstraat.
Van mijn moeder weet ik, dat ik (destijds bijna 4) als een cerberus waakte over de wagen.
Je kwam maar zo niet langs de wagen en erin kijken mocht alleen als het van mijn moeder ook mocht. Naast mij staat mijn toenmalige buurmeisje René Bleisi.

1986
Toen Frea werd geboren in 1986 kregen wij de kinderwagen, mét mooie lakensetjes, dekentjes  waar ik zelf ook onder had gelegen.
We hebben er heel veel gebruik van gemaakt. Ik liep zelfs met haar van ons huis aan de Vaartweg naar mijn moeder in Hoogersmilde, het zal een kilometer of drie geweest zijn.
Ook zetten we de losse bak op de achterbank van onze auto als we met haar ergens op visite gingen.
De foto is gemaakt op de dag dat we met haar thuiskwamen uit het ziekenhuis.

1989
In het begin van Harriët’s leven heb ik niet zo heel veel met haar gewandeld, want we waren toen al druk bezig met de verhuizing naar Roden. Welgeteld één foto is er van die periode, alleen Harriët zien we niet, die ligt lekker verstopt in de ruime bak. Frea, destijds bijna 3, had haar eigen kinderwagentje waarin haar baby-pop Susan lekker lag te slapen. Wat ik me nog herinner van dit tafereel dat het bijna niet te doen was. De auto’s suisden je op de Vaartweg voorbij en Frea was eigenlijk nog te jong om zelf het wagentje te besturen.
Ook Harriët zetten we, als we op visite gingen, in de kinderwagenbak los op de achterbank van de auto, maar er bereikten ons al wel verontrustende verhalen dat dat eigenlijk niet mocht. Dat dat eigenlijk gevaarlijk was. Gelukkig is er nooit iets ernstigs gebeurd.

1994
Carlijn werd vijf jaar na Harriët geboren en toen zag de wereld van ‘kinderen in de auto vervoeren’ er heel anders uit. We kochten een maxi-cosi en Carlijn zat in haar eigen baby-stoeltje tussen Harriët en Frea in op de achterbank van onze auto, helemaal shock&klem in de gordels. Veiliger. De kinderwagen ging niet meer mee op visite, maar is in Roden wel heel veel gebruikt. We reden Carlijn er in naar de oppasdienst van de kerk, ik haalde wandelend met de baby Frea en Harriët van school en ze stond in de zomer van 1994 heel veel buiten in haar wagen met een stukje vitrage over de kap tegen de insecten. Van mijn moeder geleerd.
Wat we ook ontdekten: Carlijn kon met haar maxi-cosi in de kinderwagen gewoon in de kring bij ons aan tafel buiten zitten. Dan zat ze lekker in de schaduw van de kap en had ze ook meer rust, want haar zusjes Frea en Harriët waren altijd wel heel erg met haar bezig…….
Sweet memories.

Reageren

9 mei: Zoiets gewoons als fietsen.

Eigenlijk, heel eigenlijk, mocht ik vandaag pas weer fietsen. Maar gisteravond was het zulk heerlijk weer,  dat we om 19.00 uur de fiets pakten voor een klein ‘rondje Roderesch’. Daar kwam nog een klein ‘driehoekje Nieuw Roden’ bij.  Onwennig zat ik op het zadel. Het stuur voelde zwabberig in het begin en bij de herberg van Es moest ik even op een dikke steen zitten om uit te blazen. Met een E-bike hê? Ik begon met de ondersteuning op stand 1 en voor Nieuw Roden zette ik hem op 2.

Maar wat heb ik genoten! Als ik niet ziek was geworden was ik vanaf begin maart weer op de fiets naar Groningen gegaan. Ik realiseerde me een paar weken geleden dat ik het hele broedseizoen in de Onlanden heb gemist. En de bermen met wilde bloemen. De immense zee van paarse krookjes op de groenstroken in de stad. De nestelende ooievaars bij Peize. De eerste lammetjes en veulentjes in de weilanden langs het fietspad. And last but not least: de aanblik van het Hoornse Meer bij zonsopgang.

Met het fietsen van gisteravond heb ik een begin gemaakt met het ‘inhalen van de schade’. We fietsten langs bomen die al volop in het blad zaten, de merels zongen het hoogste lied en op verscheidene weilanden  lag gemaaid gras dat heerlijk rook. Zoiets gewoons als fietsen wordt een klein feestje als het ineens weer mag.
De zon op je huid en de wind in je haar: wat een zaligheid.

Mijn lichaam geniet er bijna in z’n geheel ook erg van, behalve m’n kont: na een half uurtje fietsen had ik al zadelpijn!

Reageren

8 mei: De helft zit er al weer op.

Gistermiddag had ik een afspraak met de cardioloog in het Martini ziekenhuis.
“Hoe gaat het met u?” vroeg ze.
Dan ligt ‘Hebt u even?” me voor in de mond, maar dat zeg je natuurlijk niet.
We kwamen samen tot de conclusie dat het goed met me gaat.
De uitslagen van alle metingen en onderzoeken waren goed, de pijn in het borstbeen is te hanteren zonder paracetamol en het uithoudingsvermogen wordt langzamerhand beter.
Vindt zij. Ik vind dat, als ik hijgend uit de onderzoekskamer kom als ik al mijn kleren weer aan heb, er nog wel wat schort aan mijn uithoudingsvermogen.
Van te voren had ik een hele waslijst opgesteld met vragen en opmerkingen.
De dokter nam ruimschoots de tijd om mijn vragen te beantwoorden en over mijn onzekerheden in gesprek te gaan. Ze heeft mij uitgelegd wat er met mijn vaten aan de hand is hoe deze  vaatziekte heet: fibromusculaire dysplasie (FMD). Het komt met name bij vrouwen voor en kan ook slagaderproblemen geven zonder dat aderverkalking (artherosclerose) een rol speelt. Nog meer weten? Hierbij een link naar website van de FMD-groep Nederland >>>. 

Toen ik na de operatie in de spreekwoordelijke touwen hing, leken drie maanden heel lang. Drie maanden! Zes weken lichamelijk herstel en uitrusten van de operatie, daarna zes weken revalidatie; de eerste helft van die drie maanden is omgevlogen, morgen is de hartoperatie zes weken geleden. Geholpen door het vele medeleven, bezoekjes, appjes, kaartjes, telefoontjes en alle andere steunbetuigingen heb ik het aardig gered; naast de vervelende dingen die bij de nasleep van zo’n operatie horen waren er ook veel fijne, memorabele momenten.
De grootste steun is natuurlijk mijn rots in de branding Gerard; hij was door de week aan het werk, hoorde mijn verhalen aan en deed in het weekend de zware huishoudelijke klussen die ik niet mocht doen. En ook al is het helemaal niet mijn hobby: ik kijk er naar uit om het zelf weer op te pakken.
Mentale steun kreeg ik ook van het onooglijke viooltje dat tussen de terrastegels en de waslijnpaal groeit; ik schreef er al over in april in het blog ‘Net als het viooltje ‘>>>.
Er was warmte, droogte, plenzende regen, een peutertje dat een bloemetje voor mij plukte en weer warmte en het viooltje breidt maar uit. Iedere keer als het zie, dagelijks, doet het me denken aan mijn eigen Echternachse processie: drie stappen vooruit, twee stappen terug, maar we gaan vooruit.

April is inmiddels mei geworden. Vanaf morgen mag ik weer zelf achter het stuur van de auto én de fiets. Gisteravond heb ik de accu van mijn E-bike al even aan de lader gezet.

Reageren

7 mei: Drentse herder naar Friesland?

Hoe fijn het ook is om weer naar de kerk te kunnen: gistermorgen lukte het even niet.
Na vijf en halve week ben ik er al helemaal aan gewend dat dingen soms anders lopen dan ik bedacht had. Met een kopje thee luisterde ik naar de viering vanuit Op de Helte en hoorde het verhaal van Noach die met de ark op de berg Ararat blijft steken. Het verhaal werd mooi vervlochten met de herdenkingen van 4 en 5 mei; we leerden dat alle slachtoffers die vallen tijdens een conflict in de eerste plaats mensen zijn. Schuldig of onschuldig; het is niet aan ons om dat te bepalen. Gelukkig hebben wij een genadig God.
Wat me trof in het verhaal van Ds. Krug was de opmerking: “Wat een geluk dat Tutu en Mandela destijds in Zuid-Afrika de mensen waren die hun invloed op de massa niet gebruikten om aan te zetten tot haat, wrok en vergelding, maar dat ze inzetten op verzoening en verbinding.”
Dat had ook heel anders kunnen aflopen.
Zo kunnen we, zonder grote houten boot, een ark zijn voor elkaar.
Drenkelingen hoeven niet altijd mensen te zijn die letterlijk verdrinken.

Er werden mooie liederen gezongen. Liederen die we met de Catharinacantorij meerstemmig zongen en waarvan ik nu nog graag de altpartij meezing. Bij lied 163b (Noach, de ark en de dieren) zei de dominee dat alleen couplet 1 en 4 gezongen werden. Dit op verzoek van de organist die vond dat het te warm was voor alle coupletten.
Het was inderdaad een goede keuze om alleen die beide coupletten te zingen.
Maar niet omdat het zo warm was……. het was een onbekend lied en het zingen was brandhout. Dit prachtige lied moet een paar keer met de cantorij gezongen worden (is al een keer gebeurd), want nu stierf het in schoonheid en dat is jammer van zo’n mooi lied.

Voor de dienst hoorden we bij de afkondigingen dat Ds. Elbert een beroep heeft gekregen vanuit Beetsterzwaag.
Nou ja zeg.
Een Drent, Bartje nog wel, die misschien wel de voorkeur geeft aan Friesland.
Ik moet op z’n minst erg wennen aan het idee; maar ik hou dan ook niet erg van veranderingen. Voor mijn gevoel zijn Harm Jan en Theo nog maar net weg.
Maar alle gekheid op een stokje: we wensen Bart en Elisabeth natuurlijk alle goeds en veel wijsheid bij het nadenken over deze stap.

Reageren

5 mei: Een bepaalde leeftijd & de oorlog.

50-plus. Dan hoor je bij de doelgroep ‘Ouderen’.
Sommige mensen verzetten zich daar heftig tegen en doen alsof leeftijd helemaal geen rol speelt, maar ik ben van mening dat je de realiteit maar beter onder ogen kunt zien.
Zo luister ik al jaren naar Radio 5 en lees ik regelmatig bladen als Plus en Zin.

Ook onze kinderen zijn onverbiddelijk in hun opmerkingen en blikken: wij zijn oud.
Wij doen nog wel mee met Smartphones en tablets, maar we hebben regelmatig een jonger iemand nodig om ons te helpen met de apparatuur.
Al een paar maanden lees ik dagelijks de artikelen die geplaatst worden op de website ‘SAAR Magazine‘, speciaal voor 50-plus vrouwen.
Heerlijk herkenbaar en soms erg grappig. Soms ook heel flauw, maar dat neem ik op de koop toe.

Afgelopen week las ik het artikel ‘Hoe je aan Juliette merkt dat haar ouders de oorlog nog hebben meegemaakt’.  Het begint zo:
Cadeaupapiertjes verdwijnen weer in de la als ze eenmaal zijn gladgestreken. Juliette heeft geen honger, maar trek. En nooit gooit ze iets weg, want je weet maar nooit. Dat krijg je ervan als je ouders de oorlog hebben meegemaakt. (Klik hier >>> voor het hele artikel). Het artikel had door mij geschreven kunnen zijn.

Tijdens het ‘uitlaten’ had ik het er over met vriendin Jeannette. Die heeft ook allerlei bakjes in de diepvries met kleine restjes van eerdere maaltijden. Soms ontdooit ze in het weekend 3 of 4 van de bakjes en eten ze samen de kliekjes op.
Doen wij ook. En honger heb ik ook nooit.
Toen ik nog overblijfmoeder was op de basisschool van onze kinderen riepen de kinderen na het kwartiertje verplicht buiten spelen: “Juf, gaan we nou eten? Ik heb honger!”
Dan riep ik altijd terug: “Honger? In dit land?”
Dat had trouwens maar even het gewenste effect: na een aantal maanden riepen ze tegen mij: “Juf gaan we nou eten, want ik heb honger in dit land!”

Mijn ouders hebben allebei de oorlog meegemaakt.
Dat heeft diepe sporen nagelaten en heeft invloed gehad op de manier waarop ze hun kinderen hebben opgevoed. Vorig jaar schreef ik het blog ‘Een meisje van acht’ over een verhaal uit de oorlog dat mijn moeder mij vertelde.
Achteraf het laatste verhaal over de oorlog dat ik van haar hoorde.
Nu de generatie die de oorlog nog heeft meegemaakt steeds kleiner wordt is het belangrijk dat wij, de tweede generatie, de verhalen blijven doorvertellen.
En er op blijven wijzen dat je in dit land geen honger hebt, maar trek.

Reageren

4 mei: Wachtkamer ongemak.

“Voor de afspraak met de cardioloog moet u even uw bloed laten prikken bij Certe.”
Ok.  Woensdagmorgen ging ik met het formulier naar de Certe-vestiging in Roden.
Een miniziekenhuisje met regels en opdrachten.

  • Je moet je jas uitdoen en op de kapstok hangen.
  • Je moet je formulier en je legitimatiebewijs bij de hand houden
  • Je moet een nummertje trekken.

In de wachtkamer zaten nogal wat burgerlijk ongehoorzamen met hun jas naast zich of,  nog erger,  hun jas nog aan.  Foei! Het nummertje trekken was al problematisch,  want er staken geen nummertjes meer uit het apparaatje. Toen ik het openklapte zat daar alleen nog nummer 99 op het kartonnen rolletje. Dat meldde ik aan de wachtenden. “Wil degene die straks als eerste naar binnen gaat melden dat de nummertjes op zijn? ”

Tuurlijk.  Even later kwam een haastige mevrouw in een witte jas uit het prikzaaltje en frommelde een nieuwe rol in het apparaat.  De volgende klanten die binnenkwamen waren een oude dame en haar dochter. De rollator van mevrouw moest ergens staan,  maar de wachtkamer is zo ingericht dat zo’n rollator danig in de weg staat,  waar je hem ook neerzet. Het nummerbordje aan de muur was inmiddels op 96 gesprongen.

“Wat heb jij voor nummer,  mam?” 800 dacht de mevrouw. Ze vond dat ze dan nog wel lang moest wachten. “Nee,  je hebt hem op de kop,  Het is nummer 8.”

Ik voorzag een probleem.  De nummers 1 tm 7 zaten niet op de nieuwe rol, dus ik meldde dat ik nr 99 had en dat nr  8 na mij kwam. Maar daarmee wisten de dames in het prikzaaltje het nog niet,  dus toen ik aan de beurt was meldde ik dat.
De dames luisterden maar half; ik hoorde even later de zoemer gaan.
Eè 1 èè 2 èè 3 etc. Het stopte bij zes.

“Nummer zes! O, is er geen nummer 6? Nummer 7?”

Ik zei niks; ik had al genoeg gezegd. De oude dame met nummer 8 wachtte keurig tot nummer 8 op het nummerbordje aan de muur verscheen. Zij is nog van de generatie die niet aan burgerlijke ongehoorzaamheid doet.

Reageren

Pagina 223 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén