een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 304 van 310

11 maart: Op fietse

Vandaag ging ik weer voor het eerst op de fiets naar m’n werk in Groningen. Dat is 14 kilometer.
Vanmorgen: KOUD!
Maar goed te doen. Al was het wel met een extra trui en handschoenen aan en een sjaal en haarband om (voor de oortjes).

In wat voor jaargetijde ik ook door de Onlanden >>> fiets, (tussen Peize en Groningen), het is altijd prachtig. Vanmorgen was de zon al op en er liep weer van alles door de velden. Een verdwaalde haas. Een troep fazanten. Heel veel soorten ganzen. In een boom zat een dikke buizerd te staren en in een sloot stond een roerloze reiger te vissen. Halverwege de route is een kruising van fietspaden met een ANWB-fiets-routebord.

kraaien DomboOm en op dat bord wonen al sinds jaar en dag twee grote kraaien die zich gedragen als de koningin van het verbrandde bos. Toen ik vanmorgen aan kwam fietsen loerde er ééntje naar mij vanaf het ANWB-bord en de ander hield me in de gaten vanaf de parallelweg. Ze doen niks, ze kijken alleen maar. Het geeft mij altijd een ‘Big Brother is watching you’-gevoel. Mysterieuze beesten. Ze doen me denken aan die kraaien uit de Disneyfilm Dombo. “Als ‘k olifant zien zou die vloog….”

Bij Eelderwolde fiets ik de Onlanden uit en de stad in. Ik kies dan altijd voor een route langs het Hoornse meer, vanmorgen lag het rimpelloos te glimmen in de ochtendzon. Het laatste stukje van de fietstocht gaat dan door de stad. Op de heenweg is er dan vooral forenzenverkeer om me heen (auto’s, fietsen), maar op de terugweg is de stad tot leven gekomen en gebeurt er van alles. Aan het fietspad ligt een FC-Groningen café, waar soms voetbalfans zitten met hun bier en hun bitterballen. Soms luid zingend. Als het goed gaat met de FC hé? Even verderop staat een viskraam waar de stadjers bij goed weer de toestand in de wereld bespreken. En langs het Hoornse meer werd vanmiddag al weer gewandeld en gevist: gezellig.

De grootste verrassing in de stad waren de paarse bermen. De groenstroken tussen de weg en  het fietspad stonden tjokvol paarse krokussen!
Om 07.45 uur zette ik op kantoor m’n computer aan.
Back to business. Maar met de lente al in het hoofd…….

Reageren

6 maart: Blinder!

Om de twee maanden krijg ik een mail van Abel.
Hij vraagt mij om een enquête in te vullen.
Dat doe ik graag, want het is een enquête over het Drents. Gisteren heb ik de twaalfde enquête ingevuld. Abel (Darwinkel ) en Jan (Germs) van “het Huus van de Taol” >>> verzamelen op deze manier enorm veel informatie over de huidige stand van zaken met betrekking tot het Drents zoals dat nu nog gesproken wordt.

Je zou zeggen: alleen interessant voor Drenten. Wat schetst mijn verbazing: ik kreeg een mail van de voorzitter van onze cantorij. Hij stuurde mij de mail van Abel door. “Is dit misschien iets voor jou?” De man spreekt zelf Nederlands met een Rotterdams accent, dus ik vroeg mij in arren moede af : hoe komt die mail bij hem terecht? Het antwoord kreeg ik gisteravond. Eén van zijn Drentse vrienden had de mail gekregen van de taolschulte van Borger/Oring en die vriend heeft aan zijn hele adressenbestand de mail van Abel doorgestuurd. Opdat maar zoveel mogelijk mensen de enquête zouden invullen.

Ik heb de boodschap begrepen. Als een westerling mij gaat wijzen op deze taalenquête dan ligt daar een opdracht voor mij: mijn lezers attenderen op deze enquête. Drenten onder mijn lezers: doe mij, Abel en Jan een lol en vul die enquête in. Hierbij de link >>> naar de vragenlijst.

Ik hoop dat Abel straks zijn mailbox opent en denkt: BLINDER! (Drents voor sodemieter) Wat veul!

Reageren

5 maart: Meester Scheepstra gevlogen…..

Gisteren hadden we een collega-dag. Normaal gesproken ga je een keer per jaar met de afdeling een dagje uit, maar wij horen niet bij een afdeling. Twee managers, twee management assistenten en een beleidsmedewerker. That s all. Onze collega-dag organiseren we zelf. Dit jaar was ik aan de beurt.

En ja, dan is het eigenlijk altijd iets met geschiedenis. De geschiedenis van Roden in dit geval. We maakten met de auto een ’tour historique’ langs het hunebed bij Steenbergen, het brinkdorpje Langelo en de dikke boom bij het Lieverse Diepje. We maakten een wandeling langs de Mensinge en vervolgens over de oude Brink met de eeuwenoude kerk, het beeldje van Ot en Sien en de Winsinghof.
Ook had ik het beeld van Meester Scheepstra in mijn wandeling opgenomen. Maar vanuit de verte meende ik al te zien dat meester Scheepstra er niet was. Er lag een vierkant blok beton met vier schroeven waar meester had gestaan. Met een plaquette met de namen van de sponsors. Ook niet best als je naam bij zo’n lege sokkel staat.

Meester Scheepstra

Maar meester Scheepstra hoort net zo bij de geschiedenis van Roden als de Mensinge en de kerk. Deze rôner Hindericus Scheepstra was onderwijzer, pedagoog en schrijver van kinderboeken voor het leesonderwijs. Hij bedacht onder andere de twee bekende buurkinderen Ot en Sien.

De oude dorpsschool op de Brink met zijn naam herbergt tegenwoordig het Scheepstrakabinet >>>, een kleinschalig museum dat o.a. het gedachtengoed van Hindericus levend houdt. Beslist de moeite waard om eens een bezoek te brengen. En het beeld: komt vast wel weer terug. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Natuurlijk hebben we niet alleen maar ‘geschiedenis’ gedaan gisteren. We hebben lekker geluncht (champignonsoep, stokbrood en hartige taart), we hebben een kunsttentoonstelling bezocht in de oude basisschool van mijn kinderen (‘de Haven”), die nu door Kunstencentrum K38>>> is omgetoverd tot een prachtige tenstoonstellingsruimte en we vertelden elkaar wat over onze eigen geschiedenis. Geschiedenis kan zo leuk zijn!

 

Reageren

3 maart: Krantje!

Dagblad van het Noorden

Sinds vorige week hebben wij weer iedere morgen een krantje op de deurmat.
Wat een luxe!
Het abonnement op het Dagblad van het Noorden was gesneuveld omdat we het financieel wat rustiger aan moesten doen. Natuurlijk vonden we dat jammer, maar we konden er wel zonder. We volgden het nieuws op Nu.nl en via radio en televisie. Van mijn attente zwemvriendin kregen we op maandag altijd de weekendkrant van zaterdag, die we de hele week op tafel hadden liggen en uitgebreid doorlazen. Soms snaaide ik de krant van de dag ervoor mee van het werk en af en toe kregen we een krantje bij een actie bij de Jumbo.
We waren zelfs blij met een Telegraaf……

Maar nu durven we weer een proefabonnement aan. Drie maanden. Wat heerlijk. Opstaan ’s morgens om zes uur wordt iets aangenamer omdat er een verse krant ligt te wachten.
Sudoku’tje bij de beschuit met thee. Grinniken om Jan Wieringa. Wie is er overleden? Ingezonden brieven met oeverloos gezwam. Je hebt een krant niet echt voor het laatste nieuws, want dat hoor je wel. Je hebt een krant voor de achtergronden. Voor de commentaren. Voor het specifieke nieuws uit de regio dat nooit in de landelijke pers staat. Voor Toos en Henk. Voor de stelling van de dag. En natuurlijk voor alle in’s & outs over de soap rond FC Groningen. Laat ons weer eens juichen…..!

Vanmiddag kwam ik uit het werk, zette een kop thee en ging lekker even zitten voor de rest van de krant. Er was een streektaal-limmerick-wedstrijd geweest. Vandaag werd de winnaar bekend gemaakt en stonden de beste 10 inzendingen op pagina 26.
Er was er eentje bij waar mijn Drentse/Smildiger hart warm van werd. Hij was van Arend Oortman uit Haren. Ik denk dat ik hem wel ken. Van slager Oortman. Uut Hoogersmilde.
In die streek waar ik ben opgegroeid sprak men een vorm van Drents met een friese tongval. Als een Drent hoort dat je uit Smilde komt zal hij zeggen: “O, dan kom ie met de bokkewaeg’n van de Smilde jaeg’n. Waor het waeter tegen de raem’n klaetert!

Hierbij de limmerick:
Een sikkie uut Smilde leup te klaegen
Over heur vriendtie, die wol gaon jeagen.
Niet op hazen of knienen
Niet op herten of zwienen
Maor allien moar op een bokkewaegen!

Mooi. Herkenbaar. Daarom lees ik zo graag een krant.

Reageren

28 februari: Mien moe

Gisteren schreef ik dat mijn vader 7 jaar geleden overleed. Voor niemand had dat zoveel impact als voor mijn moeder. In 2010 was het thema van de startzondag: “Samen vol van hoop” en gemeenteleden werd gevraagd om een hoopvol verhaal in te sturen.
Toen heb ik het onderstaande korte verhaal “”Op de kloet’n” geschreven.

Op 27 februari 2008 ging mijn vader ’s morgens douchen, kreeg een hartaanval en kwam te overlijden. Dat veroorzaakte al een enorme klap in mijn leven, maar voor mijn moeder stond de wereld stil. Lamgeslagen liet ze mijn broer en mij alles regelen. De begrafenis, de financiële rompslomp: “Doet jullie dat maor, ik weet het allemaole niet meer…”. Ziek van verdriet, heimwee en eenzaamheid worstelde ze zich door de eerste maanden heen. Ze mengde zich weer dapper in het dorpsleven, ging mee naar de klaverjasavonden, ging naar de kerk, maar als wij bij haar kwamen zat ze als een ziek vogeltje op de bank.
“Allennig eten, dat is het slimste. En allennig buuten zitten is ok niks an.” Ze straalde een treurigheid uit waar wij beroerd van werden als we bij haar geweest waren. En het was niet alleen de eenzaamheid die het haar zo moeilijk maakte. Mijn vader was een dominante man die veel regelde thuis. Een man met een gezellige uitstraling die gewend was initiatief te nemen en actie ondernam om het leven zo aangenaam mogelijk te laten verlopen. Ook daarin miste ze hem verschrikkelijk. Als er altijd iemand voor je aan loopt en het hoogste woord heeft, dan schik je je in je rol, dan hoef je immers geen initiatief te nemen.

Een van de eerste dingen die ze zelf besliste, was dat ze zich liet inschrijven voor het nieuwe seniorencomplex, dat in Hoogersmilde gebouwd werd. In december 2009 trok ze in haar nieuwe appartement. En wat heeft het haar een moeite gekost om zich los te maken van de nieuwbouwwoning waar ze 47 jaar met mijn vader had gewoond, te vertrekken uit die vertrouwde buurt. Om nog maar niet te spreken van de rompslomp die een verhuizing meebrengt. Dat valt beslist niet mee als je al 78 bent. Wat wel hielp was, dat er ook zo’n twintig andere senior-Hoogersmildigers ontheemd in hun nieuwe appartementje zaten. Toen er enorme hoeveelheden sneeuw vielen, kwamen ze met elkaar tot de conclusie dat het wel fijn was dat ze nu hun pad niet meer sneeuwvrij hoefden te houden!

Mijn moeder werd gevraagd voor de bewonerscommissie. “Ik denk niet dat ik dat doe, ik weet niet of ik dat wel kan…”. Zoiets was haar immers ook nog nooit gevraagd. Mijn vader zat altijd in zulke commissies. Ma ging wel in de commissie. En inmiddels zorgt ze voor het gezamenlijk koffiedrinken één keer in de maand en roert ze haar mondje als er een bewonersbijeenkomst met Actium is.

Ondertussen hoorden wij haar steeds vaker over Jan. In het begin waren dat mededelingen van huishoudelijke aard: “Jan hef even een haokie in de kast maakt. Jan wil wel even een laampie ophangen. Jan giet met mij hen de karke.” Jan is een weduwnaar die ook in het seniorencomplex woont. Inmiddels heeft Jan mijn moeder overgehaald om een electrische fiets te kopen en samen met hem toert ze nu over de fietspaden in het Drents Friesche Wold.

ma

Gisteren hadden we familiedag. En mijn nicht zei: “Wat is er met je moeder gebeurd? Wat is ze fleurig! En wat ziet ze er goed uit!”
Mijn moeder is weer “op de kloet’n kommen” zoals we dat in Drenthe zeggen. Ze krijgt de gelegenheid om nog te genieten van het laatste stuk van haar leven. Ze is uit de schaduw van mijn vader gekomen en staat zelfbewust in het leven. Niet beter, niet slechter, maar anders. Een toefje slagroom op de levenstaart.

In het kader van het startweekthema “Samen vol van hoop” stuur ik dit korte verhaal in. Vanuit een hopeloze situatie is mijn moeder weer opgekrabbeld en straalt weer levenskracht uit. Daar had ik eigenlijk niet meer op durven hopen.

Ada Waninge-Vrieswijk, augustus 2010

Reageren

27 februari: Mien va

Op 27 februari 2008 overleed mijn vader plotseling aan een infarct. Hart of hersenen, we weten het niet precies. Hij is 75 jaar geworden.

‘s Morgens om 09.00 uur zat ik nog nota’s uit te typen op kantoor, s middags zaten we met een folder voor onze neus een kist uit te zoeken.

Op dat moment stond mijn wereld even stil. Er zijn natuurlijk dingen die relatief gezien veel erger zijn, maar dat speelt op zo’n moment geen rol. Zijn plotselinge overlijden maakte veel los in zijn omgeving. Voor mijn moeder was het dramatisch. Over haar verwerking van die rouwperiode heb ik een kort verhaal geschreven voor een themadienst van onze kerk. Dat zal ik morgen op mijn blog zetten.

Wat ik vooral miste was mijn praatpaal. 
We konden oeverloos kleppen over de meest uiteenlopende dingen, mijn vader had een brede belangstelling en wist veel.
Hij ligt begraven op het kerkhof in Hoogersmilde. Af en toe ga ik er eens heen. Maar voor mij is hij daar niet. Hij is er in een streekmuseum in Noord Duitsland bij een tentoonstelling van archeologische vondsten van de Nedersaksische cultuur.
Hij is aanwezig in het lied “Junge, komm bald wieder” van Freddy Quinn.
Hij is er als we in zijn caravan een bepaald schroefdopje zoeken en we dat vinden in een zak vol met niet te benoemen rotzooi. Hij gooide namelijk bijna nooit iets weg “Ie wit nooit hoe het nog ies van pas komt”. Hij had per slot van rekening de oorlog nog meegemaakt.
Hij is er als mijn dochters herinneringen aan hun geweldige opa (die nog bij de Indianen had gewoond) ophalen en hij is er als ik met zijn zus in Coevorden de plekjes opzoek waar ze lagen met het schip en waar ze later woonden.

Na verloop van jaren heeft het gemis een plek gekregen. Nu overheerst vooral dankbaarheid voor een rijk leven en een pijnloze dood zonder Alzheimer en zonder een lang ziekbed. Maar dat kon ik op 27 februari 2008 nog niet bedenken.

Reageren

25 februari: Nederland (en Ada) in beweging

Je kunt geen krant of tijdschrift meer opslaan, geen tv- of radioprogramma meer aanzetten of het gaat over BEWEGEN! “Zitten is het nieuwe roken” las ik vandaag in een Management-tijdschrift op het werk. Umberto Tan had het er van de week ook al over in z’n show en zelfs Tineke (van Radio 5, toch niet iemand bij wie je direct aan bewegen denkt) had er een item over in haar show.

Bewegen dus. Eigenlijk heb ik een broertje dood aan bewegen. ‘Vrieswijk-genen’ houden niet van welke vorm van bewegen dan ook. Ja, de ogen. Om te lezen. En de handen. Om te handwerken. Het liefst zit ik eindeloos met een borduurwerkje met muziek op de oortjes op de bank, of in de zomer onder een boom.

Maar toen ik in 2004 voor de eerste keer werd getroffen door een hartinfarct kwamen er andere potten bij het vuur. Het hartinfarct werd niet veroorzaakt door te weinig beweging, maar er werd me wel verteld dat het beter zou zijn om ‘de randvoorwaarden’ danig te verbeteren. Ik stopte met roken, ging Minder Eten en Meer Bewegen. (het MEMB-dieet).
Inmiddels zijn we 10 jaar verder. Het bewegen is inmiddels helemaal ingesleten in mijn leefpatroon. Zoveel mogelijk dingen lopend doen (naar de winkel, naar Franse les, naar de cantorij), dingen in Roden zoveel mogelijk op de fiets doen, altijd de trap nemen, geen hulp in de huishouding nemen maar alles zelf doen. Op het werk haal ik altijd zelf koffie, loop ik voor ieder printje naar het kopieëerapparaat en zet ik de auto op de parkeerplaats bij de Lentis-locatie Laan Corpus den Hoorn, terwijl mijn bureau in het Heijmanscentrum staat. 8 minuten wandelen. Vanmorgen was het heerlijk: lente! Vogeltjes!
Toen ik vanmiddag terugliep stroomde het van de regen. Een auto reed mij met een rotgang voorbij nét door een plas, zodat mijn zijkant in één keer doorweekt was…… soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar ik had wel lekker een frisse snoet.

Verder probeer ik iedere dag een half uur achter elkaar flink te bewegen. Op sommige dagen lukt dat al door de huishoudelijke klussen: boodschappen doen, wc’s soppen, stofzuigen, zo tik je lekker wat calorieën weg. Ga ik op de fiets naar mijn werk, dan heb ik de beweging ook al ruimschoots te pakken. Soms fiets ik een half uur op de hometrainer.

in beweging

Vandaag koos ik voor ‘Nederland in beweging’ van omroep Max. Het levert me meewarige blikken van de kinderen op als ik dat vertel. Maar vergis je niet: het is best pittig. En moeilijk ook! Soms zijn het zoveel pasjes achter elkaar dat ik hem terugspoel (uitzending gemist…) en nog een keer moet luisteren wat ik nou precies moet doen. En dan zie ik al die mensen daarachter, meestal ouder dan ik, moeiteloos de oefeningen mee doen. Zucht. Vrieswijk-genen. Het zit er gewoon niet in…..

Reageren

19 februari: Malle Pietje

Mijn kinderen weten niet wie Malle Pietje is. Dat is niet zo gek, want Malle Pietje hoorde bij Swiebertje en dat was een serie uit mijn kindertijd. Dus als ik zeg: “Als een soort ‘Malle Pietje’ bewaar ik kerst-bakjes-spulletjes” dan snappen ze wel wat ik bedoel, maar ze hebben hem niet op hun netvlies. Gerard kan soms ontzettend in z’n schuur zitten te rommelen op zoek naar een bepaald voorwerp en ondertussen roept ie dan: “Waor hep ik soks toch gelate!” Die keek dus ook naar Swiebertje vroeger.

Ik was wel eens benieuwd naar zo’n oude aflevering van Swiebertje. Was het echt zo leuk? Mijn broer en ik misten geen aflevering. We vonden Swiebertjes taalgebruik fantastisch (overal die rare n achter “een kopjen koffie bij juffrouw Saartjen”) en die uber-formele Bromsnor: voor kinderen van die tijd ‘helemaal te gek’!
Op You Tube heb ik gezocht naar wat oude opnames en ik heb er één gevonden. Deze aflevering >>> is uit 1973, toen was ik 12. De aflevering duurt ongeveer drie kwartier en heet: “Steek je handen uit je mouwen, Swiebelmans!” Als je tijd hebt moet je voor de aardigheid die drie kwartier er voor uit trekken. Meer dan veertig jaar geleden. Wat stak de maatschappij toen anders in elkaar.
Eigenlijk ben ik wel benieuwd wat een kind van tegenwoordig er van zou vinden.
Heb je geen tijd? Kijk dan in ieder geval naar het tijdstip 20.00 tot 22.00 (2 minuten).
Daarin komt Swiebertje in de winkel van Malle Pietje. Let vooral op die vogel Sjako. Die scheurt de hele rol inpakpapier aan gort. En als Swiebertje weggaat draait Sjako als een malle op z’n stokje rond. Als Swiebertje en Malle Pietje buiten staan zie je aan de rechterkant het decor heel licht bewegen: dat waren gewoon stukken linnen……! Als Piet vervolgens weer naar binnen stormt hoor je hem struikelen over de rotzooi. Onze generatie hoef ik niks uit te leggen. “Waor hep ik soks toch gelate…!”

Reageren

18 februari: Inkeer, versobering en verstilling

Vandaag is het aswoensdag. Na het carnaval de eerste dag van de veertig-dagen-tijd, van oudsher een tijd van inkeer en bezinning in de periode voor Pasen.

In de Protestantse kerk kennen we niet zozeer de traditie van het vasten zoals in de Katholieke kerk. Toen wij in Roden kwamen wonen werden wij voor het eerst geconfronteerd met de 40 dagen tijd. In Hoogersmilde was de Hervormde gemeente nog erg traditioneel en hadden we 7 lijdenszondagen voor Pasen. Op die zondagen was er aandacht voor de lijdensweg van Jezus, maar verder niet.

Roden was in vele opzichten veel moderner en ik sloot ik me aan bij een kerkelijke gespreksgroep met leeftijdsgenoten. Zo leerde ik de 40-dagen-periode te gebruiken om me te bezinnen op mijn leven. Eerst als gezin, aan de hand van een kalender. We spaarden geld, deden mee aan projecten en maakten één jaar zelfs een hongerdoek.
Later bekeek ik ieder jaar waar ik dat jaar voor mezelf aandacht aan wilde besteden.
Een paar voorbeelden:
• Wat doe ik met mijn tijd?
• Hoeveel tijd besteed ik aan internet en wat bekijk ik daar?
• Wat eet ik en hoeveel?
• Hoe ga ik om met de alom-aanwezige media: TV, radio, Nu.nl, krant etc.
• Hoeveel alcohol drink ik?
• 40 dagen geen spelletjes op de computer.
• 40 dagen iedere dag een half uur rust zoeken voor de geest

Reageren

17 februari: Une conte de fé

Op 11 februari schreef ik over de franse les: we moesten allemaal een sprookje in een paar zinnen beschrijven en de anderen moesten raden welk sprookje het was.
Ook vanavond kwamen we niet verder dan drie sprookjes (terwijl we er nog vijf moesten…).
En we hadden niet eens veel huiswerk, in ieder geval hoefden we niet allerlei dingen na te kijken. Maar na de petite histoires was er eerst koffie en toen kregen we het over de Elfstedentocht. Tot mijn stomme verbazing hadden de twee Amsterdammers in 1985 de Tocht ter tochten uitgereden en een kruisje gehaald. Eén van hen vertelde dat hij dat feit tot vervelens toe herhaalde op verjaardagen “want me zus is getrouwd met een Fries en die vinden dat niet leuk!”
Als het op sterke verhalen aankomt gaan we onmiddellijk over in het Nederlands. De Fries in ons gezelschap had hem ook gereden en één Drent had hem graag willen rijden: alle steden kwamen aan bod. Daar dit en daar dat. Franeker, Bartlehiem, blablabla.
Kom dan maar eens weer op de sprookjes uit. Alhoewel….. de schaatsverhalen kwamen er ook dichtbij.

De eerste begon zijn sprookje met ‘un vieil âne’ (een oude ezel). Even werd gedacht dat hij iemand aansprak, maar dat bleek een misverstand. De âne kreeg gezelschap van een chien (hond) une chat (kat) en un coq (haan). Toen wisten we het allemaal al, maar het verhaal moest helemaal uitverteld, het waren ‘Les musiciens de la ville Bremen’ (Bremer Stadtmusikanten). In onze groep is er dan altijd wel weer iemand met een schoonzoon uit Bremen …..
Het tweede was een verhaal dat niemand kende, behalve de juf. Het was dan ook een gruwelijk verhaal: Barbe-Blue (Blauwbaard) . Het kwam de heren in ieder geval niet bekend voor en dat staat ze te prijzen.
Het derde sprookje was het langst. Bij de eerste paar zinnen wisten we allemaal al wat het was, maar ook deze deelnemer moest “de beker tot op de bodem leegdrinken”. Hij heeft het hele verhaal verteld. Van deux enfants (twee kinderen), de maratre (stiefmoeder) en de petite pieces du pain (broodkruimels) en van de sorcière (heks). Toen hij vertelde over ‘une porte de sucre’ (een deur van suiker) en ‘une fenetre du marsepain’ (raam van marsepein) hebben we hem uit zijn lijden verlost. Volgens hem heette het in het Frans Hans et Phileine.
Ik waag het te betwijfelen. Wordt vervolgd.

Reageren

Pagina 304 van 310

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén