een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 111 van 311

13 september: Elf jaar.

Vanmiddag bezocht ik een oude vriend in ‘de Hullen’, een zorgcentrum even verderop.
Hij zit in een rolstoel en is halfzijdig verlamd. Inmiddels is het elf jaar geleden dat hij getroffen werd door een herseninfarct dat hij maar amper overleefde.
Het lukte hem jammer genoeg niet om na de ingrijpende gebeurtenis het gewone leven weer op te pakken.
Eerst was er nog sprake van licht herstel, maar na een jaar of drie ‘met het snot voor de ogen’ revalideren moest hij zich er bij neerleggen: beter wordt het niet.
Hij bleef aan de rolstoel gekluisterd en kon niet meer thuis wonen.
Wat ik van hem heb geleerd is dat lichamelijk herstel één kant van het verhaal is, maar dat het mentale herstel een kant is die vele malen moeilijker is.
Het ontmoeten van andere mensen, mensen die hij vroeger had gekend, vond hij in het begin moeilijk.
Het oppakken van sociale dingen was lastig. Hij worstelde met zijn emoties en dat vond hij verschrikkelijk.
Hij zit met een gezonde geest in een gehandicapt lichaam en had moeite met de manier waarop hij door sommige mensen werd benaderd ‘alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben’.

Maar hij zette door. Ging naar koffiebijeenkomsten, kon in het weekend naar huis, ging wekelijks zwemmen met z’n zoon, en ging zelfs af en toe naar het theater.
Als ik hem opzocht gingen we af en toe samen op de duofiets een stuk fietsen.
“Wat wil je?” vroeg ik hem eens toen ik wilde weten welke kant we op zouden fietsen.
“Het liefst zou ik zelf het stuur in handen hebben” was het onverwachte antwoord.
Daar hadden we destijds een heel gesprek over.
Dat hij het stuur over zijn hele leven uit handen had moeten geven en hoe moeilijk dat was.

Vanmiddag gingen we wandelen met de rolstoel.
Fietsen gaat namelijk niet meer, hij kan niet meer staan; dat heeft zijn bewegingsvrijheid behoorlijk ingeperkt.
Zwemmen, een autoritje, het behoort allemaal niet meer tot de mogelijkheden.
“Wil je wel even met mij naar het kerkhof of vind je dat vervelend?”
Nee, dat vind ik helemaal niet vervelend, het kerkhof in Roden is een prachtig park met veel schaduw waar je heerlijk kunt wandelen.
Hij wilde graag het graf van een overleden vriend bezoeken en van een emeritus predikant van onze gemeente.
Samen stonden we even te mijmeren bij de graven. Vlak daarnaast was de laatste rustplaats van een sopraan die we allebei kennen van het koor waar wij vroeger samen op zaten, hij zong bas, ik alt.
We hebben zelfs jaren in het bestuur gezeten: hij penningmeester, ik secretaresse.

Daarna dronken we een kop koffie/thee op het terras van de kinderboerderij; gezellig.
Eenmaal weer op zijn kamer waren we te laat: om 16.00 uur had hij bij de fysiotherapie moeten zijn.
Ik verdenk hem er van dat hij dat bewust niet aan mij verteld heeft, maar dit terzijde.
Met de belofte dat we de volgende keer een spelletje Triominos gaan doen namen we afscheid.

Eenmaal thuis ben ik moe.
Fysiek en mentaal.
Dan weet ik weer even hoeveel moed en doorzettingsvermogen het sommige mensen kost om in leven te zijn.
Stel je voor.
Al elf jaar.

Reageren

12 september: Geen water meer over Gods akker?

Zaterdag 10 september was het Open Monumentendag.
Het monument waar ik vrijwilliger ben was die dag natuurlijk ook open, dus die morgen om 11.00 uur verwelkomden wij de eerste gasten in de Catharina kerk op de Brink in Roden.
Op Open Monumentendag komt er ander publiek dan tijdens de openstellingen in juli en augustus in de zomer.

Sommige gasten hebben zich zo goed voorbereid, dat ze al met een aantal vragen de kerk binnenkomen.
Bijvoorbeeld waarom de kerk niet is bepleisterd zoals alle andere oude kerken in Drenthe.
“Loopt u maar even mee…” Ik nam ze mee naar het fotoboek van de oude Catharina en kon ze foto’s laten zien van voor 1930 toen de pleisterlaag er nog op zat.

….uniek….

Er zat destijds een schimmel/bacterie in die laag. De kerk kreeg in 1932 subsidie om de oude laag er af te bikken en een nieuwe aan te brengen, maar toen de laag er helemaal af was was de subsidie al haast op en toen stond men aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het kwam er vervolgens niet meer van.
In de jaren ’80 is er nog tot in de gemeenteraad toe gediscussieerd of de witte stuclaag nog weer aangebracht moest worden, maar het bleef zoals het was.
Daarmee is de Catharinakerk uniek.

Deze keer hadden we gasten die meer wisten over onze kerk dan wij: er waren katholieke bezoekers die aan de ramen konden zien waar het Maria altaar en het Jozef altaar hadden gestaan.
Verder ontmoette ik weer erg leuke mensen die ik van alles mocht vertellen over Coenraad Wolter & Gesina, hun crypte, de sacramentsnis en het orgel.
Mensen hebben daarbij over van alles een mening en maken mij daarvan deelgenoot.
“Wie heeft in ’s hemelsnaam bedacht dat hier vloerverwarming in moest! Wat lelijk!”
“U staat hier nog redelijk blijmoedig te vertellen over de kerk, terwijl het zo slecht gaat met de kerken in Nederland….”
Op mijn vraag of ik een pepermuntje mag aanbieden: “Nee. Geen goede herinneringen.”
“Wat een prachtig orgel; en wat mooi dat het ook bespeeld wordt. Bach volgens mij.”
“Waarom zou je nou zo’n monumentaal middeleeuws doopvont niét gebruiken?”
Dan leg ik uit dat dat alles te maken heeft met democratische processen en dat we een moderne PKN-gemeente zijn.
Maar mijn uitleg neemt de vraagtekens boven de hoofden meestal niet weg.

Collega Coby vroeg aan het eind van onze dienst: ‘Waarom is dat gat aan de buitenmuur-kant van het piscina dichtgemetseld? Nu kan ik niet meer laten zien hoe men vroeger Gods water over Gods akker liet lopen.”
Ik meende me te herinneren dat daar vroeger inderdaad een soort pijpje zat waar water door naar buiten kon lopen, maar ik ben er ook niet zeker van.
“Dat ga ik voorleggen aan de kerkenraad” beloofde ik.
Er is vast wel iemand die het naadje van de kous weet.
Wordt vervolgd.

Vooreerst was dit weer de laatste vrijwilligersdienst.
Het was mij dit seizoen (na twee coronajaren zonder openstelling) een aangenaam genoegen.

Reageren

11 september: Onthutsend eerlijk, ook over de dood.

Els Rozenbroek is overleden.
Dat deed me meer dan ik op voorhand had gedacht.
Ik leerde haar kennen omdat ik begin dit jaar ging luisteren naar de ‘Saarpodcast – 50+ maar nog lang niet dood’ waarin drie dames ons bijpraten over alles waar je als 50+-vrouw tegenaan loopt. (zie  ‘Confronterend’ )
Over die podcast en over de maaksters Femke, Els en Barbara schreef ik in mei een blog onder de titel ‘Gooise vrouwen‘.
Ging het in de eerste maanden nog maar een paar minuten over ‘het kankertje’ van Els, de laatste weken was het naderende einde van Els het hoofdonderwerp geworden; in juli schreef ik daarover nog dit blog.

Toen ze heel ziek werd en opgenomen moest worden in een hospice dacht ik dat ze wel zouden stoppen, maar dat gebeurde niet.
Els liet de luisteraars er tot op het laatst bij.
Nog nooit vertoond.
Omdat ze onthutsend eerlijk was kreeg je een goed beeld van haar laatste maanden.
Alles kon besproken worden en alles kon gevraagd worden.

“Wat doe je eigenlijk met je telefoon?”
Die ging naar een vriendin die ze vertrouwde; die zou de laatste contacten nog onderhouden en de smartphone ‘leeghalen’,  daarna ging die naar een nichtje.
“En je laptop en je mailbox en zo?”
Die ging naar een collega, waarvan ze wist dat die discreet met haar digitale erfenis zou omgaan.
“Daar hoef ik me geen zorgen over te maken”.

Er kwam nog een groot interview met haar in de Volkskrant; ik heb er iedere letter er van gelezen.
Ze kreeg de Mercur d’Or, een prestigieuze prijs in de bladenwereld.
In de podcast werd ze daarmee gefeliciteerd door Barbara en Femke; zelf vond ze dat ze die prijs rijkelijk laat kreeg.
“Misschien krijg ik die nu wel omdat ik dood ga. Een ex van me zat altijd in die jury,  het is me nooit gegund.”
Ik schreef het al; onthutsend eerlijk.

Soms zat ik met kromme tenen.
Els was uitgesproken, scherp en vilein.
Ze werden een keer vanuit de tuin van het hospice naar binnen gestuurd, omdat ze te veel lawaai hadden.
“Mensen kunnen anders niet rustig sterven” schamperde ze daarover.
In de laatste uitzending waarin ze aan het woord kwam, werd haar gevraagd of ze vond dat er iets van haar begrafenis op de podcast moest.
“Je moet de begrafenis gewoon helemaal uitzenden! Dat zorgt voor het grootste commerciële succes…..”
Met de podcast ging het inderdaad heel goed, ik las er ergens dat ze al meer dan 100.000 luisteraars hebben.

In de podcast van afgelopen zaterdag ging het over de begrafenis van Els.
We hoorden de toespraak van vriendin/collega Femke en de toespraak van haar broer Roland.
De podcast werd afgesloten met het lied ‘Niemand weet hoe laat het is’ van Youp van het Hek.

Want we hebben gedanst en we hebben gevreeën,
we hebben gelachen en gespeeld met het vuur.
God verbood wat we allemaal deden
leef toch je leven als je allerlaatste uur!

Els gaf in het licht van dit lied het goede voorbeeld.

Benieuwd naar de podcast?
Je kunt alle afleveringen terugluisteren; hierbij een link Saarpodcast

Reageren

10 september: Hoe vertellen we het de kinderen?

“Dan eten we in Cloppenburg wel ergens een vissie. Mit pommes!” overlegden Gerard en ik in onze korte vakantie in  Noord Duitsland.
Na anderhalf uur fietsen hadden we wel zin aan wat,  dus we gingen op zoek.

Currywurst vonden we wel bij een louche snackbarretje, maar dat zochten we niet.
Bij de McDonalds verkochten ze wel een broodje vis.
“Dat gaan we niet doen” riep ik direct.
Mijn hele leven lang heb ik me verzet tegen eten bij McDonalds.
Met onze dochters zijn we daar zelfs nog nooit geweest.
Onze oppasbuurvrouw Fokje vond dat destijds zielig voor de kinderen,  dus die heeft ze een keer meegenomen naar de Mac  in Groningen.
Maar ik dwaal af.

Sushi was er ook voldoende verkrijgbaar.
Ook vonden we noedels met gefrituurde kiphapjes.
Een chique restaurant  verkocht wel vis maar dat bedoelden we niet…

Turkse Kebab was er genoeg te krijgen,
Vegetarische salades met broodjes hoemoes ook.
Maar geen vissie.
Inmiddels waren we een uur verder en viel ik bijna om.

Uiteindelijk kwamen we toch bij de McDonalds terecht.
We bestelden een broodje vis met patatjes.
“Mit Cola dazu?”
Bleek een vaststaand menu te zijn; wisten wij veel.
Had ik na al die jaren toch nog zo’n zacht broodje.
Met een veel te geel plakje kaas.

Eigenlijk was het nog best lekker…..

Nu hebben we nog één probleem : hoe vertellen we het  onze kinderen?

Reageren

9 september: 56 jaar later.

Na het overlijden van mijn moeder nam ik de hele verzameling fotoalbums van mijn ouders mee.  In 2020 tijdens de coronapandemie zocht ik alles uit,  maakte van de hele berg foto’s en albums twee nieuwe albums (zie Klus geklaard) en gooide alle overige zooi weg. Alles,  behalve 3 zwart wit foto’s en een campingbetaalbewijs uit juli 1966. Dat jaar waren mijn ouders met mij (5 jaar)  met hun tent op vakantie bij Visbek en maakten foto’s van de Visbeker Braut en Brautigam, twee hunebedden in de buurt van  Oldenburg.  “Daar wil ik nog graag eens heen op vakantie” zei ik destijds tegen Gerard en deed de foto’s in het mapje ‘Dagje uit?’

Tijdens onze vakantie in Noord Duitsland maakten we er een dagje uit van. Fietsen op de auto,  op naar Visbek.
Wat was het weer een gezoek: net als op Gotland en Rügen waren de prehistorische grafmonumenten heel lastig te bereiken.  Maar als je er dan ook bent…….. adembenemend.

Hunebedden hebben in Nederland nummers,  in Duitsland dragen ze de naam van de sage/legende die de bevolking er omheen vertelde in de 17e en 18e eeuw.

juli 1966

We vonden eerst de zogenaamde Heidenopfertisch en even later stonden Gerard en ik bij de Brautigam. We vroegen ons af:  “Waar zou deze foto waar pa op staat genomen zijn?” De ene steen was niet hoog genoeg, de andere stond de verkeerde kant op en ook ten opzichte van elkaar klopten de stenen niet. Eén foto konden we thuis brengen, de andere twee niet. We vervolgden onze zoektocht, nu naar de Braut. Toen we dat hunebed hadden gevonden zagen we het direct: hier was het.

augustus 2022

56 jaar later maakte Gerard op precies dezelfde plek een foto van mij. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Hunebedden hebben voor mij altijd al een bijzondere betekenis (zie Eine Heilige Statte); de sfeer rondom dit hunebed, waar we overheen en langs liepen en in de middagzon op een bankje zaten, zal ik nooit weer vergeten. Ik kwam er bijna niet toe om weer op de fiets te stappen; het  was alsof iets me daar vasthield.

Gerard heeft op zo’n dag engelengeduld.  Gaat dapper met mij op zoek naar weer een ander hunebed,  maakt foto’s en laat mij mijn gang gaan. Heeft zijn blikje drinken al lang op als ik eindelijk met de verzuchting “och, wat mooi weer… ” naast hem op het bankje ga zitten.  Als hij dan uiteindelijk op de fiets stapt moet ik mee; dan weet ik: het heeft lang genoeg geduurd.

Heilige Statten.
Heilige plaatsen.
Ben ik anders altijd Nederlands nuchter,  bij zo’n hunebed “is iets”.
Bij deze was nog een heel klein stukje Pa.

Reageren

8 september: Heilige steek weer opgepakt.

Na ons weekje Noord-Duitsland zitten we ongemerkt zomaar in de herfst en gaat alles weer van start.
Allemaal tegelijk.
Maandagavond pakte ik het zwemmen op met zwemvriendin Ans, dinsdagavond hadden we de eerste cantorijrepetitie van dit seizoen en dinsdagmiddag was de eerste bijeenkomst van ‘Holy Stitch’, het handwerkclubje van onze PKN-gemeente.
‘De wichter’ hadden er weer zin in!
We beginnen altijd om 14.00 uur, maar toen ik aan kwam fietsen om vijf voor twee zat er al een aantal gezellig te beppen en lagen de brei-, haak- en borduurwerkjes al op de tafels.
Dat is natuurlijk een goed teken!
Zaten we in het begin nog wat onwennig bij elkaar (zie het blog hierover van oktober 2020), nu kennen we elkaar al wat beter en wordt het gezellig.
Fijn, dat was ook precies de bedoeling.

We hadden dinsdagmiddag ‘inwoning’.
Even uitleggen: in onze PKN-gemeente vangen wij op verzoek van Inlia  een aantal vluchtelingen op.
Die wonen op dit moment in de kamers  van ‘de Bijkeuken’, een jeugdhonk dat zich bevindt in de oude pastorie.
Alie, één van de leden van Holy Stitch, is ook vrijwilliger bij die opvang en had een aantal vrouwen uitgenodigd om ook te komen handwerken.
Sommigen van ons hadden op haar verzoek extra garen en naalden meegenomen.
De communicatie gaat soms in het Engels, soms met een tolk en soms met handen en voeten.
Hoe vertaal je ‘stokjes’ en ‘vasten’?
Gewoon door het voor te doen.
Eén van onze dames hing al enthousiast over één van de gasten heen voor het aanschouwelijk onderwijs.
De koster zorgde voor koffie en thee en zei tegen de asielzoekers dezelfde dingen die hij altijd tegen ons zegt.
Eén van hen had de koffie laten worden; toen de koster haar daarop attent maakte zei ze dat ze dat lekker vond.
Met de Drentse gedachte ‘kolle koffie wo’j mooi van” in zijn hoofd zei hij: “Oh, that’s why you’re so beautiful!”
Ze lachte.
Of ze het grapje begrepen heeft….?

Na de thee raakte ik in gesprek met een jonge vrouw uit Syrië die Engels sprak.
Ze vertelde dat ze met twee plastic bootjes, één vol met mannen en één vol met vrouwen, over zee waren gevlucht.
Onderweg waren de twee boten elkaar kwijtgeraakt.
Op de mannenboot zat haar broer.
Een tijdlang had ze niets van hem gehoord, maar deze week was duidelijk dat de jongen toch was overgekomen en dat hij ergens in Den Haag was.
De blijdschap over dit heuglijke nieuws straalde van haar gezicht.
De zwangere vriendin naast haar hoopte dat ze over drie maanden, als de baby kwam, een dak boven haar hoofd had.

Dan zit je anderhalf uur later op de fiets op weg naar de tandarts.
Vervelende afspraak.
Luxe probleem.
Stel je voor dat je over drie maanden moet bevallen en vurig hoopt dat je dan onderdak hebt.

Reageren

7 september: Moin!

Tijdens onze korte vakantie in Noord Duitsland zaten we tussen de twee steden Oldenburg en Cloppenburg in; de deelstaat heet Niedersachsen.
Op de eerste avond daar maakten we een fietstocht rond de Thülsfelder Stausee.
Het viel ons op dat de meeste mensen ons groetten met de Noord Duitse groet “Moin!’; het leek wel of we in Drenthe fietsten.
Het leek op onze eigen provincie, maar toch ook weer niet.
Waar we in Drenthe oeroude dorpen met historische boerderijen hebben, zijn die in dat gebied niet veel te vinden.
Van oudsher was het een gebied met heel veel moeras, met een paar zandruggen waar dorpen en steden op ontstonden.
Er was veel hoogveen, dat voor de oorlog net als in Nederland voor de turf werd afgegraven.
Na de Tweede wereldoorlog werd het moerasgebied in razend tempo ontgonnen en werden de woeste veengronden op grote schaal geschikt gemaakt voor landbouw en bewoning; niet meer met de hand, maar met grote machines.

We hebben in die omgeving veel gefietst en zagen bovengenoemde geschiedenis terug in het landschap.
Grote boerderijen, grote erven, grote schuren en heel veel ruimte voor landbouwgrond en bossen.
Eén dag fietsten we naar Cloppenburg en één dag namen we de fietsen mee op de auto voor een bezoek aan de stad Oldenburg.
De auto parkeerden we buiten de binnenstad en fietsten daarna door een park de stad in; aan de hand van een plattegrondje maakten we een stadswandeling.
Eerlijk gezegd: we waren nog geen uur nodig.
De hele stad is in de 17e eeuw in vlammen opgegaan, daarmee ging de hele middeleeuwse binnenstad verloren.
Het kasteel was mooi maar niet heel bijzonder (vond ik) en er was nog een heel klein stukje van de stadsmuur met een deel van kruittoren.

Cloppenburg: hetzelfde laken een pak.
Mooi stadje, leuk om even te winkelen maar geen stad waar mijn hart sneller van gaat kloppen.
Met de beelden uit Visby op Gotland,   Haarlem en Dordrecht nog op mijn netvlies voelde ik me net een verwend kind dat een klein pakje uitpakt na een stortvloed van dure cadeaus….

Jammer van de stedentripjes in Noord Duitsland?
Welnee.
In Oldenburg fietsten we nog een stukje door de haven langs de rivier de Hunte en zochten de imposante Huntebrucke op.
We maakten een wandeling over de oude stadswallen en besloten de dag met een lekkere pizza in de binnenstad.
De fietstocht naar en van Cloppenburg was prachtig; een dunbevolkt gebied met grote boerenbedrijven en mooi onderhouden erven.

Toegift voor Aaltje: in een piepklein dorpje (vier boerderijen en een mestbult zou mijn vader zeggen) vonden we een historische schuur op een oud bleekveld voor linnen.
Die schuur uit 1615 werd gebruikt voor opslag van die stof.
Uit deze streek kwamen Peek  en Cloppenburg, met eenzelfde ontstaansgeschiedenis als die van C&A.
Had ik dat verhaal van Clemens en August nou niet gehoord, dan had ik het historische belang van de schuur niet onderkend.

Reageren

6 september: Hayemaheerd.

De trouwzaal.

De Hayemaheerd bij Oldehove is een officiële trouwlocatie in de provincie Groningen; Frea en Jon hadden die uitgekozen vanwege het informele karakter.  Ze hadden geluk met het weer en de plechtigheid kon buiten plaatsvinden; in de boomgaard is een trouwzaal ingericht (klik op de foto voor een vergroting). Het bruidspaar zit op een houten bankje,  de tafel voor de handtekeningen staat onder een boom en de gasten zitten op strobalen,  afgedekt met wit fluwelen doeken.

De speeches werden binnen in de feestzaal gehouden, want daar was een beamer voor de vertalingen. Voor het eten nam ons gezin (zonder het bruidspaar uiteraard) plaats op het houten podium.
“Geen stukjes hoor!” had Frea  van te voren geroepen.

Hahaha!

Het bruidspaar kreeg van ons een eigen smartlap ( geschreven door Harriët) over de rollen die ze speelden in het toneelstuk waarbij ze verkering kregen.
Zij speelde de hoofdrol,  hij was naamloos piraat  3 en dat was gelijk de titel van ons lied. Met alle aanwezigen, óók de Engelsen, zongen we op dramatische wijze het refrein van de smartlap ‘Naamloos Piraat Drie’ met deftige zinnen als ‘het maakt me echt geen flikker uit’ en ‘het boeit me echt geen ruk’.

Op het bamboe terras genoten we daarna van een goedverzorgde barbecue met een ijskoud toetje; toen was de band al aan het opstellen.
De muziek die avond werd verzorgd door Itchy Fingers: we gingen Ceilidh dansen.
Deze informatie staat daarover op hun website:
Een Schotse ceilidh (“keelie”) is letterlijk een dansfeest. Ceilidhdansen zijn vrijwel altijd groepsdansen, en de caller die bij een ceilidh aanwezig is zorgt ervoor dat iedereen mee kan doen, of men het al eerder gedaan heeft of niet.

Iedereen deed mee! Wat een feest en wat een plezier!  Na een half uur dansen heb je je tong echt op je schoenen, maar wat ontzettend leuk om te doen.
De eigenaresse van de locatie merkte hier later over op.  “Zo, dat was heel wat anders dan Snollebollekes of zwemmen in Bacardi Lemon…” Net als appels en peren,  niet met elkaar te vergelijken.
Wil je meer weten over Itchy Fingers? Hierbij een link naar hun website.
Het dansen was tot 21.30 uur,  daarna mocht je het zelf weten: dansen, teuten of spelletjes doen. Dan moet je denken aan Stef Stuntpiloot, Kat & Muis en sjoelen.
Het hoeft geen nader betoog: topfeest.

Stro-iglo

De meeste gasten die bleven slapen bivakkeerden op de hooizolder,  een grote slaapzaal boven de feestruimte. Gerard en ik sliepen in een stro-iglo op het kampeerterrein; dan loop je om 01.00 uur in je feestkleding over de camping met als toegift een prachtige sterrenhemel.
Om 05.00 u moest ik er uit.
Had iets te maken met zoete witte wijn.
Op naar het toiletgebouw. Toen ik met m’n slaperige hoofd naar buiten stapte zag ik een adembenemend uitzicht: de zon piepte net boven de horizon uit en zorgde samen met de landerijen rondom Oldehove voor een schitterend begin van de  dag. Tien minuten later lag ik weer in ons warme strobed.
O, geen foto gemaakt… is ook niet erg.
Samen met de dag ervoor is deze ervaring onvergetelijk.

Meer weten over deze bijzondere trouwlocatie?
Hierbij een link naar hun website.

Meer weten over de trouwdag?
Lees dan het blog ‘Leeg maar voldaan‘ van 4 september.

Reageren

5 september: Achterlaten of loslaten.

Je hebt van die schriftlezingen die iets bij je los maken.
Bij mij is dat bijvoorbeeld onze trouwtekst.
Of de teksten die zijn gelezen bij de begrafenissen van onze ouders.
En soms heb ik in het verleden een preek gehoord bij een tekst die me raakte en die ik om die reden nooit meer vergeet.
Gistermorgen werd in de PKN-viering de tekst voorgelezen (Lucas 14: 25-33) die me terugbracht naar het kerkje in Ferch (voormalig Oost Duitsland) in 2018.
Even een klein, maar essentieel gedeelte uit het blog over die kerkdienst:

Het bezoekersaantal haalde de tien niet. De dominee vroeg of we in een kringetje om hem heen kwamen zitten; het leek alsof we in een huiskamer zaten. Het zingen was niet best: de organist speelde alsof de kerk vol zat en de heren links en rechts van mij bakten er niet veel van. Ondanks dat was het een bijzondere ervaring. De preek ging over de uitspraak van Jezus dat je zijn volgeling niet kunt zijn als je je familie niet haat.

De voorganger bleef in de kring zitten tijdens zijn verhaal. Hij keek ons om beurten aan en legde uit dat ‘haten’ niet een erg goede vertaling was. Jezus bedoelde ‘afstand’. Je moet  soms afstand betrachten ten opzichte van je familie, je vrienden en je achtergrond.
Ik ben opgegroeid in de voormalige DDR en studeerde bij een professor die ons leerde dat we zelf moesten nadenken. Dat was alleen wel moeilijk in ons land, want we mochten wel de krant lezen die door ons kerkgenootschap werd uitgegeven (onder staatstoezicht), maar we mochten de artikelen niet uitknippen, voorzien van eigen commentaar en bewaren.  Er werd voor ons gedacht.”
Maar ondertussen hadden de professor en zijn leerlingen mappen vol artikelen met eigen aantekeningen die natuurlijk niet in de boekenkast stonden.
Jezus bedoelt dat je hem alleen kunt volgen ‘wenn Kopf und Herz frei sind’. Laat je niet binden door knellende banden die je vertellen wat wel en niet mag, wat wel en niet hoort en wat je moet denken. Altijd zelf blijven nadenken.”

Je familie, vrienden, bezit, werk, kerk en wat je ook maar bindt aan deze wereld niet áchterlaten, maar lóslaten.
Dominee Walter Meijles zei het zondagmorgen natuurlijk in andere bewoordingen, maar bedoelde hetzelfde.
Kijk met een liefdevol hart om je heen en doe wat je hart je ingeeft.

De viering van gistermorgen was niet alleen memorabel door het gesproken woord, maar ook door de muziek.
Arjan Schippers die stukken als ‘Stabat Mater’ en ‘Air’ speelde op het orgel en niet te vergeten het lied geschreven door Huub Oosterhuis dat we hoorden, gezongen door zijn dochter Trijntje.
Wil je het ook even beluisteren? Hierbij een link.

Hele blog lezen over die gedenkwaardige zondagmorgen in Ferch?
Hierbij een link: ‘Besuchen Sie unsere Gottesdienst?’

Reageren

4 september: Leeg, maar voldaan.

Op 28 augustus publiceerde ik twee foto’s van de huwelijksdag van Frea en Jon.
Die ochtend genoten we met de gasten die waren blijven slapen op Hayemaheerd van een heerlijk ontbijt.
Een gezellig en ontspannen besluit van een memorabele gebeurtenis: de trouwdag van onze oudste dochter Frea en haar Jon.
Zij noemen zich vanaf die dag Mrs. and Mr. Salt Waninge.

Die zondag de 28e zaten we ’s middags in de auto op de terugweg naar Roden,  na een nacht in een stro-iglo op het kampeerterrein van Hayemaheerd.
“Ik voel me helemaal leeg.” zei ik tegen Gerard.
“Ja. Leeg maar erg voldaan!” was het antwoord.

Dan kom je thuis na zo’n enerverende gebeurtenis.
Waninge Plaza was nog helemaal versierd voor de ‘pre-party’ van de vrijdag met witte rozen, slingers en ballonnen,  die ons vrolijk toelachten: “Partytime!”

De koelkast stond vol met wat er over was gebleven van het buffet voor die avond; natuurlijk was ik bang dat er niet genoeg zou zijn en hadden we veel te veel…..

Op de slaapkamer lagen de prijskaartjes die we van ‘het pak’ en ‘de jurk’ hadden geknipt nog op ons bed.
Daarnaast lag de nieuwe panty voor het feest waar ik een kwartier voordat we zouden vertrekken een gat in trok.
Op het nachtkastje lag het bonnetje van de panty die Gerard toen nog had opgehaald bij de Hema.
Dan heb je alles goed voorbereid en dan gaan door de stress zulke stomme dingen fout.

Maar ze zijn getrouwd! Een informeel feest, helemaal zoals ze het zelf graag wilden. Met een ambtenaar van de burgerlijke stand die in prachtig Gronings Engels haar uiterste best deed tijdens de plechtigheid en een mooie, persoonlijke toespraak hield voor het bruidspaar.
De bruid verraste iedereen met een emotionele uitvoering op gitaar van een zelfgeschreven lied dat ze zong voor haar bruidegom en Jon ontroerde menigeen met een liefdesverklaring voor Frea van meer dan één A viertje.  Er waren speeches van  Jon’s vader, maid of honour Makenzi,   best man Callum en ook van ons: Gerard in het Nederlands en ik in prachtig Drents Engels.

In een volgend blog zal ik nog wat meer vertellen over de bijzondere locatie en het feest na de plechtigheid.
Nog één leuke anekdote: de gemeentehuis bode die meegekomen was met de ambtenaar had in de vroege middag al een gesprek gehad met Frea en later ook met Jon.
Later had hij tegen zijn collega gezegd: “Ik heb het bruidspaar nog helemaal niet gezien..    ”

We aten die zondagavond wat restjes van het vrijdagavond feest.
Terwijl Gerard naar Studio Sport keek werkte ik mijn mail weg.
Leeg maar voldaan.

Dit blog sluit ik af met het lied dat Gerard ik hebben gezongen tussen de twee uitvoeringen van onze speeches in.
Het is gebaseerd op de bijbeltekst uit 1 Korinthiërs 13 over de liefde.

Reageren

Pagina 111 van 311

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén