een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 301 van 310

28 april: Infusen en breiwerkjes

kankerVanmiddag was het tijd voor kuur 2C: een infuus met chemo, een infuus met botversterker en een prik. Plus het gebruikelijke vraaggesprekje. Vandaag had ik gewerkt en om half drie zocht ik Gerard op in het ziekenhuis. Terwijl de verpleegkundige bezig ging met alle formaliteiten rondom de afspraak, installeerde ik me met een breiwerkje in een hoekje naast het bed. Breiwerkjes betekenen altijd: een gesprekje.
“Wat bent u aan het breien mevrouw?”
“Dat zie je niet veel meer…”
“Wat ja ’n mooi tiedverdrief!”
Vanmiddag was ik met gitzwarte wol aan het breien. We vertelden dat we rekenden op een lang infuus, waarop de meneer in het bed naast Gerard de verwachting uitsprak ‘dat het rompertje dan wel al haast af zou zijn…’.
Maar dat was niet het geval. (het werd trouwens ook helemaal geen rompertje).

Over het algemeen was men wel tevreden. Gerard was wel wat afgevallen, maar heeft geen extreme bijverschijnselen. ’t Kun minder. Gewoon doorgaan met calorierijke voeding dus.
En vooral in beweging blijven.

We nemen altijd een spelletje mee naar het ziekenhuis, dus  we begonnen opgewekt aan een rondje Triominos >>>. Ondertussen haal je dan nog eens een kopje thee. Of koffie. Of oplossoep. Je doet nog een rondje Triominos. De verpleegkundige kwam er eens bij staan om zich op de hoogte te stellen van het spel: “Doe je ook met punten enzo?”
Ja, anders is het natuurlijk veel minder leuk!
Om kwart over vijf mochten we weg en thuis wachtte een chinese maaltijd uit de diepvries, nog over van het heerlijke buffet van Pasen. Het is heel verleidelijk om dan met een borduurwerkje c.q. krant op de bank te gaan zitten, want je bent helemaal gaar na zo’n middag. Maar dat is niet verstandig. Dus we hebben de jas nog maar even aangetrokken en een uurtje gewandeld. Rondje Roden. Ik vond wat mooie gele bloesemtakjes die van een boom waren gewaaid/geregend/gehageld. Die staan nu op een borrelglaasje voor het raam.

Reageren

27 april: Tompoucen met een vorkje?

Wat weer een feest vandaag. De vlag ging uit. Gelukkig vlaggen wij niet als enige in de straat. Vanmorgen om 9 uur was ik op weg naar de Jumbo om oranje tompoucen te halen. En winterwortels voor de oranje hutspot die we traditioneel in ons gezin eten op Koningsdag, vroeger Koninginnedag. Ik kon de Herestraat bijna niet meer in: de hele stoep was al in beslag genomen door de vrijmarkt. Op de terugweg liep ik iemand achterop met een bolderkar vol houten tuinstoeltjes. “Had je die bolderkar nou al mee vanmorgen? Of heb je die nu ook op de vrijmarkt gekocht?” vroeg ik. “Nee, die kar had ik al, maar hij is wel te koop!”
Ik had geen belangstelling.

Om half elf zongen we het Wilhelmus op het plein, we zagen de wolk oranjeballonnen de lucht ingaan en vervolgens liepen we al teutend met Jan en Alleman over de vrijmarkt. We hebben welgeteld 1 straatmuzikant gezien, een meisje met een blokfluit. “Wat ga je spelen?” vroeg ik. Ze vertelde dat ze al een tijdje piano speelde, maar die kon vandaag niet mee. “En het blokfluiten ben ik eigenlijk al verleerd. Het gaat dus niet zo goed…” constateerde ze wat triest. Ik vond haar dapper, het spelen ging nog best goed. Ik deed een euro in haar bakje en wenste haar succes.
Bij ex-buurkinderen Leonie en Jasper kocht ik twee kaarshoudertjes en grabbelde voor 20 eurocent een meisjes-cadeautje in rose pakpapier. Haar ouders hadden een prachtig plekje bemachtigd tegenover de Hema. Daar waren ze om 06.30 u al …..wat fijn dat wij dat niet meer hoeven!
Op de terugweg liepen we langs een huis aan de Nieuweweg. Op de oprit stonden 4 houten tuinstoeltjes te koop. Daarnaast stond een bolderkar. Ook te koop.

Toen was er koffie. Met oranje tompoucen. Eén schoonzoon wilde daar een vorkje bij.
Een vorkje.
Bij tompoucen.
Een echte Waninge eet zijn tompouce met de handen, in twee delen naast elkaar, dus hoon was zijn deel.
En natuurlijk volgden wij de koninklijke familie op tv, rijkelijk voorzien van commentaar van dochters en schoonzonen.
Kan me niks schelen. Ik heb genoten!

Reageren

26 april: Eeuwen zien op u neer….

Gisteren en vandaag woonden wij een dienst bij in een oude kerk. Gistermiddag zaten we in de ‘Siepelkerk’ op de Brink in Dwingeloo. Een begrafenis. Zagen we onze vrienden drie weken geleden nog stralend als ouders van de bruid, nu zaten ze er als verdrietige kinderen. De bruid van toen hield nu een klein toespraakje bij het verlies van opa Jan. Het zijn ontroerende bijeenkomsten. Wij zaten in de oude banken in een volle kerk met veel bekende (en ouder geworden) gezichten.

De ‘Siepelkerk’ >>> lijkt wel wat op die van ons in Roden (de Catharinakerk). Met een nergens op gebaseerde trots constateerde ik dat die van ons twee eeuwen ouder is. Maar zij hebben de kerkbanken er nog in staan, terwijl wij in Roden op stoelen zitten. Voor lange mensen (1.82 in casu) is dat trouwens een zegen, ondervonden wij gistermiddag weer eens.
Gistermiddag zongen we, helemaal in de stijl van de overledene, “Een vaste burcht is onze God” uit de bundel van 1938 op de oude melodie. En uit diezelfde bundel “Vaste rots van mijn behoud”.

Vanmorgen zong ik de alt partij bij de cantorij in de Catharinakerk. Een heel andere setting. Allemaal liederen uit het nieuwe liedboek. Met “O, Heer die onze Vader zijt” op een nieuwe melodie. Aan de gezichten van sommige gemeenteleden te zien geen onverdeeld genoegen….

Twee diensten binnen 24 uur . In oude kerken ben ik altijd extra doordrongen van het feit dat wij in een eeuwenoude traditie staan. In 1994 stonden wij met onze jongste op de arm bij het doopvont van Bentheimse zandsteen uit de 13e eeuw. De kerk heeft haar eigen rituelen, die in de loop van de eeuwen natuurlijk veranderd zijn, maar in essentie gelijk zijn gebleven. Het geeft ons houvast op de levensweg. Daar kan een lied uit een bundel van 1938 dus ook aan bijdragen. Evenals een liedje van Elly en Rikkert uit het nieuwe liedboek.

Reageren

25 april: Zwijnepuiten en Gruitjetuiten

Donderdagmorgen las ik in het Dagblad van het Noorden een column van Jan Wierenga. Hij had het over het huishouden van studenten. Daar kan ik met drie studerende dochters natuurlijk ook over meepraten. Om het op z’n Drents te zeggen: ‘Breek mij de bek niet lös’.

Maar daar wou ik het niet over hebben, ik wil het hebben over Jans woordkeuze. Hij heeft het over ‘Zwijnepuiten en gruitjetuiten’. Voor mensen die geen streektaal verstaan zijn dat niet bestaande woorden. Iedere noordeling echter weet wat hij bedoelt. Hij heeft twee typisch groningse woorden, namelijk zwienepuut’n en groetjetoet’n, vertaald in het Nederlands.
Ik moet altijd gniffelen om dit soort humor. Het doet mij denken aan een vriendinnetje op de Lagere school, die haar jas (met een zakdoek in de jaszak) in de gang had hangen. Ze had een snotneus en vroeg; “Meester, mag ik even mijn zaddoek uit de buis halen?” Drenten noemen een zak in een kledingstuk altijd een ‘buze’.

Ooit woonde ik een lezing bij van een mevrouw die een grappig boekje had geschreven in het Drents. Ik weet helaas niet meer wie dat was, maar ze had een heel komisch verhaal. Ze voerde een klein toneelstukje op als een drentse vrouw die belde met de moeder van een vriendinnetje. Die moeder kwam uit het westen van het land.
“Nou bink wal wat zenuwachtig, heur” vertelde ze aan de zaal “want nou moe’k ‘in’t hoge” (hooghollands bedoelt ze)
Ze voerde een hilarisch gesprek, waarin ze allerlei dingen verkeerd zei, maar één zin is me bijgebleven. “Dat maak ik klaar met sijpels. SIJPELS! U weet wel, daar as je altijd zo van moet reren!”
Mijn oma Vrieswijk was ook een ras-noordeling. Mijn vader vertelde dat ze eens in een brief had geschreven (over een verjaardag waar familieleden al dan niet aanwezig zouden zijn): “goenen kunnen wel, goenen kunnen niet.” De vertaling van ‘goenen’ is ‘sommigen’. Dat lijkt er toch ook niet op?

Wij spreken tegenwoordig als Noordelingen over het algemeen prima Nederlands. Maar als ons accent ons niet verraadt, dan zijn het wel de dingen als: “Is de winkel al los?” en “Waar kom je weg?” Uut Drenthe. En dat much ie best heuren. Niks mis met.

Reageren

24 april: Meer dan zingen alleen

In deze weken, waarin ons leven in het teken staat van de chemo kuren, is er een wekelijks uitje waar ik steeds weer naar uitkijk: de cantorij repetitie op donderdagavond. Aanstaande zondag zingen we in een viering in de Catharinakerk dus gisteravond was er weer ‘puntjes op de i-repetitie’.

We zaten in een andere opstelling, dat wil zeggen: zoals we zondag ook zitten. De bassen constateerden dat de alten ‘niet schuifbaar’ waren, we deden even een kleine stoelendans, het duurde al met al iets langer dan anders maar toen waren we dan ook geïnstalleerd.
S. had zich afgemeld voor gisteravond. “Wat heeft ie dan?” werd er gevraagd. We willen namelijk wel graag alles weten. Onze nieuwsgierigheid werd helaas niet bevredigd, want als je niet komt hoef je geen reden op te geven.

Om onze zelfredzaamheid wat te bevorderen deelde de cantrix mee dat ze de nummers niet ging noemen: we moesten zelf aan de hand van het overzicht de liederen opzoeken. En daar mochten we ook niet over mopperen. Iemand mompelde ‘waar is de democratie….’, maar het viel uiteindelijk allemaal erg mee. Cantrix vergat om de haverklap dat ze de nummers niet zou noemen.

Bij één lied vond cantrix dat het niet gelijk werd gezongen.
“Nu doe ik even niks, jullie zingen het lied nog eens en dan luister je goed naar elkaar.” Zonder haar handgebaren ging het beter. Dat geeft te denken.

Na de pauze vertelde een sopraan trots dat zij statistisch gezien degene was die het vaakst op den repetities aanwezig was. Ik viel bijna van m’n stoel. Wordt dat bijgehouden dan?!?  Het bleek dat dat iemands hobby was. Hij had de presentielijst van ons koor gebruikt om te oefenen met een excel-bestand. Hij kon er mooie grafiekjes mee maken en zo wist hij precies wie er procentueel gezien het vaakst is. En wie de kantjes er af loopt waarschijnlijk ook, maar daar heeft hij zich niet over uitgelaten.

Om vijf voor half tien nam onze cantrix nog een groot risico: ze leerde ons nog een nieuw vierstemmig lied aan. We hebben het met z’n allen gezongen, maar daarna vond de voorzitter het niet verantwoord om ons naar huis te laten gaan. Gelukkig hoeven we dat lied pas te zingen in de viering van 31 mei. We sloten af met een bekend lied. De chauffeur van de VOR-bus  die ons oudste lid kwam ophalen kwam alvast even binnen om half tien, maar ging nog even weer naar de gang toen wij het laatste lied inzetten.
Hij deed de deur niet helemaal dicht maar liet hem bemoedigend op een kier staan….

Reageren

23 april: Website van ‘onze’ kerk

Op 1 januari >>> schreef ik over de Website-werkgroep van onze PKN-gemeente waar ik deel van uitmaak. Tot 2014 hadden we twee keer per jaar een overleg. De website ‘draait’, wordt up to date gehouden en alles wat je zou willen weten over onze gemeente staat er op.
Maar de digitale wereld staat niet stil en onze website moet worden aangepast aan de eisen des tijds. We hebben nu vaker overleg, vanmorgen spraken we elkaar weer.

Als je onze website >>> opent op je telefoon, dan krijg je de hele site in beeld op je kleine schermpje. Tegenwoordig is het bij de meeste sites zo, dat het beeld zich aanpast aan je scherm. Probeer het maar eens bij een pagina van Wikipidia: die ziet er op je telefoon heel anders uit dan op je computerscherm. Voor ons betekent dit, dat de structuur van de website moet worden aangepast. Gelukkig hebben wij een deskundige predikant in ons midden (met een nóg deskundiger zoon), die deze klus bijna in z’n eentje voor zijn rekening neemt.
“Als de site dan toch op de schop moet, laten we het dan goed doen” hebben we met elkaar bedacht. We hebben ons gebogen over de nieuwe opzet en het lijkt erop dat we voor de zomer de nieuwe lay-out wereldkundig maken via het World Wide Web. Ik hou mijn lezers hiervan op de hoogte.

Als werkgroep zijn we altijd nieuwsgierig of onze website in een behoefte voorziet. We doen erg ons best om alle gegevens bij te houden en de nieuwste informatie met de lezer te delen. Meestal horen we niets, maar vorige maand kregen we een megacompliment waar we weer maanden op kunnen teren.

Gerard en ik hadden een viering bezocht in de Catharinakerk.
Na afloop sprak ik iemand aan die ik niet kende en geïnteresseerd naar de foto’s aan de wand keek.
Het bleek een gast uit Rotterdam te zijn.
Hij had een studerende zoon in Groningen, die ze dat weekend met een bezoek vereerden. Ze logeerden ergens in de stad.
Hij was zelf betrokken PKN-lid en had de voorgaande weken ‘wat op internet geneusd’ naar wat voor kerkdienst hij en zijn vrouw die morgen konden gaan.
Hij was verrast door de wekelijkse informatie over de kerkdiensten van de aanstaande zondag.

Hij vond het fijn dat ook de organisten en bij vermeld stonden.
Hij had informatie gevonden over de oude kerk en het bijzondere orgel en daarom waren ze die morgen bij ons.
Met de complimenten voor de uitgebreide en zeer gedetailleerde website.
Tadaaah!
Compliment voor ons allen.

“Jullie hebben zelfs Erwin Wiersinga >>> als organist!”
Meneer was kennelijk een kenner en vond dat wij een bevoorrechte gemeente waren. Dat vinden wij ook.

Reageren

22 april: Jong, belegen en oud…

In 1993 begon onze toenmalige dominee Hotske Postma met de gespreksgroep ‘Jong Volwassenen’. 33 was ik toen en we hadden twee kinderen van 4 en 6. De gespreksgroep ging van start met ongeveer 10 leden en het was een schot in de roos. We kwamen één keer in de maand bij elkaar en bespraken allerlei onderwerpen die betrekking hadden op het geloofsleven, de kerk. Soms bereidden we een kerkdienst voor of deden we groepsgewijs mee aan een kerkelijke activiteit.

In de loop van jaren ontstond een vaste groep, we deelden lief en leed en werden ouder.
De naam paste op een gegeven moment niet meer goed bij ons. We hebben onszelf een tijdje ‘Jong belegen’ genoemd, maar er kwam een tijd dat het woord ‘jong’ er uit moest.
We heten nu ‘Gespreksgroep ‘93′. Eén van de predikanten noemde ons ooit al eens schertsend ‘een gespreksgroep uit de vorige eeuw’. Ja hoor, ja.

In november, ik zat behoorlijk in de kreukels na het hartinfarct, kwam een gespreksgroeper een amaryllisbol brengen. Eén van de leden had voor alle gezinnen zo’n bol gekocht, met de achterliggende gedachte dat we dan met kerst allemaal een bloeiende bloem in huis zouden hebben en ons op die manier extra met elkaar verbonden zouden voelen. Wat een leuk idee!

Ik zette de bol in een pot met aarde en wachtte tot hij zou gaan bloeien. Ondertussen kregen we mailtjes met foto’s van prachtige bloemen. Het ging niet overal even snel, maar toen we in januari bij elkaar kwamen was bij iedereen de bloem tot bloei gekomen. Behalve bij ons.
Na die bijeenkomst in januari gaf ik de moed op, zette de pot met amaryllis in de fietsenschuur en vergat hem. Na Pasen zocht ik de snoeischaar.
Die vond ik, maar ik vond ook de pot met amaryllisbol terug.

MET EEN NIEUW GROEN ‘PIELETJE’.

Hij deed het toch nog.
Nu staat hij te pronken voor mijn kamerraam.
Toeval bestaat niet.

Reageren

20 april: Bali en de VOC-mentaliteit

Zaterdagavond waren we in Beilen voor de verjaardag van één van onze vrienden. Eén stel was 10 dagen op vakantie in Bali geweest.
‘s Middags hadden we via de groepsapp al lol, want iemand vroeg of ze foto’s mee wilden nemen en of we vriendin S. ook in bikini zouden zien.
Maar dat was geenszins het geval, dat werd ons al snel duidelijk.
De foto’s waren prachtig, evenals de verhalen.

J. vertelde dat hij een dag had gesnorkeld voor de kust en een prachtige onderwaterwereld had gezien. Het had alleen wel wat voeten in de aarde gehad voor hij ook daadwerkelijk had gedoken. J. vertelt heel beeldend met veel gebaren en hij deed voor hoe hij steeds proestend en snuivend weer boven kwam omdat hij telkens water binnen kreeg. We rolden bijna van de bank van het lachen toen hij bij de clou van het verhaal aankwam: hij had de duikbril steeds op z’n neus gezet, maar de bril moest over de hele neus heen!

De foto’s lieten prachtige tempels zien en hele mooie natuur.
Zondagavond thuis besloot ik eens wat op te zoeken over Bali.
Ik wist eigenlijk niet eens waar dat ligt….
Op internet vond ik al snel de informatie die ik zocht. (zie voor meer info deze link >>>) Een prachtige Indonesisch eiland. Heeft onder Nederlands bestuur gestaan. Nederland heeft beslist geen voorname rol gespeeld in de geschiedenis van Bali.
Ik hoor Balkenende nog zeggen dat we weer terug zouden moeten naar die oude VOC- mentaliteit. Doe maar niet, zou ik zeggen.
Onze vrienden hebben daar een fantastische vakantie gehad en hebben op Bali veel vriendelijkheid en gastvrijheid ervaren.
Misschien kun wij nog wat leren van die mentaliteit.

Reageren

19 april: Maggiplant

Twee keer per jaar ontmoeten wij mijn neef en zijn vrouw.
In het voorjaar komen ze bij ons, in het najaar bezoeken wij hen in Apeldoorn. Vandaag kwamen ze in Roden.
Neef is de zoon van mijn tante Annie en ome Lute, onze moeders waren zussen.
Wij zijn van dezelfde leeftijd en konden het altijd al goed vinden met elkaar.

Mijn oom en tante woonden vroeger in Emmeloord. Mijn ouders gingen regelmatig bij hen op bezoek: in mijn herinnering was dat dikwijls grote pret. Mijn neef had iets joligs over zich en haalde altijd van alles uit. Allerlei beelden heb ik nog in mijn hoofd:

-hij had een goocheldoos en onbedoeld leek hij precies op Tommy Cooper “Even wachten hoor, hoe zit dit nou?”

-Bij een optocht speelde hij een keer Dikke Deur bij een wagen van Pipo de Clown, een rol die op zijn lijf geschreven was.

-We gingen naar de kermis in Emmeloord waar hij als een soort ‘man van de wereld’ precies de weg wist. Wij waren in Hoogersmilde natuurlijk niks gewend…..

– Toen hij eens bij ons logeerde vond hij onder de heg een dood vogeltje. Ik was bij mijn buurmeisjes en hij wilde het aan mij laten zien. We schrokken allemaal enorm en van de weeromstuit gooide hij het vogeltje weg, waarop het in het afwaswater van de buurvrouw terecht kwam.

En zo gebeurde er altijd wel wat.
Never a dull moment.

We delen de herinnering aan Opa en Oma Boelen en de ooms, tante’s, neven en nichten van die kant van mijn familie. Ik schreef al eens over die familie op mijn moeders verjaardag, 23 oktober  >>>>

Voor het middageten had ik groentensoep gekookt.
Ouderwetse groentensoep met maggiplant.
Officieel heet het helemaal geen maggiplant, het heet lavas >>>

Neef wist nog heel goed dat zij het vroeger thuis ook in de tuin hadden. Hij mocht dan ’s zondags (je at namelijk alleen maar groentensoep op zondag!) naar de tuin om een takje maggiplant te halen.
Zijn vrouw had er nog nooit van gehoord.
Toen we vanmiddag gingen wandelen heb ik haar een klein stukje in de hand gegeven: “Wrijf maar eens tussen je vingers, dan ruik je het wel”.
Toen we terugkwamen van de wandeling wilde ze eerst handen wassen: handen die naar groentesoep ruiken, dat wil je niet!

Reageren

17 april: Hou is ’t nou?

kankerOp donderdagmorgen ga ik altijd naar de Jumbo voor de wekelijkse boodschappen.
Gistermorgen gooide ik een megazak patat in mijn karretje. “Voor Gerard zeker!” vroeg iemand die mijn blog leest. Ja! En het helpt, al die vette en volle dingen. Hij was alweer anderhalve kilo gegroeid. Dat geeft de burger moed.

Diezelfde morgen werd ik aangesproken door een bekend gezicht uit de kerk, ik had er alleen geen naam bij. Hij vroeg: “Hou ist nou mit dien Gerard?” De eerste weken nadat de ziekte van Gerard bekend werd moest ik gewoon extra tijd uittrekken voor de boodschappen, omdat heel veel mensen me even aanspraken en een hart onder de riem staken. Natuurlijk kost dat tijd. Eén van onze dominees noemt dit soort gesprekken heel treffend “Supermarkt-pastoraat”.
Door mijn hartproblemen heb ik natuurlijk al ruimschoots ervaring met deze vorm van sociaal werk, maar ik sprak en spreek zelf ook mensen aan waarvan ik weet dat er ziekte of rouw is. Of een kleinkind op komst. Of een trouwerij in het verschiet. Het is gewoon leuk om dat soort dingen met elkaar te delen.

Aan het eind van het gesprek vroeg ik meneers naam om Gerard de groeten te kunnen overbrengen: hij bleek familie te zijn van Havenstapper-vrienden van ons en kende ook onze legendarische buurvrouw die in de jaren ’90 naast ons woonde. We mopperden nog even over het idioot grote aanbod van producten, zodat hij niet wist wat hij nou precies moest hebben. “Je hebt tegenwoordig 80 soorten hondenvoer!” Heerlijk, supermarkt-pastoraat.

Om even op de vraag van die meneer terug te komen: het gaat naar omstandigheden goed met ‘mien’ Gerard. We leven ons leven zo gewoon mogelijk en hebben baat bij de dagelijkse structuur. Vriend H. uit Peize heeft onze hele tuin gedaan én de moestuin omgespit. Gerard was daarbij ook in de tuin bezig, want daar heeft hij veel plezier in, maar de krachtklussen nam H. voor zijn rekening. Fijn, vrienden.

Volgende week begint de tweede kuur, dinsdagmiddag moeten we ons melden voor 2A.
Valt het een dag tegen, dan doet hij rustig aan. Thuis werken is ook een optie, dus daar maakt hij af en toe gebruik van. Nu eerst weekend.

Reageren

Pagina 301 van 310

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén