een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 299 van 310

4 juni: Veldbloemen van de avondvierdaagse

Vanavond wandelde ik de derde (en voor mij laatste) etappe van de Avondvierdaagse.
Het zou Bert Visscher de uitspraak ontlokken: “Wat een avontuur hééé!”
Gisteravond was ik weer als één van de laatsten weg en Klaas (zie het verslag van 2 juni j.l.)  liep ik pas helemaal op het einde achterop. Nadeel daarvan was dat ik mijn ‘praat-maatje’ miste, voordeel was dat ik sneller kon lopen, want Klaas was al 65+ en had zijn tempo aan zijn leeftijd aangepast.

Maar…… als je sneller loopt, heb je steeds groepen voor je. Uitwaaierende groepen. Met rennende en klierende jongetjes eromheen. En teutende mama’s met buggy’s. En stoere papa’s die schroeten (Drents voor opscheppen) over hun auto’s. Meestal kom je daar wel goed omheen, maar gisteravond liepen we een heel stuk over een smal weilandpad langs het water en dan houdt het wel heel erg op. Dus dan doe je maar even kalm. Het was een prachtige wandeling en er viel genoeg te genieten.

Vanavond had ik om 19.30 uur Cantorij repetitie, dus ik stond om 17.50 uur mijn kaart al af te stempelen. Nu was ik met de eerste groep weg, exact om 18.00 uur. Maar dat was fijn. We konden gewoon doorlopen! Ik liep met twee moeders en drie dochters die de pas er goed in zetten en om 18.55 uur haalde ik mijn laatste stempel. Eén van de moeders kende ik van de kerk, dus we hebben even heerlijk bijgepraat. Onderweg plukte ik een veldboeket dat ik in drie kleine vaasjes voor het raam zette.

veldbloemenEen mooie herinnering aan mijn eerste Avondvierdaagse. Maar ik denk ook de laatste. Als ik echt lekker wil doorwandelen, kan ik dat beter niet doen op een moment dat er 497 anderen ook op pad zijn. Dat hoeft ook niet. Er zijn 361 dagen per jaar waarop ik kan wandelen zonder bovengenoemde hindernissen en als ik op de 4-daagseavonden wil wandelen kan ik ook nog een andere kant op gaan. Neemt niet weg dat ik het een leuk avontuur vond, ik heb er van genoten. Maar wandelen en fietsen in zulke grote groepen moest ik maar niet meer doen. Snel opkomende ergernis zit ook in mijn Vrieswijk-genen ingebakken. Ik moet mijn genen wel een beetje te vriend houden.

Reageren

2 juni: Géén potje met vet

Op 25 februari >>> vertelde ik over ‘Vrieswijk genen’.
En hun afkeer van lichamelijke beweging. Als iemand vroeger bij ons thuis aan tafel had gezegd dat ik in 2015 de Avondvierdaagse zou gaan wandelen, dan was de reactie vast geweest: “Tuurlijk. En ze leefden nog lang en gelukkig.”

Maar het was geen sprookje. Vanavond deed ik voor het eerst van mijn leven mee aan de Avondvierdaagse. 5 kilometer heb ik gewandeld. Samen met een voor mij wildvreemde meneer, in gedachten noemde ik hem Klaas.
Het evenement werd voor de eerste keer georganiseerd in Roden. Een mooi initiatief vond ik, dus vanavond stond ik in een bomvolle kantine van de sporthal in de verkeerde rij op mijn inschrijving te wachten. Als een van de laatsten wandelde ik het bos in, waar ik al snel Klaas achterop liep.
We arriveerden samen bij het fruitstalletje, gesponsord door meneer Jansma , namen allebei een mandarijn en vonden ons eerste gezamenlijke onderwerp: de streektaal.

Na een tijdje renden twee jongetjes ons achterop: “Bent u van de leiding?” We straalden kennelijk gezag uit….
Maar nee, hoezo? “Wij weten niet waar we langs moeten”. Onbegrijpelijk. Grote slierten mensen gingen ons voor op het bospad en zij wisten de weg niet.

We stuurden hen achter de anderen aan en wezen hen op de pijlen die onderweg de richting aangaven. “Welke pijlen? O die! Dat is handig!” Weg waren ze. Kinderen hebben trouwens ook geen last van grote modderpoelen midden op het pad. Waar wij ons omzichtig door het struikgewas wurmden, glibberden sommigen er dwars doorheen. Die moeders zullen zich er vanavond wel mee redden. Op dat soort momenten ben ik altijd blij dat mijn moederrol op dat punt uitgespeeld is.

Onderweg kwamen we soms bekenden tegen, maar Klaas en ik bleven elkaar gezelschap houden. Hij was lid van de Historische vereniging in Roden. Gespreksonderwerpen genoeg dus, de tijd vloog om. Het was een prachtige wandeling.
De medaille zal er niet komen, want vrijdagavond ben ik niet in de gelegenheid om te wandelen. Maar woensdag en donderdag ben ik van de partij. Ondanks de onwillige genen. En het potje met vet? Niet gehoord….niet één couplet!

Reageren

31 mei: Interbellum

kankerEen ‘interbellum’ is een periode tussen twee oorlogen in. Zo voelt het momenteel als het gaat om de behandeling van de ziekte van Kahler die bij Gerard is geconstateerd.
Vorige week was de rustweek na de derde chemo en de komende week gebeurt er amper iets.
Er is alleen een afspraak met de KNO-arts voor de ‘ontstekingen-check’, maar er is geen zicht op het begin van de stamceltransplantatie. Dat kan ook nog niet, want eerst moet goed nagekeken worden of zijn lichaam ontstekings- en infectievrij is.

We krijgen nog steeds veel reacties vanuit onze omgeving. Mensen vinden het bijvoorbeeld bijzonder dat Gerard er niet ziek uitziet. “Hij oogt goed gezond!” merkte iemand op bij de Jumbo van de week. En dat is ook zo. Maar wat je ziet is buitenkant. Hij moet ontzettend z’n best doen om in conditie te blijven en stapt soms tegen heug en meug op de hometrainer om toch maar in beweging te blijven. Ook mentaal vergt de ziekte veel hem.
Maar hij is positief en zegt niet vaak iets af. Kenmerkend voor hem is wat er vorige week woensdag gebeurde. Hij ging naar de koorrepetitie van InBetween en zei: “Ik blief maor tot de pauze, ik ben d’r om kwart over negen wel weer.” Om twintig over tien was hij weer thuis. “Het gung zo goed, ik knapte d’r haost wat van op!”. Zo zie je maar weer: samen zingen pept je op.

We genieten nu eigenlijk een beetje van de stilte voor de storm. Het lichaam heeft het zwaar te verduren gehad, dit weekend had het nog niets over, maar in loop van vandaag knapte het weer wat op. We hopen dat deze stijgende lijn zich doorzet nu er even geen chemo meer wordt toegediend. We zien dit als een kadootje en proberen vooral af en toe wat leuke dingen te doen.

De komende week ga ik me voor het eerst in het ‘Avond-vierdaagse-avontuur’ storten. Als Gerard zich goed voelt loopt hij misschien wel één of twee dagen mee.
Wordt vervolgd.

Reageren

30 mei: Sandwich-fase

Afgelopen donderdag kreeg ik bezoek van iemand die ik nog ken uit de tijd dat ik op schoolplein werd aangesproken als: “Moeder van Frea….”
Deze moeder heeft ook geen kinderen meer in huis en kwam een middag bijpraten.
We horen allebei bij dezelfde kerkelijke gemeente en maken deel uit van “de Havenstappers’. Leuk detail: toen ik laatst op Google zocht op de term ‘Havenstappers’, kreeg ik als eerste hit een Nordic Walkinggroep uit Roelofarendsveen, als tweede de link naar mijn Rodermarktbijdrage van 20 september >> > en als derde een link naar een column van deze vriendin met als titel: Rodermarkt en ouderbetrokkenheid >>> op de site van Scholare, Beeldvorming en training in het onderwijs.

We hebben altijd genoeg gespreksstof en altijd tijd tekort.
Zij had op mijn weblog het recept van de rabarber gezien en stuurde mij het recept voor een rabarber/honing- taart met meringue en kokos. Ga ik uitproberen, wordt vervolgd.

Ook stuurde ze mij een artikeltje uit Trouw, waarin een onderzoek werd beschreven van een dochter van weer een ander Havenstapperspaar. Het ging over communicatie van medici met hun patiënten. Kleine kinderen worden groot. En wij worden ouder. Dat gaat sneller dan je denkt. Donderdag was ik gevallen met m’n fiets: gisteren kwam ik m’n bed haast niet uit. Mijn haar deed zelfs zeer en de telefoon zat erg gevoelig in mijn broekzak: niet meer vallen boven je vijftigste.

De gespreksonderwerpen zo’n middag zijn duidelijk anders dan destijds op het schoolplein.
Ouders die overlijden, vaders cq moeders die alleen achterblijven, de zorg daarvoor, generatiegenoten die ziek worden en vragen als “Hoe blijf ik als 50-plusser van waarde voor de maatschappij? Doe ik wel of niet vrijwilligerswerk?”
Laatst las ik ergens dat wij in de ‘sandwich-fase’ van ons leven zitten. Wij zijn als het ware het broodbeleg tussen twee boterhammen: onder ons de kinderen die nog veel aandacht, energie en geld vragen en boven ons de ouders die aandacht, energie en zorg nodig hebben.
Het is goed om zo af en toe dit soort onderwerpen te delen met ‘sandwich-fase’-genoten. De Havenstappers groep bestaat uit 14 echtparen, dus we kunnen nog heel wat van deze gesprekken voeren!

Reageren

29 mei: Samen

Samen! Dat riep het tweehoofdige monster uit Sesamstraat altijd.  Onze kinderen hebben hem nog op hun netvlies en roepen dan in koor: “Samuh werrekuh!”
Klik hier voor een you tube filmpje >>> van het monster dat naar muziek luistert.
Gisteravond moest ik aan het monster denken. We hadden cantorij repetitie.

Voordat ik verder ga is  het misschien goed om even een stukje Rodense kerkgeschiedenis te vertellen. Voordat de Gereformeerde en de Hervormde kerk in Roden samen opgingen in de ‘PKN- gemeente Roden-Roderwolde’, hadden beide kerken een eigen cantorij. De namen werden veranderd in ‘Op de Helte-cantorij’ en ‘Catharina-cantorij’ maar het bleven twee aparte koren. Samenwerking was wel vaak de bedoeling, maar kwam nooit echt van de grond. Tot gisteravond.

Over twee weken neemt één van de predikanten afscheid en zullen we als één koor aan die dienst meewerken. Tot mijn grote genoegen was er gisteravond een invasie van gastzangers. Genieten! We zongen met 12  sopranen, 8 alten, 6 bassen. Helaas waren de tenoren zwaar ondervertegenwoordigd: welgeteld één was er, onze voorzitter. Maar hij zong wel voor twee!
Onze cantrix, eerst wat overdonderd door de grote opkomst, was weer goed op dreef.

De bassen zongen hun partij even door, maar dat klonk vierstemmig. “Volgens mij staat er maar één baspartij” merkte ze fijntjes op.
Later bedacht een stemgroep zelf een melodielijn, daarvan zei ze: “Had gekund. Maar dat staat er niet.”
In het lied “Leven als de bomen” komt de regel voor: ‘ademnood te boven, onverdeeld geluk‘.
De mannen gaven aan dat het lied voor hen nog geen onverdeeld geluk was.

Voor mij was deze avond er wel één van onverdeeld geluk.
Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik erg voor samenwerking ben.
Het begin is er!
Samen met het tweehoofdige monster roep ik dan ook “SAMEN!” en hoop op meer van dit soort samenwerkingsprojecten in de toekomst.

Reageren

27 mei: Een zittend gat …..

Afgelopen zaterdagmorgen gingen we koffiedrinken bij mijn schoonmoeder. Zij zit in een beschermde woonvorm met 5 anderen. Ze heeft een eigen kamer, maar de keuken en woonkamer worden gedeeld met de andere bewoners. In het begin was dat natuurlijk wat vreemd, want wij kenden die andere bewoners niet en moeder ook niet, dus toen zaten we op haar kamer, dronken koffie, keken foto’s en voerden, voor zover mogelijk, een gesprek.

Maar inmiddels kennen we de andere bewoners en de andere bewoners kennen ons. We gaan gezellig in de huiskamer zitten en mengen ons in de gesprekken.
Carlijn was deze keer ook mee. Oma vroeg haar minstens twaalf keer welke opleiding ze nu deed en Carlijn vertelde twaalf keer blijmoedig dat ze de SPH opleiding in Leeuwarden deed. Ook Gerard vertelde een x-aantal keren over de stand van zaken van zijn groentetuin en mijn breiwerk is ook altijd een dankbaar gespreksonderwerp.

Mevrouw G, die naast mij zat te beppen over ‘gaatjes en ribbels breien’ mopperde over ‘die vrouw met die rare jurk. Dat liekt ja ok nargens naor. Wat döt die hier eigenlijk? Wie is dat eigenlijk?” Ik antwoordde naar waarheid dat het mijn dochter was. “O” schrok ze “zeg maor niet dat ik dat zegt heb heur, van die jurk!”

Meneer B. lardeert de gesprekken met oude spreekwoorden en gezegden.
Als mijn breiwerk ter sprake komt roept hij immer “Een vrouwenhand en een paardentand mucht niet stille stoan”
We hadden het er even over dat Sinterklaas dit jaar voor het eerst in Drenthe aankomt, in Meppel.
“Sunneklaos is net de Noordenwind” volgens meneer B. “Hij brengt niks en hij nemp niks”.
Ook al nemen de bewoners al lang niet meer deel aan het arbeidsproces, ze vinden nog wel iets van mensen die niet veel uitvoeren. “Van niks doen komp gien goed.” wist meneer B. te vertellen. “Een zittend gat hef altied wat!”

Met een hoofd vol Drentse wijsheden en oude verhalen namen we afscheid van oma en de bewoners. We kregen van iedereen een hand en de wens: “Kom gauw ies weer.”Doen we.

Reageren

25 mei: A bridge too far

Op 16 mei meldde ik dat wij de caravan gingen verkopen.
Als je weet hoeveel caravans op marktplaats staan en dat die van ons 18 jaar oud is, dan snap je dat wij al blij zouden zijn als wij hem voor de zomer kwijt zouden zijn.

Hij is al weg.
Zaterdagmiddag om twintig voor vier zette Gerard de advertentie op Marktplaats en om 19 voor vier ging zijn telefoon. “De eerste beller” grapte hij nog, maar het bleek echt zo te zijn. Om een lang verhaal kort te maken: deze beller heeft hem ook gekocht.
We hebben in een razend tempo de hele caravan nageplozen op ‘Wat halen we er uit en wat geven we mee?’

En dan kom je de hele geschiedenis van het kamperen weer tegen, wat mijn ouders al sinds de jaren 50 van de vorige eeuw deden.
Zakken vol met handige dingetjes waar geen mens ooit nog wat mee doet.
Een EHBO-trommeltje met jodium dat in 1990 al over de datum was.
Mierenpoeder van een bedrijf dat al 20 jaar failliet is.
Niet geaarde snoeren en stekkers.
Een tas vol met haringen en scheerlijnen, dunne pennen en verstafte zwarte elastieken.
En een zak vol keurig opgevouwen plastic zakjes die nog als afvalzakjes gebruikt kunnen worden.

We hebben een deel in de caravan laten zitten en ook heel wat weggedaan. Je kunt niet 2015-05-25 11.49.49aalles bewaren. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Maar één ding heb ik uit nostalgische overwegingen uit de caravan gehaald. Het valt onder het hoofdstuk ‘ ku’j zölf wal maken’.
Het is een opbergzak die mijn vader nog zelf heeft gemaakt op hun Singer-naaimachine. Die zak hing aan een stang in de voortent en daar gingen de folders, kaarten, puzzelboekjes, en kranten in.

Misschien komt hij ooit nog van pas.
Misschien ook niet.
Wegdoen was ‘ a bridge tot far….’

Reageren

24 mei: Pinksteren

Wat we vieren met Kerst is bekend: de geboorte van Christus. Door de hype rondom The Passion is voor veel mensen nu ook wel bekend wat met Pasen vieren.
Maar wat vieren we met Pinksteren? Vanmorgen in de kerk begon de dominee met deze vraag.
Hij beklom vanmorgen niet de kansel, want zijn zak-microfoontje deed het niet. Hij bleef dus bij de microfoonstander beneden staan. “Dan kunt u mij tenminste goed horen. Misschien niet zo goed zien, maar daar mist u niet zo veel aan.” Het waren zijn eigen woorden. De meningen waren daarover verdeeld, zo leerde het geroezemoes om ons heen.

Met Pinksteren herdenken we de uitstorting van de heilige geest. (Benieuwd naar het verhaal? Klik op deze link >>>)
Wij lieten onze kinderen vroeger aan tafel wel eens een gedeelte uit de bijbel voorlezen.
Maar ze lazen zelf heel andere boeken.
Dat verklaarde waarom Frea, toen ze met Pinksteren uit de bijbel ging lezen las: “Zijn dit niet allen Galliërs die daar spreken?” Te veel Asterix en Obelix invloeden…..

De dominee vertelde vanmorgen dat we de geest hebben gekregen. Hij zei: “Dat is een gave én een opgave, een opdracht’. We hebben de geest gekregen, maar we moeten erVrucht van de heilige geest wel iets mee doen. Leven ‘in de geest van Jezus’. Voor mij hoort daar een liedje van Elly en Rikkert Zuiderveld bij dat Gerard en ik heel veel in diensten hebben gezongen. Het heet ‘de vrucht van de heilige geest’ >>> en het beschrijft wat de gaven van de heilige geest zijn: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid goedheid, trouw zachtmoedigheid, en zelfbeheersing.
Hebben we gekregen.
Maar daar moeten we wel mee aan de slag!

Reageren

22 mei: 5500 jaar geleden woonden ze hier al…

Woensdagavond keken we naar Umberto’s RTL Lage Night. Trijntje Oosterhuis was er en de broertjes Mulder. Daar kan ik dan rustig de Linda bij lezen. Maar na de ‘commercial break’ verdween mijn aandacht voor Linda als sneeuw voor de zon: er zaten twee archeologen aan tafel met een verhaal over een sensationele archeologische vondst in Dalfsen. Er was een uniek grafveld gevonden met wel 120 graven van het Trechterbekervolk dat hier 5500 jaar geleden woonde.

Ze hadden potjes bij zich, een gave bijl en een ketting met

Grafgift Trechterbekervolk

barnstenen kralen. Ze probeerden uit te leggen wat de vondst voor hen betekende. Eén van hen zei: Dit is een vondst die je “once in a life time’ overkomt: dit ga ik in mijn leven niet meer meemaken.”
Ik zat gebiologeerd voor het scherm. Ze hadden een mini-potje meegenomen, dat ze bij een kindergrafje hadden gevonden, met liefde gemaakt en versierd door (waarschijnlijk) de  moeder.
5000 jaar later ligt dat op de tafel bij een talkshow. Waar ook de nieuwe CD van Trijntje wordt besproken.
Vervreemdend.
Ik moest maar steeds aan die moeder denken. Die moeder uit het Oervolk dat zich voor het eerst permanent vestigde in onze contreien. Dat volk bewoonde een dorpje op een zandrug tussen twee moerassige gebieden in Overijssel.
Dat potje uit dat kindergrafje paste helemaal niet bij Umberto en de nieuwe CD van Trijntje.

Maar toch ben ik blij met de aandacht die het onderwerp kreeg gisteravond. Het laat zien dat wij hier in Nederland in een eeuwenoude cultuur leven en de sporen daarvan zitten niet eens zo diep onder de oppervlakte.

Ik ben benieuwd of ik hier binnenkort iets over lees in de Linda.
Denk het niet.

De gemeente Dalfsen heeft een prachtige website die helemaal gewijd is aan deze unieke vondst: informatie, fimpjes en zelfs een kijkje in de toekomst. Hierbij de link naar Oosterdalfsen Timelink >>> 

Reageren

21 mei: Meinse, meinse, gebruuk joen verstaand toch ies!

Bovenstaande zin werd uitgesproken tijdens het hemelvaartsweekend toen wij ons 35-jarig vriendenjubileum vierden. Eén van ons vertelde dat zijn vader bovenstaande zin bezigde als hij vond dat zijn moeder iets onzinnigs had gezegd.
Omdat wij allemaal die ouders kennen zien wij het gezicht van de betreffende vader er bij, dan schiet iedereen al in de lach.

Deze zin werd het thema van het weekend. Te pas en te onpas kwam ‘Meinse meinse…” voorbij. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze zin tot in lengte van dagen herhaald zal worden, want dat is de lol van zolang vrienden zijn.

Omdat we allemaal uit Hoogersmilde komen, ontstaan er regelmatig gesprekken in de trant van ‘Dat is Annie, die trouwd is west met Willem. Ja, nou is ze met Piet, die woonde vrogger noast Van Kalker an de Rieksweg. Die warkte altied bij Van Triest. Zien olders woonden an ’t Oranjekanaal. Naost woar Sikkema ok woont hef. ……..” Eindeloos kan het zo doorgaan. Totdat iemand de legendarische woorden spreekt: “Ja die! En die möt slager zeggen teegn Oortman!”. Iedereen zegt namelijk ‘slager’ tegen Oortman, de dorpsslager in Hoogersmilde.
Het is voor mij al zo’n gewone zin, dat ik het laatst ook riep op m’n werk, toen er een babylonische spraakverwarring was over welke collega iemand bedoelde.
Maar op mijn werk kent niemand slager Oortman.

Tijdens het koffiedrinken op zaterdagmorgen was iemand aan het uitzoeken wat voor pictogrammen je kon plakken op de dames- en heren w.c. in een zwembad. Dat had iemand hem gevraagd. Hij zocht allerlei dingetjes op op z’n laptop en iedereen zat er omheen met koffie en bemoeide zich er mee. “Waarom doe je niet een zwembroek en een bikini als onderscheid tussen heren en dames?” vroeg iemand. Ja, dat vond iedereen een goed idee.
“Nee, dan denken ze misschien dat ze daar hun zwemkleren kunnen uitwassen” dacht de plaatjeszoeker. “En ik heb ook nog niks voor het urinoir. Wat moet ik daar dan mee?” “Zet daar dan in ieder geval een bordje bij ‘Geen drinkwater!’
Volgens mij is hij er in het weekend niet uitgekomen. Had iets te maken met concentratie geloof ik. Toen twee mensen om hem heen spontaan een liedje van Roelof en Harm begonnen te zingen “Hier op de heide is jao gien zee…!” zag je hem gewoon denken:
“Meinse meinse, gebruuk joen verstaand toch ies!”

Reageren

Pagina 299 van 310

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén